nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING
ALGEMEEN
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard
bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)
Per 1 januari 2002 treden de Aanpassingswet euro en de Veegwet euro in
werking. In deze wetten worden onder meer verscheidene wijzigingen van de
Huursubsidiewet (HSW) en de Wet bevordering eigenwoningbezit (Wet BEW) doorgevoerd.
Hierbij zijn alle guldenbedragen omgezet in eurobedragen. Daarnaast zijn alle
afrondingsregels geschrapt.
Voor de achtergronden bij de per 1 januari 2002 doorgevoerde wijzigingen
wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot aanpassing
van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Aanpassingswet
euro) (Kamerstukken II 2000/01, nr. 27 472, nr. 3) en naar de memorie
van toelichting bij het wetsvoorstel, houdende aanpassing van wetten in verband
met de vervanging van de gulden door de euro (Veegwet euro) (Kamerstukken
II 2001/02, nr. 28 075, nr. 3).
ARTIKELSGEWIJS
Artikel I, onderdelen A, C en D
Het huursubsidietijdvak loopt van 1 juli van enig jaar tot en met 30 juni
van het daaropvolgende jaar. Gelet op de introductie van de euro werden de
verscheidene parameters per 1 januari 2002 en dus halverwege voormeld
tijdvak technisch omgezet. Om de rechtsgelijkheid binnen het hele huursubsidietijdvak
te waarborgen, is ervoor gekozen om de meeste bedragen die voordien allemaal
in hele guldens stonden vermeld, voor het resterende half jaar (1 januari
2002 tot en met 30 juni 2002) om te zetten in tot op de cent nauwkeurige
eurobedragen (twee decimalen).
Per 1 juli 2002 wordt voorgesteld een drietal bedragen uit de Huursubsidiewet
af te ronden op hele eurobedragen, waarbij in ieder geval rekening is gehouden
met een van de uitgangspunten bij de euroconversie per 1 januari 2002,
te weten de afronding mag voor de huurder niet nadelig zijn. Daarnaast blijft
hiermede de systematiek om voor de toepassing van de bepalingen, bedoeld in
de artikelen 16, vierde lid, 22 en 24, eerste lid, van de Huursubsidiewet,
hele bedragen te gebruiken, gehandhaafd.
In artikel 16, vierde lid, van de HSW is bepaald dat de inkomens in een
zelfde inkomensklasse, boven het minimum-inkomensijkpunt, ten hoogste € 453,78
van elkaar mogen verschillen. In het voorgestelde artikel 16, vierde lid,
van de Huursubsidiewet wordt dit bedrag afgerond op € 500.
In artikel 22 van de HSW is bepaald dat geen huursubsidie wordt toegekend
als deze minder dan € 4,54 per maand zou bedragen. In het voorgestelde
artikel 22 van de Huursubsidiewet wordt dit bedrag afgerond op € 4.
In artikel 24, eerste lid, van de HSW is bepaald dat bij een wijziging
van de rekenhuur met meer dan € 22,69 de huursubsidie wordt aangepast.
In het voorgestelde artikel 24, eerste lid, van de Huursubsidiewet wordt dit
bedrag afgerond op € 20.
Voor de goede orde wordt hier nog vermeld dat alle overige eurobedragen
per 1 juli 2002 volgens de desbetreffende bepalingen in de HSW en de
Wet BEW bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling (kunnen)
worden gewijzigd. De alsdan niet afgeronde bedragen worden vervolgens afgerond
volgens de daartoe bestemde afrondingsregels (zie de artikelsgewijze toelichting
bij de artikelen I, onderdelen B en E, en II, onderdelen A, B en C).
Artikelen I, onderdelen B en E, en II, onderdelen A, B
en C
Nu per 1 januari 2002 de guldenbedragen «slechts» technisch
zijn omgezet in eurobedragen, zijn in de Aanpassingswet euro en de Veegwet
euro alle afrondingsregels in eerste instantie geschrapt.
Thans dienen deze afrondingsregels in iets gewijzigde vorm wederom hun
intrede te doen, nu per 1 juli 2002 een aantal parameters in de HSW en
Wet BEW geïndexeerd worden en deze afrondingsregels, te weten de afronding
op hele eurocenten, alsdan hun functie herkrijgen (de voorgestelde artikelen
21, derde lid, en 27, zesde lid, eerste volzin, van de HSW en de artikelen
40, negende lid, en 41, vijfde lid, onder a, van de Wet BEW). De reden voor
het afronden op hele eurocenten is gelegen in het feit dat de omzetting van
guldenbedragen in eurobedragen uiteindelijk budgettair neutraal moet geschieden.
Bij de aanpassingssystematiek die in de wet is beschreven, is gekozen
om deze in het voordeel van de burger toe te passen. Dit betekent dat een
aantal grenzen en bedragen uit de HSW en de Wet BEW naar boven worden afgerond
op een veelvoud van € 25. Ook deze bepalingen zullen per 1 juli
2002 wederom hun intrede moeten doen (de voorgestelde artikelen 27, zesde
lid, tweede volzin, van de HSW en 41, vijfde lid, onder b, van de Wet BEW).
De voorgestelde wijziging van artikel 27, zesde lid, derde volzin, van
de HSW loopt hierbij mee.
Per 1 januari 2002 is in artikel 30, zesde lid, van de Wet BEW bepaald,
dat de som van de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid van voormeld
artikel berekende bedragen naar boven wordt afgerond op hele euro's. In het
voorgestelde artikel 30, zesde lid, van de Wet BEW is bepaald dat voormelde
som wordt afgerond op hele eurocenten. Voor de achterliggende gedachte wordt
verwezen naar het hiervoor vermelde.
Artikel III
De inwerkingtredingsbepaling is aangevuld met een voorziening voor het
geval dat het onderhavige wetsvoorstel ingevolge de Tijdelijke referendumwet
(Stb. 2001, 388) referendabel zal zijn. In dat geval kan gebruik worden gemaakt
van de mogelijkheid die artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet biedt voor
het regelen van de inwerkingtreding van wetten waarvan de inwerkingtreding
geen uitstel kan lijden. In dit wetsvoorstel is daarvan gebruik
gemaakt. Zou een dergelijke voorziening achterwege blijven, dan bestaat de
kans dat door de werking van de artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet
het onderhavige wetsvoorstel pas na 1 juli 2002 in werking treedt. Dit
zou betekenen dat per die datum niet zou kunnen worden uitgegaan van de juiste
bedragen en afrondingsregels. Dit zou weer gevolgen hebben voor de bedragen
in de HSW en de Wet BEW per 1 juli 2002, die namelijk op de wettelijk
voorgeschreven wijze moeten worden geïndexeerd.
Door toepassing te geven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet
worden dergelijke problemen voorkomen.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
J. W. Remkes