Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 september 2014
Vooruitlopend op het debat met uw Kamer later vandaag (Handelingen II 2013/14, nr. 107, debat over de recente opmars van IS in Irak) gaan wij in deze brief in op de recente
ontwikkelingen aangaande Irak en IS(IS). Het verzoek daartoe is gedaan tijdens het
ordedebat van 2 september jl. en 9 september jl. (Handelingen II 2013/14, nrs. 103 en 106, Regeling van Werkzaamheden).
Recente ontwikkelingen
De inspanningen van de Verenigde Staten en andere bondgenoten hebben er toe geleid
dat IS(IS) de afgelopen weken op verschillende plaatsen in Noord-Irak door Koerdische
en Iraakse strijdkrachten is teruggedrongen. Zo werden de Mosul-dam en de belegerde
plaats Amerli ontzet en werd IS(IS), met steun van soennitische strijders, teruggedrongen
bij de Haditha-dam. Het lijkt erop dat de opmars van IS(IS) richting Erbil is gestuit.
Tegelijkertijd houden de zorgwekkende berichten aan dat IS(IS) zich op grote schaal
schuldig maakt aan gruwelijkheden. De verontwaardiging in de internationale gemeenschap
hierover is groot. Er is een breed gedeeld gevoel, zowel in het Westen als in de regio
zelf, dat de opmars van IS(IS) onverwijld het hoofd moet worden geboden. Dit vergt
een brede strategie, gericht op de snelle bestrijding van IS(IS) en de terugkeer van
stabiliteit op de langere termijn. Het kabinet steunt daarom het initiatief van de
Verenigde Staten om een brede internationale coalitie tegen IS(IS) in het leven te
roepen.
Terwijl de internationale gemeenschap de gelederen lijkt te sluiten en zich beraadt
op een gemeenschappelijke bestrijding van IS(IS), krijgt ook het politieke proces
in Irak stap voor stap verder vorm. Het kabinet is ervan overtuigd dat de bestrijding
van IS(IS) alleen kans van slagen heeft als er ook voortgang wordt geboekt op het
politieke spoor. Het verwelkomt daarom de totstandkoming van een nieuwe Iraakse regering
onder leiding van Haider al-Abadi, waarin sjiieten, soennieten en Koerden zijn vertegenwoordigd.
Humanitair
De distributie- en coördinatieproblemen op het gebied van humanitaire hulp, die de
VN aanvankelijk onderkende, worden langzaam maar zeker kleiner. De door Defensie ingevlogen
Nederlandse humanitaire hulpgoederen zijn door OCHA overgedragen aan lokale organisaties
voor distributie onder ontheemden; 70 procent in de regio Dohuk, waar zich de meeste
ontheemden bevinden, en 30 procent in de regio Erbil.
NAVO-top
Tijdens de NAVO-top is uitgebreid gesproken over de situatie in Irak in het algemeen
en de dreiging van IS(IS) in het bijzonder. Uit deze discussies bleek dat NAVO-bondgenoten
slechts een beperkte rol voor de NAVO in Irak zien op het terrein van de capaciteitsontwikkeling
van het Iraakse leger. Tevens kan de NAVO de rol van clearing house vervullen bij het coördineren van militaire steun door individuele bondgenoten. Nederland
heeft aangegeven dat de NAVO ook een toegevoegde waarde kan hebben bij de samenwerking
op het terrein van inlichtingen. Er zijn tijdens de Top geen concrete besluiten genomen
over NAVO’s betrokkenheid in Irak.
Internationale coalitie in de strijd tegen IS(IS)
Op 4 september jl. kondigden de Verenigde Staten een internationale coalitie in de
strijd tegen IS(IS) aan. De landen die om praktische redenen als eerste door de Verenigde
Staten zijn benaderd, zijn: Australië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië,
Polen, Turkije en het Verenigd Koninkrijk. Nederland is in gesprek met de Verenigde
Staten en andere landen over de plannen van de coalitie. De Verenigde Staten verwelkomen
de Nederlandse bereidheid deel uit te maken van de coalitie.
Meer zal ook duidelijk worden in de toespraak van President Obama later vandaag. Wel
is nu al duidelijk dat de Verenigde Staten streven naar een brede coalitie waarin
ook andere landen, inclusief uit de regio, participeren. Op basis van de gesprekken
met bondgenoten en partners zal het kabinet bezien hoe Nederland een bijdrage kan
leveren, waarbij alle opties bekeken zullen worden.
Levering en transport van materiaal aan de Koerdische Regionale Autoriteiten
Om tegemoet te komen aan de noden van de Koerdische Regionale Autoriteiten heeft Nederland
1.000 helmen en 1.000 kogelwerende vesten geleverd. De Koerdische Regionale Autoriteiten
hebben deze goederen inmiddels in ontvangst genomen. Ook zal Nederland het transport
verzorgen van wapens en munitie, die door verschillende (Oost-)Europese landen ter
beschikking worden gesteld. Op verzoek van Duitsland is Nederland ook bereid het transport
te verzorgen van Duitse wapens, munitie en ander materieel voor de Koerdische Regionale
Autoriteiten. Nederland levert op dit moment zelf geen wapens aan de Koerdische Regionale
Autoriteiten, omdat Nederland geen wapens beschikbaar heeft die aan de Koerdische
vraag voldoen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans
De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert