nr. 65
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 december 2008
Door middel van deze brief doe ik verschillende toezeggingen aan de Tweede
Kamer gestand zoals besproken in de eerste en tweede termijn van het Algemeen
Overleg over Orgaandonatie op respectievelijk 8 en 21 oktober 2008 (Kamerstukken
28 140, nrs. 51 en 64).
Orgaan- en bloeddonatie en homoseksualiteit
Het lid Van Miltenburg vroeg naar de verschillen tussen de regels die
worden gehanteerd voor orgaan- en weefseldonatie enerzijds en bloeddonatie
anderzijds door homoseksuelen. Hieronder zet ik deze verschillen uiteen en
geef vervolgens aan waarom ik niet wil overgaan tot een gelijkschakeling.
Bloeddonatie
In de Richtlijn Donorkeuring van Sanquin worden maatregelen genomen ter
preventie van de overdracht van bacteriële, parasitaire, virus en prion
infecties op de ontvangers van het bloed. Omwille van de bescherming van de
ontvangers van bloed en bloedproducten zijn daarom bepaalde groepen mensen
uitgesloten van bloeddonatie. Homoseksualiteit is een standaard leefvorm in
Nederland en geldt dan ook niet als uitsluitingsgrond voor bloeddonatie. Risicovol
seksueel gedrag is dat wel. Wetenschappelijk is aangetoond dat bepaalde (infectie)ziekten
onder de groep mannen die seksueel verkeer hebben (gehad) met mannen vaker
voorkomen. Dat levert een gevaar op voor ontvangers van bloed. Vanwege dezelfde
risico’s worden ook andere groepen uitgesloten van bloeddonatie zoals
mensen die uit een bepaalde regio komen, mensen die (kort) verbleven in een
bepaalde regio en mensen die eerder zelf een bloedtransfusie ontvingen.
De commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft in 2007 geoordeeld dat bij
het uitsluiten van mannen die seksuele contacten hebben (gehad) metander
mannen als bloeddonor sprake is van direct onderscheid en dus sprake is van
discriminatie. Echter, de CGB heeft daarbij aangegeven, dat er vanuit het
oogpunt van de volksgezondheid goede redenen zijn om dit onderscheid toelaatbaar
te achten.
Orgaan- en weefseldonatie
Bij orgaan- en weefseldonatie wordt geen algemeen voorbehoud gemaakt voor
homoseksuele potentiële donoren, maar risicovol seksueel gedrag kan wel
bij orgaan- en weefseldonatie een uitsluitingsgrond zijn. Het bloed van de
donor wordt onder andere getest op het HIV-virus. Geen enkel laboratoriumonderzoek
kan echter een recente HIV-virusbesmetting uitsluiten. Daarom vraagt de arts
aan de nabestaanden of de potentiële donor behoorde tot een risicogroep
voor HIV-overdracht. In principe wordt dit ook aan de vrouw van een potentiële
mannelijke donor gevraagd.
Verschillen
De reden dat ten aanzien van bloeddonatie andere regels gelden dan ten
aanzien van orgaan- en weefseldonatie is de schaarste gecombineerd met het
levensreddende karakter van orgaandonatie.
Bij bloeddonatie is geen sprake van schaarste, waardoor de ruimte om algemene
uitsluitingsgronden te hanteren groter is. Bij orgaandonatie is dat helaas
niet het geval, waardoor ongeacht de geaardheid van de donor of het sexuele
gedrag, per situatie een risico-inschatting moet worden gemaakt. Het aantal
voor transplantatie beschikbare organen is zo beperkt dat een algemene uitsluitingsgrond
niet verantwoord is.
Deze verschillen zijn voor mij reden om de gehanteerde regels rondom orgaan-
en weefseldonatie en bloeddonatie niet te wijzigen.
Donatie bij leven
Over mijn voornemens rondom het wegnemen van belemmeringen voor diegenen
die overwegen om bij leven een orgaan te doneren, zal ik uw Kamer in het voorjaar
van 2009 per brief informeren. Over enkele maanden kan ik u inhoudelijk op
de hoogte brengen van de vorderingen op de verschillende maatregelen die inmiddels
zijn opgestart.
In het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor VWS van 8 en 21 oktober
2008 heb ik u toegezegd om de volgende zaken nader te onderzoeken of te regelen:
– Een regeling waarin de kosten die de donor maakt voor het bij
leven ter beschikking stellen van een orgaan, van overheidswege vergoed worden.
– De inkomstenderving van zelfstandigen zal in dezelfde regeling
opgenomen worden of separaat geregeld worden. Hiermee geef ik uitvoering aan
de motie van het lid Van Gerven (Kamerstukken II 2008–2009, 28 140,
nr. 55).
– Medische kosten die de donor maakt die direct het gevolg zijn
van de donatie uitzonderen van het verplichte eigen risico van de zorgverzekering
van de donor. Verlenging van de periode na de donatie, waarin de medische
kosten ten laste komen aan de zorgverzekeraar van de ontvanger.
– Het op orde brengen van de indicatiestelling voor huishoudelijke
en gezinshulp, zodat hulp tijdig verleend wordt.
Verder heb ik toegezegd de Tweede Kamer nader te informeren over de bestaande
complicatieverzekering die de transplantatiecentra hebben afgesloten bij een
verzekeraar. Dit betreft een verzekering die door detransplantatiecentra
wordt afgesloten ten behoeve van nierdonoren. Indien er medische complicaties
optreden en de donor ondervindt hiervan schade dan kan aan de donor eenmalig
maximaal € 113 445 uitgekeerd worden. Ik zal nader onderzoek
doen naar (uitgebreidere) mogelijkheden van een arbeidsongeschiktheidsen overlijdensrisicoverzekering
voor donoren die bij leven een orgaan afstaan en onverhoopt complicaties van
de donatie ondervinden.
Onderzoek naar het ATS, donorkaart en verplichte keuze
Zoals aangekondigd zullen de wijzigingen van het systeem zoals voorgesteld
door het kabinet worden onderzocht. Het betreft hier de toevoeging van een
vijfde keuze «ja, mits mijn nabestaanden daarmee instemmen» en
de default «nabestaanden» wanneer iemand geen donorformulier terugstuurd.
Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd dat de resultaten vergelijkbaar zijn
met het eerdere onderzoek. De Coördinatiegroep Orgaandonatie heeft aangegeven
een begeleidende rol te willen spelen bij het onderzoek.
Tevens worden de effecten van een eventuele herinvoering van een donorkaart
onderzocht, zoals door de leden Ormel en Gill’ard is voorgesteld. Hierbij
wordt zowel gekeken naar de effectiviteit als naar gevolgen van het voeren
van verschillende systemen naast elkaar. Een derde onderdeel van het onderzoek
betreft de door het lid Gill’ard voorgestelde verplichting om een besluit
te nemen over orgaandonatie, zonder sanctie.
De verwachting is dat dit onderzoek in het voorjaar van 2009 gereed is,
de resultaten worden uw Kamer toegezonden.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink