27 923 Werken in het onderwijs

Nr. 138 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2012

In mijn brief over de problemen rond de bevoegdheid Omgangskunde van 8 februari jl. aan uw Kamer heb ik aangekondigd dat ik u spoedig nader zou informeren over de uitkomsten van mijn gesprekken over een mogelijke oplossing.

Ik heb in februari en maart gesprekken gevoerd met de vier betrokken hogescholen, met het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs, met het Interstedelijk Studenten Overleg en met de Inspectie van het Onderwijs. Mijn uitgangspunt hierbij was dat een oplossing recht zou moeten doen aan de verwachtingen die bij de studenten is gewekt door de voorlichting die ze kregen bij de start van de studie. Maar evenzeer was uitgangspunt dat een oplossing niet mag leiden tot onverantwoorde risico’s voor de kwaliteit van het onderwijs.

Inmiddels heb ik afspraken gemaakt met de 4 hogescholen en met het ISO om tot een oplossing te komen die aan die uitgangspunten recht doet. U treft de afspraken bijgevoegd aan. In essentie gaat het om het volgende:

  • 1. Ik zal het initiatief nemen bij u een voorstel tot wetswijziging in te dienen waarmee de onder punt 2 beschreven specifieke groep studenten benoembaar wordt als leraar voor het onderwijs in tien vakken aan uitsluitend voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) geïndiceerde leerlingen in het VMBO en in het praktijkonderwijs, mits zij aanvullende scholing met goed gevolg hebben afgerond1. Als het parlement met deze wetswijziging instemt, is hun benoembaarheid na het succesvol doorlopen van de aanvullende scholing dan gelijk aan de benoembaarheid die verbonden is aan de getuigschriften van de opleiding leraar omgangskunde die tussen 1 juni 2004 en 1 augustus 2006 zijn afgegeven. Het is vervolgens aan de werkgevers om te beoordelen of zij de leraren omgangskunde benoemen;

  • 2. Het gaat om de studenten Omgangskunde van de Hogeschool Utrecht, Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Fontys Hogescholen en de Hogeschool Leiden die tot en met het studiejaar 2011/2012 aan de opleiding zijn begonnen en na 1 augustus 2006 hun diploma hebben behaald of nog zullen behalen;

  • 3. Zij krijgen deze bevoegdheid slechts nadat zij aanvullende scholing hebben gevolgd. De hogescholen zullen deze aanvullende scholing kosteloos aanbieden, en ook eventuele andere kosten betalen, bijvoorbeeld voortvloeiend uit de langstudeerdersmaatregel. De duur is ca. een half jaar deeltijd;

  • 4. Voor de toekomst heb ik ook afspraken gemaakt met de hogescholen over de voorlichting aan studenten en toekomstige studenten Omgangskunde. De hogescholen zullen in hun voorlichting voortaan duidelijk vermelden tot welke bevoegdheid de opleiding leidt en wat het arbeidsmarktperspectief is voor personen met die bevoegdheid.

Gedurende de voorbereiding en parlementaire behandeling van de voorgestelde wetswijziging, zijn de leraren omgangskunde uit deze groep formeel nog niet benoembaar. Om te voorkomen dat deze leraren tot die tijd niet aangesteld kunnen worden, heb ik het voornemen om, vooruitlopend op de totstandkoming van deze wetswijziging tot de inwerkingtreding van de wetswijziging, af te zien van handhaving op dit punt. Deze leraren omgangskunde kunnen dan wel worden aangesteld, maar zij zullen vóór 01-09-2016 alsnog de aanvullende scholing met goed gevolg moeten afronden om wettelijk benoembaar te worden.

Bij deze brief treft u de afspraken aan die gemaakt zijn tussen mij en de vier hogescholen2. Deze afspraken zullen ook gepubliceerd worden in de Staatscourant.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra


X Noot
1

De al bestaande benoembaarheid als docent Omgangskunde MBO blijft volledig intact.

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven