nr. 11
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2003
In antwoord op de vragen van de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport naar aanleiding van de brief van 10 september 2002 (28 140,
nr. 9) over orgaandonatie heb ik u bij brief van 17 oktober 2002 toegezegd
u nader te zullen informeren over de analyse van het Expertise Centrum (HEC)
van de geschatte kosten tegenover de mogelijke effecten en baten van de diverse
acties voor stimulering en toename van het aantal orgaandonaties. Bijgaand
treft u ter kennisneming aan het rapport «Acties voor toename van orgaandonatie:
kosten vs. effecten/baten».1
Zoals in de brief van 10 september 2002 is aangegeven is besloten af te
zien van de persoonlijke herinneringsmailing omdat de zeer hoge kosten onvoldoende
worden gerechtvaardigd door de te verwachten baten. Het niet door laten gaan
van de herinneringsmailing is aanleiding geweest de mogelijkheid tot alternatieve
acties te onderzoeken om het aanbod donororganen te verhogen. De analyse van
HEC laat zien dat de diverse mogelijke acties in ziekenhuizen, afzonderlijk
of in combinatie, de meeste geëffectueerde donaties zal kunnen opleveren.
Deze conclusie onderstreept naar mijn mening dat we met het plan van aanpak
dat gericht is op het verder verbeteren en het stimuleren van de donorwerving
in de ziekenhuizen in principe op de goede weg zijn. Dit laat overigens onverlet
dat continue publieksvoorlichting noodzakelijk blijft. Zo heb ik in 2002 extra
middelen ter beschikking gesteld aan de Stichting Donorvoorlichting ten behoeve
van de publiekscampagne die eind november 2002 tijdens de donorweek gestart
is.
Omdat acties in de ziekenhuizen als kosteneffectief kunnen worden beoordeeld,
loont het zich volgens HEC hierin extra te investeren. Structurele extra investeringen
die leiden tot meer donororganen kunnen terugverdiend worden doordat er minder
nierdialyses plaatsvinden (de kosten van nierdialyse zijn over een periode
van 10 jaar aanzienlijk hoger dan de kosten van een niertransplantatie over
dezelfde periode). Volgens HEC wordt per nierdonor, uitgaande
van een gemiddelde opbrengst van 1,9 nier per donor, over 10 jaar circa € 817 000,–
bespaard.
In principe ben ik het met HEC eens dat gelet op de kosteneffectiviteit
van de acties in de ziekenhuizen het zich loont hierin te investeren. In feite
is deze lijn reeds met het plan van aanpak donorwerving in de ziekenhuizen
ingezet. Het eventueel geven van een structurele extra investering acht ik
echter een zaak van het nieuwe kabinet.
Tevens treft u bijgaand ter kennisneming aan het evaluatierapport «Het
stimuleringsplan ziekenhuizen»1 van prof.
dr. Hans Akveld over het project donatiefunctionarissen dat eind 2002 is afgerond.
Het rapport laat zien dat in de ziekenhuizen die in het project zitten de
donorwerving goed is ingebed en dat er een goede voorlichtingsstructuur is
opgebouwd. Mede op basis van de ervaringen die opgedaan zijn met het project
donatiefunctionarissen kan nu gewerkt worden aan een structurele opzet van
de donorwerving in de Nederlandse ziekenhuizen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C. I. J. M. Ross-van Dorp