nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging
van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en de Wet op het consumentenkrediet
teneinde de reikwijdte van de bepalingen inzake de informatieverstrekking
aan het publiek uit te breiden.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
Tavarnelle
16 juli 2001
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de reikwijdte
van de bepaling in de Wet toezicht kredietwezen 1992 inzake de verstrekking
van informatie door kredietinstellingen aan het publiek, uit te breiden, en
om een dergelijke bepaling op te nemen in de Wet op het consumentenkrediet;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet toezicht kredietwezen 1992 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 14, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b vervalt «onderscheidenlijk».
2. In onderdeel c wordt achter de puntkomma ingevoegd «of»,
waarna een onderdeel d wordt toegevoegd, luidende:
d. de kredietinstelling niet voldoet aan het bij of krachtens artikel
85a bepaalde;.
3. Aan het slot wordt «onderscheidenlijk de verklaring als bedoeld
in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening over een door de Bank
te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de jaarrekening een getrouw
beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de kredietinstelling
en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar» vervangen door:
, de verklaring, bedoeld in artikel 30, tweede lid, betreffende de jaarrekening
over een door de Bank te bepalen boekjaar wordt gegeven die inhoudt dat de
jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van
het vermogen van de kredietinstelling en van het resultaat over het desbetreffende
boekjaar, onderscheidenlijk wordt voldaan aan het krachtens artikel 85a bepaalde.
B
In artikel 15, eerste lid, wordt onder verlettering van de onderdelen
f en g tot g en h, een nieuw onderdeel f ingevoegd, luidende:
f. de kredietinstelling niet voldoet aan hetgeen krachtens artikel 85a
is bepaald;.
C
Artikel 85a komt te luiden:
Artikel 85a
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door kredietinstellingen
en financiële instellingen die zijn geregistreerd ingevolge artikel 52,
tweede lid.
2. De Bank kan, op aanvraag, bepalen dat een kredietinstelling of een
financiële instelling niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste
lid bedoelde regels indien de kredietinstelling of de financiële instelling
aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat
de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt.
De Bank kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken
indien naar haar oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen
zodanig zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet
langer worden bereikt.
ARTIKEL II
De Wet op het consumentenkrediet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:
2. In afwijking van het eerste lid geldt het bepaalde bij of krachtens
artikel 26 mede ten aanzien van krediettransacties waarbij de kredietsom meer
dan veertigduizend euro bedraagt.
B
Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:
2. In afwijking van het eerste lid geldt het bepaalde bij of krachtens
de artikelen 26 en 69 mede ten aanzien van krediettransacties als bedoeld
in het eerste lid, onder f en h.
C
Artikel 26 komt te luiden:
Artikel 26
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
met betrekking tot aan het publiek te verstrekken informatie door kredietgevers,
leveranciers en kredietbemiddelaars.
2. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, behoort in elk geval de verplichting
tot vermelding van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis
in prospectussen en in andere aanbiedingen waarin melding wordt gemaakt van
kredietvergoeding of van betalingen, te verrichten door de kredietnemer. Onze
Minister stelt regels aangaande de berekening van dit percentage en de vermelding
daarvan. Daarbij bepaalt Onze Minister dat in aanbiedingen van geldkrediet
als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder f, de berekening en de vermelding
geschieden op de wijze die is vastgelegd in een daarbij aan te wijzen overeenkomst
tussen kredietgevers, indien hij van oordeel is dat aldus op genoegzame wijze
uitvoering wordt gegeven aan artikel 3 van de richtlijn.
3. Tot de regels, bedoeld in het eerste lid, behoort voorts voor de kredietgever
op wie artikel 28, tweede lid, van toepassing is, de verplichting om te vermelden
hetgeen hij ter voldoening aan die bepaling verricht.
4. Onze Minister kan, op aanvraag, bepalen dat een kredietgever, leverancier
of kredietbemiddelaar niet behoeft te voldoen aan alle in het eerste lid bedoelde
regels indien de kredietgever, leverancier of kredietbemiddelaar aantoont
dat daaraan redelijkerwijs niet volledig kan worden voldaan en dat de doeleinden
die deze wet beoogt te bereiken anderszins voldoende zijn bereikt. Onze Minister
kan een besluit als bedoeld in de vorige volzin wijzigen of intrekken indien
naar zijn oordeel de omstandigheden waaronder het besluit is genomen zodanig
zijn gewijzigd dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken niet langer
worden bereikt.
D
Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «26, eerste en tweede lid,» vervangen
door: 26.
2. In het derde lid vervalt «26, vierde en vijfde lid,».
E
In artikel 69 wordt «het bij of krachtens artikel 26, vijfde lid,
bepaalde» vervangen door: het bij of krachtens artikel 26 bepaalde.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Financiën,