nr. 98
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 mei 2009
Conform artikel 34 lid 8 van de Comptabiliteitswet doe ik u hierbij mede
namens de minister van Verkeer en Waterstaat verslag van de verkoop van de
aandelen in de N.V. Westerscheldetunnel.
Op 24 juni 2008 heb ik uw Kamer bericht voornemens te zijn de aandelen
van de Staat in de N.V. Westerscheldetunnel te verkopen aan de Provincie Zeeland1. Op 18 mei 2009 hebben de minister van Verkeer en
Waterstaat en ik namens de Staat de verkoopovereenkomst ondertekend waarbij
een belang van 95,4% in N.V. Westerscheldetunnel wordt overgedragen
aan de Provincie Zeeland.
De netto verkoopopbrengst bedraagt EUR 89,2 miljoen. Dit is het saldo
van de door de Staat ontvangen koopsom voor de aandelen (EUR 970,7 mln) en
de door de Staat betaalde som voor overdracht van de verplichting tot betaling
van de exploitatiebijdrage aan de N.V. Westerscheldetunnel (EUR 881,5 mln).
Met overname van het belang van de Staat is de Provincie Zeeland 100%
aandeelhouder geworden in de N.V. Westerscheldetunnel.
Verkoop aan de Provincie Zeeland
Nadat toenmalig minister van Financiën had geconstateerd dat ten
aanzien van de N.V. Westerscheldetunnel een adequate borging van de publieke
belangen bestaat middels de Tunnelwet, is in 2006 de Tweede Kamer geïnformeerd
over een op handen zijnde verkoop van de N.V. Westerscheldetunnel. De Provinciale
Staten hebben in 2006 echter een motie tegen privatisering van de N.V. Westerscheldetunnel
aangenomen waarna de Staat heeft afgezien van privatisering. Sindsdien heeft
de Provincie Zeeland onderzocht of het mogelijk zou zijn de tunnel over te
nemen van de Staat.
In het najaar van 2007 heeft dit geresulteerd in een bod van de Provincie
Zeeland op de aandelen N.V. Westerscheldetunnel in handen van de Staat. Na bestudering van het bod zijn de onderhandelingen met de Provincie
Zeeland gestart. Deze onderhandelingen zijn met positief resultaat afgerond
waarna de verkoopovereenkomst is ondertekend. Met deze ondertekening kan worden
geconcludeerd dat gehoor is gegeven aan de moties Geluk1 en Verdaas 2 om het overrendement
van de Westerscheldetunnel te bestemmen voor financiering van de tunnel bij
Sluiskil.
Met de verkoop van de aandelen aan een decentrale overheid wordt tevens
tegemoet gekomen aan de zorg van Provinciale Staten met betrekking tot de
borging van het publiek belang, wat eerder leidde tot de hierboven genoemde
motie van de Provinciale Staten.
Verkoopopbrengst
De netto verkoopopbrengst ad EUR 89,2 miljoen is het saldo van de door
de Staat ontvangen koopsom voor de aandelen en de door de Staat betaalde som
voor overdracht van de verplichting tot betaling van de exploitatiebijdrage
aan de N.V. Westerscheldetunnel.
De verkoopprijs maakte geen deel uit van de onderhandeling aangezien de
Staat al had aangegeven 7,5% rendement op het netto geïnvesteerd
vermogen te willen behalen. Deze 7,5% rendement vloeit voort uit het
beleidsuitgangspunt gekozen ten tijde van de besluitvorming over de aanleg
van de WST, dat een minimaal projectrendement van 7,5% noodzakelijk
is. Deze rendementseis is bij het Algemeen Overleg van 27 juni 20063 nogmaals bevestigd.
Aangezien de jaarlijkse exploitatiebijdrage van de Staat aan de N.V. Westerscheldetunnel
het bedrag benadert dat de N.V. Westerscheldetunnel jaarlijks aan haar aandeelhouders
uitkeert in de vorm van dividend, is ervoor gekozen de verplichting tot deze
storting over te dragen – en daarmee af te kopen – aan de Provincie
Zeeland. Daarmee komt de netto contante waarde van de bijdrage direct ter
beschikking aan de Provincie, zij het dat jaarlijks een bijdrage aan de N.V.
Westerscheldetunnel moet worden gedaan die per kerende post als dividend weer
bij de Provincie Zeeland terecht zal komen. Deze vooruit ontvangen bedragen
worden door de Provincie aangewend ter gedeeltelijke financiering van de aandelen
N.V. Westerscheldetunnel.
De netto verkoopopbrengst wordt aangewend voor aflossing van de staatsschuld.
Risicoverdeling
In principe neemt de Provincie Zeeland met de overname van de aandelen
ook alle risico’s over van de Staat. In overleg met de N.V. Westerscheldetunnel
heeft een verzekeringsexpert de risico’s met betrekking tot de Westerscheldetunnel
in kaart gebracht en geadviseerd over de mate van verzekerbaarheid. Besloten
is om alle risico’s die tegen acceptabele prijs en voorwaarden verzekerbaar
zijn daadwerkelijk te laten verzekeren door de N.V. Westerscheldetunnel. Voor
de Provincie Zeeland worden zo de risico’s tot een aanvaardbaar niveau
teruggebracht. Indien zich een risico materialiseert dat niet verzekerd kon
worden, worden de gevolgen in eerste instantie opgevangen door de N.V. Westerscheldetunnel
en in tweede instantie door de Provincie Zeeland als 100% aandeelhouder.
In het kader van het komen tot een redelijke en billijke verdeling van
de risico’s en aansprakelijkheden neemt de Staat echter enkele risico’s
voor haar rekening omdat die redelijkerwijs niet toegekend kunnen worden aan
de Provincie Zeeland. Het betreft hier bijvoorbeeld een financiële claim
uit de bouwperiode van de tunnel waarvoor het risico op schade naar rato van de oude aandelenverhouding is verdeeld tussen Staat en Provincie.
Ook voelt de Staat zich verantwoordelijk om, indien door een geval van overmacht
ernstige schade aan de tunnel ontstaat, ten eerste te compenseren voor maatregelen
die de N.V. moet nemen om verdergaande gevolgen te mitigeren en ten tweede,
indien het een «total loss» van de tunnel zou betreffen, vervoer
mogelijk te maken tussen beide oevers.
Overdrachtseisen
In de Tunnelwet is bepaald dat de WST na beëindiging van de tolheffing
tegen een bedrag van één gulden weer wordt overgedragen aan
de Staat. Om te borgen dat op het moment van overdracht een goed onderhouden
tunnel terug naar de Staat komt, heeft de overdracht tijdens de verkoopbesprekingen
een belangrijke rol gespeeld. Met overdrachtseisen is vastgelegd op welke
wijze de infrastructuur aan het einde van de exploitatieperiode door de N.V.
Westerscheldetunnel zal worden overgedragen aan het Ministerie van Verkeer
en Waterstaat. Daarin is tevens voorzien in een financiële verrekening
van investeringen aan het einde van de exploitatieperiode die een economische
levensduur hebben die langer is dan de exploitatieperiode.
Verder procesverloop
Gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer zullen Gedeputeerde Staten Zeeland
de Provinciale Staten inlichten. Zij zullen dan naar verwachting eind mei
instemmen met de noodzakelijke begrotingswijziging die volgt uit deze transactie.
Op 1 juli zal vervolgens als sluitstuk de formele overdracht van de aandelen
plaatsvinden.
De minister van Financiën,
W. J. Bos