27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 459 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2012

De Kamer ontvangt vier keer per jaar een overzicht van de stand van zaken van de geïntegreerde politietrainingsmissie. Naar aanleiding van recente berichten in de media gaat deze tussentijdse brief in op de opzet en werking van het agent-volg-systeem en de door Nederland ontwikkelde aanvullende tienweekse vervolgtraining van de geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan. Dit systeem is eerder beschreven in de brief van 12 maart 2012 (Kamerstuk 27 925, nr. 453).

Het agent-volg-systeem ziet erop toe dat door Nederland opgeleide agenten in de provincie Kunduz worden geplaatst. Het systeem houdt het opleidingsniveau van de agenten bij en er is een database met hun biometrische gegevens. Daarnaast registreert het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken met het Electronic Payroll System (EPS) waar agenten werkzaam zijn. Dit agent-volg-systeem functioneert naar behoren.

Informatie uit dagelijkse ISAF/RC(N) rapportages en operatieplannen wordt gebruikt om na te gaan of agenten in overeenstemming met de Afghaanse politiestrategie worden ingezet. Mochten er aanwijzingen zijn dat agenten voor vooraf geplande offensieve militaire acties zijn of zullen worden ingezet, dan wordt daarover nadere informatie gevraagd aan de betrokken instanties. Tot dusver is inderdaad enige malen navraag gedaan bij de provinciale politiecommandant en deze heeft telkens de verzekering gegeven dat er geen agenten voor geplande offensieve militaire acties zijn ingezet. In de Afghaanse werkelijkheid is geen methode waterdicht, maar de gekozen werkwijze functioneert naar tevredenheid.

Op dit moment worden ongeveer 180 politiemensen in de stad Kunduz dagelijks begeleid en een aantal van hen volgt momenteel modules uit de aanvullende tienweekse training. Onlangs is de praktijkbegeleiding uitgebreid naar het district Khanabad en ook agenten daar komen in aanmerking voor de tienweekse training. Nederland verzorgt voor de desbetreffende agenten de basisopleiding en de provincie Kunduz is ook hun werkterrein.

Er zijn goede afspraken met de provinciale politiecommandant gemaakt over de uitvoering van de aanvullende tienweekse training. Het is niet mogelijk agenten tien weken aaneengesloten van hun post te halen, want dat zou teveel ten koste gaan van de dagelijkse werkzaamheden. Het is vooral de plaatselijke bevolking die daarvan de nadelige gevolgen zou ondervinden. Daarom is de tienweekse opleiding in modules verdeeld die tijdens de praktijkbegeleiding worden gegeven. De Nederlandse begeleiders boeken met deze benadering, die is toegesneden op de Afghaanse omstandigheden, gestaag vooruitgang.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen

Naar boven