27 925
Bestrijding internationaal terrorisme

nr. 174
MOTIE VAN HET LID KARIMI

Voorgesteld 28 april 2005

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de minister van Defensie heeft besloten gebruik te maken van de krachtens artikel 71 Wetboek van Militair Strafrecht bestaande bevoegdheid om «tijd van oorlog» aan te nemen voor de uitgezonden Nederlandse Special Forces die deelnemen aan de missie Enduring freedom in Afghanistan;

overwegende, dat door het aannemen van «tijd van oorlog» de minister van Defensie zekerheid aan de Special Forces wil bieden over hun vermeende straffeloosheid, waardoor gevreesd moet worden dat de drempel voor het toepassen van offensief geweld aanmerkelijk zal worden verlaagd en juist grotere onzekerheid zal ontstaan;

overwegende, dat alle gedragingen van militaire missies moeten vallen binnen de kaders van het nationale (militaire) strafrecht en het internationale humanitaire oorlogsrecht;

overwegende, dat gedragingen van de Nederlandse Special Forces die niet aan deze nationale en internationale wettelijke en verdragsrechtelijke kaders voldoen onderzocht moeten kunnen worden door het Openbaar Ministerie en, indien dat nodig is, vervolgd moeten kunnen worden bij de Nederlandse (militaire) strafrechter;

verzoekt de regering af te zien van toepassing van artikel 71 Wetboek van Militair Strafrecht op de uitzending van de Nederlandse Special Forces die deelnemen aan de missie Enduring freedom in Afghanistan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Karimi

Naar boven