Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228075 nr. 3

28 075
Aanpassing van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Veegwet euro)

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)

ALGEMEEN

Deze zogenaamde veegwet is nodig om een aantal redenen. De Aanpassingswet euro (Kamerstukken I 2000/01, nr. 27 472, nr. 326) bevat enkele omissies die rechtgezet dienen te worden. In de Aanpassingswet euro zijn enkele wettelijke bepalingen nog niet opgenomen die nu wel in deze veegwet kunnen worden meegenomen. Daarnaast bleek er behoefte te zijn aan een vangnetbepaling voor gevallen waarbij een wet de bevoegdheid geeft om een tarief of een ander bedrag bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aan te passen. Tevens bevat deze veegwet een aanpassing van de Wet op de economische delicten die voortvloeit uit de op 28 juni 2001 door de Raad van de Europese Unie vastgestelde verordening tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (nr. 1338/2001).

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

A

1.

In de rijen 1 tot en met 3, 8 tot en met 10 en 15 tot en met 17 is het artikelnummer zoals vermeld in kolom C aangepast aan de wet van 14 juni 2001 tot wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (pensioenopbouw, waarde-overdracht en waarde-overname alsmede enige andere onderwerpen) (Stb. 2001, nr. 364) waarin de gewijzigde tekst van de artikelen 13a, 58a en 138 is verplaatst naar de artikelen 14, 59 en 139.

In de rijen 77 tot en met 83, 90, 91, 95 zijn de salarissen van ministers en staatssecretarissen, de Nationale Ombudsman, de Raad van State en de Algemene Rekenkamer vermeld die zijn aangepast bij de meest recente formalisering van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Rijk.

In de rijen 87 tot en met 89 zijn de bedragen zoals vermeld in kolom G en H aangepast aan de indexatie van de bestuursrechtelijke griffierechten zoals deze zal plaatsvinden bij het voorgenomen besluit tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten).

In de rijen 114 tot en met 120 zijn de in de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer en de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer opgenomen bedragen aangepast aan de meest recente indexeringen.

2.

De rijen 84, 85 en 86 zijn vervallen aangezien de Wet gemeentelijke zorg voor houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf is ingetrokken.

B

Door de aanduiding «EUR» te vervangen door € wordt voor één uniforme aanduiding gekozen.

C

1.

In de rijen 1 tot en met 7 zijn de bedragen zoals vermeld in kolom G en H aangepast aan de indexatie van de bestuursrechtelijke griffierechten zoals deze zal plaatsvinden bij het voorgenomen besluit van tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten).

2.

In rij 20 ontbrak in kolom G na de letter f de letter l. Tevens was verzuimd om de woorden «ten hoogste» op te nemen. In kolom H stond «een geldboete van». Daar reeds in artikel 43, tweede lid, onderdeel c, van de Gerechtsdeurwaarderswet de woorden «een geldboete van» staan zou dit dubbelop zijn.

In rij 21 waren per abuis in kolom G de woorden «ten hoogste» niet opgenomen. In kolom H stond een geldboete van. Daar reeds in artikel 21 van de Invoeringswet Wetboek van Strafrecht de woorden «een geldboete van» staan zou dit dubbelop zijn.

In de rijen 30 tot en met 32 zijn in de kolommen G en H de bedragen aangepast. Deze aanpassing is noodzakelijk aangezien de bedragen zoals deze in de Aanpassingswet euro staan vermeld, de bedragen zijn zoals deze komen te luiden nadat de Eerste evaluatiewet Awb (Kamerstukken I 2000/01, 26 523, nr. 151) in werking treedt. In deze laatste wet worden deze griffierechten verhoogd. De Eerste evaluatiewet zal naar verwachting na 1 januari 2002 in werking treden waardoor een correctie van deze bedragen noodzakelijk is.

In de rijen 65 ten 66 zijn de bedragen zoals vermeld in kolom G en H aangepast aan de indexatie van de bestuursrechtelijke griffierechten zoals deze zal plaatsvinden bij het voorgenomen besluit tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten).

In de rijen 78, 82 tot en 87, 89 tot en met 97, 99 tot en met 113, 115, 117 tot en met 125 en 148 zijn de bedragen in de kolommen G en H aangepast als gevolg van de indexering van de civielrechtelijke griffierechten in het Besluit van 26 september 2001 tot wijziging van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (indexering civiele griffierechten) (Stb. 2001, 455).

In rij 178 was verzuimd om in kolom G het woord gulden toe te voegen.

In rij 191 stond in kolom G abusievelijk f 500 en ontbrak het woord gulden.

In rij 192 was verzuimd om in kolom E achter c het symbool «°» toe te voegen. In kolom G stond vijfhonderd waar dit 500 moet zijn.

D

In de wet tot Wijziging van enige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek in verband met de problematiek van vermissing van personen (Kamerstukken II 1999–2000, 27 117, nrs. 1–2) vindt een verhoging plaats van de bedragen in artikel 1:339, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek. Met deze bepaling worden de gewijzigde bedragen per 1 januari 2002 in euro's omgezet.

E

In rij 23 zijn de bedragen zoals vermeld in kolom G en H aangepast aan de indexatie van de bestuursrechtelijke griffierechten zoals deze zal plaatsvinden bij het voorgenomen besluit tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten).

F

1.

In rij 2j was abusievelijk in kolom G een foutief bedrag opgenomen.

In rij 23b was abusievelijk in kolom H een foutief bedrag opgenomen.

In rij 41 was abusievelijk in kolom B de wet niet op de juiste wijze aangegeven.

2.

In artikel 5 was onder a. per abuis hoofdstuk II opgenomen. Dit moet echter hoofdstuk 11 zijn. Tevens stond in dezelfde bepaling dat de onderdelen 51 tot en met 53 vervangen dienden te worden. Dit moeten echter de rijen 35 tot en met 37 zijn.

Artikel II

Door de aanduiding «EUR» te vervangen door € wordt voor één uniforme aanduiding gekozen.

Artikel III

De bedragen in de artikelen 27b, eerste lid, onderdeel a tot en met c zijn aangepast aan het voorgenomen besluit tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten). De indexering van de griffierechten in artikel 29a, tweede lid, onderdeel a tot en met c, vindt plaats op het moment dat de Eerste evaluatiewet Awb in werking treedt.

Artikel IV

De artikelen in de rijen 1 tot en met 4 waren per abuis nog niet in de Aanpassingswet euro noch bij de Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van de euro (EK 1999–2000, 26 823, nr. 235) opgenomen.

Het bedrag in rij 5 van f 500 000 is bij de Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van de euro (EK 1999–2000, 26 823, nr. 235) nog niet meegenomen. Het bedrag betreft een grensbedrag en wordt in het voordeel van de rechtzoekende naar beneden afgerond op hele euro's.

Rij 6 is ingevoegd aangezien bij Nota van Wijziging (TK 2000–2001, 27 472, nr. 8) artikel 43, tweede lid, onderdeel c, van de Gerechtsdeurwaarderswet als rij 20 in de Aanpassingswet euro is ingevoegd. Per abuis is hierbij artikel 20 van de Invoeringswet Wetboek van Strafrecht uit de Aanpassingswet euro weggevallen. Deze omissie wordt hiermee hersteld.

Rij 7 is ingevoegd aangezien dit artikel nog niet is meegenomen in de Aanpassingswet euro. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het bedrag in euro's te vermelden. Het bedrag is een boetemaximum en is naar beneden afgerond op hele euro's.

Artikel V

Onderhavig artikel houdt verband met de op 28 juni 2001 door de Raad van de Europese Unie vastgestelde Verordening tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (nr. 1338/2001) (hierna Vo Evm).

In deze verordening zijn in aanvulling op het kaderbesluit van 29 mei 2000 tot versterking, door middel van strafrechtelijke en andere sancties, van de bescherming tegen valsemunterij in verband met het in omloop brengen van de euro (PbEG L140, 2000) de nodige maatregelen neergelegd om te zorgen voor een passende bescherming van de in omloop zijnde eurobankbiljetten en -munten tegen activiteiten die de geloofwaardigheid van de bankbiljetten en -munten zouden kunnen aantasten. Doel van de verordening is de circulatie van eurobankbiljetten en -munten te laten plaatsvinden onder zodanige omstandigheden dat bescherming tegen valsemunterij is gewaarborgd. Daartoe is in de Vo Evm een systeem neergelegd ten behoeve van de vergaring en de bewerking van technische en statistische informatie over vals geld. Verwezen zij in dit verband naar de brief van 2 augustus 2001 (Kamerstukken II 2000/2001, 27 494, nr. 13). Van belang voor dit wetsvoorstel zijn de in artikel 6, eerste lid, van de verordening neergelegde verplichtingen. Het betreft in de eerste plaats een verplichting om ontvangen eurobankbiljetten en -muntstukken waarvan men weet of voldoende redenen heeft om te vermoeden dat deze vals zijn, uit omloop te nemen. De tweede verplichting houdt in dat deze eurobankbiljetten en -muntstukken onverwijld ingeleverd dienen te worden bij de bevoegde nationale autoriteiten. De verplichtingen gelden jegens kredietinstellingen, wisselkantoren en andere instellingen die beroepshalve deelnemen aan de verwerking en de verstrekking aan het publiek van biljetten en muntstukken. Ingevolge artikel 6, derde lid, Vo Evm moet het niet naleven van deze verplichtingen door genoemde instellingen vóór 1 januari 2002 kunnen worden gesanctioneerd. Door strafbaarstelling van de niet-naleving van meergenoemde verplichtingen via de Wet op de economische delicten wordt aan deze implementatieverplichting voldaan.

Artikel VI

A, B en C

In de Eerste evaluatiewet Awb (Kamerstukken 1 2000/01, 26 523, nr. 151) vindt een verhoging plaats van de bestuursrechtelijke griffierechten in artikel 24, tweede lid, onderdeel a en b en het derde lid van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie en artikel 29a, tweede lid, onderdeel a tot en met c en het derde lid. De bedragen in de Eerste evaluatiewet luiden in guldens. Indien deze wet na 1 januari 2002 in werking zal treden dienen deze bedragen in euro's te luiden. De passage over artikel 27b, eerste lid, onderdeel c, is komen te vervallen. Deze passage is overbodig aangezien met de Fiscale aanpassingswet euro (Kamerstukken II 2000/01, 27 882, nrs 1–2) de bedragen in dit artikel reeds worden vastgesteld. Ook de in artikel VIII van de Eerste evaluatiewet Awb opgenomen passage inzake de terugwerkende kracht is vervallen aangezien gebleken is dat er in de praktijk geen twijfel bestaat over de inhoud van artikel 27b, eerste lid, onderdeel c.

Artikel VII

In de wet tot Wijziging van enige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek in verband met de problematiek van vermissing van personen (Kamerstukken II 1999–2000, 27 117, nrs. 1–2) vindt een verhoging plaats van de bedragen in artikel 1:339, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek. De bedragen in voornoemde wet luiden in guldens. Indien deze wet na 1 januari 2002 in werking zal treden dienen deze bedragen in euro's te luiden.

Artikel VIII

Door de aanduiding «EUR» te vervangen door € wordt voor één uniforme aanduiding gekozen.

Artikel IX

1.

Artikel 40, negende lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit kan vervallen teneinde de wijze van afronding in overeenstemming te brengen met de wijze van afronding in de Huursubsidiewet.

2.

Artikel 41, vijfde lid van de Wet bevordering eigenwoningbezit is aangepast teneinde de wijze van afronding in overeenstemming te brengen met de wijze van afronding in de Huursubsidiewet.

Artikel X

Dit artikel bevat een tijdelijke vangnetvoorziening voor uitzonderlijke gevallen. Het komt nogal eens voor dat een wet de bevoegdheid geeft om een tarief of ander bedrag bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aan te passen. Vaak gaat het dan om bedragen die jaarlijks worden vastgesteld; in dat geval kan het bedrag voor het jaar 2002 in euro worden vastgesteld. Het komt echter ook voor, dat een dergelijke bevoegdheid bedoeld is om snel te kunnen inspelen op ontwikkelingen in de markt. Een voorbeeld biedt artikel 36 van de Wet op de accijns, dat de Minister van Financiën niet alleen de bevoegdheid geeft, maar zelfs verplicht om bij ministeriële regeling de tabaksaccijns aan te passen bij wijziging van de kleinhandelsprijs van sigaretten of rooktabak.

Het is niet ondenkbaar, dat op grond van een delegatiebepaling van het laatste type nog in de laatste maanden van 2001 een bedrag moet worden vastgesteld. Treedt dit nieuwe bedrag op of na 1 januari 2002 in werking, dan kan het direct in euro worden vastgesteld. Maar het is niet geheel uitgesloten, dat bijvoorbeeld nog in november een bedrag moet worden vastgesteld dat op 1 december 2001 in werking treedt. Dit laatste bedrag zal dan nog in guldens moeten worden vastgesteld, maar tevens met ingang van 1 januari 2002 moeten worden omgezet in een bedrag in euro. Het is onzeker of deze omzetting op dat tijdstip nog in deze Veegwet kan worden verwerkt, terwijl minstgenomen twijfel mogelijk is, of de desbetreffende delegatiebepaling wel de bevoegdheid geeft om de omzetting te realiseren: zo'n bevoegdheid om bij lagere regeling een bedrag aan te passen wordt immers veelal slechts voor een beperkt, nauwkeurig omschreven doel gegeven.

Daarom maakt de onderhavige vangnetvoorziening het mogelijk om in de periode kort voor de overgang naar de euro bij de regeling die het nieuwe bedrag in guldens vaststelt, tevens dat bedrag in euro om te zetten zoals dat bedrag per 1 januari 2002 gaat gelden. Aldus wordt een soepele overgang naar de euro gewaarborgd.

Voor de omzetting gelden de regels van artikel 3a van hoofdstuk 12 van de Aanpassingswet euro (Kamerstukken I 2000/2001, 27 472, nr. 326) zoals dit bij het amendement-Crone/Giskes (Kamerstukken II 2000/2001, 27 472, nr. 9) is ingevoegd: de hoofdregel is technische omzetting, en eventuele afronding mag in beginsel niet in het nadeel van de burger geschieden (bij het hiervoor genoemde voorbeeld van omzetting van een fiscaal (accijns)bedrag geldt uiteraard de regel van rekenkundige afronding zoals deze ook voor andere fiscale wetgeving geldt).

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals