nr. 130
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoetermeer, 26 april 2002
Bijgaand ontvangt u de onderzoeksresultaten van de Accountantsdienst naar
de materiële inkomsten versus uitgaven in het primair onderwijs.1 )
Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de wens van de Kamer om
inzicht te geven in deze inkomsten en uitgaven van de scholen.
De Accountantsdienst heeft de jaarrekeningen uit de jaren 1999 of 2000
van ruim 100 basisscholen geanalyseerd voor ieder programma van eisen. Het
bekostigingsstelsel voor de materiële instandhouding is opgebouwd uit
een verzameling van programma's van eisen, te weten:
– onderhoud
– schoonmaak
– energie
– middelen (met name leermiddelen en meubilair)
– administratie, beheer en bestuur
Ieder programma van eisen omvat een inhoudelijke omschrijving van een
van rijkswege nodig geachte voorziening en het bedrag dat hiervoor noodzakelijk
is. Per programma van eisen heeft de Accountantsdienst door middel van een
analyse van de onderzochte jaarrekeningen, de uitgaven vergeleken met de rijksvergoeding.
Het totaalbeeld ziet er als volgt uit.
| Categorie | Vergoeding(in guldens) | Uitgaven(in guldens) | Resultaat (in guldens) |
|---|
| Onderhoud | 25 907 | 25 148 | + 759 |
| Schoonmaak | 30 937 | 30 233 | + 704 |
| Energie | 15 836 | 17 132 | – 1 296 |
| Middelen | 61 745 | 62 871 | – 1 126 |
| ABB | 22 838 | 22 366 | + 472 |
| Totaal | 157 263 | 157 750 | – 487 |
Op een gemiddelde totale vergoeding van f 157 263 impliceert
het gemiddelde negatieve exploitatiesaldo van in totaal f 487 een verschil
van 0,3%.
De Accountantsdienst concludeert dan ook dat voor de gemiddelde basisschool
de inkomsten en uitgaven cijfermatig nagenoeg in evenwicht zijn. Wel plaatst
zij daarbij de volgende kanttekeningen:
1. De wijze van presentatie in de jaarrekeningen, en dus van het onderzochte
cijfermateriaal, is zeer divers.
2. De conclusie moet in relatie worden gezien met het actuele kwaliteitsniveau
waarover in diverse onderzoeksrapporten uitspraken zijn gedaan.
Wat betreft het eerste punt merk ik op dat het Ministerie van OCenW in
samenwerking met de besturenorganisaties, administratiekantoren en accountants
een model jaarrekening ontwikkelt. Tevens wordt gekeken naar de juridische
implicaties van de invoering van een jaarrekening volgens een vast model in
het primair onderwijs.
Voor het einde van dit jaar zal een concept model gereed zijn dat in 2003
«getest» zal worden bij een aantal gebruikers. Het model voor
de jaarrekening zal de «Boekhoudvoorschriften WBO» vervangen.
Het advies van de Accountantsdienst om de «Boekhoudvoorschriften WBO»
extra onder de aandacht te brengen van de bevoegde gezagen lijkt me in dit
stadium dan ook niet opportuun.
Met betrekking tot het tweede punt, de relatie met het actuele kwaliteitsniveau,
doelt de Accountantsdienst op de rapporten die zijn verschenen in het kader
van de vijfjaarlijkse evaluatie van de programma's van eisen. Deze onderzoeksrapporten
heb ik in maart 2001 aan u doen toekomen. De onderzoeken gaven aan dat:
– vanuit wet- en regelgeving, zoals regelgeving voor arbeidsomstandigheden
en veiligheid, er een aantal nieuwe eisen zijn gesteld aan schoolgebouwen
– mede als gevolg van beleidsmaatregelen van de rijksoverheid zich
onderwijskundige ontwikkelingen hebben voorgedaan met consequenties voor leermiddelen.
Gezien de onderzoeksresultaten is met ingang van 2002 de materiële
bekostiging structureel verhoogd met:
– 20 miljoen euro voor leermiddelen
– 14 miljoen euro voor gebouwonderhoud
– 2 miljoen euro voor meubilair (arbostoel docenten)
– 20 miljoen euro voor schoonmaken (inclusief doorwerking van het
amendement Lambrechts, Cornielje)
– 9 miljoen euro voor administratie
Tevens is besloten de rentekorting af te schaffen en structureel 113 miljoen
euro te investeren in de onderwijshuisvesting (waarvan 45 miljoen door het
kabinet en 68 miljoen door de gemeenten is vrij gemaakt).
Naast de incidentele verstrekkingen van de afgelopen jaren is met deze
structurele verhoging van het budget opnieuw een belangrijke stap in de goede
richting gezet.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
K. Y. I. J. Adelmund