Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200627923 nr. 22

27 923
Werken in het onderwijs

nr. 22
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 januari 2006

Bij brief van 1 juli 2005 (kamerstuk 27 923, nr. 19) heb ik u de Beleidsagenda lerarenopleidingen 2005–2008 doen toekomen. Deze beleidsagenda is gezamenlijk door OCW, de VSNU en de HBO-raad opgesteld. Kern van de beleidsagenda is: resultaatafspraken over borging en verbetering van kwaliteit (HO-niveau, instroom en examens) en over samenwerking en innovatie. Ook zijn afspraken over de borging van de kwaliteit van het opleiden in de school gemaakt. Deze beleidsagenda wordt op 25 januari 2006 in uw Kamer besproken.

Na berichtgeving begin dit jaar in de media over het rekenniveau van studenten op de Pabo’s naar aanleiding van een artikel in het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs van november 2005 en een brief van de HBO-raad de datum 12 januari 2006 over dit onderwerp aan uw Kamer, is er intensief overleg geweest tussen OCW en de HBO-raad. Dat heeft geresulteerd in onderstaande aanvullende afspraken tussen OCW en de HBO-raad waarmee Schoolmanagers_VO instemt.

1 Na gerezen publiciteit over de urgentie van het probleem rekenvaardigheid bij eerstejaars Pabo-studenten hebben de minister en de HBO-raad hierover gesproken.

2 Er is overeenstemming over de noodzaak van een substantieel hoger niveau rekenvaardigheid van de toetredende eerstejaars Pabo-studenten dan thans gemiddeld het geval is.

3 De afgelopen periode is steeds helderder geworden dat met nog meer urgentie gewerkt moet worden aan de uitwerking van de afspraken in de Beleidsagenda lerarenopleidingen, waaronder de afspraak dat instromende studenten over een substantieel hoger niveau aan rekenvaardigheden moeten beschikken. De sense of urgency wordt steeds groter.

4 De kern van het probleem moet nader worden geanalyseerd en uitgewerkt, waarbij bezien zal moeten worden of, en in welke mate het gaat om een onderhoudsprobleem (kennis die is weggezakt), dan wel om een fundamenteel probleem (ontbrekende kennis). Vervolgens wordt nagegaan wat daarvoor de passende maatregelen zijn. (Voortbouwend op de Beleidsagenda lerarenopleidingen).

5 Bij die nadere analyse wordt geen enkele mogelijke oplossingsrichting uitgesloten. Door de HBO-raad is al een aantal mogelijke opties aangedragen, zoals:

• de ontwikkeling van een nieuw vak rekenen in de 2e fase. Dit vak zou dan kunnen worden aangeboden in het vrije deel. Het afleggen van examen in dit vak is een noodzakelijke toelatingsvoorwaarde voor de Pabo;

• Instroomselectie bij aanvang van de Pabo naar analogie van het kunstvakonderwijs. Abituriënten met het Havo Cultuur en Maatschappij profiel hebben geen automatisch toelatingsrecht tot de Pabo. Er is sprake van een toelatingsonderzoek dat wordt afgenomen onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie van de Pabo;

• De afname van een deficiëntietoets bij aanvang van de opleiding, remediërende programma’s gedurende het eerste jaar en een afsluitende toets aan het eind van het eerste jaar met een daaraan verbonden bindend studieadvies conform de Beleidsagenda lerarenopleidingen.

  Omdat die laatste optie in de Beleidsagenda lerarenopleidingen staat, is daarover feitelijk al overeenstemming.

6 De HBO-raad en de minister zijn het er over eens dat snelheid moet worden betracht, gelet op het probleem. Snelheid aan twee kanten. Aan de ene kant de ontwikkeling en het ten uitvoer nemen van de entreetoets en het bindend studieadvies bij de Pabo’s en aan de andere kant een substantiële verhoging van het onderwijs in de 2e fase VO en het MBO leidend tot een substantiële verhoging van de rekenvaardigheid bij de abituriënten.

7 Zowel de minister als de HBO-raad hechten aan zorgvuldigheid van analyse en de daaruit voortvloeiende oplossingsrichtingen, zowel naar het HO-veld als naar het VOen BVE-veld. Daarom moet er onderscheid worden gemaakt tussen (mogelijk) meer fundamentele oplossingen voor de lange termijn en oplossingen voor de kortere termijn. De minister en de HBO-raad zijn het eens geworden over de volgende aanpak:

• allereerst wordt met betrokken partijen de aard van het probleem geanalyseerd (zie punt 4). Vervolgens wordt nagegaan wat daarvoor passende (en waar nodig meer fundamentele) maatregelen zijn;

• vóór 1 juni 2006 zal de Tweede Kamer over de uitkomst hiervan worden geïnformeerd, leidend tot besluitvorming;

• specifiek voor de instroom 2007 wordt een tijdelijke voorziening gecreëerd. Deze houdt in dat tijdig bij leerlingen (VO en MBO) die zich (willen) inschrijven een diagnostische toets wordt afgenomen. Daarvoor wordt een gestandaardiseerd toetsingsinstrumentarium gehanteerd. Vanaf het tijdstip van (voor)aanmelding tot het moment van daadwerkelijk intrede op de PABO kunnen de leerlingen hun eventuele tekorten wegwerken, bijvoorbeeld via een remediërend programma in de vrije ruimte van het VO of BVE. Tussen OCW, HBO-raad, VO- en BVE-veld vindt overleg plaats over de wijze waarop dat het beste kan worden ingevuld. Voor deze groep heeft dat geen gevolgen voor hun instroomrecht. Bij hun intrede op de Pabo worden de studenten opnieuw getoetst. Na het eerste jaar vindt wederom een toets plaats, nu met een bindend studieadvies;

• afhankelijk van besluitvorming naar aanleiding van het traject tot 1 juni 2006 zal een definitieve oplossing worden gerealiseerd.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven