27 923 Werken in het onderwijs

Nr. 357 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 februari 2019

In de brief met het verzoek van het lid Van den Hul, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 5 februari 2019, over zieke docenten die niet vervangen worden op scholen vanwege het lerarentekort (Nos.nl, 4 februari 2019) verzoekt de Kamer mij om een reactie op de vraag hoe we het hele onderwijsveld weer gaan betrekken bij de aanpak van het lerarentekort (Handelingen II 2018/19, nr. 49, Regeling van werkzaamheden). Ook wordt gevraagd hoe ik ervoor ga zorgen dat alle partijen weer aan tafel komen. In antwoord op deze vragen van het lid Van den Hul (PvdA) het volgende.

Op 10 december jl. heb ik over dit onderwerp ook een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.1 Daarin geef ik aan dat ik het vertrek van de AOb betreur, maar dat dit mij er niet van weerhoudt om met de andere organisaties verder te werken aan oplossingen, om knelpunten te bespreken en om deze waar mogelijk het hoofd te bieden.

Het is een eigen keuze geweest van het AOb om buiten deze overleggen te blijven. De overleggen worden ondanks hun aanwezigheid nog steeds breed bezocht. Inmiddels is er ook een vertegenwoordiger van de G4-gemeenten aangeschoven en recent ook vertegenwoordigers van de UWV en het Participatie- en Vervangingsfonds. Ook in de regio’s wordt er eendrachtig samengewerkt, zoals ik recent ook zelf op verschillende plekken in het land heb gezien.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerstuk 27 923, nr. 339

Naar boven