Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200228000-VIII nr. 119

28 000 VIII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2002

nr. 119
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 18 maart 2002

In vervolg op mijn brief van 2 juli 2001 (Kamerstuk 27 400 VIII, nr. 87), waarin ik u heb geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment inzake

• De pensionering en uitplaatsing van de chimpansees

• De huisvesting en omvang van de resterende apenkolonie

• De positionering van het BPRC wil ik u nu informeren over de besluiten die ik heb genomen ten aanzien van de voortzetting van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) en de pensionering en uitplaatsing van de chimpansees.

1. Inleiding

In het licht van signalen uit de samenleving en het BPRC over de huisvesting en verzorging van de apen heb ik op 18 oktober 2000 15 Mf beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de huisvesting van de apen. Voorwaarde bij deze toezegging was dat een onafhankelijke commissie van deskundigen twee pakketten van welzijnseisen zou opstellen (voor de kleinere primaten en voor de chimpansees) waaraan de nieuwe huisvesting moest voldoen. Deze commissie werd op 27 februari 2001 ingesteld; zij bestond uit de volgende leden:

Dr. L. E. M. de Boer, directeur van de Apenheul, voorzitter

Dr. M. Frankenhuis, directeur van Artis

Dr. J. A. R. A. M. van Hooff, hoogleraar dierethologie aan de RUU

Mevr. N. Van Lookeren Campagne-Taverne, vice voorzitter van de Sophia Vereening tot Bescherming van Dieren

Drs. P. de Greeve, veterinair Inspecteur Keuringsdienst van Waren (adviseur). Op 28 augustus 2001 bracht deze commissie advies uit over de huisvestingsen welzijnseisen voor kleine primaten en op 31 oktober 2001 over die voor chimpansees.

Deze begeleidingscommissie voor de nieuwbouw kreeg tevens als taak te beoordelen of de bouwplannen, die het BPRC al in 1997 had laten opstellen, aan deze eisen voldeden. Na flinke aanpassingen is de commissie akkoord gegaan met de eerste tranche van de bouw.

De plannen voor de nieuwe huisvesting voldoen ruimschoots aan de wijziging van Richtlijn 86/609/EEG voor het houden van proefdieren, die komende voorjaar naar verwachting door de verdragspartijen van de Conventie ETS 123 voor de bescherming van gewervelde dieren die worden gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden, goedgekeurd zal worden. Hierbij dient aangetekend te worden, dat de EU-lidstaten niet verplicht zijn deze Richtlijn voor de huisvesting en verzorging van proefdieren te volgen.

Op 7 december 2000 heb ik aan de KNAW advies gevraagd over de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek met apen in Nederland. De KNAW heeft daarvoor een commissie van deskundigen ingesteld, die haar advies op 18 april 2001 aan mij uitbracht. Mijn standpunt over dit advies heb ik u gemeld in mijn brief van 27 april 2001, Kamerstuk nr. 27 400 VII nr. 75.

Dit advies stelt dat in beginsel alles moet worden gedaan om experimenten met apen te voorkomen, maar dat er in veel gevallen nog onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. De KNAW-commissie stelt verder dat de totale behoefte aan apen niet toeneemt, maar wel de behoefte aan goed getypeerde en gedefinieerde apen zoals in het BPRC aanwezig zijn. Proeven met deze apen zijn van groot belang voor de opbouw van kennis over de pathogenese van ziekten en de ontwikkeling van medicijnen en vaccins tegen virale of bacteriële infectieziekten zoals HIV, hepatitis, malaria en tuberculose. Daarnaast zijn goed getypeerde apen belangrijk voor onderzoek naar transplantatieprotocollen en chronische aandoeningen zoals multiple sclerose, reuma en alzheimer. In het belang van de volksgezondheid en het biomedisch onderzoek zijn proeven met apen nog steeds noodzakelijk, maar zijn medische experimenten met chimpansees in Nederland niet langer nodig. Bij medische calamiteiten van epidemische omvang kan samengewerkt worden met instellingen in de VS.

In het vervolg op dit rapport heb ik, zoals per brief van 2 juli 2001 aan de TK medegedeeld, de volgende conclusies getrokken:

• Experimenten met chimpansees worden bij wet verboden. Het BPRC neemt geen onderzoek met chimpansees meer aan. Alleen voor een reeds jaren lopend EU-onderzoek naar een hepatitis-C vaccin zullen wellicht nog enkele chimpansees geïnfecteerd moeten worden.

• Alle chimpansees worden gepensioneerd en uitgeplaatst. Voor de uitplaatsing van de chimpansees is vervolgens aan het BPRC en Stichting AAP gevraagd een plan te maken voor zowel de gezonde als de geïnfecteerde chimpansees.

• Voor de huisvesting van de overige apen zullen voorstellen voor verbetering worden opgesteld. Het aantal proefdieren kan drastisch afnemen.

• BPRC dient het commerciële standaardtestonderzoek te beëindigen.

2. Uitgangspunten en hoofdlijnen van beleid inzake de toekomst van het BPRC

In het licht van het advies van de primatencommissie van de KNAW en de adviezen van de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw, ben ik tot de volgende hoofdlijnen van beleid inzake de toekomst van het BPRC gekomen. Centraal daarbij is de afweging tussen het belang voor de volksgezondheid enerzijds en het voorkomen van onnodig dierenleed anderzijds. Deze afweging leidt ertoe, dat het BPRC moet worden gecontinueerd, zij het onder veel stringenter condities dan voorheen. De resultaten, die het BPRC in de afgelopen jaren heeft behaald, tonen aan, onder meer blijkend uit een groot aantal wetenschappelijke publicaties, dat dit instituut een belangrijke functie vervult in het biomedisch wetenschappelijk onderzoek. Een beknopte notitie hierover zal ik u zo snel mogelijk doen toekomen. De huisvesting en het welzijn van de apen dient op een zeer hoog niveau te worden gebracht.

Mijn beleid met betrekking tot de toekomst van het BPRC omvat, naast de bovengenoemde conclusies uit mijn brief van 2 juli 2001, de volgende elementen:

• Het streven moet zijn experimenten met primaten te beëindigen. Dat is op dit moment evenwel nog niet mogelijk omdat er geen of geen goede, gevalideerde, alternatieven voor proeven met primaten zijn. Onderzoek naar geneesmiddelen, vaccins, therapieën en transplantatieprotocollen vergen nog steeds vaak proeven met primaten. Vanwege het belang van het onderzoek dat bij het BPRC uitgevoerd wordt voor de volksgezondheid en het biomedisch onderzoek zal het BPRC gecontinueerd worden.

• De BPRC-missie wordt beperkt tot wetenschappelijk onderzoek ten dienste van de volksgezondheid, het aantal experimenten wordt zoveel mogelijk beperkt. Daarbij wordt het aantal apen voor experimenten uiterlijk 2005 teruggebracht tot maximaal 230.

• De fokkolonie wordt teruggebracht tot 1020 dieren, het niveau waarop het BPRC bij een teruglopend aantal experimenten geen dieren meer hoeft in te voeren.

• Het onderzoek naar alternatieven voor dierproeven wordt binnen het BPRC sterk uitgebreid.

• De huisvesting en verzorging van de apen wordt op hoog kwaliteitsniveau gebracht, cf. de huisvestings- en welzijnseisen opgesteld door de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw. Integrale nieuwbouw van de apenverblijven is daarvoor noodzakelijk. Deze eisen gaan ruimschoots uit boven de nieuwe normen, die momenteel op Europees niveau ontwikkeld worden.

• Ook voor de andere gebouwen van het BPRC, kantoor en laboratoria, is nieuwbouw noodzakelijk, omdat ze eveneens niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen. Bovendien wordt het terrein Plaspoelpolder herverkaveld. BPRC is gehuisvest in oude gebouwen, die thans over het terrein verspreid staan.

Al deze maatregelen hebben een sterk kostenverhogend dan wel inkomstenverlagend effect. De exploitatiesubsidie van het BPRC wordt sterk verhoogd om een sluitende exploitatie van het BPRC bij beperktere externe financiering en hogere kosten van huisvesting en verzorging mogelijk te maken.

3. Missie en taken van het BPRC nieuwe stijl

Het BPRC nieuwe stijl is een instelling voor wetenschappelijk onderzoek, die wetenschappelijke experimenten uitvoert met apen en daartoe beschikt over een eigen apenkolonie.

Het BPRC zal uitsluitend biomedisch onderzoek verrichten in dienst van de volksgezondheid ter voorkoming of genezing van chronische en infectieziekten. Het gaat hierbij om fundamenteel, strategisch, precompetitief onderzoek, waarbij experimenten met primaten nodig zijn. Elk experiment moet, zoals de Wet op de Dierproeven voorschrijft, eerst door de Dierexperimentencommissie goedgekeurd zijn. Daarbij geldt de voorwaarde, dat er geen alternatieven voor de proef zijn en de proef strikt noodzakelijk is.

Het BPRC zal een eigen afdeling voor alternatieven voor dierproeven opbouwen en een etholoog in het management opnemen.

4. Huisvesting en verzorging van de apen.

De huisvesting en de verzorging van de dieren dient aan de hoogste eisen te voldoen. Daarom is het pakket van welzijnseisen dat de begeleidingscommissie van experts op het terrein van apenhuisvesting heeft geformuleerd, overgenomen en verwerkt in de bouwplannen van het BPRC. De nieuwe huisvesting zal daardoor voldoen aan gestelde welzijnseisen en komt daarmee op het niveau van de modernste dierentuinen. Met de sloop en nieuwbouw van de verblijven van de rhesus-apen is reeds een begin gemaakt. Het is noodzakelijk dat de nieuwe huisvesting zo snel mogelijk gerealiseerd wordt, want het adequaat huisvesten van de fokkolonie, waarbij drie jaargangen jongen (circa 690 dieren) in sociale groepen bij hun moeder verblijven, vergt veel ruimte en is urgent vanwege de krappe en verouderde huidige behuizing van de dieren.

De 250 000 gulden die de Sophia Vereeniging heeft toegezegd zal in nauw overleg met deze organisatie gebruikt worden voor kooiverrijking.

Het aantal verzorgers zal in overeenstemming met het advies van de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw met 15 naar 28 f.t.e. uitgebreid worden.

5. Sloop en nieuwbouw

Het terrein Plaspoelpolder en de daarop gelegen gebouwen worden door de Staat (het ministerie van Defensie) overgedragen aan TNO.

Op dit terrein is herverkaveling en sloop nodig. Bijna alle gebouwen van het BPRC zijn sterk verouderd en staan bovendien verspreid over het terrein. De geplande herverkaveling levert voor het BPRC een kavel op ter grootte van 4,8 ha, met een eigen ingang. De grond van dit kavel zal door TNO om niet in erfpacht aan het BPRC ter beschikking worden gesteld.

Vanwege de verouderde staat waarin, op één na, alle gebouwen van het BPRC verkeren, is vrijwel integrale sloop en nieuwbouw noodzakelijk. Daarover zijn de volgende afspraken en planning gemaakt:

• Het BPRC-kavel wordt vrijgemaakt door middel van sloop, waarna de bouw in fases van start kan gaan. TNO draagt de kosten van de sloop.

• De eerste fase betreft de nieuwbouw van het eerste verblijf voor de rhesus-apen. De aanbesteding daarvan loopt momenteel en de gunning en de start van de bouw zullen begin april 2002 kunnen plaatsvinden.

• De tweede fase omvat de nieuwbouw van de overige drie verblijven voor de rhesus-apen en één voor de nieuwe-wereldapen. De tekeningen hiervoor zijn gereed. Zij zullen op korte termijn aan de begeleidingscommissie worden voorgelegd. Vervolgens start per 1 april a.s. het traject van ontwerp finaliseren, vergunning aanvragen, aanbesteden tot aan de start van de bouw. De bouw van deze verblijven zal naar verwachting per 1 november kunnen starten.

• Fase drie omvat de nieuwbouw van kantoor en de laboratoria van het BPRC. Deze fase loopt van najaar 2003 tot eind 2004...

• Er zullen voorzieningen worden getroffen, die een hoog niveau van veiligheid garanderen.

6. Uitplaatsing van de chimpansees

In mijn brief van 2 juli 2001 (Kamerstuk 27 400 VIII, nr. 87 herdruk) heb ik u gemeld dat ik zowel aan het BPRC als aan Stichting AAP heb gevraagd een uitplaatsingsplan op te stellen voor de gezonde en de geïnfecteerde chimpansees.

Beide plannen zijn ter beoordeling voorgelegd aan de begeleidingscommisie voor de nieuwbouw, die ze getoetst heeft aan het door de commissie opgestelde pakket van welzijnseisen voor huisvesting van chimpansees. Deze welzijnseisen zijn zeer hoog en gaan uit van de standaard van de modernste dierentuinen.

In afwachting van een besluit over de pensionering en uitplaatsing heeft het BPRC op mijn verzoek in juni 2001 het maken van afspraken voor uitplaatsing van chimpansees gestaakt. Over de daarbij bereikte resultaten, die 42 thans nog bij het BPRC verblijvende chimpansees betreffen, zal ik nog overleg voeren met het BPRC.

De plannen

Het BPRC-plan bestaat uit twee onderdelen:

– uitplaatsing van de gezonde chimpansees (34) naar gerenommeerde dierentuinen en -parken. In de te sluiten contracten zal vastgelegd worden, dat deze dierentuinen de chimpansees die zij eventueel al in bezit hebben of de chimpansees van het BPRC of de nakomelingen daarvan, niet van de hand zullen doen. De huisvesting aldaar zal aan de hoogste eisen moeten voldoen.

– plaatsing van de geïnfecteerde dieren (25) in een nieuw te bouwen «rusthuis» op het BPRC-terrein, dat bestuurlijk los zal staan van het BPRC.

Het plan van Stichting AAP omvatte de plaatsing van zowel de gezonde als de geïnfecteerde chimpansees in een nieuw te bouwen faciliteit in Spanje. Inmiddels heeft de Stichting AAP in verband met de te verwachten problemen met vergunningverlening in Spanje besloten dat de voor de geïnfecteerde chimpansees ontworpen unit op het terrein van Stichting AAP in Almere gebouwd zal worden.

De begeleidingscommissie heeft in haar advies van 22 februari 2002 geoordeeld dat beide plannen na enige aanpassingen zullen voldoen aan het pakket van eisen voor de huisvesting en het welzijn van chimpansees. Wat betreft de uitplaatsing van de geïnfecteerde chimpansees heeft de commissie een zekere voorkeur voor het plan van het BPRC. In bijlage vindt u het advies van de begeleidingscommissie.1

Na aanpassing in overleg met de begeleidingscommissie zullen beide plannen voldoen aan de welzijnseisen van de begeleidingscommissie. Ik maak terzake een tweeledige keuze. Wat betreft de onderbrenging van de geïnfecteerde chimpansees kies ik, om de redenen die de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw heeft aangegeven, voor het plan van het BPRC. Het nieuw te bouwen rusthuis zal in een aparte rechtspersoon met eigen management ondergebracht worden. Voor de verzorging zal personeel van het BPRC ingehuurd worden en kan gebruik gemaakt worden van de centrale inkoop en beveiliging van het BPRC.

Wat betreft de uitplaatsing van de gezonde chimpansees kies ik voor het plan van de Stichting AAP. De kosten van het betreffende onderdeel van het plan van de Stichting AAP zijn weliswaar hoger dan die van het BPRC, maar handhaving van de overheidsverantwoordelijkheid, zoals bepleit door de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw, is aanzienlijk eenvoudiger wanneer de betreffende dieren bij één organisatie, i.c. de Stichting AAP worden ondergebracht. De Stichting AAP zal eveneens moeten voldoen aan de wens van de begeleidingscommissie voor de nieuwbouw de dieren onder te brengen in het Europese stamboek voor de betreffende ondersoort (Pan verus), welke thans ernstig wordt bedreigd, en in het binnenkort te formaliseren Europese populatiebeheersprogramma (EEP). De Stichting AAP zal worden verzocht een Raad van Toezicht te vormen, waarvan de samenstelling de instemming van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en mij behoeft.

7. Financiering

De financiering van het geheel is gebaseerd op het definitieve businessplan van het BPRC, waarin ook de kosten en exploitatielasten van de nieuwbouw en de uitbreiding van het verzorgend personeel en de nieuwe afdeling voor onderzoek naar alternatieven voor dierproeven zijn verwerkt.

Uitgangspunten voor de gekozen financiering van het BPRC nieuwe stijl

• De financiering van de nieuwbouw van het BPRC zal gebaseerd zijn op leningen met staatsgarantie door OC&W.

• De rente en aflossing van deze leningen zullen opgenomen worden in de exploitatiesubsidie.

• Om het BPRC nieuwe stijl een gezonde start te geven is het noodzakelijk dat er balanssanering plaats vindt.

• Vanwege de slechte financiële situatie heeft het BPRC de laatste jaren niet kunnen investeren in apparatuur en zal er nu in nieuwe apparatuur geïnvesteerd moeten worden.

Het subsidie aan het BPRC nieuwe stijl zal worden verhoogd met:

2002:€ 3,1 mln.
2003:€ 4,8 mln.
2004:€ 4,6 mln.
2005 e.v.:€ 5,1 mln.

Uitgangspunten voor de financiering van de uitplaatsing van chimpansees

Op dezelfde wijze als bovengeschetst zal de rechtspersoon, waarin het rusthuis voor de geïnfecteerde chimpansees wordt ondergebracht, worden gefinancierd. Het daarvoor uit te trekken bedrag is ca. € 1,0 mln per jaar.

Het plan van Stichting AAP voor de onderbrenging van de niet-geïnfecteerde chimpansees in Spanje wordt gefinancierd door een jaarlijkse subsidie, waarmee de Stichting Aap de kosten, incl. de bouw van een faciliteit kan dekken. Op basis van het plan van de Stichting AAP is vast te stellen dat hiermee een bedrag is gemoeid van ca. € 500 000 per jaar.

Van de totale lasten van dit plan zal de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 1,5 mln. voor haar rekening nemen.

8. Beleid op de langere termijn

Het is gewenst op de langere termijn het aantal experimenten op apen terug te dringen en uiteindelijk tot nul te reduceren. In 2000 verrichtte het BPRC de helft van het aantal experimenten op apen in Nederland (376 van de 753). Andere publieke en private instellingen namen gezamenlijk de andere helft voor hun rekening. Deze instellingen zullen evenals het BPRC geconfronteerd worden met een belangrijke aanscherping van de Europese eisen voor de huisvesting en verzorging van primaten.

Van groot belang voor de nagestreefde ontwikkeling is, naast een toenemende terughoudendheid ten aanzien van experimenten met apen, de ontwikkeling en introductie van alternatieven voor dierproeven. Naast het onderzoek naar alternatieven, dat gefinancierd wordt uit de eerste geldstroom naar de universiteiten, is daarvoor in 2001 het Programma Alternatieven voor Dierproeven van start gegaan, dat door ZON/MW wordt uitgevoerd. Ik ben voornemens mijn jaarlijkse bijdrage van € 181 181 aan het Programma Alternatieven voor Dierproeven te continueren. Verder komt vanuit het nationaal programma genomics € 900 000 beschikbaar voor alternatieven voor dierproeven met een genetische component. Bovendien gaat het BPRC zelf het onderzoek naar alternatieven versterken door de opzet van een nieuwe afdeling voor dit onderzoek. Om deze afdeling te starten zal aanvankelijk 10% van de onderzoekscapaciteit van het BPRC hiervoor worden ingezet; de afdeling zal vervolgens stapsgewijs uitgebreid worden.

9. Overige aandachtspunten

• Verbod op experimenten met chimpansees

Dit verbod is door de minister van VWS inmiddels verwerkt in een wijzigingvoorstel van de Wet op de Dierproeven. Het concept-voorstel zal medio maart voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.

• Openheid van de DierExperimentenCommissie

Met VWS zal bezien worden of er binnen het kader van de Wet op de Dierproeven mogelijkheden zijn om tot meer openheid over de beoordelingen van de DEC te komen.

Tevens zal bezien worden of de samenstelling van de DEC onafhankelijke beoordeling waarborgt.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.