28 039 (R 1702)
Aanpassing van enige onderdelen van de Rijkswet op het Nederlanderschap en van de Rijkswet van 21 december 2000 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap met betrekking tot de verkrijging, de verlening en het verlies van het Nederlanderschap (Stb. 618)

nr. 5
VERSLAG

Vastgesteld 29 november 2001

De vaste commissie voor Justitie1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen. Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Algemeen

De leden van de fractie van de PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorliggende aanpassingen van enige onderdelen van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zij hebben nog een aantal informatieve vragen.

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Het lezen van het verslag heeft geen aanleiding gegeven tot het stellen van vragen.

De leden van de fractie van D66 hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel, dat er toe strekt een aantal onevenwichtigheden en onnauwkeurigheden te corrigeren die zijn gebleken bij de voorbereiding van de algemene maatregelen van rijksbestuur en bij het schrijven van de handleiding bij de Rijkswet. De leden van deze fractie hebben nog een enkele vraag over het voorstel.

Ten aanzien van het wetsvoorstel in het algemeen stellen deze leden de vraag of het wetsvoorstel en de Rijkswet zélf nog nadere aanpassing behoeven naar aanleiding van de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht.

Met belangstelling hebben de leden van de fractie van GroenLinks kennisgenomen van dit wetsvoorstel dat erin voorziet dat onevenwichtigheden en enkele onnauwkeurigheden in de laatste Rijkswet (van 21 december 2000, Stb. 2000, 618) rechtgezet worden. Deze leden spreken hun waardering uit over de mate waarin het ministerie van Justitie hecht in het op zorgvuldige wijze tot stand brengen van wetgeving.

Artikelsgewijze behandeling

Artikel I

A. In artikel 2 lid 2 wordt gesteld dat bij algemene maatregel van rijksbestuur verklaringen en verzoeken in persoon worden afgelegd en ingediend. De leden van de fractie van de PvdA zouden geïnformeerd willen worden over de huidige praktijk. Hoe worden nu verklaringen en verzoeken afgelegd en ingediend?

Voorts wordt er gesteld dat in de algemene maatregel van rijksbestuur nader zal worden uitgewerkt in welke gevallen afgeweken zal worden van deze regel. Kunnen enkele voorbeelden genoemd worden waarvoor dit vereiste niet nodig is en waarom? De leden van de fracties van D66 en GroenLinks sluiten zich bij deze vraag aan.

F. Aan artikel 6 wordt een achtste lid toegevoegd. Het is de leden van de PvdA-fractie niet duidelijk wat de reikwijdte van dit toegevoegde lid is en of oud-Nederlanders niet onnodig voor de herkrijging van het Nederlanderschap geconfronteerd worden met de bepalingen van artikel 6 lid 1 sub f. Betekent het toegevoegde lid 8 dat alle in artikel 6 lid 1 genoemde categorieën tenminste zes jaar in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba hoofdverblijf moeten hebben gehad willen ze via deze optie het Nederlanderschap herkrijgen? Dat is immers de consequentie van tenminste één jaar toelating voor onbepaalde tijd. Waarom wil de regering dat de categorieën in artikel 6 lid 1 onder a, b, c, d, en e gelijkgeschakeld worden met categorie f, terwijl het hier om essentiële verschillen gaat? Wil de regering per categorie van de in artikel 6 lid 1 genoemde categorieën aangeven wat de ratio is van de beperking van herkrijging van het Nederlanderschap tot de mogelijkheid van artikel 6, eerste lid, onder f?

Wie op grond van een optie het Nederlanderschap heeft verkregen en dat vervolgens weer verliest door bijvoorbeeld aanvaarding van een vreemde nationaliteit, kan zijn optieverklaring herhalen. Waarom is een dergelijke herhaling volgens de regering onwenselijk wanneer de persoon in kwestie bereid is weer afstand te doen van de andere nationaliteit, zo vragen de leden van de fractie van D66.

G. De leden van de D66-fractie vragen of het de bedoeling was om hier ook de term sedert tussen aanhalingstekens te plaatsen.

K. In artikel 16 lid 3 onder b wordt gesteld dat een minderjarige zijn Nederlanderschap verliest door het afleggen van een verklaring van afstand. De bedoeling van deze bepaling is, zoals in de memorie van toelichting staat, «te kunnen komen tot een gemeenschappelijke nationaliteit binnen het gezin». Is het afleggen van een verklaring van afstand in de hier bedoelde gevallen verplicht, zo vragen de leden van de PvdA-fractie. Wat gebeurt er indien deze verklaring van afstand niet wordt afgelegd?

De leden van de D66-fractie vragen of het, in het geval dat men wil komen tot een gemeenschappelijke nationaliteit binnen een gezin, geheel aan de minderjarige zelf is om te bepalen of deze afstand wil doen van het Nederlanderschap. Vanaf welke leeftijd moet de minderjarige in staat worden geacht zich hierover een weloverwogen oordeel te kunnen vormen?

De voorzitter van de commissie,

Swildens-Rozendaal

De griffier voor dit verslag,

Stahlie


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Kamp (VVD), Rouvoet (ChristenUnie), O.P.G. Vos (VVD), Passtoors (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA) Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA) en Vacature (PvdA).

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), C. Cörüz (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Hoekema (D66), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Luchtenveld (VVD), Slob (ChristenUnie), Van den Doel (VVD), Rijpstra (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Vacature (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), De Pater-van der Meer (CDA) en Arib (PvdA).

Naar boven