Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228223 nr. 7

28 223
Regeling van het lidmaatschap koninklijk huis alsmede daaraan verbonden titels (Wet lidmaatschap koninklijk huis)

nr. 7
AMENDEMENT VAN HET LID HILLEN

Ontvangen 8 april 2002

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 1, onderdeel a, vervalt de zinsnede: en deze niet verder bestaan dan in de tweede graad van bloedverwantschap.

II

Artikel 1, onderdeel b, vervalt.

III

Artikel 3 vervalt.

IV

Artikel 4 vervalt.

V

In artikel 8, tweede lid, vervalt onderdeel e.

Toelichting

Het amendement strekt ertoe dat de omvang van het koninklijk huis zich uitstrekt tot de kring van personen die de Koning kunnen opvolgen, dus tot de derde graad van bloedverwantschap. Ministers dragen een zekere verantwoordelijkheid voor alle potentiële erfopvolgers. Deze verantwoordelijkheid betreft niet alleen eventuele bijstand bij de uitoefening van de koninklijke functie, maar al het handelen van mogelijke erfopvolgers waardoor het openbaar belang wordt geraakt (zie het advies van

Drees en Oud uit 1964). Deze omvang van het koninklijk huis en de daarbij behorende ministeriële verantwoordelijkheid vormen de beste bescherming voor de instandhouding van de monarchie. Het amendement doet niet af aan de voorgestelde regeling van de titels die aan het lidmaatschap van het koninklijk huis zijn of kunnen worden verbonden.

Hillen