28 240 Evaluatienota Klimaatbeleid

Nr. 106 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Ontvangen ter Griffie van de Tweede kamer op 15 juni 2010.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 13 juli 2010.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2010

Hierbij zend ik u een ontwerpregeling tot wijziging van de Regeling monitoring handel in emissierechten. De ontwerpregeling houdt verband met het aanleveren en de borging van de kwaliteit van gegevens benodigd voor het aanpassen van de hoeveelheid broeikasgasemissierechten voor de hele Gemeenschap en het berekenen van de kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten voor de periode 2013–2020 binnen het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten, het EU ETS. Voor de inhoud van de ontwerpregeling verwijs ik u verder naar de ontwerptoelichting.

De ontwerpregeling strekt tot implementatie van de artikelen 9bis, tweede lid, en 11, eerste lid, van richtlijn nr. 2003/87/EG,1 zoals gewijzigd door artikel 1, onderdeel 13, van richtlijn nr. 2009/29/EG.2 Deze bepalingen hadden uiterlijk op 31 december 2009 moeten zijn omgezet in nationaal recht.3

De voorlegging geschiedt in het kader van de procedure van artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over de ontwerpregeling voordat deze zal worden vastgesteld.

De ontwerpregeling is mede gebaseerd op artikel 16.21 van de Wet milieubeheer. Daarin is, kort gezegd, bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot inrichtingen die onder het EU ETS vallen, regels kunnen worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van dat systeem. Artikel 21.6, zesde lid, eerste volzin, van de Wet milieubeheer bepaalt dat hetgeen ingevolge die wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, in afwijking daarvan bij ministeriële regeling wordt geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Laatstgenoemde uitzondering doet zich hier niet voor.

Wellicht ten overvloede wijs ik erop dat artikel 21.6, zesde lid, derde volzin, van de Wet milieubeheer een termijn hanteert van ten minste vier weken, te rekenen vanaf de toezending van de ontwerpregeling aan uw Kamer. In verband met het verkiezingsreces van uw Kamer en de eis dat ten minste drie vierde deel van de termijn buiten een reces van de Kamer valt, wordt de laatste dag van de termijn in dit geval gesteld op 6 juli a.s.

Er wordt gestreefd naar vaststelling – en inwerkingtreding – van de regeling zo spoedig mogelijk na 6 juli 2010.

Een brief van dezelfde strekking heb ik gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. C. Huizinga-Heringa


XNoot
1

Richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275).

XNoot
2

Richtlijn nr. 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden (PbEU L 140).

XNoot
3

Zie artikel 2, eerste lid, van richtlijn 2009/29. Voor de overige onderdelen van deze richtlijn geldt een implementatietermijn van 31 december 2012.

Naar boven