28 244
Enquête Bouwnijverheid

nr. 100
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 april 2005

In het Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissies van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Justitie op 5 april 2005 heeft een meerderheid van de Tweede Kamer aangedrongen om toch te proberen te komen tot een schikking van de civiele verhaalsacties.

Bij brief van 12 april 2005 (28 244, nr. 99) heb ik u, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, geïnformeerd over de voorgenomen vervolgactie door het kabinet om aan die breed gedragen opvatting van de Tweede Kamer tegemoet te komen dat wil zeggen een verkenning naar een mogelijke oplossing voor de ontstane situatie rond de schikkingen met de bouwbedrijven, waarbij wordt gestreefd naar verbetering van het conceptakkoord.

Voor vanavond is voorzien in een vervolg op de AO van 5 april 2005, waar dezelfde onderwerpen aan de orde komen.

Zoals ik u in genoemde brief van 12 april 2005 heb meegedeeld, heeft de Ministerraad een procedure afgesproken om aan de wensen van de TK tegemoet te komen. Hierin past de genoemde verkenning die ik op dit moment samen met de Minister van VROM uitvoer en vervolgens ook een overleg met de Minister-President en de twee vice-premiers.

Om aan bovenstaande afspraken tegemoet te kunnen komen, kan ik u op dit moment geen verdere mededelingen doen. Ik verzoek u daarom om uitstel van het onderwerp schikken civiele verhaalsacties bouwfraude in de AO van 28 april 2005. Ik hoop u binnen enkele weken wel te kunnen informeren.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Naar boven