27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 402 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juli 2010

Tijdens het Algemeen Overleg over Afghanistan op 30 juni jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 400) heb ik uw Kamer toegezegd een schriftelijke reactie te geven op de recente audit van de Amerikaanse Special Inspector General for Afghanistan Reconstruction, de heer Arnold Fields, inzake de capaciteiten van het Afghaanse leger en de politie over de periode van oktober 2009 tot en met mei 2010. Met deze brief voldoe ik, mede namens de minister van Defensie, aan die toezegging.

In het rapport met de titel Actions Needed to Improve the Reliability of Afghan Security Force Assessments wordt onder meer geconcludeerd dat de methodiek om de kwaliteit van het Afghaanse leger en de politie te beoordelen, verbetering behoeft. Door de bestaande systematiek zou de beoordeling van eenheden van het Afghaanse leger en de politie in bepaalde gevallen de realiteit onvoldoende over het voetlicht brengen.

Hoewel het rapport zich voor een groot deel richt op de systematiek van het meten van de betrouwbaarheid en capaciteit van het Afghaanse leger en de politie bevat het rapport ook meer inhoudelijke conclusies. Er wordt onder meer gesteld dat de aantallen en capaciteiten zijn overschat en dat enkele hoog aangeschreven eenheden niet in staat zijn om zelfstandig operaties uit te blijven voeren zonder steun van de internationale gemeenschap. Ook wijst het rapport op systematische tekortkomingen binnen de Afghaanse veiligheidsdiensten, zoals corruptie, drugsgebruik, een tekort aan mentoren en analfabetisme, waardoor de verdere ontwikkeling wordt bemoeilijkt.

De Nederlandse regering acht het onderzoek van de Special Inspector General for Afghanistan Reconstruction van belang voor verbetering van het functioneren van het Afghaanse leger en de politie. De manier waarop de omvang, personele vulling en kwaliteit van het Afghaanse leger en de politie worden beoordeeld, dient de realiteit zo goed mogelijk weer te geven. De opbouw van een kwalitatief goed Afghaanse leger en een goede politie is een langdurig proces en zal de komende jaren moeten worden voortgezet. Daarbij worden geboekte successen soms gevolgd door tegenslagen. De regering deelt de in het rapport gesignaleerde zorgen over de uitdagingen. Over de langere termijn is echter wel vooruitgang geboekt. Het Afghaanse leger en de politie zijn de afgelopen jaren sterk gegroeid in omvang en de kwaliteit is merkbaar verbeterd. Overigens heeft de Nederlandse regering in de reguliere stand van zakenbrieven aan de Kamer steeds het aantal daadwerkelijk aanwezige militairen in Uruzgan («present for duty») vermeld. Deze aantallen zijn met eigen waarneming vastgesteld. De toegenomen omvang en professionaliteit van zowel het leger als de politie in Uruzgan stemt hoopvol.

De Nederlandse regering ziet het rapport als een aansporing voor de internationale gemeenschap om de effectiviteit van de inzet in Afghanistan verder te verbeteren. ISAF Joint Command en de NATO Training Mission – Afghanistan hebben vrijwel alle aanbevelingen uit het rapport overgenomen. Inmiddels is bovendien een nieuwe beoordelingssystematiek ingevoerd.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

Naar boven