Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28191 nr. 7 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28191 nr. 7 |
Vastgesteld 9 september 2002
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de initiatiefnemer de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoorden, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De leden van de fractie van het CDA hebben met belangstelling kennisgenomen van dit initiatiefwetsvoorstel. Deze leden begrijpen de zorg van de initiatiefnemer ten aanzien van een aantal gevallen waarin de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) een positief sloopadvies gaf, terwijl de monumentale waarde van de betrokken objecten niet in geding was. De door de initiatiefnemer genoemde voorbeelden hebben ook de leden van de CDA-fractie verbaasd. Een discussie over de aard van de advisering door de RDMZ achten deze leden dan ook zeer zinvol. Wel hebben deze leden nog een aantal vragen over het wetsvoorstel.
Zo ontvangen de leden van de fractie van het CDA gaarne een reactie van de RDMZ op de aan dit wetsvoorstel ten grondslag liggende veronderstelling dat de RDMZ in zijn advisering in toenemende mate de voorrang geeft aan andere afwegingen dan de monumentale waarde van een rijksmonument.
Dit wetsvoorstel beperkt, zo stellen de leden van de CDA-fractie, de reikwijdte van het advies van de RDMZ. Heeft de initiatiefnemer de RDMZ om commentaar op dit wetsvoorstel gevraagd? Deze leden merken op hier behoefte aan te hebben.
De leden van de fractie van de VVD hebben kennisgenomen van het voorliggende voorstel van wet. Deze leden kunnen zich in grote lijnen vinden in het voorstel, maar hebben toch nog enkele vragen aan de initiatiefnemer.
De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden kunnen instemmen met het doel van de wet, namelijk de daadwerkelijke belangenafweging ten aanzien van sloop dan wel instandhouding van een monument bij de gemeenten te leggen. Deze leden zijn van mening dat gemeenten beter geëquipeerd en gelegitimeerd zijn dan de RDMZ om een dergelijke afweging te maken.
Aanleiding voor het initiatiefwetsvoorstel
De leden van de fractie van het CDA merken op dat de initiatiefnemer er blijkbaar van uit gaat dat gemeenten te gauw geneigd zijn om, om redenen van financieel economische aard, met de sloop van monumenten in te stemmen. Deze leden herkennen dit gevoelen. In wezen betreft dit de vraag of gemeenten op een, vanuit het oogpunt van monumentenbescherming, verantwoorde wijze gebruik maken van de aan hen in het kader van de Monumentenwet toegekende bevoegdheden. Heeft de initiatiefnemer dit met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gewisseld? Zo neen, is zij dan bereid dit wetsvoorstel aan de VNG voor commentaar voor te leggen? Met name zouden deze leden het op prijs stellen om van de gemeenten te vernemen hoe zij aankijken tegen de afweging van monumentenbescherming ten opzichte van andere belangen.
De leden van de fractie van de VVD vragen de initiatiefnemer nog eens aan te geven waarom de toenmalig staatssecretaris Van der Ploeg niet over wilde gaan tot wijziging van de Monumentenwet? Is de huidige staatssecretaris van Cultuur en Media dezelfde mening toegedaan?
De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met instemming geconstateerd dat de initiatiefnemer naar aanleiding van het advies van de Raad van State heeft besloten het voorgestelde nieuwe lid 4 van artikel 16 niet in het herziene voorstel op te nemen. Deze leden hebben daar echter wel een vraag bij. De initiatiefnemer had in eerste instantie de bedoeling met de initiatiefwet de situatie te herstellen zoals die door toenmalig staatssecretaris Nuis werd omschreven en op grond waarvan incidentele uitzonderingen mogelijk waren op grond van bestuurlijke of maatschappelijke aspecten. Begrijpen de leden van de fractie van de ChristenUnie goed dat met dit wetsvoorstel niet die oude situatie wordt hersteld? Vindt de initiatiefnemer dit niet meer van belang? Is de initiatiefnemer niet meer met toenmalig staatssecretaris Nuis van mening dat «in incidentele gevallen een advies van de Rijksdienst aan kracht en relevantie wint door niet (geheel) voorbij te gaan aan bestuurlijke en of maatschappelijke aspecten?».
Inhoud van het initiatiefvoorstel
De initiatiefnemer geeft aan dat zij het onjuist vindt dat de RDMZ de vrijheid heeft het advies het karakter te geven van een afweging van belangen. De leden van de fractie van het CDA vragen de initiatiefnemer in te gaan op het risico dat deze Rijksdienst door deze wet enkel nog een stempelmachine wordt. Immers de vraag of een gebouw monumentale waarde heeft, is reeds beantwoord door plaatsing op de monumentenlijst. Of moet de RDMZ categorieën monumenten onderscheiden die wel of niet gesloopt mogen worden, zo vragen deze leden.
Vreest de initiatiefnemer niet, zo vragen de leden van de fractie van het CDA, dat de door haar voorgestelde tekst van artikel 16, derde lid, te rigide is? Ontstaat niet het risico dat de afweging van belangen wordt verplaatst van de RDMZ naar de staatssecretaris en het departement? Het advies van de RDMZ verliest daardoor aan gewicht en de kans dat het advies niet wordt opgevolgd is groter, zo vrezen deze leden. De leden van de fractie van het CDA vragen de initiatiefnemer de staatssecretaris de vraag voor te leggen hoe hij met adviezen van de RDMZ om zal gaan wanneer daar geen belangenafweging meer aan ten grondslag ligt.
Het is de leden van de CDA-fractie niet duidelijk hoe dit wetsvoorstel moet worden gelezen in relatie tot wijzigingen aan een rijksmonument waarvoor een sloopvergunning verplicht is. Stel dat een plan is gemaakt voor hergebruik van een monument. Het kan noodzakelijk zijn delen te slopen om het geheel volgens de eisen van de moderne tijd te kunnen gebruiken. Kan hierbij wel worden ontkomen aan een belangenafweging tussen enerzijds de monumentale waarde van het te slopen gedeelte en anderzijds de noodzaak het gebouw als geheel duurzaam te kunnen exploiteren? Deze leden verzoeken de initiatiefnemer ook deze vraag aan de RDMZ voor te leggen.
De leden van de fractie van de VVD vragen of er juridische problemen kunnen optreden wanneer gemeenten zelf kunnen besluiten tot afbraak of verwijdering van een rijksmonument.
De leden van de fractie van de VVD vragen de initiatiefnemer of zij van mening is dat de RDMZ kan inkrimpen op het gebied van personele bezetting indien zij louter een adviserende taak heeft ten aanzien van de monumentale waarde van een pand.
Samenstelling:
Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), fng. voorzitter Jorritsma-Lebbink (VVD), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), De Grave (VVD), Netelenbos (PvdA), Rehwinkel (PvdA), Monique de Vries (VVD), Atsma (CDA), Hamer (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Mosterd (CDA), Van Ruiten (LPF), Bonke (LPF), Vergeer-Mudde (SP), Jense (LN), Tichelaar (PvdA), Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Jan de Vries (CDA), Azough (GroenLinks), Wijnschenk (LPF), vacature CDA, vacature CDA en vacature LPF.
Plv. leden: Veling (ChristenUnie), Ferrier (CDA), Van Blerck-Woerdman (VVD), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Van Aartsen (VVD), Adelmund (PvdA), Bos (PvdA), Luchtenveld (VVD), Hessels (CDA), Van Nieuwenhoven (PvdA), vacature GroenLinks, Cörüz (CDA), Zeroual (LPF), Eberhard (LPF), Van Bommel (SP), Teeven (LN), Dijksma (PvdA), Joldersma (CDA), vacature CDA, Halsema (GroenLinks), Wiersma (LPF), Van Haersma Buma (CDA), Van Bochove (CDA) en Hoogendijk (LPF).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28191-7.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.