27 923
Werken in het onderwijs

nr. 66
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 september 2008

Tijdens het Algemeen Overleg van 12 juni jl. (27 923, nr. 63) heb ik aan u toegezegd om meer inzicht te geven in de financiële gevolgen van het Convenant LeerKracht van Nederland voor individuele leraren in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Met deze notitie voldoe ik aan die toezegging.

Allereerst resumeer ik kort de belangrijkste afspraken uit het Convenant LeerKracht van Nederland:

1. Inkorten carrièrelijnen Met ingang van 1 januari 2009 zullen de carrièrelijnen, ofwel het aantal periodieken in een schaal, jaarlijks met één stap worden ingekort: in het PO van achttien naar vijftien periodieken en in het VO van achttien naar twaalf periodieken.

2. Schaaluitloopbedrag Vanaf 1 januari 2009 ontvangen leraren PO in schaal LA die aan het einde van hun schaal zitten (bij voldoende functioneren) jaarlijks een schaaluitloopbedrag van € 850. Leraren in het VO die aan het einde van hun schaal zitten ontvangen vanaf 1 januari 2009 (bij voldoende functioneren) een jaarlijks schaaluitloopbedrag van € 1 000.

3. Versterking van de «functiemix» Schoolbesturen in het PO en VO ontvangen extra geld om meer leraren in een hogere loonschaal te kunnen belonen. Voor schoolbesturen in het VO in de Randstadregio’s1 komen hiervoor extra middelen beschikbaar. Het extra geld komt voor VO-scholen in de Randstad beschikbaar vanaf januari 2009, voor VO-scholen in de rest van het land vanaf januari 2010 en voor PO-scholen vanaf augustus 2010.

De eerste twee afspraken, het inkorten van de carrièrelijnen en het schaaluitloopbedrag, betekenen voor vrijwel alle leraren met ingang van 2009 een verbetering.

Door de derde afspraak, de functiemix, kunnen leraren een veel grotere sprong in hun beloning maken. In het basisonderwijs is het beschikbare budget toereikend om in 2014 ruim 40 procent van de leraren (dat zijn circa 50 000 leraren) in een hogere schaal te belonen (circa 40 procent van LA naar LB, 2 procent naar LC). In het speciaal (basis) onderwijs is er ruimte om 14 procent van de leraren een hogere schaal te kunnen geven (van LB naar LC).

In het voortgezet onderwijs wordt nu tweederde van de leraren betaald in schaal LB, één op de zes in LC en één op de zes in schaal LD. In 2014 is er financiële ruimte om een landelijke functiemix te realiseren met nog slechts eenderde van de leraren in LB; ruim eenderde kan dan worden beloond in LC en bijna eenderde in LD. In de Randstadregio’s kan in 2014 in het voortgezet onderwijs bijna de helft van de leraren (49%) een hogere schaal toegekend krijgen dan nu, buiten de Randstadregio’s bijna een kwart (21%). In totaal betreft het circa 25 000 van de leraren in het voortgezet onderwijs.

De afspraken van het convenant staan los van de reguliere toekomstige loonsverhogingen in de cao, en komen daar dan ook bovenop.

Wat deze afspraken uit het convenant financieel betekenen voor individuele leraren hangt af van zijn of haar individuele situatie. De huidige positie in de salarisschaal en een (eventuele) promotie naar een hogere salarisschaal zijn bepalend voor de mate waarin het loon van de individuele leraar verbetert.

Ter illustratie van de financiële gevolgen wordt in bijlage 11 een aantal voorbeelden uitgewerkt en toegelicht met behulp van grafieken. Er is voor deze voorbeelden gekozen, omdat zij representatief zijn voor veel leraren.

Een deel van de voorbeelden (plus detailoverzichten) wordt ook opgenomen in de nota Werken in het Onderwijs 2009, welke met Prinsjesdag aan u en aan alle scholen zal worden toegezonden.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R. H. A. Plasterk


XNoot
1

De Randstadregio’s zijn de vier grote steden en Almere, plus de omliggende RPA-gebieden Zuidelijk Noord-Holland, Rijn-Gouwe, Haaglanden, Rijnmond, Gooi en Vechtstreek, Eemland en Utrecht-Midden.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven