28 237
Voorlopige Rekening 2001

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 februari 2002

1. Inleiding en samenvatting

Het jaar 2001 wordt gekenmerkt door een vertraging van de groei van de wereldeconomie. Ook in Nederland is sprake van een conjuncturele afzwakking. Na jaren van economische groei rond de 4%, is de groei in 2001 uitgekomen op 1,1%. Deze verslechterde economische situatie heeft gevolgen voor de (voorlopige) uitkomsten van de begroting 2001. De voorlopige inzichten geven aan dat het EMU-saldo 2001 uitgekomen is op 0,2% BBP. Dit is 0,5% lager dan werd voorzien ten tijde van de Najaarsnota 2001. Het tegenvallende EMU-saldo is hoofdzakelijk het gevolg van tegenvallende inkomsten. Paragraaf 4 van deze Voorlopige Rekening bevat een eerste analyse van de aard van de inkomstentegenvaller. Op basis van huidige inzichten is de inkomstentegenvaller in belangrijke mate structureel.

De uitgavenkant van de begroting is sinds de Najaarsnota 2001 beperkt gewijzigd. De verwachte onderuitputting heeft zich naar huidig inzicht inderdaad voorgedaan. Hiermee is de zogenoemde «in=uit-taakstelling», uit hoofde van het gebruik van de eindejaarsmarge, gerealiseerd. Daarboven is sprake van circa ¼ miljard euro onderuitputting onder het totale uitgavenkader. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van lagere EU-afdrachten in 2001. De uitgaven die het meest afhangen van de conjunctuur (werkloosheid, rente) laten in de uitvoering toch nog bescheiden meevallers zien. Hierbij moet worden opgemerkt dat het nog te vroeg is voor een integraal beeld van de financiële realisatiecijfers van de zorgsector. De Voorlopige Rekening bevat voor het uitgavenbeeld geen doorwerking naar latere jaren; een integraal beeld van deze doorwerking zal gelijktijdig met de uitvoering van de begroting 2002 in de Voorjaarsnota 2002 aan de orde komen.

De EMU-schuldquote zal naar verwachting uitkomen op 53% BBP. Dit is hoger dan bij Najaarsnota werd voorzien als gevolg van het lagere overschot. Ten opzichte van het jaar 2000 (56% BBP) is de schuldquote in 2001 met 3%-punt BBP gedaald. In absolute omvang is de schuld licht opgelopen. Dit wordt toegelicht in paragraaf 5.

De Voorlopige Rekening geeft een voorlopig overzicht van de verschillen ten opzichte van de Najaarsnota. De definitieve rekening over het begrotingsjaar 2001 zal worden opgemaakt in het Financieel Jaarverslag waarin ook meer definitieve cijfers van de andere overheidssectoren worden opgenomen. Dan zal ook worden ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de ontwerpbegroting.

2. Ontwikkeling van de netto uitgaven

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de ontwikkeling van de netto-uitgaven ten opzichte van de Najaarsnota 2001.

De totale netto relevante uitgaven vallen ten opzichte van de Najaarsnota 2001 circa 0,30 miljard euro lager uit. De netto-uitgaven onder het uitgavenkader Rijksbegroting in enge zin vallen ten opzichte van de Najaarsnota per saldo circa 0,23 miljard euro lager uit, hoofdzakelijk het gevolg van een meevaller bij de EU-afdrachten. De netto-uitgaven onder het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt vallen, ten opzichte van Najaarsnota circa 17 miljoen euro lager uit.

De netto-uitgaven binnen de budgetdisciplinesector Zorg vertonen een meevaller van 63 miljoen euro ten opzichte van Najaarsnota. De cijfers Zorg zijn momenteel nog met grote onzekerheid omgeven. Dit is het gevolg van het feit dat er voor deze sector nog geen nieuwe volwaardige uitvoeringsgegevens voorhanden zijn.

Na de Najaarsnota 2001 en de daarbij behorende suppletore wetten heeft het kabinet geen belangrijke beleidsbeslissingen genomen die nog gevolgen hebben gehad voor de Rijksbegroting van 2001. Wel noemenswaard is een verhoging van de compensatie van de Luchtvaartsector met circa 5 miljoen euro (zie ingediende Nota van Wijziging, VenW 2001-2964, d.d. 19 december 20011.

Tabel 1 Ontwikkeling uitgaven 2001: van Ontwerpbegroting tot Voorlopige Rekening (in mld euro's)

 Miljoenennota 2002Najaarsnota 2001Voorlopige RekeningVerschil
 (1)(2)(3)(3) – (2)
Rijksbegroting in enge zin86,686,686,4– 0,2
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt50,450,450,4– 0,0
Zorg (ijklijn)29,629,629,5– 0,1
Totaal166,6166,6166,3– 0,3
     
EMU-saldo (in %BBP, «–» is tekort)1,00,70,2– 0,5

Rijksbegroting in enge zin

In de onderstaande tabel zijn de grootste en beleidsmatig belangrijkste bijstellingen ten opzichte van de Najaarsnota toegelicht.

Tabel 2 Bijstellingen binnen het kader Rijksbegroting in enge zin (netto-uitgaven in miljoenen euro's; – = saldoverbeterend ten opzichte van de Najaarsnota.)

BegrotingMutatie
Justitie– 100
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen100
Nationale Schuld– 23
Defensie– 32
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer– 44
Verkeer en Waterstaat– 30
Economische Zaken– 31
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij27
Infrastructuurfonds39
EU-afdrachten– 232
Restant «In=uittaakstelling»135
Overig1– 37
Totale mutatie Rijksbegroting in enge zin– 226

1 Inclusief overboekingen tussen de ijklijn RBG-eng en de ijklijn Zorg.

Onderstaand worden de mutaties groter dan 40 miljoen euro besproken. Voor een uitgebreide toelichting op alle mutaties wordt verwezen naar de Verticale Toelichting in bijlage 4. De meevaller bij Justitie is een saldo van lagere uitgaven door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, hogere ontvangsten uit hoofde van «boeten en transacties» en een tegenvallende ODA-bijdrage. De tegenvaller op de Onderwijs begroting is onder meer het gevolg van hogere uitgaven aan primair onderwijs en studiefinanciering. De meevaller op de begroting van VROM wordt in hoofdzaak veroorzaakt door een meevaller bij de huursubsidie. De meevaller bij de EU-afdrachten is het gevolg van een lagere BTW grondslag, lagere invoerrechten en lagere landbouwheffingen, waardoor minder aan Brussel hoeft te worden afgedragen op de drie eerste eigen middelen. Dit beeld geldt in het algemeen voor alle lidstaten in de EU. In 2002 wordt definitief over 2001 met Brussel afgerekend. Alle overige omstandigheden gelijkblijvend zullen deze lagere EU-afdrachten 2001 van de eerste drie eigen middelen in 2002 leiden tot een hogere BNP-afdracht in 2002. Onderuitputting van de EU-uitgaven 2001 die ook in 2002 wordt verrekend kan tegenwicht bieden. Tot slot wordt de resterende «in=uit-taakstelling» voor 2001 nu volledig gerealiseerd.

BOX Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge creëert de mogelijkheid binnen een begroting tot een bepaalde omvang gelden van het ene jaar naar het andere begrotingsjaar mee te nemen; dit ondermeer ter voorkoming van een ondoelmatige besteding van middelen aan het einde van het jaar, de zogenoemde decemberkoorts. De maximale eindejaarsmarge bedraagt als regel 1% van het gecorrigeerde begrotingstotaal. Specifieke afspraken zijn gemaakt voor de homogene groep Internationale Samenwerking (hgIS), voor Koninkrijksrelaties en de begroting van Defensie. Voor de begrotingsfondsen FES, Infrastructuurfonds en AOW-spaarfonds geldt dat het saldo van ontvangsten boven uitgaven volledig wordt meegenomen naar het volgende jaar. Ook voor het Gemeentefonds en Provinciefonds geldt geen maximum voor de eindejaarsmarge. De ontvangsten zijn volgens de Financiële-verhoudingswet gelijk aan de uitgaven. De verplichtingen kunnen hiervan afwijken maar komen altijd in latere jaren tot uitbetaling.

Voor de begrotingen van VWS en SZW geldt een eindejaarsmarge voor zowel het deel Rijksbegroting in enge zin als voor de begrotingsgefinancierde uitgaven binnen de kaders van respectievelijk Zorg en Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt.

De (voorlopige) hoogte van het gebruik door departementen van de eindejaarsmarge wordt bepaald bij Voorlopige Rekening (jaar t). Zie voor het gebruik van de eindejaarsmarge 2001 bijlage x. De definitieve omvang van het gebruik van de eindejaarsmarge wordt bepaald op basis van de slotwet (jaar t). De overgehevelde bedragen worden bij Voorjaarsnota (jaar t+1) aan de begrotingen toegevoegd.

Aangezien het toevoegen van eindejaarsmarges bij Voorjaarsnota in beginsel tot belasting van de ijklijn zou leiden (en dus noodzaakt tot het creëren van ruimte) wordt, om dit tevoorkomen, de eindejaarsmarge op de aanvullende post Algemeen «tegengeboekt». Dit in de veronderstelling dat aan het eind van het jaar wederom over het totaal van de rijksbegroting een bedrag in dezelfde orde van grootte aan onderuitputting zal optreden (in=uit gedachte). Hetzelfde geldt voor de daarop volgende jaren. De combinatie van de toevoeging aan de begrotingen en de ramingstechnische veronderstelling op de aanvullende post Algemeen zorgt ervoor dat de eindejaarsmarge ex-ante geen probleem oplevert voor inpassing binnen de ijklijn.

De veronderstelling op de aanvullende post Algemeen is niet taakstellend en wordt niet toegedeeld aan de departementen. Ten aanzien van de uiteindelijke realisatie ligt het ramingsrisico bij de minister van Financiën.

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

Per saldo treedt onder het kader SZA een kleine meevaller op van ca. 17 miljoen euro ten opzichte van de Najaarsnota. De meevallende begrotingsgefinancierde uitgaven zijn voldoende groot om de bij Najaarsnota nog geheel open staande «in-uit-taakstelling» voor deze sector volledig te realiseren. De (voorlopige) realisatiecijfers van de premie-uitgaven laten een meevaller zien van circa 16 miljoen euro. Tegenover een hogere gemiddelde uitkering bij de WAO staan meevallers bij het volume Awf en WAO. Voor een toelichting op alle mutaties wordt verwezen naar de Verticale Toelichting. Voor een uitgebreide toelichting op het integrale uitgaven- en inkomstenbeeld in deze sector wordt verwezen naar de brief Voorlopige Rekening SZA van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Zorg

Het rapportagemoment van deze Voorlopige Rekening komt te vroeg voor een integraal beeld van de financiële realisatiegegevens in de zorgsector. De begrotingsgefinancierde uitgaven vallen 63 miljoen euro lager uit ten opzichte van Najaarsnota. De realisaties voor het premiegefinancierde deel van de zorg zijn op dit moment evenwel nog niet beschikbaar. Op grond van eerste (zeer premature) realisatiegegevens van bevoorschotting van zorginstellingen lijken tegenvallers zichtbaar. Het uiteindelijke beeld is ongewis. Ten tijde van het Financieel Jaarverslag zal er meer duidelijkheid zijn.

BOX Het voorlopige karakter van de Voorlopige Rekening

De Voorlopige Rekening geeft een eerste en voorlopig inzicht in de realisatie van inkomsten en uitgaven over het afgelopen jaar. Deze box geeft inzicht in de waarde van de cijfers en de kans dat het cijferbeeld in de komende maanden nog zal moeten worden bijgesteld. Voor een goed begrip dient onderscheid te worden gemaakt tussen de begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitgaven en tussen de belastinginkomsten en de premie-inkomsten.

Voor de uitgaven en inkomsten die via de rijksbegroting lopen is het goed mogelijk om de omvang medio februari met grote zekerheid vast te stellen. De analyse van de achtergrond van mee- en tegenvallers kan wat langer op zich laten wachten omdat aanvullendeinformatie zo vroeg in het jaar nog niet beschikbaar is. Het Financiële Jaarverslag (dit jaar

vanwege de verkiezingen begin juni in plaats van de derde woensdag in mei) is dan het geëigende moment om meer duidelijkheid te verstrekken over de achtergrond van de mee- en tegenvallers.

De verantwoording van de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven lopen niet via de rijksbegroting maar via de sociale fondsen. Voor de rijksbegroting wordt het kasstelsel gehanteerd en voor de sociale fondsen het transactiestelsel. Dit betekent dat uitgaven na afloop van het kalenderjaar nog wel aan dat betreffende jaar kunnen worden toegerekend. Dit is een van de oorzaken waardoor definitieve informatie later in het jaar beschikbaar komt.

Voor de sociale zekerheidsfondsen komen eerste voorlopige realisaties in januari en meer definitieve gegevens in mei beschikbaar. Het Uwv heeft immers tijd nodig om de rekening op te maken en rapporteert in de meirapportage. Het afgelopen jaar is het gelukt om de uitvoeringsinformatie van de sociale zekerheidsfondsen beter te monitoren, waarmee de kans op grote afwijkingen is verminderd.

Voor de zorgsector, en hiermee ook de zorgfondsen, is vorig jaar een plan van aanpak opgesteld om de informatievoorziening in de toekomst te verbeteren en te versnellen. Daarna heeft de ambtelijke werkgroep integratie van de premiesectoren aanbevelingen1 gedaan welke ertoe hebben geleid dat in onderliggende Voorlopige Rekening meer informatie verwerkt is dan in voorgaande jaren2. Meer definitieve cijfers zijn evenwel eerst in het Financieel Jaarverslag te verwachten.

Niet-relevante netto-uitgaven

De niet-relevante netto-uitgaven zijn per saldo circa 50 miljoen euro lager uitgevallen dan voorzien bij Najaarsnota. Belangrijke meevallers doen zich voor bij de afkoop van de bijdrage NWI's (71 miljoen euro), de gasbaten (32 miljoen euro), en de administratieve boetes (26 miljoen euro); een tegenvaller (128 miljoen euro) doet zich voor bij de heffings- en invorderingsrente. Voorts is sprake van een veelheid aan kleinere bijstellingen die in de Verticale Toelichting nader worden toegelicht.

Toetsing uitgaven aan de ijklijnen

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de toetsing aan de ijklijnen voor elk van de drie budgetdisciplinesectoren. In het uitgavenkader Rijksbegroting in enge zin komt de overschrijding ten opzichte van de Najaarsnota 0,23 miljard euro lager uit3. De totale overschrijding van het kader Rijksbegroting in enge zin bedraagt daarmee 0,78 miljard euro. De onderschrijding in het uitgavenkader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt komt ten opzichte van Najaarsnota 17 miljoen euro hoger uit. De totale onderschrijding van het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt komt uit op 1,94 miljard euro. De overschrijding van de ijklijn Zorg komt ten opzichte van Najaarsnota 48 miljoen euro lager uit en in totaal uit op 0,87 miljard euro2. Per saldo is sprake van een onderschrijding van het uitgavenkader van 0,28 miljard euro.

Tabel 3 Toetsing van de netto-uitgaven van de drie budgetdisciplinesectoren aan de ijklijnen (in miljarden euro's)

 Uitgaven VR 2001UitgavenkaderOnder-/overschrijding
Rijksbegroting in enge zin86,485,60,8
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt50,452,4– 1,9
Zorg29,528,60,9
Totaal166,3166,6– 0,3

3. De totale ontvangsten

De totale overheidsinkomsten (belastingen, premies en gasbaten) komen naar huidige inzichten 1,94 miljard euro lager uit dan in de Najaarsnota werd geraamd. Bij belastingen en gasbaten betreft het realisatiecijfers op kasbasis. Bij de premies betreft het een raming op transactiebasis.

Bij Najaarsnota was al een lagere ontvangstraming ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten gemeld van 0,34 miljard euro. Er kon op dat moment nog geen indicatie worden gegeven of de aard van de bijstelling structureel, incidenteel dan wel tijdelijk1 was. Daardoor ontbrak ook het inzicht in de doorwerking op de inkomstenmeevaller boven de inkomstenijklat.

Tabel 4 Ontwikkeling voor de overheidsinkomsten (in miljarden euro's)

 StandStandStandMutatieMutatie
 VU 2001NJN 2001VR 2001VR tov NJNVR tov VU
Belastingen (kas)101,81102,06*100,75*– 1,31– 1,07
Premies (trans)60,3559,7659,10**– 0,66– 1,25
Gasbaten (kas)2,262,262,290,030,03
Totaal164,42164,08162,14– 1,94– 2,29

* Belastingopbrengst exclusief 0,51 miljard euro nabetalingen van de fondsen aan het Rijk.

** Premieopbrengst betreft een raming o.b.v. voorlopige inzichten

De totale daling van de inkomsten vanaf Vermoedelijke Uitkomsten is de som van bovengenoemde bijstellingen en bedraagt derhalve 2,29 miljard euro, waarvan per saldo 0,15 incidenteel of tijdelijk van aard is. Structureel is er derhalve sprake van een 2,14 miljard lagere opbrengst.

Tabel 5 Mutaties inkomsten ten opzichte van de inkomstenijklat na Vermoedelijke Uitkomsten

 Mutatie in miljarden
Totaal lager ontvangsten na Vermoedelijke Uitkomsten– 2,29
Waarvan incidenteel/tijdelijk– 0,15
Effect op meevaller tov inkomstenijklat– 2,14

In bijlage 2 wordt een analyse gegeven van de ramingsafwijkingen voor de belasting- en premieopbrengsten ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten en de Ontwerpbegroting 2001.

Voor het EMU-saldo zijn voor de ontvangsten de cijfers op verschoven kasbasis relevant. Ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten zijn de belastingen op EMU-basis 0,53 miljard sterker tegengevallen dan de belastingontvangsten op kasbasis. De oorzaak is, dat de belastingontvangsten in januari lager waren dan geraamd. Dit hangt mede samen met de neerwaartse bijstelling van het economisch beeld.

De daling van de premieinkomsten op transactiebasis komt overeen met de daling op verschoven kasbasis.

Tabel 6 Belasting en premieontvangsten conform EMU-definitie (in miljarden euro's)

 Stand VUStand VRMutatie
Belastingen kasbasis101,81100.75– 1,07
Nabetalingen van fondsen aan Rijk 0,51+ 0,51
Belasting KTV1,500,97– 0,53
Belastingen conform EMU-definitie103,31102,23– 1,09
    
Premies transactiebasis60,3559,10– 1,25
Nabetalingen van fondsen aan Rijk – 0,51– 0,51
Aansluiting EMU-definitie2,232,230,00
Premies conform EMU-definitie62,5860,82– 1,76

De belastingontvangsten

In 2001 is in totaal 100,75 miljard aan belasting ontvangen. Ten opzichte van de raming bij Najaarsnota is dat een daling van 1,31 miljard. De tegenvaller is vooral opgetreden in de maand december. De lagere ontvangst is met name het gevolg van lagere ontvangsten bij de omzetbelasting (0,51 miljard), de vennootschapsbelasting (0,58 miljard) en successierechten (0,17 miljard).

Gesaldeerd met de opwaartse ramingsbijstelling van de Najaarsnota van 0,24 miljard zijn de belastingontvangsten 1,07 miljard euro lager uitgekomen dan in de Vermoedelijke Uitkomsten geraamd. Volgens huidige inzichten in de aard van de realisatie is de verwachting dat de lagere ontvangsten voor 0,92 miljard structureel zullen doorwerken naar 2002. Voor het overige is er een incidenteel hogere inkomst van 0,5 miljard (dividendbelasting) en tijdelijk 0,65 miljard lagere inkomsten. Het structurele deel van de tegen- en meevallers wordt samen met nieuwe inzichten in de economische ontwikkeling 2002 verwerkt in de belastingraming bij de Voorjaarsnota 2002.

De premieontvangsten

Op basis van de huidige inzichten zijn de premieontvangsten op transactiebasis in 2001 0,66 miljard euro lager dan verwacht bij Najaarsnota 2001 en 1,25 miljard euro lager dan bij Vermoedelijke Uitkomst. Deze tegenvaller wordt veroorzaakt door lagere inkomsten bij de volksverzekeringen. Bij de premies werknemersverzekeringen is geen sprake van een tegenvaller, wel doet zich een samenstellingseffect voor. De inkomsten bij de WAO en WGF vallen lager uit terwijl de inkomsten bij het AWF en de WAZ hoger uitvallen. De tegenvallers bij de premieontvangsten zijn volgens huidige inzichten structureel.

De premieontvangsten betreffen nog ramingen aangezien het om transactiecijfers gaat. De realisatiecijfers 2001 van de uitvoeringsinstellingen komen later dit jaar beschikbaar. Pas bij Miljoenennota 2003 zullen de definitieve premieontvangsten beschikbaar zijn.

Nadere informatie over de inkomsten bij de socialezekerheidsfonden is te vinden in de Voorlopige Rekening Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt.

Aardgasbaten

De voor de inkomstenijklat relevante aardgasbaten (niet-belastingontvangsten exclusief FES) komen vrijwel overeen met de raming ten tijde van de Najaarsnota 2001.

4. Ontwikkeling van het EMU-saldo en de EMU-schuld

De ontwikkeling van het EMU-saldo 2001 ten opzichte van Najaarsnota

Het EMU-saldo 2001 laat een overschot zien van 0,2% BBP (gecorrigeerd voor de afkoop DSM bedraagt het EMU-saldo 0,5% BBP). Ten opzichte van de Najaarsnota is het saldo met 0,5%-punt BBP afgenomen. Tabel 7 toont de verticale aansluiting van het EMU-saldo 2001 tussen Najaarsnota 2001 en de Voorlopige Rekening 2001.

Tabel 7 Ontwikkeling van het EMU-saldo 2001 (+ = overschot, in %BBP)

1. EMU-saldo stand Najaarsnota 20010,7%
2. Mutatie EMU-relevante netto-uitgaven van het Rijk0,0%
3. Mutatie belastinginkomsten rijk– 0,3%
4. Mutatie saldo sociale fondsen (mn premieontvangsten)– 0,2%
5. Mutatie saldo lokale overheid0,0%
6. Mutatie overig (kastransactieverschillen, financiële transacties)– 0,1%
7. EMU-saldo stand Voorlopige Rekening 20010,2%
8. Idem exclusief afkoop DSM0,5%

De tabel laat zien dat de afname van het EMU-saldo sinds Najaarsnota 2001 met name het gevolg is van lagere belastinginkomsten van het Rijk en een lager saldo van de sociale fondsen. Dit lagere saldo van de sociale fondsen wordt hoofdzakelijk verklaard door lagere (premie-)inkomsten waardoor ook hier de teruglopende economische groei van grote invloed is. In de onderverdeling van het EMU-saldo van 0,2% BBP naar overheidssectoren staan tegenover een tekort van het Rijk van 0,2% BBP overschotten van 0,2% BBP bij de sociale fondsen en 0,2% BBP bij de lagere overheden.

De ontwikkeling van de EMU-schuld in het jaar 2001 De EMU-schuldquote 2001 is uitgekomen op 53% BBP. Dit is een daling met 3%-punt BBP ten opzichte van de schuld ultimo 2000. De nominale schuld is in 2001 voor het eerst sinds 1998 weer opgelopen. Tabel 8 laat zien dat de EMU-schuld uitgedrukt in miljarden is uitgekomen op 226 miljard euro, een stijging van 1¼ miljard euro ten opzichte van de schuld ultimo 2000. Deze stijging was bij Miljoenennota nog niet voorzien en is het gevolg van met name de verslechtering van het EMU-saldo.

Tabel 8 De (nominale) ontwikkeling van de EMU-schuld 2001 (in miljarden euro's)

1. EMU-schuld ultimo 2000224,71
2. EMU-saldo 2001– 0,8
3. Financiële transacties en kastranscorrecties2,1
4. Mutatie schuld (min betekent schulddaling)1,3
5. EMU-schuld ultimo 2001225,9

1 Op basis van nieuwe CBS-cijfers over de «Schuld overige overheden» is EMU-schuld ultimo 2000 neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de stand Miljoenennota 2002.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

BIJLAGE 1

Budgettaire kerngegevens

In onderstaande tabel wordt de opbouw van het EMU-saldo weergegeven, alsmede de hoogte van de EMU-schuld.

Tabel 1.1 Budgettaire kerngegevens in miljoenen euro's (min betekent uitgaven)

 2001
1. Netto uitgaven onder het kader RBG-eng– 86 385
2. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven SZA– 13 383
3. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven Zorg– 1 031
4. Netto uitgaven niet relevant voor enig kader. – 4 673
5. Netto uitgaven wel relevant voor RBG-eng maar niet voor saldo– 200
6. Netto begrotingsgefinancierde uitgaven (6=1+2+3+4+5)– 105 717
7. Belastingen (conform EMU-definitie)102 230
8. Uitgavenreserve0
9. Overig2 930
10. EMU-saldo Centrale Overheid (10=6+7+8+9)– 557
  
11. EMU-saldo Lokale Overheid849
  
12. EMU-saldo Sociale Fondsen507
  
13. EMU-saldo (=10+11+12)799
Idem, in % BBP0,2%
  
EMU-schuld (in miljarden euro's)225,9
Idem, in % BBP53%
  
BBP (in miljarden euro's)425

In onderstaande tabellen wordt per uitgavenkader de stand van de kadertoetsing weergegeven. Voor de kadertoetsing van de sector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en de sector Zorg zijn niet alleen de begrotingsgefinancierde uitgaven (zie tabel 1.1) van belang maar ook de premiegefinancierde uitgaven. Bij de sector Zorg is van belang dat van de totale uitgaven aan zorg 86% collectief gefinancierd wordt, de overige 14% wordt gefinancierd door de particuliere ziektekostenverzekeraars.

Tabel 1.2 Uitgaventoetsing RBG-eng in miljoenen euro's (min betekent onderschrijding)

 2001
1. Uitgavenkader in lopende prijzen85 594
2. Netto-uitgaven onder het uitgavenkader86 385
3. Over-/onderschrijding (3 = 2–1)791

Tabel 1.3 Uitgaventoetsing SZA in miljoenen euro's (min betekent onderschrijding)

 2001
1. Uitgavenkader in lopende prijzen52 364
2. Netto-uitgaven onder het uitgavenkader50 421
w.v. netto-begrotingsgefinancierd13 383
w.v. netto-premiegefinancierd37 038
3. Over-/onderschrijding (3 = 2–1)– 1 943

Tabel 1.4 Uitgaventoetsing Zorg in miljoenen euro's (min betekent onderschrijding)

 2001
1. Uitgavenkader in lopende prijzen28 628
2. Netto-uitgaven onder het uitgavenkader29 496
w.v. netto-begrotingsgefinancierd1 031
w.v. netto-premiegefinancierd33 267
w.v. particulier gefinancierd– 4 802
3. Over-/onderschrijding (3 = 2–1)868

In onderstaande tabel worden de gehanteerde macrovariabelen 2001 weergegeven.

Tabel 1.5 Macrovariabelen

 2001
BBP (in miljarden euro's)425
Groei BBP (volume)1,1%
Toename prijs BBP4,7%
Toename Contractlonen4¼%
Toename Consumentenprijsindex (CPI)4,5%
Lange rente (niveau)4,7%
Werkloosheid en bijstandPm
Dollarkoers0,90
Olie (in $)24¾

BIJLAGE 2

De overheidsinkomsten in 2001

1. Inleiding

De overheidsinkomsten zijn 2,29 miljard euro lager uitgekomen dan bij Vermoedelijke Uitkomsten 2001 (Miljoenennota 2002) werd geraamd. In de Najaarsnota werden de overheidsinkomsten 0,34 miljard euro lager geraamd dan in de Vermoedelijke Uitkomsten. Er kon op dat moment nog geen indicatie worden gegeven of de aard van de bijstelling structureel, incidenteel dan wel tijdelijk was. Het effect van de bijgestelde raming op de inkomstenmeevaller ten opzichte van de inkomstenijklat zoals gemeld in de Miljoenennota 2002 was daardoor ook nog onbekend.

Nu de realisaties voor 2001 bekend zijn, zullen deze in paragraaf 2 worden vergeleken en toegelicht ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten. Tevens zal de aard van de bijstelling worden aangegeven en het effect op de omvang van de inkomstenmeevaller ten opzichte van de inkomstenijklat.

Evenals vorig jaar wordt in deze bijlage bij de Voorlopige Rekening in paragraaf 3 ook een aansluiting gegeven vanaf de Ontwerpbegroting (Miljoenennota 2001). Daarbij wordt met name aandacht besteed hoe deze bijstellingen samenhangen met doorwerking vanuit 2000, aanvullende autonome maatregelen en nieuwe inzichten in de endogene ontwikkeling. Mutaties in de endogene ontwikkeling kunnen omvangrijk zijn en hangen samen met wijzigende inzichten in de economische groei of de progressiefactor.

Tot slot zal in paragraaf 4 meer gedetailleerd worden ingegaan op de mee- en tegenvallers. Gegeven de omvang wordt daarbij allereerst ingegaan op de afwijking bij de dividendbelasting en omzetbelasting en daarna op de belangrijkste mee- en tegenvallers bij de overige inkomsten.

2. Totaalbeeld overheidsinkomsten sinds Vermoedelijke Uitkomsten

De raming bij Vermoedelijke Uitkomsten is gebaseerd op het economisch beeld van de Macro Economische Verkenning 2002 (MEV) van het CPB. De economie heeft zich echter minder gunstiger ontwikkeld dan bij MEV2002 werd verondersteld. Daarnaast zijn ook door enkele incidentele en tijdelijke ontwikkelingen de inkomsten lager uitgekomen dan werd geraamd bij Vermoedelijke Uitkomsten.

Het totaal van belastingen, premies en aardgasbaten (exclusief FES deel) is naar huidige inzichten 2,29 miljard euro lager ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten. Bij de belastingontvangsten en de aardgasbaten betreft het realisatiecijfers op kasbasis (over kalenderjaar 2001). Bij de premies betreft het een raming op transactiebasis (ontvangsten die betrekking hebben op belastingjaar 2001).

Naar huidige inzichten in de aard van de afwijkingen is van het totaal van 2,29 miljard euro lagere inkomsten 2,14 miljard euro structureel; incidenteel is er sprake van 0,5 miljard hogere dividendinkomsten en is er een tijdelijk lagere opbrengst van 0,65 miljard euro verdeeld over omzetbelasting, loonbelasting en successierechten.

Tabel 1 Ontwikkeling van de overheidsinkomsten ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten (in miljarden euro's)

 VU 2001VR 2001Verschilw.v. structurele doorwerking
 (1)(2)(2–1) 
Belastingen (kas)101,81100,75*– 1,07– 0,92
Premies (transactie)60,3559,10**– 1,25– 1,25
Gasbaten (kas)2,262,29 0,030,03
Totaal164,42162,14– 2,29– 2,14

* Belastingopbrengst exclusief 0,51 miljard euro nabetalingen van de fondsen aan het Rijk.

** Premies betreft een raming o.b.v. voorlopige inzichten

2.1 Analyse belastingontvangsten 2001

De realisatie van de belastingontvangsten in 2001 is 1,07 miljard euro lager uitgekomen dan geraamd ten tijde van de Vermoedelijke Uitkomsten. Deze uitkomst is hoofdzakelijk het saldo van hogere ontvangsten bij de dividendbelasting (0,74 miljard) en de belastingen van rechtsverkeer (0,26 miljard) met daar tegenover lagere ontvangsten bij omzetbelasting (0,62 miljard) vennootschapsbelasting (0,36 miljard) loonbelasting (0,55 miljard) en successierechten (0,31 miljard). In tabel 2 wordt een compleet overzicht gegeven.

Tabel 2 Belastingopbrengst op kasbasis voor 2001 (in miljarden euro's)

 Ontwerp-begrotingVoorjaarsnotaVermoedelijke UitkomstenNajaarsnotaVoorlopige Reke-ningmutatie VR tov VU
Kostprijsverhogende belastingen57,4755,9555,0554,9454,45– 0,61
Invoerrechten1,831,841,771,721,52– 0,25
Omzetbelasting33,4433,1732,5432,4431,93– 0,62
Belasting op personenauto's en motorrijwielen3,142,972,832,862,940,10
Accijnzen8,498,067,807,827,75– 0,06
Belastingen van rechtsverkeer4,163,994,224,314,480,26
Motorrijtuigenbelasting2,271,982,042,022,090,05
Belastingen op een milieugrondslag3,793,623,533,443,42– 0,11
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten0,230,220,220,220,230,00
Belasting op zware motorrijtuigen0,100,100,100,100,100,00
       
Belastingen op inkomen, winst en vermogen45,6645,5646,7147,0746,26– 0,46
Inkomstenbelasting– 0,50– 2,62– 2,77– 2,82– 2,740,03
Loonbelasting *25,0025,9826,1125,7925,56– 0,55
Dividendbelasting *2,562,623,574,214,310,74
Kansspelbelasting0,140,150,150,150,150,00
Vennootschapsbelasting16,8417,7417,9318,1617,57– 0,36
Vermogensbelasting0,070,080,110,110,100,00
Successierechten1,531,621,621,481,31– 0,31
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten0,040,050,050,050,050,00
Totaal belastingen103,16101,56101,81102,06100,75– 1,07

* Stand Najaarsnota en Voorlopige Rekening exclusief nabetaling van 0,17 miljard euro van de fondsen aan het Rijk inzake inkomensheffing en 0,33 miljard euro van de fondsen aan het Rijk inzake loonheffing

Doorwerking 2002

Volgens huidige inzichten in de aard van de realisatie 2001 is de verwachting dat de structurele doorwerking leidt tot 0,92 miljard euro lagere belastinginkomsten in 2002 dan in de Ontwerpbegroting voor dat jaar werd geraamd. Een incidenteel effect van 0,5 miljard euro treedt op bij de dividendbelasting. Tot slot is er een tijdelijke tegenvaller van 0,65 miljard. Dit is bij de successierechten, omzetbelasting en loonbelasting. De tijdelijke tegenvaller wordt alsnog in 2002 verwacht. Tabel 3 geeft een overzicht van de aard van de afwijking per belastingsoort. In paragraaf 4 zullen de bijstellingen nader worden toegelicht.

Tabel 3 Karakter van de afwijkingen sinds Vermoedelijke Uitkomsten (in miljarden euro's)

 structureelincidenteeltijdelijkTotaal
Kostprijsverhogende belastingen– 0,410,00– 0,20– 0,61
Omzetbelasting– 0,420,00– 0,20– 0,62
Belasting op personenauto's en motorrijwielen0,100,000,000,10
Accijnzen– 0,060,000,00– 0,06
Belastingen van rechtsverkeer0,260,000,000,26
Motorrijtuigenbelasting0,050,000,000,05
Overig– 0,350,000,00– 0,35
     
Belastingen op inkomen, winst en vermogen– 0,510,50– 0,45– 0,46
Inkomstenbelasting0,030,000,000,03
Loonbelasting– 0,400,00– 0,15– 0,55
Vennootschapsbelasting– 0,360,000,00– 0,36
Dividendbelasting0,240,500,000,74
Successierechten– 0,010,00– 0,30– 0,31
Overig0,000,000,000,00
Totaal belastingen– 0,920,50– 0,65– 1,07

Zie voetnoot tabel 2.

Het structurele deel van mee- en tegenvallers werkt door in het uitgangsniveau waarop de raming voor 2002 is gebaseerd. De tijdelijke tegenvallers in 2001 zullen tot tijdelijke meevallers leiden in 2002. Daarnaast is de ramingsbijstelling voor 2002 afhankelijk van mutaties in het economisch beeld. Een nieuw integraal beeld van de belastingontvangsten 2002 wordt opgesteld mede op basis van het economisch beeld in Centraal Economisch Plan 2002.

2.2 Premie-inkomsten

Naar verwachting zullen de premieontvangsten 1,25 miljard euro lager uitkomen dan verwacht bij de Vermoedelijke Uitkomsten. Dit is het resultaat van tegenvallende premies volksverzekeringen. Bij de premies werknemersverzekeringen doet zich ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten geen tegenvaller voor. De tegenvallende premieinkomsten zijn naar huidige inzichten structureel.

2.3 Doorwerking in de inkomstenmeevaller boven de ijklat

In de Miljoenennota 2002 is de inkomstenmeevaller ten opzichte van de ijklat weergegeven. Deze inkomstenmeevaller betreft de totale inkomstenmeevaller (belastingen, premies en aardgasbaten) ten opzichte van het Regeerakkoord. Hierbij worden de geraamde overheidsinkomsten getoetst aan de inkomstenijklatten. Omdat het bij de toetsing aan de ijklatten om structurele inkomstenmee- of tegenvallers gaat die voortvloeien uit een ander economisch beeld dan verondersteld in het Regeerakkoord wordt zowel gecorrigeerd voor beleidsmaatregelen als voor incidentele en tijdelijke inkomstenmee- en tegenvallers.

Van de totale inkomstenmeevaller 2001 bij belastinginkomsten, premies en aardgasbaten ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten werkt derhalve het structurele deel door in de ruimte boven de ijklat, voor zover het niet samenhangt met autonome beleidsmaatregelen. Structureel is er sprake van een tegenvaller van 2,19 miljard euro. Autonome maatregelen zijn er na Vermoedelijke Uitkomsten niet geweest, zodat de inkomstenmeevaller ten opzichte van de ijklat derhalve eveneens met 2,19 miljard is afgenomen en voor 2001 thans 0,7 miljard euro beloopt.

3. De ontwikkelingen vanaf de Ontwerpbegroting

In deze paragraaf passeren de bijstellingen vanaf ontwerpbegroting de revue. In de box wordt een beeld geschetst van de informatie die op de verschillende begrotingsmomenten beschikbaar is en derhalve de basis vormt voor de ramingen. Er zal worden aangegeven welk deel van de betreffende bijstellingen in de belastingramingen kan worden toegeschreven aan doorwerking van ontwikkelingen uit 2000, bijstellingen in autonome maatregelen en endogene factoren.

Tabel 4 ontwikkeling van de overheidsinkomsten (in miljarden euro's)

 OB 2001VR 2001Verschil
 (1)(2)(2–1)
Belastingen103,16100,76*– 2,40
Premies59,9159.10*– 0.81
Gasbaten1,832,290,46
Totaal164.90162,14– 2.75

* Zie voetnoot tabel 2.

Informatie bij opeenvolgende begrotingsmomenten

Aan de ramingen liggen afhankelijk van het begrotingsmoment verschillende economische prognoses van het Centraal Plan Bureau (CPB) ten grondslag. Een overzicht staat in onderstaande tabel.

Tabel Overzicht begrotingsmoment en bijbehorende prognoses CPB

TijdstipBegrotingsmomentEconomisch beeld
September 2000Ontwerpbegroting in MN 2001MEV 2001
April 2001Voorjaarsnota 2001CEP 2001
September 2001Vermoedelijke Uitkomsten in MNMEV 2002
November 20012002CPB notitie Nieuwe raming 2001–2002
Februari 2002Najaarsnota 2001Voorlopige rekening 2001CPB report 2001/4

Op basis van de besluitvorming over de begroting en de prognoses van het CPB over het macro-economisch beeld in de MEV 2001 wordt in september 2000 de ontwerpbegroting 2001 aan de Tweede Kamer verzonden. Lopende het jaar 2001 wordt de begroting aangepast bij Voorjaarsnota en daarna bij Vermoedelijke Uitkomsten. Het economisch beeld in het CEP en de doorwerking van de realisaties van het voorafgaand jaar (zoals vermeld in de Voorlopige Rekening 2000) vormen de basis voor de ramingsbijstelling bij Voorjaarsnota. Bij Vermoedelijke Uitkomsten vormen de kasrealisatiecijfers over het eerste halfjaar een aanvullende belangrijke bron van informatie, naast het economisch beeld in de MEV 2002. Daarnaast verschaffen gegevens over de aanslagoplegging additionele informatie over het kaspatroon van de belastingontvangsten in de tweede helft van het jaar. In de Najaarsnota wordt de verwachte afwijking aangegeven ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten. Dit jaar was vanwege de gebeurtenissen op 11 september een bijgesteld economische beeld van het CPB beschikbaar. De bijstellingen voor 2001 vinden echter voornamelijk plaats op grond van kasrealisaties tot en met oktober. Het jaar is dan immers al voor een groot deel voorbij. Er kan dan echter nog geen indicatie worden gegeven of de aard van de bijstelling structureel, incidenteel dan wel tijdelijk is. Bij de Voorlopige Rekening zijn de kasrealisaties bekend. Dan kan worden ingegaan op de afwijkingen van de realisaties ten opzichte van ramingen. In het CPB-report van het 4e kwartaal 2001 is het meest recent beschikbare economisch beeld opgenomen. De kasrealisaties veranderen vanaf de Voorlopige Rekening uiteraard niet meer. De inzichten in het economisch beeld 2001 kunnen naderhand nog wel wijzigen en daarmee ook een nadere verklaring voor de realisaties van de inkomsten.

3.1 Belastinginkomsten

Tabel 5 Mutaties sinds Ontwerpbegroting (in miljarden)

 BasisjaarAutonoomEndogeentotaal
Stand Ontwerpbegroting   103,16
Mutatie Voorjaarsnota– 0,14– 1,890,43– 1,60
Stand Voorjaarsnota   101,56
Mutatie Vermoedelijke Uitkomsten0,000,010,250,26
Stand Vermoedelijke Uitkomsten   101,81
Mutatie Najaarnota0,000,000,250,25
Stand Najaarsrekening   102,06
Mutatie Voorlopige Rekening0,000,00– 1,31– 1,31
Stand Voorlopige Rekening   100,75
Totaal mutaties– 0,14– 1,89– 0,39– 2,41
wv na Vermoedelijke Uitkomsten0,000,00– 1,07– 1,07

Zie voetnoot tabel 2.

Doorwerking bijstellingen uit 2000

De ramingsbijstelling 2001 is in de eerste plaats het gevolg van een afwijkende belastingrealisatie over 2000. De realisatie over 2000 was 0,45 miljard hoger dan de raming ten tijde van de Ontwerpbegroting 2001, waarvan – 0,14 miljard structureel en 0,59 miljard incidenteel. Daardoor is de basis voor 2001 0,14 miljard lager. De structurele bijstelling 2000 werkt volledig door in de raming voor 2001. Deze afwijkingen zijn nader toegelicht in de Voorlopige Rekening 2000.

Autonome bijstellingen 2001

Onder autonome maatregelen worden alle ontwikkelingen verstaan die direct kunnen worden afgeleid uit het kabinetsbeleid. Autonome ramingsbijstellingen zijn het gevolg van wijzigingen in het (fiscaal) beleid, nabetalingen of in het uitvoeringsproces van de Belastingdienst. In de regel zijn autonome bijstellingen lopende het begrotingsjaar relatief beperkt omdat het beleid grotendeels bij Ontwerpbegroting vaststaat. De autonome bijstellingen bij Voorjaarsnota betreffen in totaal – 1,89 miljard waarvan 0,18 miljard additionele lastenverlichting waartoe is besloten naar aanleiding van de algemene politieke beschouwingen, 0,23 miljard euro lagere BTW-opbrengst op infrastructuur voor het Openbaar Vervoer, en een éénmalige kasschuif van 1,63 miljard euro tussen belasting en premies (toegelicht in Voorjaarsnota 2001, tabel 9).

Endogene bijstellingen 2001

De meeste aanpassingen in de raming gedurende het begrotingsjaar betreffen endogene ramingsbijstellingen. Deze zijn het gevolg van nieuwe inzichten over de economische groei in het lopende jaar en de relatie tussen de economische groei en de belastingontvangst.

Een hogere (nominale) economische groei zal gewoonlijk leiden tot hogere belastingontvangsten, vanwege hogere binnenlandse bestedingen, groeiende werkgelegenheid, hogere winsten en/of loon- en prijsmutaties. Omgekeerd zal een lagere economische groei als regel leiden tot lagere belastingontvangsten.

Een wijziging in de verhouding tussen de belastingopbrengst en de economische groei kan tot uitdrukking worden gebracht in een veranderende progressiefactor. De progressiefactor is de verhouding van de procentuele toename van de belastinginkomsten ten opzichte van de (nominale) groei van het bruto binnenlands product (bbp). De progressiefactor kan sterk fluctueren. Gedurende de periode 1994–2001 schommelde de waarde tussen de 0,3 en 1,9. Dit betekent dat een (extra) bbp-groei van 1% gepaard gaat met 0,3% respectievelijk 1,9% extra belastinginkomsten.

Oorzaken van wijzigingen in de progressiefactor zijn bijvoorbeeld andere kaspatronen, afwijkende verwachtingen aangaande het proces van belastinginning of nieuwe inzichten in de samenstelling van de economische groei. De verschillende onderdelen van het bruto binnenlands produkt hebben een verschillende belastingdruk. Een wijziging in de samenstelling (bijvoorbeeld aan de inkomstenkant tussen loon- en winstinkomen of aan de bestedingenkant tussen consumptie en investeringen) leidt tot een andere belastingopbrengst en komt op macroniveau tot uitdrukking in een wijziging van de progressiefactor. Een ander voorbeeld is dat binnen de consumptie een verschuiving kan optreden tussen goederen en diensten met een verschillend accijns- of BTW-tarief. Ook zijn niet alle belastingen afhankelijk van de economische groei. Bijvoorbeeld leidt een grotere activiteit op de huizenmarkt tot hogere overdrachtsbelasting en een waardestijging van vermogenstitels tot hogere opbrengsten bij successierechten, ook indien er geen sprake is van een hogere economische groei.

De opwaartse endogene ramingsbijstelling bij Voorjaarsnota ten opzichte van Ontwerpbegroting bedroeg 0,43 miljard euro. Bij Vermoedelijke Uitkomsten was de opwaartse bijstelling ten opzichte van Voorjaarsnota 0,26 miljard. De endogene groei blijkt bij Voorlopige Rekening echter 1,07 miljard lager te zijn uitgekomen ten opzichte van de Vermoedelijk Uitkomsten, zodat per saldo vanaf de Ontwerpbegroting een daling is opgetreden van 0,39 miljard euro (tabel 5).

In tabel 6 zijn voor de verschillende begrotingsmomenten enkele macro-economische kengetallen over de economische groei opgenomen en de resulterende macro-progressiefactor van de belastingopbrengst.

Tabel 6 Economisch beeld en progressiefactor 2001 bij verschillende begrotingsmomenten (mutaties per jaar in %)

BegrotingsmomentNominale Groei BBP (waarde %)Reële groei BBP (vol %)Particuliere consumptie (vol %)Inflatie (CPI)Bruto Loon Markt.WerkgelegenheidAIQProgressie factor (niveau)
Ontwerpbegroting4830,86
Voorjaarsnota4830,79
Vermoedelijke Uitkomsten284½0,91
Voorlopige Rekening1285½0,86

In tabel 7 wordt de endogene bijstelling van de belastingopbrengst opgedeeld naar een deel dat zou resulteren bij een ongewijzigde macro-progressiefactor (geen wijziging in de samenstelling van de economische groei, geen wijzigingen in het kaspatroon etc) en het deel dat wordt veroorzaakt door overige factoren, zoals wijziging in de samenstelling van de groei, wijziging in het kaspatroon (tot uitdrukking komend in een andere macro-progressiefactor)

Tabel 7 Endogene ramingsbijstellingen vanaf Ontwerpbegroting; uitgesplitst naar oorzaak (in miljarden euro's)

BegrotingsmomentAfwijkende economische groeiAfwijkende progressiefactorTotale endogene bijstelling
Voorjaarsnota1,0– 0,60,4
Vermoedelijke Uitkomsten– 0,50,80,3
Voorlopige Rekening– 0,8– 0.3– 1,1
Totaal Voorlopige rekening t.o.v Ontwerpbegroting– 0,30,00,3

Uit tabel 6 blijkt dat bij Voorjaarsnota de economische prognoses in reële groeitermen licht neerwaarts was bijgesteld, maar dat de prijscomponent opwaarts was bijgesteld ten opzichte van de Ontwerpbegroting. De reële groei van het BBP werd bij Ontwerpbegroting nog geraamd op 4%. De raming bij Voorjaarsnota werd ¾ procentpunt lager geraamd op 3¼%. De totale nominale groei werd echter ½% procentpunt hoger geraamd. De reëel neerwaartse groei werd aan de bestedingenkant niet veroorzaakt door een lagere consumptie en de inflatieraming werd opwaarts bijgesteld. Aan de inkomstenkant is in nominale termen de daling van de werkgelegenheid gecompenseerd door hogere lonen. Voor de raming van de ontvangsten (tabel 7) resulteerde dit in een toename van de endogene opbrengst van 0,4 miljard. Op basis van de nominale groei van het BBP zou 1 miljard mogen zijn verwacht, maar door samenstellingeffecten werd dit beperkt met 0,6 miljard, waaraan vooral de neerwaartse bijstelling van de belasting op personenauto's en motorrijwielen en de regulerende energieheffing debet waren (toegelicht in Voorjaarsnota 2001).

Bij Vermoedelijke Uitkomsten werd het reële economisch beeld opnieuw neerwaarts bijgesteld. De raming voor de belastingontvangsten werd echter naar boven bijgesteld. Dit betrof vooral de dividendbelasting (0,95 miljard), de overdrachtsbelasting (0,2 miljard) en de VPB op gas (0,2 miljard). Dit verklaart meer dan volledig de stijging van de opbrengst uit hoofde van de progressiefactor. De raming van de belastingopbrengst van de overige belastingen verliep wel in lijn met het bijgestelde economisch beeld.

Bij de Voorlopige Rekening bedraagt de meest recente CPB-prognose voor de economische groei over 2001 nog slechts 1% (CPB-report 2001/4). Opgemerkt moet worden dat de economische groeiramingen bij de Voorlopige Rekening anders worden gehanteerd dan bij eerdere begrotingsmomenten. Bij de Voorlopige Rekening wordt immers geen raming voor de belastingopbrengst opgesteld, maar wordt een (afwijkende) kasrealisatie verklaard. Het economisch beeld over het afgelopen jaar is nog niet volledig duidelijk en kan op een later tijdstip nog wijzigingen ondergaan.

De lagere economische groei betreft alle bestedingscategorieën. Aan de inkomstenkant heeft de terugval vooral tot lagere winsten geleid. De werkgelegenheid en de lonen zijn nauwelijks neerwaarts bijgesteld. Endogeen daalde de opbrengst tussen Vermoedelijke Uitkomst en Voorlopige Rekening relatief sterk met 1,07 miljard. Tijdelijke factoren bij met name de omzetbelasting (0,2 miljard), loonbelasting (0,15 miljard) en de successierechten (0,3 miljard) spelen hierbij een rol.

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de belastingraming voor 2001 sinds de Ontwerpbegroting 2,41 miljard neerwaarts is bijgesteld. De doorwerking van de realisatie 2000 verklaart 0,14 miljard. Wijzigingen in de autonomen leidden tot een 1,89 miljard neerwaartse bijstelling en voor 0,39 miljard kan de bijstelling worden toegeschreven aan endogene bijstellingen. Van de endogene bijstelling van 0,39 miljard is 0,15 miljard incidenteel of tijdelijk. De resterende 0,24 miljard endogene daling is het saldo van 2,01 miljard hogere ontvangsten die nauwelijks of geen directe relatie hebben met de economische ontwikkeling in 2001 (belastingen van rechtsverkeer 0,51 miljard en het structurele deel van de dividendbelasting 1,50 miljard) en een daling van 2,25 miljard van de overige belastingen. Dit betreffen met name de omzetbelasting en accijnzen in samenhang met de sterker neerwaartse bijstelling van de consumptie ten opzichte van het BBP. De realisatie van de vennootschapsbelasting is hoger dan bij ontwerpbegroting geraamd, maar deze ontvangsten hebben vooral betrekking op het belastingjaar 2000.

Tabel 8 Mutatie raming belastingontvangsten 2001; Voorlopige rekening tov Ontwerpbegroting

 basis 2000autonoomendogeenTotaal
Kostprijsverhogende belastingen– 0,83– 0,32– 1,87– 3,02
Omzetbelasting– 0,11– 0,14– 1,27– 1,52
Belasting op personenauto's en motorrijwielen– 0,040,00– 0,17– 0,21
Accijnzen– 0,35– 0,03– 0,36– 0,75
Belastingen van rechtsverkeer– 0,210,000,540,33
Motorrijtuigenbelasting– 0,12– 0,170,11– 0,18
Overig0,000,01– 0,71– 0,70
     
Belastingen op inkomen, winst en vermogen0,69– 1,571,470,60
Inkomstenbelasting0,21– 2,22– 0,23– 2,25
Loonbelasting– 0,070,67– 0,040,55
Vennootschapsbelasting0,37– 0,010,370,73
Dividendbelasting0,060,001,691,75
Successierechten0,080,00– 0,31– 0,23
Overig0,040,000,000,05
Totaal belastingen– 0,14– 1,89– 0,39– 2,41

3.2 Premieontvangsten

De premieontvangsten

De premieontvangsten voor 2001 worden in de Voorlopige Rekening 0,81 miljard euro lager geschat dan bij de Ontwerpbegroting. Deze lagere inkomsten zijn voor 0,44 miljard euro het gevolg van endogene bijstellingen.

In tabel 9 zijn deze endogene bijstellingen per ramingsmoment (Vermoedelijke Uitkomsten en Voorlopige rekening) uitgesplitst in de doorwerking van de meevaller uit 2000 (1,01 miljard euro), gewijzigde inzichten in het economisch beeld voor 2001 (– 0,22 miljard euro) en een gewijzigde progressiefactor (– 1,24 miljard euro).

De tegenvallende premieinkomsten worden onder andere veroorzaakt door een lagere economische groei dan ten tijde van de Ontwerpbegroting werd verwacht. Daarnaast is sprake van een sterk afwijkende progressiefactor.

Tabel 9 Endogene ramingsbijstelling premies 2001 tov Ontwerpbegroting uitgesplitst naar oorzaak (in miljarden euro's)

 Doorwerking meevaller 2000Afwijkende economische groeiAfwijkende progressiefactorTotale bijstelling
 (1)(2)(2–1) 
Vermoedelijke uitkomsten1,01– 0,10– 0,100,82
Voorlopige Rekening 20010– 0,12– 1,14– 1,26
Totaal1,01– 0,22– 1,24– 0,44

Bij de volksverzekeringen doet zich ten opzichte van de Ontwerpbegroting een tegenvaller voor van 0,79 miljard euro. De inkomsten van de AOW en ANW nemen met 0,44 miljard euro af en de inkomsten van de AWBZ met 0,35 miljard euro. Bij de werknemersverzekeringen is nauwelijks sprake van een tegenvaller. Wel is bij de werknemersverzekeringen sprake van een samenstellingseffect. De inkomsten van de WAO/WAZ en WGF nemen af, terwijl de inkomsten van de AWF en ZFW toenemen.

Na de Ontwerpbegroting 2001 is bij de Algemene Politieke Beschouwingen besloten tot een aanvullend lastenverlichtingspakket voor 2001. Dit pakket leidt tot een daling in de premieontvangsten met 0,14 miljard euro. Daarnaast is na de Ontwerpbegroting gebleken dat de individuele ziekenfondsen de nominale ZFW-premie lager hebben vastgesteld dan werd voorzien waardoor de premie-inkomsten 0,23 miljard euro lager uitvallen. Samen leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de premieontvangsten met 0,37 miljard euro.

Ook het gewijzigde economische beeld en een afwijkende progressiefactor leiden tot een neerwaartse aanpassing van de premieontvangsten. Rekening houdend met een positieve doorwerking van de meevallende premieontvangsten in 2000 resulteert een tegenvaller in de premieonvangsten van 0,81 miljard euro.

Tabel 10 Mutatie van de raming van de premieontvangsten VR 2001 t.o.v. Ontwerpbegroting 2001 (in miljarden euro's)

 TotaalBeleidEndogene bijstellingen
   Doorwerking 2000Endogeen 2001
Volksverzekeringen– 0,79– 0,140,47– 1,12
AOW– 0,41– 0,080,29– 0,61
ANW– 0,03– 0,010,02– 0,05
AWBZ– 0,35– 0,050,16– 0,46
     
Werknemersverzekeringen– 0,02– 0,230,54– 0,33
WAO/WAZ– 0,110,000,21– 0,32
AWF0,220,000,030,20
WGF– 0,180,000,03– 0,20
ZFW (incl. ZFI)0,04– 0,230,28– 0,00
Totaal– 0,81– 0,371,01– 1,45

Aardgasbaten

De voor de ijklat relevante aardgasbaten (niet-belastingontvangsten exclusief FES) vallen in 2001 ½ miljard euro hoger uit dan geraamd in de Ontwerpbegroting. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere olieprijs en dollarkoers.

4. Toelichting afzonderlijke belastingontvangsten

4.1 De dividendbelasting

Dividendbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
2,563,574,311,020,741,75

OB= Ontwerpbegroting; VU=Vermoedelijke Uitkomsten; VR=Voorlopige Rekening

De kasopbrengst van de Dividendbelasting is ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten 0,74 miljard euro hoger uitgekomen en ten opzichte van Ontwerpbegroting 1,75 miljard euro. De stijging van de dividendbelasting deed zich sinds het begin 2001 voor. Deze groei wordt verklaard door twee ontwikkelingen: (1) de winstontwikkeling in 2000 en 2001 en (2) de gevolgen van de belastingherziening door wijziging in de fiscale behandeling van vermogensinkomsten. Bij de belastingherziening treden twee belangrijke effecten op (1) directeur groot aandeelhouders (DGA's) die via dividenduitkering hun vermogensverhouding met hun bedrijf aanpassen en (2) een switch van stock naar contant dividenduitkeringen. Deze punten worden gekwantificeerd in onderstaande tabel en worden in het navolgende toegelicht.

Samenstelling en ontwikkeling van de ontvangen dividendbelasting van 2000 op 2001 (in miljarden euro's)

 20002001MutatieWv structureelWv inciden-teel
Opbrengst dividendbelasting (=1+2)2,594,311,72  
(1) Uit beursgenoteerde ondernemingen2,032,750,72  
– Wv agv mutatie dividenduitkering beursondernemingen  0,420,42 
– Wv agv switch van stock naar contant  0,300,30  
(2) Uit dga's0,561,561,000,500,50

Winstontwikkeling Beursgenoteerde ondernemingen

De winstontwikkeling van beursgenoteerde ondernemingen is in 2000 met 76% spectaculair gestegen, zoals blijkt uit figuur 1. De totale dividenduitkering van beursgenoteerde ondernemingen is in 2001 met 2,5 miljard euro gestegen ten opzichte van 2000. Dit is een stijging van 17%. Afgezet tegen groeipercentages van 19,0 16,3 en 15,2 in de jaren 2000, 1997 en 1996 is dit geen uitzonderlijke stijging te noemen. De dividenduitkering betrekking hebbend op het jaar 2000 wordt voor een belangrijk deel in 2001 betaalbaar gesteld.kst-28237-1-1.gif

Uit figuur 1 blijkt ook de relatie tussen winstontwikkeling en dividenduitkeringen.1 De toename van de dividenduitkering door beursgenoteerde ondernemingen in 2001 is bescheiden ten opzichte van de winstontwikkeling. Deze bescheidenheid is te verklaren uit de behoedzaamheid van het dividendbeleid. Bedrijven streven naar stabiel stijgende dividenduitkeringen. Bij fluctuerende winsten kan de dividenduitkering op peil blijven. Hieruit wordt de conclusie getrokken dat de geconstateerde hogere dividenduitkering van beursgenoteerde ondernemingen structureel van aard zal zijn.

Switch van keuze naar contant

Met de gewijzigde fiscale behandeling van vermogensinkomsten in IB2001 is voor de ontvanger contant dividend fiscaal even aantrekkelijk geworden als stockdividend. Ten opzichte van 2000 is in 2001 sprake van een toename van het contant dividend, een daling van het keuzedividend en gelijkblijvend stockdividend. Tevens is gebleken dat over 2000 bij keuzedividend bij veel aandeelhouders de feitelijke keuze op contant dividend is gevallen. Van de meevaller bij de dividendbelasting wordt 300 miljoen euro toegewezen aan de switch van keuze naar contant dividend. Dit deel van de meevaller wordt structureel verklaard.

Directeur groot aandeelhouders (DGA's)

Een gevolg van de belastingherziening 2001 is dat voor DGA's het in privé gehouden vermogen anders wordt behandeld. Hierdoor is het voor DGA's aantrekkelijker geworden om (overtollig) vermogen in privé aan te houden. Twee effecten spelen een rol: het aflossen van privé schulden en het beleggen van (overtollig) vermogen in privé in plaats van in de vennootschap.

Tot 2001 was voor DGA's de betaalde rente op schulden tegen het marginale IB-tarief aftrekbaar, terwijl de ontvangen rente in de BV belast werd tegen het veelal lagere VPB-tarief. In 2001 is de betaalde rente op privé schulden (uitgezonderd voor het eigen huis of ter financiering van de aankoop van aanmerkelijk belang aandelen) niet meer aftrekbaar terwijl de ontvangen rente in de BV wel belast blijft. Het gedragseffect om de schuld via dividenduitkering af te lossen is incidenteel van aard.

Een vergelijkbaar effect speelt bij het beleggen van overtollig vermogen in privé in plaats van in de vennootschap. Tot 2001 is het ontvangen rendement op privé vermogen belast tegen het marginale IB-tarief, terwijl het ontvangen rendement in de BV belast is tegen het 35% VPB-tarief. In 2001 wordt over het privé vermogen een fictief rendement van 4% belast tegen het 30% box 3 tarief.

Voor zover winsten, die niet nodig zijn voor de activiteiten in de vennootschap jaarlijks worden uitgekeerd zal er sprake zijn van een structureel effect op de opbrengst van de dividendbelasting. Voor zover het bestaande vermogen in de vennootschap via dividenduitkeringen wordt overgeheveld naar privé is er sprake van incidenteel hoge dividendbelasting. De verwachting hierbij is dat dit proces nog niet is afgerond en zich nog een aantal jaar, zij het in mindere mate, zal voordoen. Tezamen met de incidentele doorwerking van het aflossen van privéschulden wordt van de hogere ontvangsten van de dividendbelasting van DGA's vooralsnog voor 0,5 miljard structureel en voor 0,5 miljard incidenteel verondersteld.

4.2 De omzetbelasting

Omzetbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
33,4432,5431,93– 0,90– 0,62– 1,52

De Omzetbelasting is ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten tegengevallen met 0,62 miljard euro; ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting bedraagt de tegenvaller 1,52 miljard euro. Hierbij wordt verwacht dat 0,2 miljard euro tijdelijk van aard is en in januari 2002 alsnog zal binnenkomen. De endogene groei van de BTW-opbrengst op transactiebasis bedraagt naar verwachting 4,4% in 2001, tegenover 9,9% in 2000 en 7,3% in 1999. De lagere groei hangt vooral samen met de lagere groei van de particuliere consumptie. Binnen deze bestedingscategorie geldt dit in sterkere mate voor de consumptie van duurzame consumptiegoederen, die met het hoge BTW-tarief is belast.

4.3 De vennootschapsbelasting

Vennootschapsbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
16,8417,9317,571,09– 0,360,73

De kasrealisatie bij de vennootschapsbelasting is 0,36 miljard euro tegengevallen ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten, terwijl er sprake is van een meevaller van 0,73 miljard euro ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting. De tegenvaller ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten heeft voornamelijk betrekking op belastingjaar 2001 (– 0,97 miljard euro VPB-niet gas), terwijl met betrekking tot belastingjaar 2000 sprake is van een meevaller van 0,82 miljard euro. De mee- en tegenvallers worden uitsluitend bepaald door endogene factoren. Voor de geraamde winstontwikkeling van bedrijven blijkt op basis van kasrealisaties voor 2000 een meevallend beeld, terwijl op grond van aanslagenpatroon, kasrealisaties en macro economische inzichten voor 2001 wordt uitgegaan van dalende winsten. Dit wordt mede bevestigd door het beeld dat het bedrag aan verminderingsbeschikkingen op voorlopige aanslagen met name in de laatste maand sterk is opgelopen ten opzichte van het jaar daarvoor. Voorts wordt uitgegaan van een stabiel patroon waarop de VPB-opbrengst op transactiebasis in de loop van kalenderjaren tot kasbetalingen leidt. Bij een stabiel kastranspatroon werken de huidige kastegenvallers structureel door.

4.4 De belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM)

Belasting op personenauto's en motorrijwielen, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
3,142,832,94– 0,310,10– 0,21

De kasrealisatie van de Belasting op Personenauto's en Motorrijwielen valt 0,1 miljard euro mee ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten; in vergelijking met de raming bij Ontwerpbegroting is sprake van een tegenvaller van 0,21 miljard euro. De neerwaartse bijstelling bij de Vermoedelijke Uitkomst hing samen met de neerwaartse bijstelling van de geraamde autoverkopen tot 530 duizend stuks. De realisatie van de autoverkopen komt hiermee overeen. De verklaring van de meevaller van 0,1 miljard euro ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten hangt samen met een gemiddeld iets hogere verkoopprijs dan was geraamd.

4.5 Accijnzen

Accijnzen, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
8,497,807,75– 0,69– 0,06– 0,75

De kasopbrengsten van de accijnzen zijn 0,06 miljard euro tegengevallen ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten en 0,75 miljard euro ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting. Bij Vermoedelijke Uitkomsten ten opzichte van de Ontwerpbegroting zijn de lagere realisaties van 2000 van belang (– 0,35 miljard euro) en was de raming van de accijns van lichte olie met 0,3 miljard euro neerwaarts bijgesteld vanwege tegenvallende kasopbrengsten. De overige afwijkingen tussen raming en realisaties zijn beperkt van omvang.

4.6 Belastingen van rechtsverkeer

Belastingen van rechtsverkeer, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
4,164,224,480,060,260,33

De kasontvangsten van de Belastingen van Rechtsverkeer zijn 0,26 miljard euro meegevallen ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten; ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting is dit 0,33 miljard euro. De mutaties doen zich grotendeels voor bij de overdrachtsbelasting. Ten opzichte van de Ontwerpbegroting is bij de overdrachtsbelasting sprake van een meevaller van 0,38 miljard euro; ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomsten is deze meevaller 0,26 miljard euro. Bij Ontwerpbegroting werd uitgegaan van een prijsstijging die gelijk was aan de geraamde inflatie (3½%) en een gelijkblijvend volume. Bij Vermoedelijke Uitkomsten bleek de prijsstijging van de huizen sterker dan geraamd. De raming werd daarvoor aangepast. De prijsstijging is uiteindelijk uitgekomen op 9½%, terwijl het aantal transacties is toegenomen met 1,2%. De meevaller is structureel.

4.7 Motorrijtuigenbelasting

Motorrijtuigenbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
2,272,042,09– 0,230,05– 0,18

De kasopbrengst van de Motorrijtuigenbelasting laat een tegenvaller ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting zien van 0,18 miljard euro. Na de ramingsbijstellingen is ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten sprake van een meevaller van 0,05 miljard euro. De neerwaartse ramingsbijstelling had voor 0,14 miljard euro betrekking op een tariefsverlaging van de MRB, waartoe bij de politieke beschouwingen bij Miljoenennota 2001 (ontwerpbegroting) is besloten.

4.8 Belasting op milieugrondslag

Belasting op milieugrondslag, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
3,793,533,42– 0,26– 0,11– 0,38

De kasopbrengst van de Belasting op een Milieugrondslag valt met 0,11 miljard euro tegen ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten; ten opzichte van Ontwerpbegroting bedraagt de tegenvaller 0,38 miljard euro. Van de tegenvaller ten opzichte van Ontwerpbegroting is 0,3 miljard euro toe te rekenen aan de Regulerende Energiebelasting. In de Voorjaarsnota was op basis van de gemiddelde endogene groei in voorgaande jaren de raming 0,3 miljard euro neerwaarts bijgesteld. De tegenvaller ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten is nu slechts 0,01 euro. Bij de brandstoffenheffingen was sprake van een tegenvaller van 0,1 miljard euro, zowel ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting als bij Vermoedelijke Uitkomsten. Dit is toe te schrijven aan een autonome wijziging. Bij de milieubelasting op elektriciteitsopwekking was in 2001 sprake van een omvorming van een input- naar een outputbelasting, hetgeen inhoudt dat elektriciteitscentrales werden vrijgesteld van brandstoffenbelasting. Hierdoor was sprake van een verschuiving tussen de brandstoffenheffing en de Regulerende Energiebelasting. De raming van de brandstofheffing is hiervoor echter niet aangepast. Derhalve wordt geconcludeerd dat de tegenvaller als structureel kan worden beschouwd, in die zin dat de raming met 0,1 miljard euro neerwaarts wordt aangepast.

4.9 Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
– 0,50– 2,77– 2,56– 2,280,21– 2,07

Mutatie VR-OB is inclusief nabetaling van 0,18 miljard euro.

De gerealiseerde kasopbrengst van de Inkomstenbelasting is 2,07 miljard euro lager dan de raming bij Ontwerpbegroting. Ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten is de realisatie 0,21 miljard euro hoger. De neerwaartse bijstelling had voor 1,70 miljard euro te maken met de eenmalige kasschuif tussen (loon- en inkomsten) belasting en premies en voor 0,45 miljard euro door een verschuiving tussen loon- en inkomstenbelasting door een nadere toedeling van de belastingherziening over beide belastingsoorten. Beide bijstellingen zijn toegelicht in de Voorjaarsnota 2001, tabel 9 en pagina 10.

De meevaller van 0,21 miljard euro ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten komt voort uit de nabetaling van 0,18 miljard euro van de Sociale Fondsen aan het Rijk over transactiejaar 1997 welke bij het opstellen van de raming nog niet bekend was. Deze meevaller is incidenteel van aard.

4.10 Loonbelasting

Loonbelasting, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
25,0026,1125,901,10– 0,210,89

Stand VR en mutatie VR-VU en VR-OB zijn inclusief hoger dan geraamde nabetaling van 0,34 miljard euro.

De kasopbrengst van de loonbelasting laat een overschrijding ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting zien van 0,89 miljard euro. Na de ramingsbijstellingen is ten opzichte van Vermoedelijke Uitkomsten sprake van een onderschrijding van 0,21 miljard euro.

De opwaartse ramingsbijstelling na Ontwerpbegroting komt voor 0,63 miljard euro voort uit een drietal autonome factoren welke zijn toegelicht in de Voorjaarsnota 2001. Ten eerste voor 0,11 miljard euro de additionele maatregelen waartoe tijdens de algemene politieke beschouwingen is besloten. Ten tweede de verschuiving tussen loon en inkomstenbelasting door een nadere toedeling van de belastingherziening over beide belastingsoorten voor 0,45 miljard euro en ten derde voor 0,07 miljard euro door de eenmalige kasschuif tussen (loon- en inkomsten) belasting en premies. Naast de autonome bijstelling is de raming op grond van endogene factoren en de doorwerking 2000 opwaarts bijgesteld. Hoewel het economisch beeld ten tijde van Vermoedelijke Uitkomst zich beduidend minder gunstig ontwikkelde en het meest recente juli realisatiecijfer (naar verwachting) incidenteel laag uitviel, gaven de voor de loonheffing relevante ramingen (werkgelegenheid, loonmutaties ) geen aanwijzingen om de loonheffing neerwaarts bij te stellen. Tegenover de licht neerwaarts bijgestelde groei van de werkgelegenheid stond een hogere loonontwikkeling, hetgeen resulteerde in een opwaartse bijstelling van de raming.

Ten opzichte van de Vermoedelijke Uitkomst is er sprake van een onderschrijding van 0,21 miljard euro, hetgeen het saldo is van een hoger dan geraamde nabetaling van 0,34 miljard euro van de Sociale Fondsen aan het Rijk over transactiejaar 1999 en een onderschrijding van 0,54 miljard euro. Van deze onderschrijding is 0,15 miljard euro toe te wijzen aan een verschuiving van de kasontvangsten tussen de maanden december naar januari. Een deel van de december ontvangsten zijn uiteindelijk pas in januari 2002 ontvangen. Voor het overige deel kan gesteld worden dat achteraf bezien de opwaartse bijstelling ten tijde van de Vermoedelijke Uitkomst te optimistisch is geweest. Het veronderstelde incidenteel lage juli cijfer bleek achteraf een correctie te zijn van de hoge ontvangst in de voorgaande maand zoals blijkt uit de figuur. Hierin staan de maandelijkse kasontvangsten uitgedrukt als percentage van het geraamde (stand VU) respectievelijke gerealiseerde jaartotaal in afwijking van het gemiddelde patroon 1996–2000. Vooralsnog wordt verondersteld dat de tegenvaller structureel van aard is.kst-28237-1-2.gif

4.11 Successierechten

Successierechten, kasbasis (in miljarden euro's)

OBVUVRVU-OBVR-VUVR-OB
1,531,621,310,08– 0,31– 0,23

Ten opzichte van de raming bij Vermoedelijke Uitkomsten is sprake van een tegenvaller van 0,31 miljard euro; ten opzichte van de raming bij Ontwerpbegroting is de tegenvaller 0,23 miljard euro. Deze tegenvaller wordt vrijwel geheel aangemerkt als tijdelijk (0,3 miljard euro). Oorzaken van de achterblijvende ontvangsten zijn startperikelen na de reorganisatie van het dienstvak Registratie & Successie en daarmee samenhangend programmatuuraanpassingen van het GRS-systeem. De achterstand is ontstaan in de periode maart t/m november 2001. Vanaf december is het inlopen van de achterstand aangevangen. De huidige lagere ontvangsten in 2001 worden in 2002 alsnog verwacht. Derhalve wordt 0,3 miljard euro als tijdelijk aangemerkt. Dit zal in 2002 naar verwachting tot een hogere kasopbrengst leiden.

Tabel Belastingopbrengst op kasbasis voor 2001 (in miljarden)

 Ontwerp-begrotingVoorjaarsnotaVermoedelijke UitkomstenNajaarsnotaVoorlopige Reke-ningMutatie VR tov VU
Kostprijsverhogende belastingen57 46955 95455 05554 93754 445– 610
Invoerrechten1 8331 8391 7681 7241 520– 248
Omzetbelasting33 44433 16732 54232 43831 925– 617
Belasting op personenauto's en motorrijwielen3 1422 9712 8352 8592 935100
Accijnzen8 4958 0587 8017 8247 746– 56
– Accijns van lichte olie3 4103 2373 0833 1053 14764
– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie2 4002 1752 1162 1162 076– 40
– Tabaksaccijns1 7721 7381 7491 7491 677– 72
– Alcoholaccijns417427404404398– 6
– Bieraccijns3042952702702799
– Wijnaccijns191187180180169– 11
Belastingen van rechtsverkeer4 1573 9924 2194 3104 484265
– Overdrachtsbelasting3 0492 9913 1733 2273 428255
– Assurantiebelasting6515815815815887
– Kapitaalsbelasting4564204655014683
Motorrijtuigenbelasting2 2691 9832 0372 0222 08951
Belastingen op een milieugrondslag3 7943 6203 5293 4383 417– 113
– Afvalstoffenbelasting197239239239185– 54
– Grondwaterbelasting17217017017021949
– Regulerende energiebelasting2 6842 4842 3932 3482 380– 13
– Waterbelasting1111001001001022
– Brandstoffenheffingen628627627581531– 96
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten2312212212212265
Belasting op zware motorrijtuigen1021011011011043
       
Belastingen op inkomen, winst en vermogen45 65845 55746 71247 58846 77058
Inkomstenbelasting– 496– 2 625– 2 771– 2 639– 2 564206
Loonbelasting25 00525 98226 11026 12825 896– 214
Dividendbelasting2 5572 6203 5734 2084 308735
Kansspelbelasting1411471471471492
Vennootschapsbelasting16 84217 73617 92918 15617 573– 357
– Gassector1 6341 7241 8151 7701 770– 45
– Niet-gassector15 20816 01216 11416 38615 803– 311
Vermogensbelasting7579106106102– 5
Successierechten1 5341 6171 6171 4811 307– 310
       
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten3648484847– 1
Totaal belastingen103 163101 559101 815102 573101 262– 553

BIJLAGE 3

Eindejaarsmarge Voorlopige Rekening 2001 in miljoenen euro's

Een «–» betekent dat er een overschrijding is opgetreden en een «+» betekent opgetreden onderuitputting

BegrotingMaximale EindejaarsmargeBenutte eindejaarsmarge op basis van de VR 2001
Hoge colleges van Staat1,5401,540
AZ0,3150,315
Kabna9,0769,076
Buitenlandse Zaken0,00,0
Justitie43,67943,679
BZK37,63829,946
OCW191,253– 101,064
Financiën26,94626,946
Defensie136,13499,733
VROM33,61733,617
V&W21,08121,081
EZ14,96014,960
LNV17,62012,902
SZW (Rbg-eng)2,1422,142
SZW (SZA)128,950128,950
VWS (Rbg-eng)14,33214,332
VWS (Zorg)16,50016,500
Hgis1181,51275,795
Subtotaal877,925430,45
GF/PF – 6,7
Infrastructuurfonds 38,428
Totaal 462,178

1 Voor internationale samenwerking geldt éen apart eindejaarsmargerigiem, de zogenaamde brandbreedtesystematiek. Daarbij is de afspraak gemaakt dat een onderschrijding van maximaal € 136,2 en een overschrijding van maximaal € 45,4 kan worden verrekend. De eindejaarsmarge kan neerslaan in drie jaar.

BIJLAGE 4

Verticale toelichting bij de Voorlopige Rekening 2001

Bedragen in miljoenen euro's

I HUIS DER KONINGIN 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 6,7
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 0,0
 0,0
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 0,0
Stand Voorlopige rekening 2001 6,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 6,7

Bedragen in miljoenen euro's

II HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINET DER KONINGIN 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 178,4
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 8,4
 – 8,4
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 1,1
 – 1,1
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 0,0
 0,0
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 9,6
Stand Voorlopige rekening 2001168,8
Stand Voorlopige Rekening 2001 168,8
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 20014,9
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 1,0
 1,0
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 1,0
Stand Voorlopige rekening 2001 5,9
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 5,9

Bedragen in miljoenen euro's

III ALGEMENE ZAKEN 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 41,2
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen– 1,3
 – 1,3
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 0,2
 0,2
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 1,1
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 40,1
Totaal internationale samenwerking 0,9
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 41,0
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 7,3
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 0,0
 0,0
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 0,3
 0,3
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 0,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 7,6
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 7,6

Bedragen in miljoenen euro's

IV KONINKRIJKSRELATIES 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 111,6
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen– 1,9
 – 1,9
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001– 1,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 109,8
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 109,8
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 12,3
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 0,5
 – 0,5
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 0,5
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 11,8
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 11,8

Bedragen in miljoenen euro's

V BUITENLANDSE ZAKEN 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 704,8
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
bnp-afdrachten – 23,3
 – 23,3
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
tijdelijke financiering nio 20,1
 20,1
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 3,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 701,5
Totaal internationale samenwerking 4 012,9
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 5 714,4
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 45,2
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 0,0
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 45,2
Totaal internationale samenwerking 95,0
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 140,2

Buitenlandse Zaken

Op de EU-begroting is een aantal reserveposten opgenomen. Het gebruik hiervan is minder geweest dan verwacht. De bijdrage van Nederland is hierdoor ook proportioneel lager uitgevallen.

De Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden (NIO) verstrekt op verzoek en onder garantie van de Staat leningen aan ontwikkelingslanden. Per 31 december 2001 had de NIO een negatief saldo op de rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Op grond van een overeenkomst tussen de Staat en de NIO wordt dit negatieve saldo tijdelijk gefinancierd en als uitgave verantwoord op de begroting van Buitenlandse Zaken. Bij Voorjaarsnota 2002 doet zich voor het jaar 2002 een spiegelbeeldige mutatie voor.

Bedragen in miljoenen euro's

VI JUSTITIE 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 4 952,8
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
opvang reguliere asielzoekers – 41,4
personeel en materieel dienst rechtspraak11,1
diversen – 9,5
 – 39,8
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 2,3
 – 2,3
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 15,2
 15,2
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 26,8
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 4 926,0
Totaal internationale samenwerking 3,2
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 4 929,2
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 002,3
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
Arbeidsongeschiktheidsfonds 17,4
boeten en transacties 28,9
diversen 11,1
 57,4
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 12,6
 12,6
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 70,0
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 072,3
Totaal internationale samenwerking 
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 1 072,3

Justitie

De instroom van asielzoekers is lager uitgevallen dan verwacht. Tevens is het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers in staat gebleken meer asielzoekers op te vangen in goedkopere vormen van opvang. Tegenover deze meevaller is er een tegenvaller opgetreden door een achterblijvende uitstroom van asielzoekers. Per saldo is er sprake van een meevaller.

Bij «personeel en materieel voor de rechtspraak» is sprake van hogere uitgaven. Dit wordt grotendeels veroorzaakt omdat een correctie van de pensioenknip voor de rechterlijke macht aan het eind van het jaar een groter effect bleek te hebben dan de oorspronkelijk inschatting van het ABP. Daarnaast zijn er hogere huisvestingskosten door een andere wijze van kostenverdeling tussen het ministerie en de Rijksgebouwendienst.

Door meer terugontvangsten is sprake van een meevaller in het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Bij de «boeten en transacties» zijn hogere ontvangsten gerealiseerd. Met name de ontvangsten in de laatste maanden waren onverwacht hoog. De meevallende opbrengsten komen door de intensivering van de regioplannen en door internsievere verkeerscontrole uit hoofde van de plannen neergelegd in de Klimaatnota, gericht op terugdringing van de CO2-uitstoot.

Bedragen in miljoenen euro's

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 4 499,4
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
ict uitvoeringsorganisatie 11,5
diversen – 29,7
 – 18,2
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 6,2
 6,2
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 12,2
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 4 487,2
Totaal internationale samenwerking 0,2
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 4 487,4
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 260,7
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 0,6
 – 0,6
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 9,0
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen 1,0
 10,0
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 9,4
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 270,0
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 270,0

Binnenlandse Zaken

Er zijn hogere startkosten van de vorig jaar opgerichte ICT uitvoeringsorganisatie (ICTU)). Daarnaast zijn de uitgaven voor het Rijksintranet RYX) hoger uitgevallen.

Bedragen in miljoenen euro's

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 22 898,1
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
ov-studentenkaart 20,8
primair onderwijs 23,1
tegemoetkoming studiekosten 18,9
weer samen naar school14,1
diversen 3,3
 80,2
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 2,1
 – 2,1
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 2,6
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen – 8,2
 – 5,6
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 72,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 22 970,4
Totaal internationale samenwerking 52,8
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 23 023,2
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 195,1
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
esf – 17,1
diversen – 3,8
 – 20,9
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 1,7
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen – 8,2
 – 6,5
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 27,5
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 167,6
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)1 167,6

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Bij de OV-studentenkaart doet zich een tegenvaller voor. Deze wordt in de eerste plaats veroorzaakt doordat in 2001 minder OV-kaarten aan studenten zijn uitgegeven. Ook is het bedrag voor de OV-kaart dat aan studenten als lening in rekening wordt gebracht iets lager uitgekomen dan was geraamd. Aangezien deze leningen aan studenten voor de OV-studentenkaart op de begroting worden verrekend met de betalingen aan de OV-bedrijven, leidt een lager geleend bedrag per saldo tot hogere uitgaven op de OCW-begroting. Daarnaast zijn er hogere uitgaven door de eindafrekening van het contract over het jaar 2000.

Bij de afrekening van de declaraties over 2001 is een overschrijding geconstateerd in de personele kosten in het Primair Onderwijs Onderzocht wordt nog wat de oorzaak van deze overschrijding is. Door een rekenfout in de programmatuur bij de Centrale Financiën Instellingen is in het kader van «Weer samen naar school» ten onrechte € 14,1 mln. overgemaakt aan enkele schoolbegeleidingsdiensten. In 2002 worden deze middelen verrekend. Door vertraagde uitgifte van beschikkingen en voorschotten door SZW in 2001 zijn de geraamde ontvangsten ESF in 2001 een stuk lager uitgevallen.

Bedragen in miljoenen euro's

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS) 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 12 424,7
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
wijziging kapitaalmarktberoep en rente 33,8
diversen 5,9
 39,7
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 39,7
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 12 464,5
  
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 12 464,5
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS)371,9
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
ontvangen rente op leningen 50,8
overige rentebaten 20,7
diversen 1,4
 72,9
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 72,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 444,8
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)444,8

Nationale Schuld

De renteuitgaven op de begroting van de Nationale Schuld vallen hoger uit door een hoger dan geraamd kapitaalmarktberoep van de staat. De renteontvangsten zijn hoger door uitzettingen op de geldmarkt en een hoger volume aan leningen die zijn verstrekt aan baten-lastendiensten en derden.

Bedragen in miljoenen euro's

IXB FINANCIËN 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 3 334,9
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
personeel en materieel belastingdienst 28,6
diversen – 31,6
 – 3,0
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 0,0
 0,0
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 6,8
Niet tot een ijklijn behorend 
heffings- en invorderingsrente 110,4
diversen– 4,6
 99,0
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 200195,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 3 430,9
Totaal internationale samenwerking 197,4
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 3 628,3
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS)3 838,4
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
exportkredietverzekering 25,5
inningskosten douane– 12,3
verkoopopbrengsten domeinen – 18,1
diversen 8,2
 3,3
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
verkoopopbrengsten domeinen– 11,4
diversen – 0,9
 – 12,3
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend 
administratieve boeten 25,9
diversen – 14,9
 11,0
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 1,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 3 840,2
Totaal internationale samenwerking 47,9
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 3 888,1

Financiën

Door de extra stijging van de prijs van bouw- en huurprojecten en omdat de belastingdienst meer uitzendkrachten heeft ingehuurd dan geraamd zijn de personele en de materiële uitgaven van de belastingdienst hoger dan geraamd.

De teruggang van de economie heeft weinig effect gehad op het betalingsgedrag van debiteuren waardoor de tegenvallers bij de exportkredietverzekering lager zijn dan bij Najaarsnota werd verwacht.

Door afnemende economsche groei neemt de inningskostenvergoeding die de douane inhoudt op de invoerrechten aan Brussel af.

De ontvangsten uit verkopen van domeinen zijn lager dan geraamd omdat een aantal verkopen van niet-agrarische gronden dit jaar niet heeft plaatsgevonden. Voorts heeft zich in het laatste kwartaal van 2001 een tegenvaller voorgedaan die samenhangt met enkele middelenafspraken. De middelenafspraken zijn beleidsmatig gelabeld.

Bedragen in miljoenen euro's

X DEFENSIE 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 6 995,8
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
heffing luchtmobiele brigade – 11,8
loonbijstelling – 18,8
personeel en (groot) materieel 15,4
diversen – 12,8
 – 28,0
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 0,2
 – 0,2
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 28,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 6 967,5
Totaal internationale samenwerking217,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 7 185,1
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 213,2
  
2. Beleidsmatige mutaties 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 3,5
 3,5
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 3,6
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 216,8
Totaal internationale samenwerking 55,0
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 271,7

Defensie

De Apachehelikopters van de Luchtmobiele Brigade worden in de Verenigde Staten eerst nog ingezet voor de opleiding van personeel van de Koninklijke Luchtmacht. Hierdoor vindt verscheping naar Nederland later plaats waardoor ook de invoerrechten en BTW later voldaan worden.

De voornaamste mutaties onder «personeel en (groot) materieel» betreffen de vertraging bij de geplande verhuizing van de werf, een hoger wervingsbudget en hogere realisaties bij groot onderhoud aan gebouwen en jachtvliegtuigen.

Bedragen in miljoenen euro's

XIA VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 3 881,5
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
subjectsubsidie– 15,3
diversen – 34,7
 – 50,0
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 5,2
 5,2
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 2,1
Niet tot een ijklijn behorend  
afkoopbijdragen nwi's– 70,6
 – 72,7
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 117,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS)3 764,3
Totaal internationale samenwerking 6,4
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 3 770,7
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 203,4
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 0,7
 – 0,7
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 0,1
 – 0,1
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 0,8
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 202,5
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)202,5

VROM

In 2001 is het beroep op de subjectsubsidies lager uitgevallen doordat er minder voorschotaanvragen zijn binnengekomen.

Er zijn minder niet-winstbeogende instellingen (instellingen die gericht zijn op de huisvesting van specifieke doelgroepen zoals studenten of bejaarden) afgekocht dan verwacht. De doorlooptijd van het afkoopproces nam meer tijd in beslag dan gepland.

Bedragen in miljoenen euro's

XII VERKEER EN WATERSTAAT 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 7 938,0
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen4,8
 4,8
  
2. Beleidsmatige mutaties 
Rijksbegroting in enge zin  
c) afkoop regionale vliegvelden11,8
d) bijdragen openbaar vervoer – 30,6
e) personeels- en uitvoeringskosten – 12,7
diversen– 17,7
 – 49,2
  
3. Technische mutaties 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 1,4
 1,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 42,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 7 895,1
Totaal internationale samenwerking 10,6
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 7 905,7
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 524,8
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 4,3
 4,3
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 19,2
 – 19,2
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 5,0
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen 3,3
 – 1,7
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 16,4
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 508,4
Totaal internationale samenwerking 
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 1 508,4

Verkeer en Waterstaat

In december is besloten de exploitatiebijdragen aan de regionale vliegvelden af te kopen.

De lagere bijdragen aan het openbaar vervoer zijn voor een belangrijk deel veroorzaakt doordat de OV-groei in de tweede helft van 1999 en de eerste helft van 2000 is achtergebleven bij de verwachting. Deze tijdvakken vormen de basis voor de berekening van de bekostiging. Tevens zijn de ramingen voor de afkoop van kapitaallasten naar beneden bijgesteld. Daarnaast is de verzelfstandiging van de Gemeentelijke Vervoerbedrijven langzamer verlopen dan voorzien waardoor in 2001 minder is uitgegeven.

Een belangrijk deel van de lagere uitgaven bij personeels- en uitvoeringskosten is veroorzaakt door vertragingen bij de aanbestedingen van de Schelderadarketen en het Haven Coördinatie Centrum in Den Helder. Overigens zijn de toegelichte mutaties als beleidsmatig gelabeld omdat het gebudgetteerde artikelen betreft die als beleidsmatig worden geclassificeerd.

Bedragen in miljoenen euro's

XIII ECONOMISCHE ZAKEN 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 3 809,0
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 24,7
 – 24,7
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 5,9
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen 0,0
 – 5,9
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 30,0
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 3 778,9
Totaal internationale samenwerking 242,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 4 021,7
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 2 746,0
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 6,6
 6,6
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 9,0
Niet tot een ijklijn behorend 
gasbaten 32,1
diversen – 2,2
 20,9
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 27,4
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 2 773,4
Totaal internationale samenwerking 7,1
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 2 780,5

Economische Zaken

De aardgasbaten vallen mee als gevolg van afwijkende dollarkoers, olieprijs en afzet van gas

Bedragen in miljoenen euro's

XIV LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 2 443,2
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 12,5
 – 12,5
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 1,8
 1,8
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
correctie rbv-regeling– 34,0
diversen 2,1
 – 31,9
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 42,7
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 2 400,5
Totaal internationale samenwerking 24,9
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 2 425,4
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 617,7
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
mkz: voorfinanciering EU-bijdragen – 39,0
diversen1,0
 – 38,0
  
3. Technische mutaties 
Rijksbegroting in enge zin  
correctie rbv-regeling – 34,0
diversen – 1,9
 – 35,9
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 74,1
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 543,6
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)543,6

Landbouw, natuurbeheer en visserij

Zowel de uitgaven als de ontvangsten voor de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) worden neerwaarts bijgesteld. De uitgaven voor het sloopdeel van deze regeling worden namelijk door de provincies betaald. De EU-bijdrage in de bestrijding van MKZ is in tegenstelling tot eerdere toezeggingen door Brussel niet in 2001 ontvangen. In het voorjaar 2002 wordt de raming van de ontvangst van de EU-bijdrage MKZ geactualiseerd.

Bedragen in miljoenen euro's

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 16 738,6
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 10,6
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
fwi– 42,2
nabetaling abw 68,9
rijksbijdrage arbeidsvoorziening – 27,1
suwi – 38,1
wajong16,6
diversen – 53,2
 – 85,7
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 0,0
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
diversen0,0
Niet tot een ijklijn behorend  
diversen0,4
 0,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001– 85,0
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS)16 653,6
Totaal internationale samenwerking 0,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 16 654,3
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 628,9
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen2,9
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
anticumulatie wsw– 12,9
terugontvangsten arbeidsmarkt 40,0
terugontvangsten bijstand 16,5
diversen 1,3
 47,8
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 47,6
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 676,5
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 676,5

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Op het in 2001 ingestelde Fonds Werk en Inkomen (FWI) resulteert een onderuitputting vanwege een lagere gemiddelde uitkering dan verwacht.

Verder zijn er nabetalingen van bijstandsuitkeringen aan gemeenten. Deze afrekeningen hangen samen met declaraties over de jaren tot en met 2000, dat wil zeggen over de jaren voor de creatie van het Fonds Werk en Inkomen.

Van de rijksbijdrage aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie blijft een deel van de middelen onbesteed. Dit komt voor het grootste deel doordat de verzelfstandiging van Kliq later tot stand is gekomen. Een deel van de BTW-compensatie die de organisatie heeft gekregen voor de inkoop van diensten op de vrije markt is daardoor onbesteed gebleven.

De middelen voor SUWI zijn niet volledig benut omdat vertraging in de uitvoering van de stimuleringsregelingen CWI, bedrijfsverzamelgebouwen en regionale platforms en ICT-projecten is opgetreden.

De Wajong-uitgaven zijn hoger uitgevallen door de inhaalslag die is gemaakt in de keuringen.

Er zijn minder middelen binnen gekomen uit hoofde van de anticumulatie van uitkeringen met WSW-dienstbetrekkingen dan verwacht. Dit komt vooral door een lagere groei van het aantal arbeidsongeschikten op WSW-plaatsen. Daartegenover staan terugontvangsten op de in het recente verleden aan gemeenten bevoorschotte arbeidsmarktmiddelen en op de middelen voor de bijstand.

Bedragen in miljoenen euro's

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 7 842,4
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen – 14,5
Zorg  
volksgezondheidsbeleid– 14,9
diversen – 26,0
 – 55,4
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 6,8
 6,8
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen2,8
Zorg  
diversen 18,6
Niet tot een ijklijn behorend  
diversen 0,0
 21,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 26,8
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 7 815,6
Totaal internationale samenwerking 0,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)7 816,3
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 139,6
  
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 6,5
Zorg 
diversen 15,7
 22,2
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 2,9
Zorg 
diversen 19,5
 22,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 44,9
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 184,5
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 184,5

Volksgezondheid

De lager dan geraamde uitgaven voor volksgezondheidsbeleid wordt uit meerdere oorzaken verklaard. Zo is er een vertraging bij projecten, is er een lagere liquiditeitsbehoefte van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en er is een epidemiologisch onderzoek stopgezet.

Bedragen in miljoenen euro's

GEMEENTEFONDS 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 12 139,5
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin wijziging betalingsverloop algemene uitkering 19,0
diversen – 0,9
 18,1
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 0,0
 0,0
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen1,5
Niet tot een ijklijn behorend  
diversen0,0
 1,5
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 200119,6
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS)12 159,1
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 12 159,1

Gemeentefonds

Ten opzichte van de najaarsnota zijn er hogere uitgaven door een wijziging in het betalingsverloop van de algemene uitkeringen. Deze wordt grotendeels veroorzaakt doordat de artikel 12-uitkering aan de gemeente Gouda hoger is vastgesteld.

Bedragen in miljoenen euro's

PROVINCIEFONDS 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 012,8
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 0,0
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 012,8
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)1 012,8

Bedragen in miljoenen euro's

INFRASTRUCTUURFONDS 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 6 640,8
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
Betuweroute – 33,9
hsl-zuid 74,5
leidsche rijn– 39,3
railwegen – 25,2
regionale / lokale infrastructuur – 13,5
regionale mobiliteitsfonds 56,8
rekeningrijden – 13,2
rijkswegen – 13,1
variabel onderhoud 60,7
waterbeheer en vaarwegen– 29,0
waterbeheer en vaarwegen onderhoud 53,2
diversen – 25,4
 52,6
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen– 16,4
 – 16,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 36,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS)6 677,1
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 6 677,1
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS)6 723,2
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
eu subsidies – 61,1
gebundelde doeluitkering25,9
rijkswegen 34,4
schipholtunnel 20,9
spoorbrug oosterbeek – 15,1
diversen 9,0
 14,0
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen – 16,4
 – 16,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 2,4
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 6 720,8
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)6 720,8

Infrastructuurfonds

Op de begroting van het infrastructuurfonds is sprake van lagere uitgaven als gevolg van vertragingen in enkele projecten zoals de Betuweroute, de overkapping van de A2 bij de VINEX-locatie Leidsche Rijn en projecten op het gebied van rijkswegen, railwegen, waterwegen en regionale en lokale infrastructuur.

De voortgang van de HSL-zuid en het onderhoud van vaarwegen verlopen daarentegen sneller dan geraamd.

De stortingen in de regionale mobiliteitsfondsen zijn verhoogd met het aandeel van de storting voor de regio Utrecht.

In verband met het niet doorgaan van het project rekeningrijden (spitstarief) en het experiment Betaalstrook middelen voor de uitvoering hiervan niet tot besteding gekomen.

De lagere ontvangst betreft de in 2001 niet ontvangen EU subsidies voor de Betuweroute en de HSL-Zuid. Het bedrag zal in latere jaren worden ontvangen. Daarnaast zijn ontvangsten van de Europese Unie voor projecten op het gebied van verkeer en vervoer, voorzover deze zijn gerealiseerd, uitgedeeld op de desbetreffende beleidsartikelen.

Door de afrekening van opgeleverde MIT-projecten en als gevolg van uitspraken in arbitrages zijn er hogere ontvangsten op de post rijkswegen.

De ontvangst met betrekking tot de Schipholtunnel betreft de terugbetaling voortvloeiend uit de beslissing op het bezwaarschrift railinfrastructuur Schipholtunnel.

Bedragen in miljoenen euro's

FONDS ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING >
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 2 195,1
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen – 21,7
 – 21,7
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 21,6
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 2 173,6
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 2 173,6
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 1 966,1
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend  
voeding fes 22,4
diversen – 0,3
 22,1
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 22,1
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 1 988,2
Totaal internationale samenwerking 
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 1 988,2

Fonds Economische Structuurversterking

De voeding van het Fonds Economische Structuurversterking valt hoger uit als gevolg van meevallende opbrengsten uit aardgas.

Bedragen in miljoenen euro's

DIERGEZONDHEIDSFONDS 2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 376,7
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend 
diversen – 6,2
 – 6,2
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 6,2
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 370,6
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 370,6
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 248,3
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend  
diversen – 1,3
 – 1,3
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 – 1,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 247,0
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)247,0

Bedragen in miljoenen euro's

INTERNATIONALE SAMENWERKING2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 4 720,7
  
1. Mee- en tegenvallers 
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 0,0
 0,0
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
a. bijdrage sociale ontwikkeling 26,6
a. bijdrage VN-vluchtelingenprogramma's 19,2
a. bijdrage world health organization 79,0
b. international development association 27,0
c. landenprogramma onderwijs en cultuur20,9
d. exportfinancieringsarrangement indonesie 15,6
e. mensenrechten, vredesopbouw, goed bestuur – 46,6
f. europees ontwikkelingsfonds – 35,3
g. bedrijfslevenprogramma – 22,0
h. personeel en materieel – 14,1
i. macrosteun en schuldenbeleid– 11,5
diversen – 10,7
 48,1
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
diversen 2,4
 2,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 50,5
Stand Voorlopige rekening 20014 771,2
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 150,9
  
2. Beleidsmatige mutaties 
Rijksbegroting in enge zin  
vredesoperaties 48,1
diversen 3,4
 51,5
  
3. Technische mutaties  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen 2,4
 2,4
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001 54,1
Stand Voorlopige rekening 2001 205,0

HGIS

De uitgavenoverschrijding binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking is het saldo van gerealiseerde onderuitputtingen en beleidsmatige intensiveringen, in lijn met hetgeen reeds in de decemberbrief is aangekondigd.

Nederland heeft extra vrijwillige bijdragen geleverd aan verschillende internationale programma's. Op het terrein van sociale ontwikkeling zijn extra bijdragen verstrekt aan het United Nations Fund for Population Activities en het United Nations Aids programma. Tevens zijn de vrijwillige bijdragen aan vluchtelingenprogramma's van United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) en United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) verhoogd. Via de World Health Organization (WHO) zijn extra bijdragen verstrekt aan het Polio Eradiction Initiative en de Global Alliance on Vaccines and Immunization. De reguliere middelenaanvulling voor de International Development Association die gepland stond voor begin januari 2002, is betaald in 2001.

Extra bijdragen aan de onderwijssector in Indonesiëbeurzenprogramma voor basisonderwijs- en onderwijshervormingen in Bolivia hebben geleid tot een verhoging van het bestaande budget.

Het exportfinancieringsarrangement voor Indonesië is overschreden doordat eind 2001 de eindafrekeningen van twee omvangrijke projecten zijn afgehandeld.

Het budget voor programma's voor mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur is verlaagd als gevolg van vertraging bij de goedkeuring van programma's. Dit betreft met name het demobilisatieprogramma Grote Meren in Afrika.

Door een wijziging in de opzet van het programma Nederlands Investerings Matching Fonds (NIMF) in verband met de ontbinding van de hulp aan Minst Ontwikkelde Landen (MOL's), zijn niet alle beschikbare middelen van dit bedrijfslevenprogramma aangesproken. Tevens worden een aantal declaraties voor het ORET/MILIEV programma pas begin 2002 verwacht.

Tegenover de overschrijding van de geraamde uitgaven staan extra ontvangsten «vredesoperaties» door bijdragen van de Verenigde Naties voor in het verleden uitgevoerde vredesmissies (UNPROFOR en UNMEE).

Bedragen in miljoenen euro's

BELASTINGAFDRACHTEN AAN DE EUROPESE UNIE2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 3 958,7
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
btw afdrachten– 100,9
invoerrechten – 123,3
 – 224,2
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001– 224,2
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS)3 734,5
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 3 734,5

Belastingafdrachten aan de Europese Unie

Door een afnemende economische groei is minder aan invoerrechten en BTW afgedragen aan Brussel dan geraamd.

Bedragen in miljoenen euro's

ALGEMEEN 2001
UITGAVEN 
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) – 210,8
  
2. Beleidsmatige mutaties  
Rijksbegroting in enge zin 
ramingstechnische veronderstelling in=uit 135,4
diversen– 4,5
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
ramingstechnische veronderstelling in=uit 121,8
diversen – 2,7
 250,0
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend  
btw openbaar vervoer – 27,5
diversen0,0
 – 27,5
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001222,5
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 11,7
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 11,7
  
NIET-BELASTINGONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 20,3
  
1. Mee- en tegenvallers  
Rijksbegroting in enge zin  
diversen– 6,8
 – 6,8
  
3. Technische mutaties  
Niet tot een ijklijn behorend  
diversen – 13,6
 – 13,6
  
Totaal mutaties na de Najaarsnota 2001– 20,3
Stand Voorlopige rekening 2001 (excl. IS) 0,0
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 0,0

Algemeen

Op de aanvullende post Algemeen worden middelen gereserveerd waarvan op het moment van reservering nog niet expliciet kan worden aangeven op welke begroting(en) zij uiteindelijk worden verantwoord, of waarvan de exacte omvang nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast worden op de aanvullende post taakstellingen geparkeerd die uiteindelijk door de diverse begrotingen ingevuld worden (bijvoorbeeld de ramingstechnische veronderstelling in=uit bij de eindejaarsmarge).

Conform de gebruikelijke systematiek wordt in de Voorjaarsnota ramingstechnisch verondersteld dat de onderuitputting op de rijksbegroting even groot is als de toevoeging van de eindejaarsmarge. Bij de Najaarsnota stond voor de sectoren Rijksbegroting in enge zin en Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt nog een bedrag open. Dit bedrag wordt nu tegengeboekt.

Het beroep op de BTW-compensatie openbaar vervoer is lager dan eerder verondersteld, waardoor nu een meevaller optreedt.

Bedragen in miljoenen euro's

SOCIALE ZEKERHEID EN ARBEIDSMARKT2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 51 367,9
  
1. Mee- en tegenvallers  
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
awf-lasten29,2
fwi – 42,2
nabetaling abw 68,9
rijksbijdrage arbeidsvoorziening – 27,1
suwi – 38,1
uitkeringsvolume awf – 23,0
uitkeringsvolume wgf 14,8
vangnet zw – 34,0
wajong 16,6
wao – 12,1
diversen – 44,2
 – 91,2
2. Beleidsmatige mutaties  
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
ramingstechnische veronderstelling in=uit 121,8
diversen – 2,7
 119,1
  
3. Technische mutaties  
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
diversen0,0
 0,0
  
Totaal mutaties na Najaarsnota 200128,1
Stand Voorlopige Rekening 2001 (excl. IS) 51 396,0
  
NIET-BELASTING ONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 930,1
  
1. Mee- en tegenvallers  
Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt  
anticumulatie wsw – 12,9
terugontvangsten arbeidsmarkt 40,0
terugontvangsten bijstand 16,5
diversen 1,3
 44,9
  
Totaal mutaties na Najaarsnota 2001 44,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (excl. IS) 974,9
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS)51 396,0

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

De overige lasten van het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) zijn sinds Najaarsnota per saldo opwaarts bijgesteld. De belangrijkste reden hiervoor vormt de opwaartse bijstelling van de post overgenomen verplichtingen. Het gaat hierbij om de lasten samenhangend met de loondoorbetalingsplicht die het Awf overneemt van werkgevers die in betalingsmoeilijkheden verkeren.

Op het in 2001 ingestelde Fonds Werk en Inkomen (FWI) resulteert een onderuitputting vanwege een lagere gemiddelde uitkering dan verwacht.

Verder zijn er nabetalingen van bijstandsuitkeringen aan gemeenten. Deze afrekeningen hangen samen met declaraties over de jaren tot en met 2000, dat wil zeggen over de jaren voor de creatie van het Fonds Werk en Inkomen.

Van de Rijksbijdrage aan Arbeidsvoorziening blijft in 2001 een deel niet besteed. Dit komt voor het grootste deel doordat de verzelfstandiging van Kliq later tot stand is gekomen. Een deel van de BTW-compensatie die de organisatie heeft gekregen voor de inkoop van diensten op de vrije markt is daardoor onbesteed gebleven. De middelen voor SUWI zijn niet volledig benut omdat vertraging in de uitvoering van de stimuleringsregelingen CWI, bedrijfsverzamelgebouwen en regionale platforms en ICT-projecten is opgetreden.

Het totaal van de uitkeringslasten van de werkloosheidsfondsen Wgf en Awf is sinds de Najaarsnota per saldo licht neerwaarts bijgesteld. Er waren nog steeds meevallende volumeontwikkelingen. De uitgaven aan het Vangnet-Ziektewet zijn lager uitgevallen als gevolg van een lager dan geraamde volume-ontwikkeling.

De Wajong-uitgaven zijn hoger uitgevallen door de inhaalslag die is gemaakt in de keuringen. Daarentegen zijn de WAO-uitgaven per saldo afgenomen: tegenover een lager dan geraamd aantal WAO-ers stond een hogere gemiddelde uitkering als gevolg de koppeling aan de hoger dan geraamde loonontwikkeling.

Er zijn minder middelen binnengekomen uit hoofde van de anticumulatie van uitkeringen met WSW-dienstbetrekkingen dan verwacht. Dit komt vooral door een lagere groei van het aantal arbeidsongeschikten op WSW-plaatsen. Daartegenover staan terugontvangsten op de in het recente verleden aan gemeenten bevoorschotte arbeidsmarktmiddelen en op middelen voor de bijstand.

Bedragen in miljoenen euro's

ZORG2001
UITGAVEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 36 904,7
  
1. Mee- en tegenvallers  
Zorg  
volksgezondheidsbeleid – 14,9
diversen – 26,0
 – 40,9
  
3. Technische mutaties  
Zorg  
diversen12,9
 12,9
  
Totaal mutaties na Najaarsnota 2001– 27,7
Stand Voorlopige Rekening 2001 (excl. IS)36 877,1
Totaal internationale samenwerking  
Stand Voorlopige Rekening 2001 (incl. IS) 36 877,1
  
NIET-BELASTING ONTVANGSTEN  
Stand bij Najaarsnota 2001 (excl. IS) 2 543,4
  
1. Mee- en tegenvallers  
Zorg 
diversen 15,7
 15,7
  
3. Technische mutaties  
Zorg  
diversen 19,5
 19,5
  
Totaal mutaties na Najaarsnota 2001 35,5
Stand Voorlopige Rekening 2001 (excl. IS) 2 578,9
Totaal internationale samenwerking 

Zorg

De lager dan geraamde uitgaven voor volksgezondheidsbeleid wordt uit meerdere oorzaken verklaard. Zo is er een vertraging bij projecten, is er een lagere liquiditeitsbehoefte van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en er is een epidemiologisch onderzoek stopgezet.


XNoot
1

De ingediende Nota van Wijziging is in de Tweede Kamer niet behandeld, zoals door het ministerie van Verkeer en Waterstaat gemeld bij brief, d.d. 4 februari 2002, DG/02.420304 wordt voorgesteld de mutatie bij slotwet te verwerken.

XNoot
1

Het rapport van deze werkgroep is openbaar als onderdeel van het rapport «Eigentijds Begroten». Dit is te vinden op de website van het Ministerie van Financiën http://www.minfin.nl/.

XNoot
2

Zo is dit jaar voor het eerst bij de berekening van het EMU-saldo rekening gehouden met de decemberrapportage van het CVZ.

XNoot
3

Inclusief overboekingen tussen de ijklijn RBG-eng en de ijklijn Zorg.

XNoot
1

Onder een structurele afwijking wordt een afwijking verstaan die doorwerkt naar de opbrengsten in volgende jaren. Met een incidentele afwijking wordt een afwijking bedoeld die zich slechts in één jaar voordoet zonder gevolgen voor de opbrengsten in volgende jaren. Een tijdelijke afwijking is een afwijking die samengaat met een tegengestelde afwijking in het volgende jaar.

XNoot
1

Het beeld wordt enigszins verstoord door het éénmalige superdividend van een beursgenoteerde onderneming in 1998, uitgekeerd in 1999.

Naar boven