Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28115 nr. 5 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2001-2002 | 28115 nr. 5 |
Vastgesteld 26 april 2002
De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft op 4 april 2002 overleg gevoerd met minister Jorritsma-Lebbink en staatssecretaris Ybema van Economische Zaken over:
– de reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer «Stimulering middenen kleinbedrijf en ondernemerschap» (28 115, nr. 3);
– de voortgangsrapportage nota «De ondernemende samenleving» (EZ-01-708);
– de ondernemerschapsmonitor herfst 2001 (EZ-02-36);
– de ondernemerschapsmonitor voorjaar 2001 (EZ-01-418);
– het Jaarbeeld 2001 van het Commissariaat voor buitenlandse investeringen in Nederland (EZ-02-139);
– de subsidieregeling infrastructuur technostarters (EZ-02-141).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Hindriks (PvdA) merkt op dat zijn fractie het ondernemerschap midden- en kleinbedrijf (MKB) zeer belangrijk vindt en de ruime doelstellingen in de diverse nota's onderschrijft. Het onlangs uitgebrachte rapport van de Algemene Rekenkamer handelt over de effectiviteit van de ruim 2 mld euro subsidie per jaar die wordt uitgegeven aan de stimulering van het MKB. De resultaten van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn vernietigend en bevestigen de vrees van zijn fractie dat een aantal subsidies ineffectief is.
Uit het rapport blijkt dat van 25 van de 28 primair op het MKB gerichte beleidsmaatregelen die vanaf 1995 door EZ zijn opgesteld, niet kan worden aangetoond dat zij resultaat hebben gehad, vooral omdat niet duidelijk was welke doelen ermee beoogd werden. Hij pleit al geruime tijd voor het verstrekken van subsidies die bijdragen aan een vooraf beoogd doel en waarvan de resultaten duidelijk te meten zijn. Een dergelijke effectiviteitsmeting zou echter volgens de minister van EZ niet mogelijk zijn. Hij is er daarom voor dat een aantal subsidies verdwijnt en vervangen wordt door een aantal primair fiscale regelingen die vooraf beoogd goed gedrag op basis van resultaat achteraf belonen.
De Rekenkamer concludeert dat de bewindspersonen van EZ inzichtdienen te geven in de samenhang van alle beleidsmaatregelen die gericht zijn op stimulering van ondernemerschap. De Rekenkamer stelt verder dat het aanbeveling verdient om het lerend vermogen in het beleidsproces bij het ministerie van EZ te versterken door informatie over de onderbouwing en de resultaten van beleid systematisch vast te leggen. Dit is ondanks vier jaar werken aan VBTB (Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording) en vele debatten over dit onderwerp kennelijk nog steeds niet voldoende doorgedrongen.
Hij ziet het rapport van de Rekenkamer als een netjes verpakte maar zware kritiek. De minister ziet het rapport echter als een steun in de rug bij het verder doorvoeren van verbeteringen. Zij interpreteert het feit dat er van de 28 maatregelen bij 25 maatregelen onvoldoende gegevens waren om op grond daarvan de effectiviteit te kunnen vaststellen, in die zin dat van 25 maatregelen niet kan worden gezegd dat zij niet effectief zijn geweest. Hij is van mening dat in dat geval het geld beter in de zak van de ondernemers kan blijven.
De minister beschuldigt de Algemene Rekenkamer van ouderwets specifiek op het MKB gericht ondernemersbeleid, terwijl er inmiddels sprake zou zijn van generiek beleid. Hij acht het wegnemen van knelpunten en het bevorderen van een goed ondernemersklimaat van groot belang bij het ondernemersbeleid van EZ, maar ook bij een generiek doel moeten de inzet van EZ en de resultaten van die inzet transparant zijn. De minister zegt niet in staat te zijn inzicht te verschaffen in de omvang en de samenhang van de beleidsmaatregelen gericht op het MKB en ondernemerschap, vanwege het feit dat het MKB geen homogeen geheel is. Hoe kan zij dan over generiek beleid spreken? De diversiteit van het MKB maakt dat de consultancy subsidiepotten ineffectief zijn. Hij is ervoor deze subsidies te vervangen door generieke belastingverlaging voor het MKB. Dit kan gebeuren door de zelfstandigenaftrek te verhogen en de eerste trap in de vennootschapsbelasting te verlagen.
Ook in de voortgangsrapportage over de nota «De ondernemende samenleving» (DOS) is nergens sprake van een effectiviteitsmeting. De minister stelt niettemin dat het beleid een positieve bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van het ondernemerschap in onze samenleving. Hij vraagt zich af waaruit dat blijkt. Blijkt dat soms uit het feit dat Nederland internationaal bovengemiddeld scoort op het gebied van ondernemerschap en bedrijvendynamiek of uit de gunstige ontwikkeling van het aantal starters? Het is hem niet duidelijk wat deze ontwikkelingen met het EZ-beleid op het gebied van subsidies te maken hebben. Hoogstens heeft het wegnemen van een aantal belemmeringen in de wetgeving hieraan een bijdrage geleverd.
Hoewel hij beseft dat niet alles te kwantificeren is en dat niet te kwantificeren doelen ook nuttig kunnen zijn, vindt hij het voorliggende beleid van EZ in termen van effectiviteitsmeting erg mager. Omdat het volgens de minister niet goed mogelijk is om een relatieve effectiviteitsmeting van de subsidies te verrichten, is hij van mening dat niet-effectieve subsidieregelingen dienen te worden afgeschaft en dat regelingen waarvan de effectiviteit onduidelijk blijft, verbeterd dienen te worden. Zijn voorkeur gaat verder uit naar het verschuiven van het vooraf verstrekken van subsidies naar een fiscale stimulering, omdat daarmee wellicht eerder een beoogde gedragsverandering wordt bereikt.
Hij is vol lof over de activiteiten van het CBIN. Het CBIN draagt door het investeren van enkele tientallen miljoenen euro's bij aan 500 mln euro buitenlandse investeringen in Nederland, die circa 4000 arbeidsplaatsen opleveren in vooral hoogtechnologische activiteiten als ICT en life sciences.
Hij ziet de subsidieregeling infrastructuur technostarters als een goedbedoelde geldpot waarmee vooral de intermediairs blij zijn. Het is een praatcircuit tussen universiteiten, hogescholen en de welzijnswerkers van het MKB. Deze regeling moet de regeling onderwijs en ondernemerschap aanvullen. Hij is ervoor deze regeling af te schaffen. Hij wijst erop dat het aantal technostarters in de VS aanzienlijk groter is, terwijl daar geen enkele soortgelijke regeling bestaat.
De heer Van Walsem (D66) vindt het rapport van de Rekenkamer kritisch. Er wordt gesteld dat de resultaten van de maatregelen die voortvloeien uit de nota Werk door ondernemen uit 1995 (WDO) niet bekend zijn. Hieruit blijkt hoe noodzakelijk het is de doelen duidelijk te formuleren. Hieraan wordt in het kader van de VBTB hard gewerkt. Hij is op dat punt optimistisch.
De minister stelt dat het lastig is om de directe relatie tussen de beleidsmaatregelen en de effecten aan te geven. Misschien is het een goede suggestie om te kijken naar het bereik van de regelingen. Wanneer van een subsidieregeling ruim gebruik wordt gemaakt, is er duidelijk behoefte aan. Ook het MKB is van mening dat de toegankelijkheid van de regelingen belangrijk is, getuige de suggestie in de brief van 22 maart jl. om de behoefteverhouding tussen vraag en aanbod en toegankelijkheid bij de evaluatie van de regelingen mee te nemen. Hoe staat het overigens met de pilot die is gestart voor het elektronische zoeksysteem voor subsidieregelingen? Wanneer zal het geheel aan regelingen elektronisch in kaart zijn gebracht?
Uit de voortgangsrapportage over DOS blijkt dat het ondernemerschap in Nederland vanzelfsprekender wordt en het klimaat voor ondernemen in de afgelopen jaren is verbeterd. Hij vindt het van belang dat wordt voortgegaan op deze weg. Ook internationaal blijken wij beter te scoren dan in het verleden, ook op het gebied van vrouwen en minderheden. Hierbij valt de kanttekening te plaatsen dat de resultaten vanwege het feit dat het momenteel economisch iets minder gaat, ook iets minder zijn.
Hij vestigt de aandacht op de effectieve wettelijke regeling voor ondernemers die in betalingsmoeilijkheden verkeren. In de praktijk blijkt dat grote bedrijven in toenemende mate de betalingen aan kleine bedrijven opschorten. Hoe staat het met de uitvoering van de hierover destijds ingediende motie? Hoe staat het met het streven om de administratieve lasten in drie jaar met 25% te verlagen? Zijn er al concrete resultaten te melden van de twee jaar geleden opgerichte Commissie ondernemerschap en onderwijs?
Uit de ondernemerschapsmonitor blijkt dat het MKB in 2001 opnieuw de grootste banenmotor van onze economie is geweest. In het overzicht ontbreekt echter de zeer belangrijke rol die het MKB heeft gespeeld in de werkverschaffing aan allochtonen. Ook de overheid die nauw bij de totstandkoming van het convenant tussen het MKB en de vakbond betrokken was, mag hier een stukje van het succes claimen.
Het MKB heeft een achterstand in het benutten van bestaande octrooiregelingen. Een mogelijke verklaring zou de hoogte van de kosten van de aanvragen zijn. Kan de minister hierop ingaan?
De export van het MKB loopt achter bij die van het buitenland. Overigens heeft hij in NRC Handelsblad gezien dat EZ tegenwoordig de dance- en housemuziek promoot via een subsidieprogramma. Hij zet vraagtekens bij een dergelijke subsidieverlening.
Hij blijft het merkwaardig vinden dat bij een faillissement de belastingen en de bedrijfsverenigingen preferente schuldeisers zijn en de bedrijven worden achtergesteld. Hij pleit er opnieuw voor om deze preferente positie af te schaffen.
Hoe staat het met het benchmarken van het gemeentelijk ondernemersklimaat? Kan de staatssecretaris hier iets over zeggen?
Mevrouw Voûte-Droste (VVD) is het ermee eens dat het CBIN een interessante ontwikkeling is. De bedrijven die naar Nederland komen, zijn vaak innovatief en dragen bij aan een hoogwaardige werkgelegenheid. Het is verder goed dat de EVD (Economische voorlichtingsdienst) en het CBIN intensief samenwerken. Zij is blij dat in de ondernemerschapsmonitor en bij de technostarters aandacht wordt besteed aan de innovatie. De Nederlandse economie loopt internationaal nog steeds 7% achter op dit gebied. Innovatie is van groot belang voor de Nederlandse concurrentiepositie, zeker gezien de hoge loonkosten in Nederland.
Uit de monitor valt via het aantal starters de dynamiek in de economie af te lezen. Het feit dat er in 1997 40 000 starters waren en in 2001 55 000 is positief. Hieruit blijkt dat de generieke aanpak een goed instrument is. Ook het verlichten van de administratieve lasten is voor starters zeer belangrijk. Kan de minister hierop ingaan?
Tegelijkertijd betekent meer starters dat er ook meer faillissementen zijn. Uit het exitonderzoek van het EIM (Economisch instituut voor het midden- en kleinbedrijf) blijkt dat 50% van de ondernemers binnen tien jaar met zijn bedrijf stopt. Zij sluit zich aan bij de opmerking dat de positie van de preferente schuldeisers in geval van faillissement nader bekeken moet worden. Hoe denkt de minister over het doen van een onderzoek hiernaar?
Ook de export blijkt te zijn gegroeid. Op dit moment daalt het aantal starters weer enigszins vanwege de teruglopende economie. De ondernemerschapsmonitor van de herfst 2001 geeft een daling aan van 5%, terwijl er in 2001 3600 bedrijven failliet gingen. Zij acht het in dit verband van belang dat de overheid het mentorschap voor startende ondernemers blijft stimuleren.
Er is ook een cultuurverandering nodig in het Nederlandse onderwijsstelsel. Studenten dienen nadrukkelijker te worden gewezen op de mogelijkheid om ondernemer te worden. Kan het ministerie van EZ hier met het ministerie van Onderwijs nog eens naar kijken? Misschien zouden ondernemers wat vaker college moeten geven op universiteiten en hogescholen.
Hoewel zij waardering heeft voor het rapport van de Rekenkamer, is zij het niet eens met de kritiek dat de samenhang ontbreekt tussen de nota WDO en de nota DOS, wat tot een stapeling in het beleid zou leiden. Een ministerie dient zich te vernieuwen en te komen met elementen die passen in de moderne tijd. Zij acht de VBTB-operatie het belangrijkste instrument om de doelen te bereiken.
Zij is verder blij dat er nu een generiek beleid is, waardoor ondernemers bij het ondernemen in aanmerking komen voor lastenverlichting. Zij ondersteunt zaken als meer flexibiliteit voor het ondernemerschap, het stimuleren van het gebruik van ICT, ruimte voor innovatie en het terugdringen van de administratieve lasten.
Uit het OESO-rapport blijkt dat Nederland de barrières voor innovatieve ondernemers verder moet slechten. Het zou ontbreken aan ondersteuning in de startfase, er zou een gebrekkige toegang zijn tot de onderzoeksfaciliteiten en een beperkte beschikbaarheid van venture capital. De minister heeft de samenwerking met de universiteiten duidelijk aan de orde gesteld. Het is belangrijk dat universiteiten en kennisinstellingen hun drempels slechten voor het ondernemerschap.
Er waren in 1999 1100 technostarters. In de EZ-begroting is de doelstelling opgenomen om dit aantal met 50% te laten toenemen ook via ICT en life sciences. De lessons learnt vanuit Twinning dienen bij andere technostarters gebruikt te worden. Uit onderzoek blijkt duidelijk dat technostarters eerder succes hebben, wanneer zij begeleiding krijgen van ervaren ondernemers.
De minister is verheugd dat ook de PvdA vandaag de dag positief staat tegenover het ondernemerschap. Hoewel haar indruk is dat dit in de maatschappij langzamerhand ook het geval is, is er toch nog heel veel werk te doen. Het ondernemerschap zou ook voor mensen die van een universiteit, hogeschool of mbo komen, veel meer een optie moeten worden. Ondernemerschap wordt vanuit de maatschappelijke ontwikkeling steeds belangrijker. Als innovatie en productiviteitsgroei achterblijven in ons land, zullen er meer ondernemers nodig zijn. Een belangrijk deel van de productiviteitsgroei komt van de nieuwste ondernemingen. Als het conjunctureel wat minder gaat en zeker als er structureel minder groeipotentie is, is extra aandacht voor het ondernemerschap vereist. De stagnatie in het economische groeivermogen heeft te maken met een te trage innovatie en een vermindering van het arbeidsaanbod door vergrijzing. Het thema productiviteitsgroei is daarom uitdrukkelijk op de agenda gezet. Bij de acties om dit te bereiken moet aan het belang van ondernemerschap ruim aandacht worden besteed.
De uitgangssituatie is op dit moment gunstig. Het economische klimaat in Nederland is relatief aantrekkelijk voor ondernemers. Nederland heeft verhoudingsgewijs veel ondernemers. Toch is er sprake van belangrijke knelpunten, die moeten worden weggenomen. De vraag welke bijdrage de overheid kan leveren en in het verleden heeft geleverd, is de kern van het onderzoek van de Rekenkamer. De minister is hierover positiever gestemd dan de Rekenkamer. Zij heeft waardering voor het onderzoek van de Rekenkamer, dat kan helpen om het beleid effectiever te maken. De nota WDO dateert echter al uit 1995. Er was toen nog geen sprake van VBTB. Zij is het niet eens met de opvatting van de Rekenkamer dat er sprake zou zijn van een «stapeling» van beleid. Zij zou eerder willen spreken van «vernieuwing».
Hoofdconclusie van de Rekenkamer is dat er veel zorg besteed moet worden aan het beleidsproces. Er moet een goede probleemanalyse en een kosten-batenanalyse gemaakt worden, er moeten duidelijk meetbare doelstellingen opgesteld worden en er moet achteraf geëvalueerd worden. Het ministerie van EZ is de laatste jaren in toenemende mate op weg om het beleid op die manier vorm te geven. Er worden een aantal kwaliteitsslagen in de goede richting gemaakt, veelal in het kader van de VBTB-operatie.
Overigens gaat het rapport niet alleen in op de subsidieregelingen maar ook op ander EZ-beleid voor ondernemers. Het feit dat het bij het MKB niet om bruggen bouwen of wegen aanleggen gaat, maakt dat de effecten van beleid in kwantitatieve zin moeilijker te meten zijn. Het ondernemerschapsbeleid is gericht op randvoorwaarden scheppen, knelpunten wegwerken en stimuleren, maar het stelt zich ook ten doel om mensen op het idee te brengen om ondernemer te worden. Het tot stand brengen van mentaliteitsveranderingen is voor de overheid een van de moeilijkste opgaven. Ondernemerschap heeft naast conjuncturele ook structurele aspecten. Het is lastig om precies vast te stellen wat het effect is van een subsidieregeling of een aantal subsidieregelingen, of een combinatie van een subsidieregeling met beleidsmatig handelen, zoals het afschaffen van de Vestigingswet. Bij de technostarters is het probleem dat er een koppeling moet worden gelegd tussen de starters en de kennisinstituten.
Er zal in toenemende mate getracht moeten worden de probleemanalyse zo goed mogelijk te maken en op basis daarvan het beleid te formuleren. Bij de regeling voor de technostarters is dit ook gebeurd. Het blijkt dat de Twinning-regeling niet alleen bij Twinning maar ook daarbuiten veel heeft opgeleverd. Hetzelfde geldt voor Biopartner. Er wordt met dit type regelingen geprobeerd een bepaald bewustzijn te kweken en een barrière te doorbreken. Zij wil Nederland niet vergelijken met de VS, waar een geheel andere mentaliteit ten opzichte van starten en failliet gaan bestaat en waar venture capital veel makkelijker te krijgen is.
Zij ziet niet veel in het voorstel om bepaalde subsidieregelingen te schrappen en het geld in te zetten voor belastingverlaging voor MKB-ondernemers, omdat hiermee slechts een zeer klein geldbedrag gegenereerd wordt. Overigens blijkt altijd weer dat ondernemers in het algemeen voor het afschaffen van subsidieregelingen zijn, als het maar niet die regelingen zijn waarvan zij zelf gebruik maken. Zij is ervoor dat subsidies afgeschaft worden als duidelijk blijkt dat zij geen effect hebben. De aanbevelingen van de Rekenkamer dat er in toenemende mate onderbouwing nodig is, spreken haar aan. Dat betekent echter niet dat moet worden opgehouden met ondernemerschapsbeleid. Dit beleid heeft in de afgelopen jaren effect gehad en zal in de komende jaren ook nodig zijn om verdere drempels te slechten. Het gaat om de combinatie van het weghalen van drempels en het zoeken naar marktfalen, wat soms door tijdelijke subsidies is op te lossen. De technostartersregeling is exact gebaseerd op het wegnemen van de barrières waar de OESO over spreekt. Als de problemen zijn opgelost, kan de regeling gestopt worden.
Bij de indicatoren voor stimulering van het ondernemerschap die worden opgenomen in de VBTB-begroting gaat het overwegend om effectindicatoren. Zij geven een beeld van het effect dat met de instrumenten wordt nagestreefd, met de kanttekening dat ook andere factoren hierop van invloed zijn. Het gaat daarbij enerzijds om een aantal indicatoren voor het ondernemerschap in algemene zin en anderzijds om indicatoren voor innovatief ondernemerschap. Bij het ondernemerschap in algemene zin wordt gekeken naar de dynamiek van het ondernemerschap, het saldo van starters en stoppers in het MKB-segment. Daarbij is het streven dat het saldo hoger moet zijn dan bij de belangrijke Europese concurrenten België Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Naar haar mening is de Nederlandse regeling voor technostarters een zuiniger en effectiever instrument dan de Duitse en Belgische. Zij is graag bereid de informatie over de diverse regelingen aan de Kamer te doen toekomen. Het streven is dat er 50% meer technostarters komen, terwijl het aandeel snelle groeiers als percentage van het aantal middelgrote bedrijven op termijn gelijk moet zijn aan het gemiddelde van de benchmarklanden VS, Verenigd Koninkrijk, België en Duitsland. Zij heeft in de groeiparagraaf van de begroting aangegeven dat zij zal kijken of de indicatoren van de begroting voldoende aansluiten bij de geformuleerde beleidsdoelstellingen of dat aanpassingen nodig zijn.
Er heeft na het onderzoek dat de Rekenkamer heeft gedaan een verdere stroomlijning van het instrumentarium plaatsgevonden. Binnenkort zijn de uitkomsten te verwachten van het IBO-technologiebeleid (Interdepartementaal beleidsonderzoek). Daarbij wordt ook de evaluatie van de WBSO (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk) betrokken. Overigens zal de conclusie van het IBO zeker niet zijn dat het subsidiegeld naar lastenverlichting moet gaan.
Het elektronische zoeksysteem wordt deze maand operationeel onder de naam www.subsidieshop.nl, die ondernemers het meest aansprak. Alle ondernemerssubsidies van alle ministeries zijn hierin te vinden.
Wat het verzoek betreft om concrete initiatieven te nemen om het innovatiekennisaanbod inzichtelijk te maken voor MKB-ondernemers, kan zij melden dat het innovatienet eerstdaags aanbesteed zal worden.
Zij is het eens met de opvattingen van de Rekenkamer over de onderbouwing van DOS, zij het dat de praktijk weerbarstiger is. De Rekenkamer hanteert een op wetenschappelijke wijze ontwikkeld model van beleidsvorming. Zij ziet het als haar taak om hier voortdurend nauwer op aan te sluiten, maar 100% aansluiting zal nooit lukken. Overigens had DOS ook de belangrijke functie van een wervend document gericht op mentaliteitsverandering.
De Rekenkamer had ook kritiek op de fiscale aspecten van het subsidiebeleid, zelfs bij generieke regelingen. Het ging daarbij niet alleen om het ministerie van EZ, maar ook om de ministeries van Sociale Zaken, Financiën en BZK. Zij is een groot voorstander van het principe dat fiscale maatregelen primair gericht dienen te zijn op lastenverlichting. Een lastenverlichting op de inkomstenbelasting voor ondernemers kan helaas niet plaatsvinden via een gerichte verlaging van het IB-tarief, omdat ook niet-ondernemers daarvan zouden profiteren. Daarnaast is lastenverlichting voor startende en jonge bedrijven alleen te realiseren via een zeer specifieke regeling. Zij wijst er in dit verband op dat de zelfstandigenaftrek te ver is doorgeschoten. Verhoging van het percentage van de zelfstandigenaftrek heeft alleen zin als er iets af te trekken valt. Een aantal fiscale regelingen is gericht op stimulering van ondernemerschap, werkgelegenheid en economie in het algemeen. Het lastige van het meten van effecten van fiscale regelingen is dat ze nooit los te koppelen zijn van overige beleidseffecten of overige andere effecten in de economie. Zij heeft daarom bij de fiscale regelingen in het DOS niet voor een kwantitatieve onderbouwing gekozen.
Zij heeft in het najaar van 2001 ingestemd met de voorstellen van de MDW-werkgroep (marktwerking, deregulering, wetgeving) over de Faillissementswet. Daarbij is een voorbehoud van nader onderzoek gemaakt bij de afschaffing van de fiscale voorrechten. Het onderzoek naar de budgettaire en economische consequenties daarvan wordt op dit moment verricht door het CPB. Zij hoopt dat de resultaten binnenkort beschikbaar komen. Zij is ervan overtuigd dat afschaffing van de fiscale voorrechten positief zal werken voor ondernemingen en een aantal faillissementen zal voorkomen. In geval het CPB tot een positief resultaat komt, moet rekening worden gehouden met de consequentie dat dit veel belastinggeld zal kosten. Zij meldt ter toelichting dat alle MDW-maatregelen aanvankelijk een samenhangend pakket waren. Het aanvullende kabinetsbesluit over de fiscale maatregelen zal daarom bepalend zijn voor het traject dat daarna gevolgd kan worden. Overigens heeft dit besluit niet alleen betrekking op de preferente plaatsing maar ook op het bodemrecht en andere voorrangsposities, zoals die van het Lisv. De overheid heeft zich over de positie van de banken al eerder uitgesproken.
Het is niet de taak van de overheid om zich te bemoeien met het feit dat grote bedrijven slecht betalen aan kleine bedrijven. In dat geval is de NMa de aangewezen instantie. Overigens betekent dat niet dat zij het door het MKB gesignaleerde probleem niet serieus neemt. In dit verband speelt de EG-richtlijn 2000/35 van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties een rol. Volgens deze richtlijn is er vanaf 30 dagen na de factuurdatum een wettelijk recht op rentevergoeding van 7% bovenop de speelruimte van de Europese Centrale Bank verschuldigd. Daarboven is een volledige vergoeding van alle gemaakte invorderingskosten voorzien. Het betreffende wetsvoorstel ligt momenteel bij de Tweede Kamer. Zij zal met MKB Nederland bekijken in hoeverre dit wetsvoorstel soelaas biedt voor het gesignaleerde probleem. Zij is ervan op de hoogte dat de rijksoverheid bekend staat als een buitengewoon slechte betaler. Zij zal hier binnen het kabinet aandacht voor vragen.
De ministeries werken hard aan de voortgangsrapportage over de verlichting van de administratieve lasten. Het doel, een reductie van 25% komt steeds meer binnen bereik.
De staatssecretaris zet uiteen dat er vanuit de EVD veel wordt gedaan aan de bevordering van de vele kansrijke exportsectoren in Nederland. Ons land heeft in de zich sterk ontwikkelende sector dance-house-dj's internationaal veel te bieden. Hierbij zijn grote commerciële belangen in het geding. EZ ondersteunt deze sector in overleg met organisaties als Conamus, maar is niet op de hoogte van ieder concreet project. Het ministerie zal Conamus om uitleg vragen over het dancefeest in de VS en tevens verzoeken voortaan betrokken te worden bij de selectie van de projecten waar subsidiegeld mee gemoeid is.
De Commissie ondernemerschap en onderwijs die onder leiding staat van prof. Mulder, functioneert nu ongeveer twee jaar. De onlangs gehouden evaluatie van de activiteiten tot nu toe is zeer positief. Het beschikbare budget wordt via de tendermethode weggezet, om op die manier projecten bij allerlei onderwijsinstellingen te stimuleren. De eerste twee tenders hebben veel goede projecten opgeleverd. Men is momenteel bezig met het voorbereiden van het wegzetten van de derde en vierde tender en het uitwerken van een strategieplan.
Het CBIN heeft ondanks het moeilijke jaar 2001 een zeer mooie prestatie geleverd. Er is veel energie gestoken in de poging om het Global reporting initiative in Boston, een instelling die is gelinkt aan de Verenigde Naties, te laten kiezen voor Nederland als vestigingsland. Het GRI heeft vandaag gemeld dat het heeft besloten om zich in Amsterdam te gaan vestigen. Dit betekent een verdere versterking van de MVO-structuur (maatschappelijk verantwoord ondernemen) in Nederland.
Het MKB laat op het gebied van het benutten van octrooien inderdaad mogelijkheden liggen. Er is een tijdje geleden opdracht gegeven aan het Bureau intellectuele eigendom om via voorlichting actief aandacht te besteden aan de octrooimogelijkheden voor het MKB.
Er is inderdaad een benchmark van het gemeentelijk ondernemersklimaat als onderdeel van het grotestedenbeleid gehouden. Dit werkt stimulerend voor het lokale economische beleid, dat een zwak element vormt in de gemeentepolitiek. Er loopt momenteel een herhalingsmeting door het bureau Research voor beleid. De uitkomsten worden voor de zomer aan de Kamer gestuurd.
De heer Hindriks (PvdA) feliciteert de staatssecretaris met het binnenhalen van GRI en de successen van het CBIN.
Hij is het ermee eens dat de overheid moet doorgaan met beleid gericht op het stimuleren van ondernemerschap. De successen hier behaald zijn vooral te danken aan de aanpassing van de regelgeving. Er dient echter op het gebied van de administratieve lasten nog veel te gebeuren om de wetgeving ondernemersvriendelijker te maken. Hij pleit opnieuw voor een overheidsorgaan met bevoegdheden op het gebied van de portefeuille administratieve lasten, waarbij een jaarreductie zou kunnen worden afgesproken met concrete plannen per ministerie. Ook een aantal fiscale regelingen heeft bijgedragen aan een gunstig ondernemersklimaat.
De heer Hindriks blijft de uitspraken van de Rekenkamer op het gebied van de subsidieregelingen serieus nemen. Hij zegt opnieuw dat hij de subsidies waarvan niet valt aan te tonen dat zij werken, wil afschaffen. Daarmee wordt ruimte geschapen om lastenverlichting voor ondernemers mogelijk te maken. Vervolgens kan worden bekeken of het zinvol is om een zeer beperkt aantal subsidieregelingen in stand te houden. Hij verzoekt de minister om een overzicht van alle op dit moment lopende subsidieregelingen. Hij zal vervolgens een voorstel doen over afschaffing van de subsidieregelingen die volgens hem niet effectief zijn. Hij zal daarbij gebruikmaken van de resultaten van het rapport van de Rekenkamer.
Hij is blij met de opmerkingen van de minister over de Faillissementswet.
De heer Van Walsem (D66) is blij te horen dat de preferente positie van fiscus en bedrijfsverenigingen bij faillissementen onderwerp van onderzoek is geworden door het CPB.
Mevrouw Voûte-Droste (VVD) feliciteert de staatssecretaris met de komst van het GRI. Zij zegt nogmaals dat de VBTB-operatie er juist op gericht is dat niet-effectieve subsidieregelingen worden afgeschaft.
De minister vindt het te gemakkelijk om het rapport van de Rekenkamer als leidraad te nemen bij het bepalen welke subsidies afgeschaft dienen te worden. Het onderzoek van de Rekenkamer betreft ook subsidies van een aantal jaren geleden. Er zijn daarna al weer een aantal slagen gemaakt.
Er dient te worden voortgegaan op de weg van reductie van de administratieve lasten. Jaartranches per ministerie zijn alleen interessant met betrekking tot de ministeries van Financiën en Sociale Zaken. Daarnaast is bij het ministerie van VWS in de komende jaren grote winst te verwachten door de veranderingen in het systeem. Overigens moeten alle ministeries gedwongen worden via het internaliseren van het bewustzijn te werken aan een verlichting van de administratie lasten. Zij is zeer teleurgesteld over de series amendementen van de Tweede Kamer die de administratieve lastendruk ook in hoge mate opvoeren. Zij zal de door de Kamer in het laatste half jaar ingediende amendementen eens op een rij zetten per wet en met de bedragen die ermee gemoeid zijn.
Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Giskes (D66), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (ChristenUnie), M. B. Vos (GroenLinks), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), Stroeken (CDA), Van den Akker (CDA), Geluk (VVD), Ravestein (D66), Verburg (CDA), Blok (VVD), Hindriks (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA) en Horn (PvdA).
Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Molenaar (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Vendrik (GroenLinks), De Swart (VVD), Van den Berg (SGP), Poppe (SP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (ChristenUnie), Van der Steenhoven (GroenLinks), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Van der Hoeven (CDA), De Haan (CDA), Van Beek (VVD), Bakker (D66), Schreijer-Pierik (CDA), Udo (VVD), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA), Schoenmakers (PvdA), Smits (PvdA) en Wijn (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-28115-5.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.