nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 december 2002
Bij deze wil ik u graag informeren over de stand van zaken omtrent de
samenwerking van Kroatië met het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY), alsmede
de gevolgen daarvan voor de Stabilisatie en Associatieovereenkomst tussen
Kroatië en de Europese Unie (SAO). Deze brief dient tevens ter beantwoording
van de vraag van het Lid Blaauw over de gezondheidssituatie van Bobetko (en
de mogelijke gevolgen hiervan voor de procedure voor het ICTY), gesteld tijdens
het AO RAZEB van 5 december jl.
Sinds september jl. is, als gevolg van de Kroatische reactie op het ICTY
verzoek tot uitlevering van de Kroatische (oud) Generaal Bobetko, de relatie
tussen het ICTY en Kroatië verslechterd. De Nederlandse Regering hecht
groot belang aan volledige samenwerking van Kroatië met het ICTY en is
dan ook tot het besluit gekomen om het deponeren van de akte van ratificatie
uit te stellen.
De Bobetko-zaak
Op 23 september jl. ontving de Kroatische regering een arrestatiebevel,
een verzoek tot uitlevering, alsmede de aanklacht tegen Generaal Bobetko.
In de aanklacht worden Bobetko onder meer misdaden tegen de mensheid tijdens
een militaire operatie in de zogeheten «Medak-pocket» (nabij Gospic,
Zuid/Midden-Kroatië) ten laste gelegd. In plaats van mee te werken aan
de arrestatie en uitlevering besloot de Kroatische regering op 27 september
en 4 oktober om beroepen tegen de aanklacht in te dienen. Ook werd de
aanklacht aan het Kroatische Constitutionele Hof voorgelegd. De beroepen en
de verwijzing naar het Constitutionele Hof zijn alom beschouwd als een vertragingstactiek
van de Kroatische regering, zonder werkelijke juridische grondslag. Het Constitutionele
Hof gaf op 13 november aan niet competent te zijn om de Bobetko-zaak
te behandelen. Zoals verwacht, werden de Kroatische beroepen afgewezen door
de beroepskamer van het ICTY 29 november 2002.
Inmiddels was de aandacht steeds nadrukkelijker komen te liggen op de
medische conditie van de op 15 november gehospitaliseerde Generaal Bobetko.
De Kroatische regering gaf op dezelfde dag te kennen dat de ICTY aanklacht
naar de bevoegde rechtbank te Zagreb werd doorgeleid. De «Zagreb County
Court» benoemde vervolgens een team van specialisten om de medische
conditie van Bobetko te bepalen. Op 28 november berichtte de rechtbank
op basis van de bevindingen van het medisch team aan het Kroatische Ministerie
van Justitie dat de Generaal lichamelijk niet in staat is om terecht te staan.
Deze conclusie werd vervolgens door de Kroatische autoriteiten formeel aan
het ICTY overgebracht. De openbare aanklager van het Tribunaal beraadt zich
nu op een reactie.
De Kroatische houding in de Bobetko-zaak is door de internationale gemeenschap
sterk afgekeurd. In een toespraak voor de Veiligheidsraad van de Verenigde
Naties gaf de President van het Tribunaal te kennen dat hij sterk overwoog
bij aanhoudende frustratie van de procedure door Kroatië formeel melding
te maken bij de Veiligheidsraad van de Kroatische tegenwerking. De Europese
Unie gaf middels de conclusies van de Raad van Algemene Zaken en Externe Betrekkingen
in oktober en november te kennen dat zonder de volledige samenwerking met
het ICTY de verdere toenadering tot de EU ernstig in gevaar zou komen.
De Stabilisatie en Associatieovereenkomst Kroatië –
Europese Unie
De Stabilisatie en Associatieovereenkomst EU – Kroatië werd
op 29 oktober 2001 getekend. De Europese Gemeenschap, Kroatië en
Lidstaten zijn ondertekenaars. In de Overeenkomst wordt herbevestigd dat Kroatië
een «potentiëel kandidaat-lid» is van de EU en in artikel
2 van de Overeenkomst worden de zogeheten «essentiële elementen»
van de Overeenkomst opgesomd. Respect voor de beginselen van internationaal
recht is een van deze elementen. De Overeenkomst kan pas in werking treden
als deze door alle 15 lidstaten is geratificeerd. Vijf lidstaten hebben de
nationale ratificatieprocedure reeds geheel afgerond: Oostenrijk (15 maart
2002), Ierland (6 mei 2002), Denemarken (8 mei 2002), Spanje (4 oktober
2002) en Duitsland (18 oktober 2002).
De Tweede en Eerste Kamer gaven op respectievelijk 2 juli 2002 en
10 september 2002 goedkeuring aan de Stabilisatie en Associatieovereenkomst
EU – Kroatië. Na het verlopen van de verplichte periode van nationale
referendabiliteit op 1 januari 2003 zal met het deponeren van de akte
van bekrachtiging bij het Raadssecretariaat te Brussel de ratificatie van
de Overeenkomst formeel kunnen worden afgerond.
Uitstel afronding nationale ratificatie
In het licht van de huidige situatie omtrent Generaal Bobetko kiest de
Regering ervoor het voltooien van de Nederlandse ratificatieprocedure vooralsnog
uit te stellen. Het uitstel wordt in de praktijk bewerkstelligd door het deponeren
van de akte van bekrachtiging bij het Raadssecretariaat te Brussel voorlopig
aan te houden. Deze handeling past in het kader van het Nederlands beleid
dat weliswaar de toenadering van Kroatië tot de Europese Unie ondersteunt,
maar daarbij het nakomen van de internationale verplichtingen van het land
als een belangrijke voorwaarde stelt. Alvorens de ratificatie af te ronden
zal dan ook voldoende vooruitgang moeten worden geboekt in de Bobetko-kwestie.
De regering zal bij de beoordeling over de mate van voortgang het oordeel
van het ICTY betrekken. Zulks zal de Regering ook communiceren naar de EU-partners
en de Kroatische regering.
De gekozen lijn is bovendien een signaal aan de Federale Republiek Joegoslavië
en Bosnië (waarmee de EU nog niet over een SAO onderhandelt) dat Nederland
samenwerking met het Joegoslavië-Tribunaal met als doel de opsporing,
arrestatie en berechting van oorlogsmisdadigers uiterst serieus neemt. Voor
uw informatie zij vermeld dat het Verenigd Koninkrijk Nederland reeds voorging.
Begin november gaf de Britse regering publiekelijk te kennen haar Memorie
van Toelichting inzake de SAO EU-Kroatië als gevolg van de Bobetko-kwestie
niet naar het Lagerhuis te zullen sturen. De Nederlandse en Britse regeringen
handelen hiermee in de geest van de conclusies van de Raad Algemene Zaken
en Externe Betrekkingen, zoals eerder omschreven.
Vanzelfsprekend zal ik u in het geval van nieuwe ontwikkelingen nader
informeren.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. G. de Hoop Scheffer