Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 maart 2026
Naar aanleiding van het recente commissieverzoek (2026Z04789/2026D11304) om de Kamer te informeren over de stand van zaken van het Nationaal Milieuprogramma
(NMP), informeer ik de Kamer hierbij over de voortgang.
De Tweede Kamer is in 2022, 2023 en 2024 per brief geïnformeerd over de aard en beoogde
inhoud van het NMP1. Eind 2024 is in procedurele zin over het NMP gesproken tijdens het Commissiedebat
Leefomgeving (CDLO) en de begrotingsbehandeling. Daarbij is toegezegd dat het NMP
in 2025 aan de Kamer zou worden aangeboden. Met het demissionair worden van het vorige
kabinet, is vorig jaar besloten om de besluitvorming over de langetermijnvisie van
het NMP over te laten aan het nieuwe kabinet. De Kamer is hierover geïnformeerd in
de Kamerbrief van december 2025 over de Actieagenda Industrie en Omwonenden2.
De afgelopen periode is op ambtelijk niveau verder gewerkt aan het NMP, in nauwe samenwerking
en afstemming met andere departementen, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties,
evenals met externe stakeholders, zoals kennisinstellingen, brancheorganisaties, het
bedrijfsleven en milieu- en gezondheidsorganisaties. Mede vanwege de samenhang van
de milieuopgave met andere grote maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, ruimte
voor Defensie, de energietransitie en het concurrentievermogen, vergt deze afstemming
tijd.
Ik ben voornemens de Kamer aankomende zomer nader te informeren over de verdere invulling
van het NMP. Hiervoor neem ik de tijd om mij te verdiepen in de inhoudelijke opgaven
en de mogelijke aanpak.
In de tussentijd wordt gewerkt aan verschillende trajecten en bouwstenen die bijdragen
aan de uitvoering van het langetermijnmilieubeleid.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.H.W. Bertram