Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 april 2013
In navolging van het AO Staatsdeelnemingen op 6 maart jl. (Kamerstuk 28 165, nr. 159) en mijn toezegging bij het VAO Staatsdeelnemingen op 19 maart jl. (Handelingen II
2012/13, nr. 63) stuur ik u hierbij een brief over kruissubsidiëring tussen NS en
Qbuzz.
Allereerst is het goed om in dit verband de gewijzigde Wet personenvervoer 20001 (Wp2000) te noemen. Onderdeel van de gewijzigde wet is de implementatie van EG-verordening
nr. 1370/2007 (de «PSO-verordening»). De PSO-verordening verplicht in geval van onderhands verleende concessies
waarvoor de exploitant een subsidie ontvangt, tot het voeren van een gescheiden boekhouding
voor de exploitatie van de openbare vervoersdiensten; dit om kruissubsidie te vermijden.
Vanwege de rechtstreekse werking van de PSO-verordening geldt de verplichting van
een gescheiden boekhouding dus ook voor NS voor de concessies die onderhands aan NS
zijn gegund én waarvoor NS financiële compensatie ontvangt. Voor de exploitatie van
de openbare vervoersdiensten ingevolge de onderhands verleende vervoerconcessie van
het hoofdrailnet («HRN») ontvangt NS geen subsidie. Voor deze exploitatie hoeft NS
dus geen gescheiden boekhouding te hanteren. NS beschikt echter ook over andere onderhands
verleende treinconcessies (niet zijnde het HRN) waarvoor NS wel subsidie ontvangt
van de Staat of van decentrale overheden. In dergelijke gevallen dient NS wél een gescheiden boekhouding te
hanteren en mogen de inkomsten daarvan niet voor de exploitatie van andere activiteiten
worden gebruikt.
De organisatie en vormgeving van de financieringsstructuur van de activiteiten en
bedrijfsonderdelen van NS vallen onder verantwoordelijkheid van de directie en commissarissen
van de NS Groep NV. Niettemin hebben mijn voorgangers en ik er bij NS op gewezen dat
de aandeelhouder ervan uitgaat dat de concessieactiviteiten van dochters van NS, zoals
Qbuzz, winstgevend moeten zijn. Overigens eisen de raad van bestuur en de raad van
commissarissen dat zelf ook van de verschillende (klein)dochterentiteiten, deze dienen
immers commercieel zelfstandig te zijn. 2 Zakelijke motieven zijn leidend: NS en diens (klein-)dochters zijn ondernemingen, wier activiteiten binnen de kaders van de bekende publieke
belangen op winst gericht zijn. Dat is van belang voor de continuïteit van het bedrijf,
en daarmee voor de blijvende borging van de publieke belangen.
Investeringen en participaties moeten dus bedrijfseconomisch aantrekkelijk zijn. Een
incidenteel verlies mag voorkomen, dat hoort bij ondernemen, maar structureel verlieslatend
zijn is onaanvaardbaar. Iedere investering en participatie wordt dan ook continu op
de eigen merites beoordeeld. Als het oordeel is dat de merites er niet (meer) zijn
dan wordt de investering of participatie, waar mogelijk en economisch verantwoord,
beëindigd. Ter illustratie van dit laatste wijs ik u op de exit van NS uit de regionale
vervoersonderneming Syntus. Vorig jaar heeft NS de aandelen die het had in Syntus
(50%) verkocht aan een andere marktpartij die actief is op de openbaar vervoermarkt.
Qbuzz was in 2011 en 2012 winstgevend (in de eerste drie jaar van het bestaan maakte
de onderneming nog opstartverliezen). Binnen de Nederlandse Spoorwegen is Qbuzz een
zelfstandig opererende entiteit. Tussen onderdelen van de Nederlandse Spoorwegen aan
de ene kant en QBuzz aan de andere kant zijn volgens NS weinig relaties. Qbuzz huurt
vastgoed van NS en op zeer kleine schaal wordt er tussen NS en Qbuzz personeel uitgeleend
(twee kanten uit). NS zelf neemt geen eindproducten van Qbuzz af. NS heeft aan Qbuzz
financiering verstrekt en er zijn garanties3 afgegeven. NS meldt dat Qbuzz voor al deze zaken aan NS een marktconforme vergoeding
betaalt.
Voor de volledigheid meld ik dat NS met de twee mede-aandeelhouders van Qbuzz – die
gezamenlijk 51% van de aandelen in bezit hebben – een overeenkomst heeft gesloten,
waarbij NS deze aandelen overneemt. Op basis van de vertrouwelijk met mij gedeelde
informatie kan ik u informeren dat de transactieprijs van de overeenkomst zeer ver
onder de statutair vastgelegde drempel ligt, boven welke instemming van de aandeelhouder
vereist is. Desalniettemin heeft de NS mij tevoren over dit voornemen geïnformeerd.
Reeds bij het aangaan van de initiële participatie van NS in Qbuzz in 2008 heeft mijn
ambtsvoorganger als aandeelhouder van NS getoetst dat de activiteiten van Qbuzz passen
binnen de strategie van NS en de kernactiviteiten van het bedrijf en dat de participatie
zal bijdragen aan het resultaat van de onderneming. Volledigheidshalve vermeld ik
ook dat na effectuering van de transactie Qbuzz niet langer een dochter is van NS
Internationaal, maar een (klein)dochter zal worden van Abellio Transport Holding (beiden
dochters van de NS Groep).
De minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem