27 925
Bestrijding internationaal terrorisme

nr. 338
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 april 2009

Graag bieden wij u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 23 maart 2009 met kenmerk 2009Z05145/2009D14081 inzake de situatie van vrouwen in Afghanistan.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A. G. Koenders

In antwoord op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken d.d. 23 maart jl. (uw kenmerk: 2009Z05148/2009D14081) om de Kamer schriftelijk te informeren over de situatie van vrouwen in Afghanistan (conform motie Diks c.s. 31 700 V, nr. 53), en in aanvulling op de voortgangsrapportages betreffende Afghanistan van 13 maart 2009 en 28 oktober 2008, dient het volgende.

Algemeen

Wat betreft de algemene situatieschets betreffende de positie van de vrouw in Afghanistan is er sinds de laatste rapportage van oktober 2008 geen noemenswaardige verandering te vermelden. Hoewel de positie van de vrouw in Afghanistan aanmerkelijk is verbeterd in vergelijking met de situatie onder het Taliban-regime, blijft de cultureel diepgewortelde discriminatie en marginalisatie van vrouwen en meisjes schrijnend. Met sociale structuren die in belangrijke mate gebaseerd zijn op traditionele verhoudingen en een conservatieve interpretatie van de Islam, is verbetering van de positie van vrouwen vooral een kwestie van een culturele omslag en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling, naast het wijzigen van formele structuren en wetgeving. Een dergelijke cultuuromslag kan niet van buitenaf worden opgelegd, maar de Internationale Gemeenschap kan dit proces wel ondersteunen en trachten te bespoedigen.

Afghanistan is gehouden aan de internationaalrechtelijke verplichtingen op het gebied van de rechten van de mens. Op dit niveau zijn sinds de val van de Taliban belangrijke stappen genomen, zoals bijvoorbeeld de ratificatie van het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW, Convention on the Elimination of all forms of Discrimination Against Women) in 2003, en het in mei 2008 aangenomen National Action Plan for the Women of Afghanistan (NAPWA). In de Afghaanse grondwet zijn gelijke rechten voor vrouwen vastgelegd en de Afghaanse regering kent een minister voor Vrouwenzaken. De praktijk is echter weerbarstig en implementatie in weinig ontwikkelde provincies als Uruzgan is geen vanzelfsprekendheid.

Uruzgan

In Uruzgan is de situatie voor vrouwen zo mogelijk nog moeilijker dan in vele andere delen van Afghanistan. Armoede, tradities en ongeletterdheid spelen hierbij een grote rol. Moedersterfte is hoog. Sinds het aantreden van Nederland in Uruzgan is sprake geweest van aandacht voor gender. In de gegeven omstandigheden moet echter omzichtig te werk worden gegaan. Op het gebied van onderwijs wordt in samenwerking met de centrale overheid onderwijs aan meisjes gestimuleerd, mede door het naar Uruzgan halen van vrouwelijke leraren. Op dit gebied is tot op heden enig succes geboekt, maar de uitdaging blijft groot. Op het gebied van gezondheidszorg is ook vooruitgang waarneembaar. Waar de kliniek in Chora voorheen nooit vrouwelijke patienten ontving, bestaat tegenwoordig de helft van de patienten uit vrouwen en meisjes. Ook heeft de Afghaanse NGO AHDS zowel het vrouwenziekenhuis van TK in gebruiken genomen als gezorgd voor toegang tot de zorg van vroedvrouwen en besteedt Healthnet-TPO bijzondere aandacht aan vrouwen in hun programma’s op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. Tot slot wordt ook bij economische activiteiten gelet op de positie van vrouwen en krijgen vrouwen een voorkeursbehandeling bij het uitgeven van microkredieten.

Rapport van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten

In een rapport aan de 10e sessie van de VN Mensenrechtenraad in Genève van maart 2009 concludeert Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, mevrouw Navanethem Pillay, dat hoewel vrouwen sinds de val van het Taliban-regime belangrijke vooruitgang hebben geboekt op het gebied van onderwijs, werk en politieke participatie, zij nog altijd worden geconfronteerd met discrimerende wetten, praktijken en houdingen. De lange geschiedenis van geweld tegen vrouwen en meisjes is een bijzondere bron van zorg. Vrouwen hebben daarbij slechts beperkte mogelijkheden om hun recht te halen.

Hoge Commissaris Pillay doet de aanbeveling dat de Afghaanse regering het NAPWA actief ondersteunt en uitvoert, en aandacht voor de positie van vrouwen en meisjes integreert in alle beleidsterreinen. Juridische hervorming is nodig om internationale standaarden op het gebied van rechten van vrouwen beter te reflecteren en meer bescherming te bieden aan vrouwen en meisjes tegen geweld. Tijdens de verkiezingen dienen specifieke maatregelen te worden genomen om de participatie van vrouwen te bevorderen.

Wetsvoorstel betreffende familierecht van Sjiitische Moslims

Een Afghaans wetsvoorstel betreffende familierecht van de Sjiitische minderheid heeft geleid tot internationaal protest vanwege enkele voor vrouwen discriminerende bepalingen. In antwoord op vragen van de leden Peters (GroenLinks), Pechtold (D66), Van Bommel (SP), Voordewind (ChristenUnie), Van Baalen (VVD), Van Dam (PvdA), Haverkamp (CDA) en Thieme (PvdD) (2009Z06382 en 2009Z06189) ging u reeds nadere informatie toe over de toedracht en status van dit wetsvoorstel. Ik heb mijn Afghaanse ambtgenoot op de wet aangesproken. Ook minister-president Balkenende heeft aan de vooravond van de Afghanistan-conferentie in Den Haag in zijn gesprek met president Karzai nogmaals het belang benadrukt van naleving van de internationale mensenrechtenverplichtingen door Afghanistan.

Op 4 april lichtte minister Spanta mij in dat het wetsvoorstel zal worden herzien en vooralsnog niet in werking zal treden. Het wetsvoorstel zal worden getoetst aan de nationale en internationale verplichtingen van Afghanistan op het gebied van rechten van vrouwen en de dialoog zal worden aangegaan met het Afghaanse maatschappelijk middenveld.

Afghanistan National Development Strategy

De Afghanistan National Development Strategy (ANDS) voor de periode 2008–2013 plaatst de positie van vrouwen onlosmakelijk in de context van de ontwikkeling van het land. Analfabetisme onder vrouwen is de helft hoger dan onder mannen en vrouwen ondervinden beperkingen bij het buitenshuis ontplooien van (economische) activiteiten. Het verbeteren van de positie van de vrouw in Afghanistan is dan ook niet slechts een kwestie van het respecteren van de mensenrechten, maar vormt een belangrijke bijdrage aan de duurzame economische ontwikkeling van het land. Afname van geweld tegen vrouwen en toename van toegang tot gendergevoelige rechtssystemen zijn belangrijke doelstellingen binnen de ANDS.

Politieke participatie en verkiezingen

Stappen zijn gezet om de politieke participatie van vrouwen te vergroten. Zo zijn bij de recentelijk beëindigde landelijke kiezersregistratie mobiele registratieteams ingezet, alsook vrouwelijke leden aangenomen bij de registratieteams. Dit om de mogelijkheden te verruimen voor vrouwen om zich te laten registreren. Volgens cijfers van de Afghaanse Onafhankelijke Kiescommissie hebben zich in Afghanistan 4,3 miljoen nieuwe kiesgerechtigden geregistreerd. Van deze registraties was 38% vrouw (ruim 1,6 miljoen). In Uruzgan hebben 94 000 nieuwe kiesgerechtigden zich volgens de Kiescommissie laten registreren, waaronder ongeveer 30 000 vrouwen.

De opkomst en het percentage vrouwen waren boven verwachting, zij het met de aantekening dat UNDP en de Free and Fair Election Foundation of Afghanistan nog vraagtekens plaatsen bij de cijfers van de Kiescommissie. Vrouwen hebben in de praktijk te maken met restricties om te gaan stemmen en om zich verkiesbaar te stellen. Blijvende aandacht voor bijvoorbeeld educatieve activiteiten gericht op vrouwen ter voorbereiding op de verkiezingen, en voldoende vrouwelijke staf in de stemlokalen is dan ook geboden.

Geweld tegen vrouwen

Bedreiging en intimidatie van vrouwen in het openbare leven zijn in het afgelopen jaar toegenomen. De moord op een vrouwelijke politiecommissaris in Kandahar in september 2008 is hier een schrijnend voorbeeld van.

In de persoonlijke levenssfeer blijft geweld tegen vrouwen, zoals verkrachting en mishandeling, eermoord, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken onveranderd veel voorkomen. Vervolging van dergelijke praktijken vindt slechts beperkt plaats. Wel is sprake van een toename van het doen van aangifte door slachtoffers van geweld, en van bereidheid van de autoriteiten om deze aanklachten te onderzoeken. De opmerking van president Karzai in augustus 2008 dat verkrachters de zwaarst mogelijke straf zouden moeten krijgen, heeft bijgedragen aan het verbreken van de stilte rondom dit probleem. Tot op heden schieten wetgeving, beleid en capaciteit echter tekort om slachtoffers adequaat te beschermen: dit vereist een verdergaande hervorming van het Afghaanse strafrecht en de Afghaanse rechtspraak.

Nederlands Actieplan 1325

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan praktische maatregelen om het lot van vrouwen en meisjes te verbeteren, bijvoorbeeld door scholing van meisjes mogelijk te maken en door de bouw van een vrouwenvleugel in het ziekenhuis van Tarin Kowt te financieren (referte Voortgangsrapportage 13 maart 2009). Daarnaast pleit Nederland voor verhoging van de salarissen van vrouwelijke onderwijzeressen. Vrouwelijke parlementariërs en activisten voelen zich door Nederland gesteund omdat de ambassade bij de Afghaanse autoriteiten voor hun rechten opkomt. Verder ondersteunt Nederland UNIFEM met een bijdrage van 1 miljoen euro voor een periode van 2 jaar voor haar programma ter verbetering van de positie van vrouwen.

Voorts neemt Buitenlandse Zaken, samen met een aantal andere NAVO lidstaten, sinds eind 2008 deel aan een studie naar de toepassing van Resolutie 1325 in PRT missies in Afghanistan.

Naar boven