Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201027925 nr. 399

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 399 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2010

Hierbij informeren wij u over de resultaten van de inventarisatie naar de behoeften in Afghanistan op het gebied van politietraining en -opleiding, zoals aan de regering verzocht in de motie Peters/Pechtold van 21 april jl. (kamerstuk 27 925, nr. 392).

Actoren

Hoewel vanaf het begin van de ISAF-missie in 2002 aandacht wordt besteed aan de opleiding en verbetering van de Afghaanse politie, wordt de training van de Afghaanse politie feitelijk pas sinds 2007 op gestructureerde wijze uitgevoerd. De veelal versnipperde bilaterale initiatieven van voor die tijd zijn sindsdien bijeengebracht en worden in de International Police Coordination Board door de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap gecoördineerd. In 2007 werd door het Amerikaanse trainingscommando CSTC-A het Focussed District Development programma gestart, een achtweekse training die de tot dan toe nog ongetrainde politie basisvaardigheden moest aanleren. In 2007 ging ook de Europese politiemissie EUPOL van start, die zich richt op het adviseren, begeleiden en trainen van het midden- en hogere kader van de politie. Om de gezamenlijke inspanningen op het gebied van training en opleiding van het leger en de politie verder op te voeren en beter te coördineren werd in het najaar van 2009 de NATOTraining Mission – Afghanistan (NTM-A) opgericht. De European Gendarmerie Force (EGF) levert sinds eind 2009 een bijdrage aan NTM-A.

NTM-A

Van de actoren die zich bezig houden met politietraining in Afghanistan is NTM-A qua aantallen en middelen veruit de grootste. NTM-A is verantwoordelijk voor het formeren en trainen van politie-eenheden, die vervolgens begeleid worden door police mentoring and liaison teams (POMLT’s), die onder ISAF Joint Command vallen. Dit betreft hoofdzakelijk het uitvoerend niveau van de politie, dat gedurende een achtweekse training basale politievaardigheden aangeleerd krijgt. Vaardigheden met een meer militair karakter, zoals het gebruik van bepaalde bewapening, zijn daar onderdeel van, aangezien de veiligheid in veel gebieden waar de agenten ontplooid zullen worden dit vereist. De prioriteit heeft in de afgelopen jaren gelegen bij het trainen van zo veel mogelijk agenten, mede gezien de voorziene groei van de Afghaanse politie van 98.000 naar 134.000 agenten in oktober 2011. Als gevolg van deze prioritering richtte de basistraining zich vooral op technische vaardigheden.

EGF

De EGF is een intergouvernementele organisatie van Europese landen met een gendarmerie of vergelijkbare politieorganisatie met militaire status, zoals de Nederlandse Koninklijke Marechaussee. De leden van de EGF zijn Nederland, Italië, Frankrijk, Spanje, Portugal en Roemenië. Polen en Litouwen zijn partner van de EGF en Turkije heeft de status van waarnemer. De EGF levert momenteel 325 personen voor de training van de Afghan Gendarmerie Force (AGF, ook bekend onder de naam Afghan National Civil Order Police (ANCOP)), en voor de staf. Om de coördinatie van de trainingsinspanningen op het gebied van politie te verbeteren is deze bijdrage bij NTM-A ondergebracht. De EGF richt zicht momenteel hoofdzakelijk op de trainingscentra voor de AGF in Adraskan en Mazar-e-Sharif.

EUPOL

EUPOL is sinds 2007 actief op het gebied van advisering en training van het midden- en hogere kader van de Afghaanse politie, onder meer door het opleiden van Afghaanse politietrainers die vervolgens ingezet worden om op hun beurt anderen te trainen. De omvang van EUPOL is klein in vergelijking met NTM-A. Met 285 uitgezonden medewerkers is de missie voor bijna driekwart gevuld en beschikt het over een beperkt budget van ongeveer 1 miljoen euro. EUPOL is een civiele missie en heeft vooral kennis van civiele politietaken. In de toekomst gaat EUPOL zich meer richten op het geven van specialistische trainingen, bijvoorbeeld over recherchetechnieken en intelligence lead policing. Sinds de zomer van 2009 richt EUPOL zich naast de opbouw en verbetering van de politie ook op de ontwikkeling van de bredere justitieketen. Hierdoor is de vraag naar extra internationale experts toegenomen. Om ondanks het bestaande tekort van ongeveer 100 medewerkers toch een effectieve bijdrage te kunnen leveren, heeft EUPOL recentelijk besloten haar activiteiten te beperken tot de uitvoering van het City Police and Justice Project (CPJP) in een beperkt aantal provincies. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen vijf provincies (Kabul, Balkh, Herat, Kandahar en Bamyan) waar het CPJP in zijn geheel uitgevoerd kan worden, en zeven provincies waar het project vooralsnog slechts gedeeltelijk kan worden geïmplementeerd (Faryab, Kunduz, Badakhshan, Uruzgan, Ghor, Lowgar, en Baghlan).

Vereende krachten

De samenwerking tussen NTM-A/EGF en EUPOL is in de afgelopen periode verbeterd. De mandaten van NTM-A, ISAF Joint Command (IJC) en EUPOL bakenen in beginsel de taakverdeling af. De samenwerking wordt mede versterkt door de nieuwe Afghaanse National Police Strategy (NPS) van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze nieuwe politiestrategie gaat uit van zes onderdelen, waarvan de belangrijkste vier op het gebied van training verdeeld zijn tussen NTM-A (AGF: Afghan Gendarmerie Force en ABP: Afghan Border Police) en EUPOL (ACP: Afghan Civilian Police en AACP: Afghan Anti-Crime Police). De overige twee onderdelen (APPF: Afghan Public Protection Forces en de zogenaamde enabling forces voor logistiek, medische ondersteuning e.d.) zijn nog in ontwikkeling.

Dat de werkverdeling tussen NTM-A en EUPOL in de praktijk minder scherp is, blijkt uit recente ontwikkelingen op het gebied van training voor het lagere politiekader. Een Nederlandse onderwijskundige van EUPOL en het hoofd van de police branch van NTM-A hebben een werkgroep opgericht die samen met vertegenwoordigers van het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken de bestaande achtweekse basistraining aan een revisie heeft onderworpen. De nieuwe training zal bestaan uit acht weken training in een trainingscentrum, gevolgd door achttien weken praktijktraining. Hierdoor is een extra fase ingelast tussen de training op de trainingscentra en de begeleiding door Police Operational Mentoring and Liaison Teams (POMLT’s). De eerste acht weken van de training zullen ook in de toekomst worden verzorgd door NTM-A op de regionale en provinciale trainingscentra, waar ook het door Nederland gebouwde politietrainingscentrum in Uruzgan toe behoort. Op welke wijze de daarop volgende achttien weken praktijkopleiding in het veld zullen worden gerealiseerd, is nog niet bekend. De nieuwe opzet zal binnenkort in Mazar-e-Sharif, Kabul en Helmand als pilot starten, waarna bekeken zal worden of het wenselijk is om de bestaande achtweekse training door dit nieuwe model te vervangen.

Professionalisering en specialistische kennis

Tegen de achtergrond van de motie Peters/Pechtold zijn gesprekken gevoerd met EUPOL en ISAF in Brussel en Kaboel. Uit deze gesprekken bleek dat de inzet op politietraining momenteel binnen zowel EUPOL als ISAF volop in beweging is. De prioriteit ligt naast het behalen van de kwantitatieve doelstellingen bij de professionalisering van het lagere en middenkader van de politie. Om het justitiële proces te versterken is er wat betreft specialistische training van het middenkader vooral behoefte aan forensische expertise, expertise op het gebied van criminele recherche, drugsbestrijding, interne inspectie en politie-inlichtingen. Deze behoefte is ook vastgelegd in de Afghaanse National Police Strategy. De strategie benadrukt bovendien het belang van een kwaliteitsverbetering binnen de politietraining en het versterken van de band tussen de politie en openbare aanklagers. Zowel NTM-A als EUPOL heeft de bovengenoemde behoeften bevestigd. EUPOL beschikt daarbij over specifieke politie-expertise, NTM-A heeft vooral de middelen en mankracht om op grote schaal politietraining te verzorgen. Hoewel deze behoeften en prioriteiten pas recentelijk zijn onderkend, lijkt het lastig om deze te vertalen in een concreet actieplan. Het huidige gebrek aan gedetailleerde uitwerking geeft echter ruimte voor Nederland om de ingeslagen weg mede vorm te geven.

Volgens EUPOL, ISAF en de Afghaanse politiestrategie is een holistische aanpak noodzakelijk is om duurzaam resultaat te bereiken. De prioriteit lag tussen 2001 en 2007 op de training van het Afghaanse leger (ANA). Sinds 2007 is het besef gegroeid dat parallel ook gewerkt dient te worden aan de versterking van de Afghaanse politie (ANP), waarbij is onderkend dat de politie alleen ten volle kan functioneren als onderdeel van een justitiële keten. De ervaringen bij de operatie Moshtarak in Helmand hebben dit onderstreept. Sinds juni 2009 heeft ook EUPOL binnen de organisatie ruimte gemaakt voor de opbouw van de justitieketen. Het meest succesvolle programma van EUPOL, het Kabul City Police Project, is in dit kader aangevuld met justitie-elementen en wordt nu geleidelijk als City Police and Justice Project (CPJP) in bovengenoemde twaalf provincies uitgevoerd. De beperking tot deze twaalf provincies heeft te maken met het vaak lage basisniveau van politie en justitie, de veiligheidssituatie en met onduidelijkheid of een specifiek land bereid is een leidende rol voor de uitvoering van het project in een provincie op zich te nemen.

De afgelopen maanden heeft, onder meer op de conferentie in Londen van 28 januari jl., een groot aantal ISAF-partners, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië en de voor Nederland belangrijkste partner in Uruzgan, Australië, aangekondigd extra troepen aan ISAF beschikbaar te zullen stellen. Deze toezeggingen maken deel uit van een bredere inspanning, die er op gericht is in 2011 een begin te maken met de overdracht van verantwoordelijkheden op veiligheidsgebied aan de Afghaanse autoriteiten. In dit kader zijn ook nieuwe groeidoelstellingen afgesproken voor de omvang van het Afghaanse leger en de Afghaanse politiemacht en zijn op de conferentie in Londen afspraken gemaakt om de inspanningen ter verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur te intensiveren en ernst te maken met de bestrijding van corruptie.

De inventarisatie naar de specifieke personele behoeften op het gebied van politietraining en -opleiding in Afghanistan is als volgt: de omvang van het verschil tussen de feitelijke en gewenste sterkte bij EUPOL bedraagt ongeveer 100 personen. Bij NTM-A gaat het op dit moment om ruim 450 trainers op diverse opleidings- en trainingsinstituten en ongeveer 170 POMLT’s, bestaande uit ongeveer 15 tot 20 personen, verspreid over Afghanistan. Deze aantallen fluctueren enigszins. Momenteel is overleg gaande met de Afghaanse regering, de EU en de NAVO over de vraag waar extra trainings-, opleidings- en begeleidingscapaciteit het meest urgent is. De EU en de NAVO hebben herhaaldelijk laten weten specifieke Nederlandse expertise ter ondersteuning van dit proces zeer te verwelkomen, mede vanwege de Nederlandse ervaring in Afghanistan sinds 2002. Op de bijeenkomst van ministers van Defensie van de NAVO van 10 en 11 juni jl. zijn bovendien de omvang van de bestaande tekorten en de urgentie van een grotere bijdrage aan de training, opleiding en begeleiding van de Afghaanse politie nogmaals onder de aandacht gebracht.

Voortbouwend op de in Afghanistan opgedane ervaring onderzoekt de regering in het licht van het voorgaande en de motie-Peters/Pechtold de vormgeving van een missie die op zinvolle wijze voorziet in hierboven weergegeven behoeften. De regering gaat er van uit dat een overeenkomstig art. 100 van de grondwet te nemen besluit over een eventuele nieuwe missie wacht op het aantreden van een nieuw kabinet.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

De minister van Defensie,

E. van Middelkoop