Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202027923 nr. 414

27 923 Werken in het onderwijs

Nr. 414 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2020

Vandaag hebben we de aanbevelingen ontvangen van mevrouw van Vroonhoven, onafhankelijk aanjager voor de aanpak van het lerarentekort1. Graag delen wij deze ook met Uw Kamer, met een eerste reactie.

De Minister voor BVOM heeft de onafhankelijke aanjager aangesteld om tot een versnelling en intensivering van de aanpak te komen. U bent daar destijds als Kamer ook over geïnformeerd.2

We zijn mevrouw Van Vroonhoven zeer erkentelijk voor de wijze waarop ze haar opdracht heeft uitgevoerd. We zijn voornemens haar aanbevelingen verder uit te werken. Na de zomer zullen we u daar uitgebreider over informeren.

Vorige week heeft mevrouw Van Vroonhoven haar bevindingen ook aan de landelijke tafel aanpak lerarentekort gepresenteerd. Alle daarbij aanwezige partijen (PO-Raad, VO-raad, MBO-Raad, VH, VSNU, CNV Onderwijs, AVS, FvOv, Vf/Pf en G4) hebben de aanbevelingen onderschreven. Een belangrijke notie omdat een deel van de aanbevelingen van mevrouw van Vroonhoven betrekking heeft op het verder tot stand brengen van een duurzame (regionale) samenwerking. Iedereen beseft dat daar nog een wereld te winnen is.

Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen

Mevrouw Van Vroonhoven constateert dat er veel in gang is gezet om de tekorten aan te pakken en dat de aanpak ook resultaat heeft. Tegelijkertijd constateert zij dat verdere versterking van de aanpak nodig is om het lerarentekort effectief en structureel op te lossen en benoemt daartoe aanbevelingen langs vier richtingen:

  • Komen tot een duurzame (regionale) samenwerking tussen onderwijspartijen: voorgesteld wordt de vrijblijvendheid van de huidige aanpak af te halen en een maatschappelijke opdracht voor de gezamenlijke partijen in een regio wettelijk vast te leggen. Ook stelt zij voor een landelijk dekkend netwerk van regionale verbanden voor de onderwijsarbeidsmarkt op te bouwen, waarin de aanpak voor de tekorten en «Samen opleiden» samen komen en structureel bekostigd worden.

  • Het centraal zetten van de doelgroep in opleidingstrajecten en een betere aansluiting van de opleiding met de praktijk.

  • Het betrekken van de beroepsgroep en meer aandacht voor onderbelichte onderwerpen: het onderwijs aan leerlingen in een kwetsbare positie, op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, het behouden van leraren, het tekort aan schoolleiders en de tekortvakken in het voortgezet onderwijs.

  • Taskforce (met een programmabureau) voor regie en slagkracht die aanpak intensiveert vanuit een gezamenlijke visie en aanpak: de aanpak is versnipperd. Breng hier ook de implementatie van de noodplannen voor de G5 onder, de ondersteuning Samen opleiden en professionaliseren. Benut deze structuur ook voor de uitwerking en implementatie van het advies van de commissie voor de bevoegdheden dat in het voorjaar 2021 wordt gepubliceerd.

Langs elk van deze thema’s worden aanbevelingen gedaan die direct opgepakt kunnen worden. Daarnaast worden voorstellen gedaan die meer uitwerking vragen en die ook wetswijziging vragen. Ook wordt een aantal bouwstenen benoemd door de onafhankelijk aanjager die in haar analyse aan de basis staan van een succesvolle aanpak. Dit betreft het focus aanbrengen in de (volle) onderwijsagenda, een fundamentele dialoog met de ambitie tot een gezamenlijk visie op onderwijs te komen en het adresseren van de salariskwestie in het primair onderwijs.

Eerste reactie en vervolgproces

Bij de partijen aan de landelijke tafel is er brede steun om de uitwerking van de aanbevelingen gezamenlijk op te pakken. Gedeeld wordt dat er veel in gang is gezet en dat daarmee ook resultaten worden geboekt.

Zo is er deze kabinetsperiode is er stevig ingezet op de aanpak van het lerarentekort. Structureel is er voor dit onderwerp 811,7 miljoen euro extra beschikbaar gekomen. Incidenteel is er een bedrag van 358,7 miljoen euro extra bij gekomen. Geld dat onder meer is ingezet voor verhoging van salarissen in het po en het verminderen van de werkdruk.

De belangstelling om te werken in met name het po is groot. Jaarlijks zien we een forse groei van het aantal Pabo-studenten. Deze week nog kwamen er al (voorlopige) cijfers naar buiten dat er opnieuw een groei in aanmeldingen zichtbaar is van ca 10%. Veelal jonge mensen die opgeleid worden om het mooie vak van leerkracht uit te oefenen.

Ook zijn er in de afgelopen jaren veel zij-instromers bijgekomen van 495 in 2017, naar 918 in 2018 en 1972 in 2019. Keer op keer moesten we vanwege de groeiende belangstelling de voor hun opleiding beschikbaar gestelde subsidiebedragen aanvullen. Belangrijk aandachtspunt is en blijft wel de begeleiding en het voor het onderwijs vasthouden van deze zij-instromers.

Er is echter geen enkele reden om nu achterover te leunen. Hoewel de oploop van de tekorten in de tijd verder naar achter schuift, zijn de prognoses onverminderd ernstig. Om die reden zijn we blij met de aanbevelingen van mevrouw van Vroonhoven, die ons gericht helpen verdere vervolgstappen te maken. Samen met de partijen aan de landelijke tafel, die de aanbevelingen steunen, gaan wij aan de slag met de uitwerking.

Ook zien wij het belang van verbeteringen in de (regionale) samenwerking tussen besturen en opleidingen en in het betrekken van de beroepsgroep. De aanbevelingen over de lerarenopleidingen sluiten ook aan bij het convenant dat Minister Van Engelshoven voornemens is in oktober te sluiten met VH en VSNU over de extra middelen voor de lerarenopleidingen uit de voorjaarsnota, waarover wij uw Kamer op 16 juni hebben geïnformeerd (Kamerstuk 27 923, nr. 410).

Het inrichten van een taskforce (en een programmabureau), met meer slagkracht, dat werkt vanuit een gezamenlijke visie en meerjarenplan lijkt ons een goede manier om de aanpak te intensiveren. De komende periode werken wij de vormgeving samen met de partijen aan de landelijke tafel verder uit. Na de zomer ontvangt u daar een voorstel voor.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 476