28 165 Deelnemingenbeleid Rijksoverheid

Nr. 132 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 april 2012

Op 15 februari jl. heeft u mij per brief verzocht om een schriftelijke reactie op een mogelijke overname van een Duits netwerk door Gasunie. Vanwege de noodzakelijke bescherming van de belangen van de Staat en de commerciële belangen van Gasunie geef ik geen commentaar op berichten in de media over dergelijke transacties.

Wel kan ik in zijn algemeenheid stellen dat ik, indien statutair bevoegd, elk voorstel van een staatsdeelneming voor een investering, een participatie of een overname zorgvuldig en kritisch zal beoordelen. Zoals recent vermeld in het jaarverslag staatsdeelnemingen 2010 en zoals ook eerder met uw Kamer is gedeeld, zal ik voorstellen voor investeringen en/of overnames door staatsdeelnemingen primair toetsen aan de versterking van publieke belangen die de desbetreffende deelneming mede borgt en of het voorstel in lijn is met de strategie. Daarnaast worden de financiële gevolgen, gevolgen voor de governance en mitigatie van risico’s meegewogen. In het geval van Gasunie zou deze toets er dan als volgt uit zien:

  • De investering moet passen in het gasrotondebeleid en dit beleid versterken;

  • De Nederlandse gasgebruiker dient er beter van te worden. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in verhoogde voorzieningszekerheid en hogere marktliquiditeit met lagere prijzen als gevolg voor de consument. Dit is vooral van belang met het oog op de teruglopende Nederlandse gasvoorraden.

  • Er is sprake van een gezonde financiële propositie, wat onder meer tot uiting komt in een marktconform rendement. Daarnaast moet Gasunie de investering zelfstandig kunnen financieren, waarbij financiële ratio’s en de credit rating op middellange termijn op een aanvaardbaar niveau blijven, de gereguleerde investeringen niet in gedrang komen en de dividenden op peil blijven. Een kapitaalinjectie is in de huidige omstandigheden niet aan de orde.

  • Er is een acceptabele impact op de governance structuur van de onderneming en de zeggenschap van de staat.

  • Het reguleringsrisico dient aanvaardbaar te zijn.

In het geval van bepaalde investeringen/overnames is het niet ongebruikelijk om deskundig extern advies in te winnen over de belangrijkste aspecten en risico’s. Indien een staatsdeelneming, met goedkeuring van haar raad van commissarissen, een voorstel aan mij voorlegt, zal ik op basis van het voornoemde criteria een besluit nemen en daar de Kamer vervolgens over informeren.

De minister van Financiën, J. C. de Jager

Naar boven