28 174
Wijziging van de Overgangswet elektriciteitsproductiesector in verband met de financiering van de tegemoetkoming aan de elektriciteitsproductiesector uit de algemene middelen

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOOR ZOVER NADIEN GEWIJZIGD

Voorstel van wet

In artikel I, onderdeel B, luidde artikel 7 als volgt:

1. Onze Minister verstrekt, gedurende een bij ministeriële regeling te bepalen periode, ieder jaar een tegemoetkoming:

a. in de kosten die voortvloeien uit overeenkomsten met betrekking tot stadsverwarming die tussen productiebedrijven en leveranciers zijn gesloten voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1998, voor zover de daarbij overeengekomen projecten in uitvoering zijn genomen voor dat tijdstip, en

b. in de kosten verbonden aan het vervreemden en overdragen van de aandelen van de n.v. Demkolec of van de experimentele kolenvergassingsinstallatie Demkolec.

2. Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het verstrekken van een tegemoetkoming krachtens deze wet.

In artikel I, onderdeel C, ontbrak artikel 8, vijfde lid.

Memorie van toelichting

In het algemeen deel ontbrak aan het slot van de vijfde alinea de volgende zin:

Het spreekt voor zich dat bij het vaststellen van de periode waarmee de compensatieregeling zal worden verlengd, rekening zal worden gehouden met de tijdsduur van de resterende looptijd van de projecten, gerekend vanaf 31 december 2010.

De toelichting op artikel I, onderdeel B, luidde als volgt:

Onderdeel B

Het eerste lid komt op een technische ingreep na overeen met het huidige artikel 7 van Overgangswet elektriciteitsproductiesector.

In het algemeen deel van de toelichting is gewezen op de brief van 25 juli 2001 van de Europese Commissie waarbij de Commissie onder meer mededeelt dat de duur van de compensatie beperkt dient te zijn tot 10 jaar en voor projecten met een langere looptijd dan 10 jaar «voor het eind van 2010 nieuwe compensatiemethoden worden vastgesteld» en «(...) voor zij ten uitvoer worden gelegd bij de Commissie worden genotificeerd». Omdat niet is te voorzien welke compensatiemethoden op een gunstig onthaal van de Commissie kunnen rekenen alsmede niet of en zo ja daaraan is verbonden enige beperking in tijdsduur, is ervoor gekozen de periode waarin de jaarlijks te verstrekken tegemoetkoming bij ministeriële regeling te bepalen. Aldus kan snel en doeltreffend een ministeriële regeling voor de projecten die gelden na 31 december 2010 worden getroffen.

Het voorgestelde tweede lid is nieuw ten opzichte van de Overgangswet elektriciteitsproductiesector. Het is niet ondenkbaar dat het verstrekken van een tegemoetkoming zou kunnen worden opgevat als het verstrekken van een subsidie als bedoeld in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. In dit verband wordt erop gewezen dat het van meet af aan in de bedoeling heeft gelegen de verstrekking van tegemoetkomingen alleen onder het regime van de Overgangswet elektriciteitsproductiesector te laten vallen. Teneinde hieromtrent elk misverstand te voorkomen, is in artikel 7, tweede lid, toepassing van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht uitgesloten.

De toelichting op artikel I, onderdeel C, luidde als volgt:

Onderdeel C

Het vierde lid van artikel 8 komt overeen met de slotwoorden van het thans vervallen artikel 6, vijfde lid, eerste volzin.

Naar boven