Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 oktober 2015
Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie en de
Minister van Defensie, de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse
Zaken van 4 september 2015 om per brief te worden geïnformeerd over uw reactie op
het rapport van de Europese Rekenkamer «De politiemissie van de EU in Afghanistan:
gemengde resultaten».
Het rapport laat op heldere wijze de positieve resultaten van het door de EU-politietrainingsmissie
(EUPOL) verrichtte werk zien, maar wijst ook op het zorgpunt over de duurzaamheid
van deze resultaten. EUPOL heeft sinds 2007 vooral resultaten weten te boeken op het
terrein van training en het versterken van het vertrouwen tussen politie en de lokale
bevolking. Dit is een behoorlijk resultaat in een land waarin ook de politie betrokken
is in de strijd tegen opstandelingen. De missie heeft ook een positieve rol gespeeld
in de coördinatie van de verschillende internationale actoren die het Afghaanse Ministerie
van Binnenlandse Zaken ondersteunen.
Deze resultaten heeft EUPOL bereikt onder moeilijke omstandigheden. Het Ministerie
van Binnenlandse Zaken in Afghanistan heeft te lijden onder gebrek aan basiscapaciteit
en een cultuur van corruptie. Problemen die beide zijn geadresseerd door o.a. EUPOL.
Daarnaast opereert EUPOL-staf onder gevaarlijke omstandigheden waarbij, helaas, ook
slachtoffers te betreuren zijn geweest. Gemengde resultaten zijn in deze context dan
waarschijnlijk ook het maximaal haalbare. Hierover heeft dit kabinet en de vorige
kabinetten regelmatig met uw Kamer gesproken.
De zorgen van de Europese Rekenkamer over de minder succesvolle resultaten op het
gebied van «mentoring» worden door het kabinet gedeeld. Het is een uitdaging omdat
de bewegingsruimte van de mentoren in Kabul klein is, hetgeen contact met de doelgroep
bemoeilijkt.
Het is aan de EU om de geleerde lessen, op terreinen waar de resultaten achter zijn
gebleven bij verwachtingen en gestelde doelen, ter harte te nemen en deze te implementeren
bij lopende en toekomstige civiele missies. Het Comité voor de civiele aspecten van
crisisbeheersing (CivCom) besprak de rapportage met vertegenwoordigers van de Europese
Rekenkamer en onderschrijft de aanbevelingen. De EU bereidt Raadsconclusies over de
aanbevelingen voor.
De rapportage stelt terecht de vraag of de geboekte resultaten beklijven. Dit is in
grote mate afhankelijk van de veiligheidssituatie en de Afghaanse overheid. Van meet
af aan was duidelijk dat de veiligheidsontwikkeling van Afghanistan een proces van
lange adem is, waarbij de rol van de Afghaanse overheid cruciaal is om blijvende resultaten
te boeken. De inzet van de internationale gemeenschap, en dus ook EUPOL, is er altijd
op gericht geweest de Afghaanse overheid in staat te stellen grotendeels op eigen
kracht voor veiligheid, rechtsorde en ontwikkeling te kunnen zorgen. Afghanistan neemt
onder de huidige President Ghani meer en meer eigen verantwoordelijkheid, ook voor
wat betreft de aanpak van corruptie. 2015 is bovendien het eerste jaar dat Afghanistan
zelf geheel verantwoordelijkheid is voor de veiligheid in het land. De internationale
gemeenschap zal haar steun blijven bieden.
Verder beveelt de Europese Rekenkamer aan de organisatie achter de missies te verbeteren
ten behoeve van hun snelle inzetbaarheid, en duurzaamheid systematisch in de operationele
planning te verwerken. Het kabinet erkent dat op deze terreinen nog winst te boeken
valt, maar wijst tegelijkertijd op ontwikkelingen, die de doelmatigheid en effectiviteit
van EU-missies beogen te vergroten. Zo is op het strategisch niveau sinds enige tijd
usance geworden om een beleidskader voor crisisbeheersing (Policy Framework for Crisis Approach, PFCA) als basis te laten fungeren voor de verdere operationele uitwerking op het terrein
van crisisbeheersing. In dit PFCA is het totale palet aan instrumenten dat de Unie
op dat moment ter beschikking staat opgenomen en op basis waarvan de politieke keuze
gemaakt kan worden welk instrument wanneer wordt ingezet. Hiermee wordt het EU-optreden
in crisisgebieden meer geïntegreerd.
Op operationeel niveau is momenteel een zogeheten Mission Support Platform in oprichting. Deze bundeling van bestaande ondersteuningsfaciliteiten vanuit EDEO
en de Europese Commissie, zal mogelijk op termijn leiden tot een centraal facilitair
centrum (Shared Service Centre) voor alle civiele missies. In beide gevallen zullen de logistieke, personeelsmatige
en administratieve werkzaamheden centraal georganiseerd worden, om daarmee de doelmatigheid
in de ontplooiings- en uitvoeringsfase van civiele missies te vergroten.
Nederland draagt momenteel met maximaal 15 politiefunctionarissen en civiele experts
bij aan EUPOL. De Nederlandse politie heeft in de eerdere fase van de missie in Kabul
en Kunduz gericht geïnvesteerd in het ontwikkelen van trainingscurricula en het geven
van trainingen. In de huidige afrondende fase zal steun geleverd worden aan de Afghaanse
autoriteiten op strategisch niveau door middel van advisering, monitoring en (in beperktere
mate) via gespecialiseerde opleiding.
Al met al hebben de inspanningen van EUPOL en de internationale gemeenschap bijgedragen
aan een basis waarop Afghanistan kan voortbouwen. Het is uiteindelijk aan Afghanistan
om zelf deze basis te verstevigen.
De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders