Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 maart 2017
Op 2 maart 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in antwoord op prejudiciële
vragen van het Landgericht Stuttgart over de uitleg van artikel 21 van de Richtlijn
consumentenrechten arrest gewezen.1 Hierbij informeer ik uw Kamer over dit arrest en de consequenties hiervan voor de
Nederlandse regelgeving voor 090x-nummers waarmee klantenservice wordt geboden aan
consumenten.
Artikel 21 van de Richtlijn consumentenrechten2 bepaalt dat de lidstaten erop toezien dat handelaren die een telefoonnummer openstellen
voor consumenten zodat deze per telefoon met de handelaren contact kunnen opnemen
over de tussen hen gesloten overeenkomsten, de consumenten voor dergelijke telefonische
contacten niet meer in rekening brengen dan het basistarief. Het begrip basistarief
wordt in deze richtlijn niet gedefinieerd. Het Hof legt in zijn arrest het begrip
basistarief aldus uit, dat de kosten van een oproep over een gesloten overeenkomst
naar een door een handelaar opengestelde servicelijn niet meer mogen bedragen dan
de kosten van een gewone oproep naar een vast geografisch of mobiel nummer. Indien
handelaren het recht zouden hebben om hogere tarieven in rekening te brengen dan het
tarief voor een gewone oproep, zou dit consumenten ervan weerhouden om naar de klantenservice
te bellen teneinde informatie over de overeenkomst te krijgen of om hun rechten op
het gebied van met name garantie of herroeping te laten gelden, aldus het Hof.
Het arrest heeft gevolgen voor artikel 3.2g van de Regeling universele dienstverlening
en eindgebruikersbelangen, dat invulling geeft aan zowel artikel 21 van de Richtlijn
consumentenrechten als nationaal beleid gericht op het voorkomen van een hoog oplopende
telefoonrekening van consumenten als gevolg van het bellen naar de klantenservice
van handelaren.3 Artikel 3.2g van de genoemde regeling gaat namelijk uit van een andere uitleg van
artikel 21 van de Richtlijn consumentenrechten en het basistarief en staat, naast
de gebruikelijke belkosten, een informatietarief toe van maximaal 1 euro per gesprek.
Het arrest van het Hof maakt duidelijk dat geen enkel aanvullend informatietarief
naast de gebruikelijke belkosten is toegestaan. Artikel 3.2g van de Regeling universele
dienstverlening en eindgebruikersbelangen wordt hiermee in lijn gebracht.
Het blijft toegestaan een 090x-nummer te gebruiken voor het bieden van klantenservice,
mits hiervoor geen enkel informatietarief wordt gerekend. Het nu maximaal toegestane
informatietarief van 1 euro per gesprek komt te vervallen. Voor een 090x-nummer dat
wordt gebruikt voor het bieden van klantenservice in het kader van een gesloten overeenkomst
mogen uitsluitend nog de gebruikelijke belkosten – het verkeerstarief voor de vaste
of mobiele telefoon – in rekening worden gebracht. De beoogde inwerkingtredingsdatum
van deze wijziging, waarvoor ik vandaag een internetconsultatie4 start, is 1 juli aanstaande. Volledigheidshalve merk ik op dat deze regels uitsluitend
betrekking hebben op 090x-klantenservicenummers. Voor de overige 090x-diensten, waarbij geen sprake is van een reeds gesloten
overeenkomst tussen de beller en het gebelde bedrijf en de beller zelf de keuze maakt
het 090x-nummer te bellen en de betreffende telefonische dienst af te nemen, blijven
de regels ongewijzigd. Hier geldt op grond van de geldende regelgeving geen maximum,
afgezien van de verplichting een door de exploitant zelf gekozen maximaal bedrag per
gesprek te hanteren voor alle 0900-nummers met een informatietarief dat hoger is dan
15 cent per minuut.
Het is een goede zaak dat het arrest van het Hof duidelijkheid biedt over deze bepaling
in de Richtlijn consumentenrechten. Consumenten worden hierdoor nog beter beschermd
tegen een hoog oplopende telefoonrekening als gevolg van het bellen naar de klantenservice
van bedrijven waar zij diensten of producten afnemen.
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp