nr. 22
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 augustus 2005
Bij de behandeling van de Aanpassingswet richtlijn elektronische handel
zijn twee moties door uw kamer aangenomen die betrekking hebben op het functioneren
van de meldpunten Kinderporno en Discriminatie en de inrichting van een zogenaamd
Notice and Takedown systeem (TK 2003–2004, 28 197 nrs. 19 en 20).
Tijdens deze behandeling heb ik reeds toegezegd u een half jaar na inwerkingtreding
van de Aanpassingswet over deze onderwerpen te informeren.
In de brief van 24 januari 2005 inzake terrorismebestrijding (Kamerstukken
II, 2004–2005, 29 754, nr. 5) heb ik u geïnformeerd over
de voortgang met betrekking tot de inrichting van het Notice and Takedown
(NTD) systeem. In deze brief heb ik aangegeven dat in 2004 in opdracht van
de minister van Justitie samen met de brancheorganisatie voor Nederlandse
internetbedrijven een onderzoek gestart naar de haalbaarheid van een systeem
van Notice and Takedown. In het onderzoeksrapport wordt een systeem beschreven
om strafbare inhoud van berichten op het internet, zoals kinderporno, discriminatie
en inbreuken op auteursrechten, door de overheid samen met internetbedrijven,
tegen te kunnen gaan. De kern van het onderzochte NTD systeem is een meldpunt,
zoals nu het Meldpunt Discriminatie Internet, voor illegale informatie. In
het onderzochte systeem ontvangen medewerkers van het meldpunt meldingen van
burgers over vermeende illegale informatie op het internet en laten deze door
deskundigen onderzoeken op het strafbare karakter daarvan. Het kan gaan om
een website, een nieuwsgroep of andere vormen van online content die op de
diverse onderdelen van het internet zijn geplaatst. Daarnaast bewaakt het
meldpunt bepaalde specifieke websites, nieuwsgroepen, en dergelijke waarvan
bekend is dat er illegaal materiaal voorkomt. Als mogelijk illegaal
materiaal is aangetroffen dat wordt gefaciliteerd («gehost») in
Nederland, dan wordt een zogenaamde notice uitgebracht aan de hosting-provider
om de informatie weg te halen (take down) en de politie wordt gevraagd onderzoek
te doen naar de persoon of personen verantwoordelijk voor het plaatsen van
de informatie. In de onderzoeksrapportage wordt geconcludeerd dat voor een
dergelijk systeem bij de betrokken organisatie (internet service providers,
openbaar ministerie en politie) draagvlak bestaat. Wel worden nog enkele discussiepunten
genoemd waarover nog overeenstemming bereikt moet worden.
Op 31 maart 2005 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden waar vertegenwoordigers
van Justitie, politie, openbaar ministerie en Internet Service Providers hebben
gesproken over de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek. Tijdens deze
bijeenkomst is het draagvalk voor de voorstellen nog eens bevestigd. Wel zullen
de aangestipte discussiepunten, waaronder de bijdragen van de verschillende
partijen en de voorwaarden daarvoor nader moeten worden uitgewerkt. Over deze
punten dienen in het vervolgtraject werkendeweg besluiten te worden genomen.
De discussiepunten houden zo de ontwikkeling van andere onderdelen niet verder
op.
Besloten is om nu reeds een begin te maken met de uitvoering van een NTD-systeem
overeenkomstig het inrichtingsvoorstel in het haalbaarheidsonderzoek. In het
kort komt het neer op de ontwikkeling van de belangrijkste componenten van
het NTD-systeem, te weten de meldpuntfunctie en de beoordelingsorganen waarbij
overheidsinstanties zijn betrokken. Deze kunnen reeds worden uitgewerkt en
voorbereid. In het overleg is door de internet service providers voorgesteld
om deze inrichting te laten aanhaken bij de inrichting van een landelijk meldpunt,
zoals het National High Tech Crime Centre (NHTCC) dit wil gaan ontwikkelen.
Ook met de huidige meldpunten zijn gesprekken gevoerd. Zij staan in beginsel
positief ten opzichte van het NTD-systeem. Het Meldpunt kinderporno vindt
het met name van belang dat haar functie gewaarborgd kan blijven, los van
de vorm waarin. Het NTD-systeem kan daarbij een optie zijn. Het Meldpunt discriminatie
vindt met name van belang dat er een efficiënt systeem wordt opgezet.
Dit kan naar het oordeel van het meldpunt het NTD-systeem zijn. In het overleg
hebben de Internet Service Providers aangegeven dat aan hun kant de procedures
voor de verwerking van meldingen is ingericht, ervan uitgaande dat die gelijk
zal zijn aan de procedures zoals die met de bestaande meldpunten zijn afgesproken.
Inmiddels heb ik, samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
tijdens een werkbezoek aan het NHTCC de afspraak gemaakt om een Nationaal
Meldpunt Cybercriminaliteit in te richten. Aan de korpschef KLPD heb ik een
plan van aanpak op te stellen voor de bouw van een meldpunt en de verdere
inrichting van het NTD systeem. Zo mogelijk dient het meldpunt op 1 januari
2006 operationeel te zijn. In eerste aanleg zal het meldpunt zich focussen
op bestrijding van haatzaaiende en terroristische uitingen, daarna zullen
stapsgewijs de andere beleidsterreinen worden bestreken.
In de NTD-structuur zal met de bestaande meldpunten rekening worden gehouden
op een zodanige wijze dat de continuïteit van de functie van die meldpunten
wordt gewaarborgd. Zo kan van de kennis bij de meldpunten gebruik worden gemaakt
voor de beoordeling van meldingen. Anderzijds kunnen de meldpunten gebruik
maken van de NTD structuur wanneer over een melding discussie ontstaat met
een provider. Vanuit de NTD-structuur zal er frequent contact zijn met providers.
Langs die weg kunnen providers aangespoord worden om actief illegaal materiaal
te melden.
Zoals ik reeds aangaf, zal de eerste prioriteit voor het NTD-systeem liggen
bij de bestrijding van haatzaaiende en terroristische uitingen. Ik zal u dan
ook over de verdere ontwikkelingen rond het NTD-systeem informeren via de
gebruikelijke halfjaarlijkse rapportages over de voortgang van maatregelen
en de beleidsuitvoering op het terrein van terrorismebestrijding.
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner