Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627859 nr. 92

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 92 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 april 2016

De vaste commissie van Binnenlandse Zaken heeft mij gevraagd een reactie te geven op de BRP-registratie van levenloos geboren kinderen en over de mogelijkheden in dezen aan de wensen van verzoekers van de petitie «ik wil ook in het BRP» tegemoet te komen. Daarnaast vraagt deze commissie mij ook een terugkoppeling te geven van het gesprek dat op 4 april jongstleden met de verzoekers heeft plaatsgevonden. Met deze brief voldoe ik graag aan beide verzoeken.

Ik heb alle begrip voor het intense verdriet van ouders van wie een kind levenloos ter wereld is gekomen en kan daarom de wens voor (wettelijke) erkenning goed voorstellen. Daarom gaan de Minister van Veiligheid en Justitie en ik onderzoeken hoe daarin verbetering kan worden gebracht. In het gesprek dat wij op 4 april jongsleden voerden met de initiatiefneemsters van de petitie is afgesproken dat ik onderzoek ga doen naar de mogelijkheden van registratie, inclusief de financiële, technische, juridische, internationale en privacyaspecten. Ik betrek daarbij de wensen van de initiatiefneemsters van de petitie. Ik doe het onderzoek in overleg met de Minister van Veiligheid en Justitie. Over de uitkomst van dit onderzoek wordt uw Kamer voor de zomer geïnformeerd.

Daarnaast heeft de Minister van Veiligheid en Justitie in het gesprek aangegeven dat hij zal bezien of een wijziging van artikel 1:2 van het Burgerlijk Wetboek tot de mogelijkheden behoort. In dat artikel staat dat levenloos geborenen geacht worden niet te hebben bestaan. Gekeken wordt naar een formulering die meer recht doet aan de gevoelens van de ouders.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk