27 925
Bestrijding internationaal terrorisme

nr. 238
MOTIE VAN DE LEDEN KARIMI EN VAN BOMMEL

Voorgesteld 26 oktober 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de regering versterking van de Nederlandse militaire aanwezigheid in het zuiden van Afghanistan onder ISAF III nodig acht omdat de veiligheidssituatie verslechtert;

constaterende, dat Nederlandse artillerie, vliegtuigen en helikopters actief betrokken zijn bij NAVO-gevechtshandelingen in het zuiden en oosten van Afghanistan;

constaterende, dat Nederlandse troepen betrokken zijn bij harde confrontaties in de provincie Uruzgan, waar zij schouder aan schouder vechten met Amerikaanse, Australische en Afghaanse troepen;

constaterende, dat tienduizenden mensen als gevolg van de gevechten ontheemd zijn geraakt;

constaterende, dat er sprake is van een significante verslechtering van de veiligheidssituatie;

van mening, dat de Afghaanse bevolking teleurgesteld en gedesillusioneerd is door het uitblijven van een substantiële verbetering in hun veiligheid en levenssituatie sinds de val van de Taliban en door de NAVO-aanvallen van het afgelopen halfjaar in het zuiden steeds vijandiger staat tegenover de aanwezigheid van NAVO-militairen;

voorts van mening, dat daarmee de doelstelling van de missie, het brengen van stabiliteit en wederopbouw, onhaalbaar lijkt en de aanwezigheid van NAVO-militairen in het zuiden eerder bijdraagt aan het probleem dan aan een oplossing;

verzoekt de regering, deelname aan ISAF III te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Karimi

Van Bommel

Naar boven