Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202027925 nr. 660

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 660 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 oktober 2019

Hierbij stuur ik u het onderzoeksrapport van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocide Studies, over de toegevoegde waarde van een gespecialiseerde officier van justitie die zich specifiek zou richten op de vervolging van IS-strijders voor genocide1.

In het NIOD rapport wordt geschetst dat het extreem gewelddadige optreden van Islamitische Staat dat de internationale gemeenschap de afgelopen jaren ernstig heeft geschokt mogelijk een rechtvaardiging zou kunnen zijn om een speciale OvJ aan te stellen. Na het in de breedte in kaart brengen van de relevante context, juridische kaders en juridische infrastructuur omtrent de vervolging en berechting van internationale misdrijven in Nederland komt het NIOD echter tot de conclusie dat een focus op vervolging en berechting van uitsluitend IS-strijders voor (medeplichtigheid aan) genocide in Nederland vermoedelijk te beperkt zal zijn, waardoor de juridische dan wel praktische waarde van een gespecialiseerde officier van justitie voor de vervolging van IS-strijders voor genocide gering is.

Nu eerder ook het OM heeft aangegeven van mening te zijn dat het momenteel niet nodig is om een gespecialiseerde officier van justitie te benoemen2 concludeer ik dat de benoeming van een dergelijke officier van justitie de Nederlandse aanpak van internationale misdrijven niet van de extra impuls zal voorzien die ermee beoogd wordt. Desalniettemin zal dit kabinet gezien de ernst van de kwestie en de aard van de misdrijven en de mate van gruwelijkheid daarvan, zich onverminderd blijven inspannen voor de bestrijding van IS en de berechting van IS-strijders. Ook op internationaal niveau wordt hier sterk op ingezet. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden voor berechting door landen in de regio. Samen met de Minister van Buitenlandse Zaken heb ik uw Kamer hierover recent bericht in de kabinetsreactie op het Advies Internationaal Tribunaal ISIS.3

Het onderzoeksrapport van het NIOD roept echter een andere belangrijke vraag op, namelijk of het OM en de politie voldoende zijn voorzien van capaciteit, middelen en expertise om de Nederlandse doelstelling te behalen om geen veilige haven te zijn voor daders van internationale misdrijven en straffeloosheid voor internationale misdrijven tegen te gaan. Gezien het grote belang dat Nederland hecht aan de strijd tegen straffeloosheid en het niet zijn van een veilige haven voor daders van internationale misdrijven wordt deze vraag zeer serieus genomen.

De komende periode ga ik daarom samen met het OM en de politie in gesprek om te bepalen of en zo ja hoe we de expertise voor het opsporen en vervolgen van internationale misdrijven duurzaam gaan versterken. Ik kom hier bij uw Kamer op terug.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 27 925, nr. 654 (bijlage)

X Noot
3

Kamerstuk 27 925, nr. 658