Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2018
Op woensdag 6 juni jongstleden hebben werkgevers en werknemers in het primair onderwijs
een onderhandelaarsakkoord gesloten voor een nieuwe cao. Met deze brief informeer
ik u over de cao-afspraken, die verband houden met de investering van € 270 miljoen
die dit kabinet heeft gedaan in de salarissen van leraren.
Het verheugt mij dat sociale partners tot dit akkoord zijn gekomen, waarin is voldaan
aan de opgave die er vanuit het kabinet lag. Maar vooral ben ik blij voor alle leraren
die nu echt kunnen profiteren van de salarisverhoging die zij per 1 september dit
jaar gaan ervaren.
Loonafspraken
In de cao is een nieuw loongebouw afgesproken, waarbij elke leraar per 1 september
2018 overgaat naar een nieuwe, hogere loonschaal. Iedere leraar krijgt bovendien in
oktober een eenmalige uitkering van 42% van het nieuwe maandsalaris. Voor alle werknemers
is een algemene loonstijging van 2,5% afgesproken en een eenmalige uitkering van € 750.
Per 1 september 2018 krijgen alle medewerkers een salarisverhoging van 2,5%.
De totale loonstijging voor een leraar in het primair onderwijs bedraagt in 2018 naar
verwachting gemiddeld 8,5 procent, wat neerkomt op circa € 3.100 bruto per jaar.
Voor deze loonafspraken is de investering gebruikt, die dit kabinet heeft gedaan in
het verbeteren van de salarissen van leraren. Daarnaast is € 70 miljoen ingezet, die
eerder aan de rijksbijdrage was toegevoegd voor de versterking van de functiemix (het
bevorderen van leraren naar hogere schalen). Dat betekent dat met de nieuwe loonschalen
ook dit geld bij de leraar terecht komt. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt om functiedifferentiatie
te stimuleren, zoals ook de bedoeling was van de functiemix.
Normalisering bovenwettelijke werkloosheidsregeling
De sociale partners hebben gekeken naar de mogelijkheden om de bovenwettelijke uitkeringen
in het primair onderwijs meer in lijn te brengen met de andere onderwijssectoren en
de sector Rijk. Dat heeft geresulteerd in afspraken die zowel het volume als de duur
van de uitkering beperken. Zo wordt de duur van de bovenwettelijke uitkering gemaximeerd
op 34 maanden en de leeftijd waarop werknemers recht krijgen op een overbruggingsuitkering
tot aan de AOW-uitkering teruggebracht tot 8 jaar voorafgaand aan het bereiken van
de AOW-leeftijd.
Daarnaast zijn aanvullende afspraken gemaakt over verlaging van de nieuwe opbouw (duur)
en hebben sociale partners de intentie uitgesproken om na de inwerkingtreding van
de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) de transitievergoeding te gaan verrekenen met
de bovenwettelijke uitkering.
Tenslotte wordt een pakket aan maatregelen ingevoerd die de instroom in de werkloosheid
moeten terugbrengen en de uitstroom bevorderen. Ik ben verheugd met de ambitie die
de sociale partners tonen om het te hoge aantal leraren met een werkloosheidsuitkering
terug te dringen. Zo is als eerste richtpunt afgesproken om 1.000 leraren vanuit een
uitkering binnen 2 jaar duurzaam aan het werk te helpen.
Hiermee zijn belangrijke stappen gezet om de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen
te normaliseren. De maatregelen zullen ingaan per 1-januari 2020, tegelijkertijd met
de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Het verschil in rechtspositie tussen
openbaar en bijzonder onderwijs verdwijnt daarmee en ook de verschillende rechtssystemen
bij ontslag.
Overige afspraken
In het akkoord is verder opgenomen dat de functiebeschrijvingen van leraren zijn geactualiseerd
en nu beter aansluiten bij de praktijk. De functieprofielen zijn concreter omschreven
dan de huidige functies. Daardoor is duidelijker wat van een leerkracht in de verschillende
schalen kan worden verwacht, welke verantwoordelijkheid daarbij past en hoe dat wordt
gewaardeerd. Analysevaardigheden en contacten met de ouders hebben een groter gewicht
gekregen. De aangescherpte functieprofielen moeten er in de praktijk aan bijdragen
dat er meer functiedifferentiatie gaat plaatsvinden. Dit waardeer ik positief, want
voor aantrekkelijke carrièrepaden voor leraren in de sector po is dit van grote waarde.
Er zijn enkele afspraken gemaakt over vereenvoudiging van tijd en werkverdeling, waarbij
verantwoordelijkheden primair worden neergelegd bij het team. De medezeggenschapsraad
krijgt instemmingsrecht op het werkverdelingsplan, wat eerder was afgesproken in het
werkdrukakkoord.
Voor de onderhandelingen over de volgende cao is afgesproken door te gaan met deze
modernisering van de cao.
Vervolg
Het onderhandelaarsakkoord wordt de komende weken voorgelegd aan de achterbannen van
de PO-Raad, de AOb, AVS, CNV Onderwijs, FNV, FvOv en PO in actie. Bij een positief
resultaat wordt het akkoord verwerkt in een nieuwe cao.
Zodra de cao definitief is, zal de € 270 miljoen worden toegevoegd aan de rijksbijdrage
van de scholen.
De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,
A. Slob