Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200827859 nr. 14

27 859
Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

nr. 14
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 15 juli 2008

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van 10 januari 2008 inzake de voortgang van het programma Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevensinstelling (Kamerstuk 27 859, nr. 10).

De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 11 juli 2008. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Leerdam

Adjunct-griffier van de commissie,

Hendrickx

1

Wanneer kan de Tweede Kamer het wetsvoorstel basisregistratie personen tegemoet zien?

Het wetsvoorstel basisregistratie personen biedt regels voor een gemoderniseerde bijhouding van persoonsgegevens en verstrekking van die gegevens aan de overheid voor de uitvoering van taken en aan derden voor aangewezen werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang. Het wetsvoorstel geeft wettelijk vorm aan de modernisering van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De ambtelijke voorbereiding van het wetsvoorstel is reeds vorig jaar vrijwel afgerond. Gegeven de vertraging van de modernisering van de GBA, is toen besloten het wetsvoorstel vooralsnog aan te houden en niet verder in procedure te brengen. Dit biedt mij wel de mogelijkheid een wetsvoorstel aan te bieden, waarin naast de wijzigingen op de wet GBA ook het deel kan worden ingevoegd dat ziet op het Register Niet-ingezetenen (RNI). GBA en RNI zullen tezamen de basisregistratie personen vormen. Mijn voornemen is dit integrale wetsvoorstel in de loop van 2009 aan de Kamer aan te bieden.

2

Kan de staatsecretaris aangeven hoe het project modernisering GBA (mGBA) op dit moment scoort op de oorspronkelijk gestelde kritische succesfactoren: de snelheid waarmee gegevens beschikbaar zijn, de toename van de flexibiliteit, en hogere kwaliteit van de gegevens en het bevorderen van de standaardisering en de marktwerking ten aanzien van de ICT-toepassingen? In hoeverre stuurt de staatssecretaris aan op het behalen van de kritische succesfactoren?

Het programma mGBA bestaat uit de onderdelen GBA-Verstrekkingen (GBA-V) en het Burgerzaken Systeem Kern (BZS-K).

De kritische succesfactor «de snelheid waarmee gegevens beschikbaar zijn» is op dit moment gerealiseerd. De huidige stand van het programma mGBA voor wat betreft het centrale deel is dat GBA-V Online eind 2007 is afgerond en door BPR in beheer is genomen. GBA-V Online maakt het mogelijk dat persoonsgegevens gedurende zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag beschikbaar zijn. Eind 2007 was de snelheid waarmee de gegevens beschikbaar zijn ongeveer een halve seconde per bevraging.

De kritische succesfactor «hogere kwaliteit van de gegevens» is op dit moment voor een deel gerealiseerd door GBA-V Online. De online beschikbaarheid van gegevens zorgt ook voor een hogere kwaliteit omdat zij in de frontoffice en/of aan de balie van afnemers beschikbaar zijn. Zodoende kan bij contacten tussen burger en overheid directe verificatie plaatsvinden. Onderdeel van het programma mGBA is de ontwikkeling van een Terugmeldvoorziening (TMV). Deze voorziening is onderdeel van de GBA als basisregistratie, waarbij afnemers verplicht zijn terug te melden op authentieke gegevens indien er gerede twijfel bestaat aan de juistheid van het gegeven.

De kritische succesfactoren «toename van de flexibiliteit» en het «bevorderen van standaardisering en de marktwerking ten aanzien van de ICT-toepassingen» worden pas gehaald met de realisatie van Burgerzaken Systeem Kern (BZS-K). Burgerzaken Systeem Kern is een onderdeel van het totale pakket software («het Burgerzakensysteem») dat gemeenten nodig hebben voor hun taken op het terrein van burgerzaken. Het BZS-K omvat (uitsluitend) de functies, die gebruikers nodig hebben om de GBA te raadplegen en te muteren, als gevolg van hun wettelijke taken.

Op 19 maart jl. heb ik bestuurlijk overleg gevoerd met de VNG. De intentie is uitgesproken dat gemeenten en Rijk gezamenlijk een BZS-K realiseren. Alvorens tot een definitief besluit te komen dient er nader onderzoek te worden verricht naar de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden (incl. verdeling van kosten). Tevens dient een precieze afbakening te worden vastgesteld van BZS-K. De principeafspraken die daarover met de VNG zijn gemaakt worden door een extern bureau getoetst.

Bij het besluit om prioriteit te geven aan het verder ontwikkelen van GBA-V heeft de wens om aan te sturen op het realiseren van de kritische succesfactoren een belangrijke rol gespeeld. Wanneer het komt tot een herstart van het gehele programma, zal ik aansturen op verdere realisatie van de kritische succesfactoren.

3

Wat zijn de oorzaken van de toename van de complexiteit en omvang van het project en hoe verhoudt zich dit tot de conclusie dat, teneinde binnen het budget te blijven voor 2007, sommige onderdelen niet kunnen worden uitgevoerd?

Het M&I rapport «Kostenonderzoek Startpakket modernisering GBA» (M&I rapport) dat ik u bij mijn brief van 10 januari 2008 heb toegezonden, noemt als oorzaken van de toename van de complexiteit en omvang van het project: het aantal processen dat in het BZS-K wordt opgenomen, de hogere complexiteit van de landelijke database die GBA-gegevens verstrekt aan afnemers en de aansluiting op GSA-methodiek. De GSA-methodiek omvat de Generieke en Specifieke Acceptatiecriteria voor het beheer van de ontwikkelde software voor GBA-V. De toepassing van deze methodiek maakt een gestructureerde en daarmee financieel beter beheersbare beheerorganisatie bij BPR mogelijk. Tegenover de hogere investeringskosten, die ten laste van het programma komen, staan op termijn lagere beheerkosten.

Alles bij elkaar heeft dit geleid tot verschillen tussen de begrotingen van september 2006 en april 2007, waarbij 58% van het totale verschil is te karakteriseren als tegenvaller, 22% als toevoeging en 20% als wel voorzien maar in 2006 niet begroot.

De conclusie luidt dat door de toename van de complexiteit en omvang van het project niet het gehele programma binnen het nog beschikbare budget kan worden uitgevoerd. Ik heb ervoor gekozen om de werkzaamheden op het programma onderdeel GBA-V Fullservice te concentreren omdat dit naar verwachting in de huidige omstandigheden het grootste maatschappelijke rendement oplevert.

4

Kan de staatssecretaris aangeven wat op dit moment gezien wordt als eindresultaat van het project mGBA, welk tijdpad daarbij hoort en wat de concrete tussendoelen zijn richting het te realiseren eindresultaat van de mGBA?

Het beoogde eindresultaat van het programma mGBA is:

– afronding van de ontwikkeling en inbeheername van de GBA-V, d.w.z. een landelijke voorziening voor de online verstrekking van GBA-gegevens aan afnemers en gemeenten met gebruikmaking van webservices, 7 x 24 uur per week;

– het opleveren van een Burgerzaken Systeem Kern.

De GBA-V wordt stapsgewijs ontwikkeld. GBA-V Online is gerealiseerd. Op dit moment worden de scope en de kosten van de afronding van GBA-V Full Service in kaart gebracht. Vooralsnog heb ik besloten om op dit moment geen vervolgopdracht aan ICTU te verstrekken om GBA Fullservice verder te ontwikkelen en te bouwen. Ten behoeve van een weloverwogen voortgangsbeslissing laat ik het gehele programma nog eens tegen het licht houden. Naar verwachting zal ik in het najaar 2008 hierover een besluit kunnen nemen. In het geval van een positief besluit zal GBA-V Full Service naar verwachting in 2010 opgeleverd kunnen worden De GBA is dan 7 x 24 uur online raadpleegbaar en verzorgt de periodieke verstrekkingen aan afnemers. Dan wordt nog wel gebruik gemaakt van het bestaande netwerk voor dataverkeer.

De volgende stap is GBA-V Moderne Interfaces, d.w.z. het gebruik maken van webdiensten. Het bestaande netwerk is dan niet meer nodig, hetgeen een kostenbesparing betekent. Ontwikkeling en bouw van Moderne Interfaces kan ter hand worden genomen na definitieve besluitvorming over herstarten van het programma. De ontwikkelingsduur voor GBA-V Moderne Interfaces wordt voor het gedeelte van het programma mGBA naar huidig inzicht geschat op maximaal twee jaar.

De ontwikkelingsduur van BZS-K wordt geschat op tweeënhalf jaar. Hierbij wordt een nieuw Logisch Ontwerp (LO 4) vervaardigd. De hierop volgende periode van implementatie wordt eveneens op tweeënhalf jaar geschat. Dit traject kan eveneens ter hand worden genomen na besluitvorming over de mogelijke herstarten van het programma.

Voor de besluitvorming over de ontwikkeling van GBA-V Moderne interfaces en BZS-K, in samenhang met GBA-V Fullservice, heb ik opdracht gegeven de business case en de definitiestudie te actualiseren, de ramingen op hardheid te toetsten en het programmaplan te herzien.

5

Wie, of welke instellingen, zijn of worden geautoriseerde afnemers van GBA-gegevens? Berust deze afname op een wettelijke basis? Zo ja, welke?

Ja, afname van GBA-gegevens vindt plaats op basis van de wet GBA. Afnemers van de GBA zijn bestuursorganen en een aantal andersoortige organisaties. Autorisatie voor afname vindt in alle gevallen plaats op basis van toetsing aan in de wet GBA gestelde criteria.

6

Wat gaat de staatssecretaris nader onderzoeken n.a.v. de conclusies van het kostenonderzoek?

Na de conclusies van het kostenonderzoek (M&I rapport) heb ik mij gericht op het beter in kaart brengen van de kosten die de afronding van de verschillende onderdelen van het programma met zich mee zou brengen. Ik heb ook onderzocht op welke wijze een betere beheersing van budget en planning kan worden bereikt bij de ontwikkeling van GBA-V Fullservice. Bij de nu afgesloten inceptiefase is hier reeds invulling gegeven in de vorm van een projectassurance. Deze methode heeft goed gefunctioneerd.

7

Hoe en waar wordt gezocht naar het nog extra benodigde budget? In welke orde van grootte zal het extra benodigde budget voor realisering van het oorspronkelijke voorziene mGBA liggen? Wanneer zal hierover uitsluitsel komen?

In haar rapport «Het Uur van de Waarheid» heeft de commissie Postma/Wallage, de modernisering van de GBA één van de randvoorwaardelijke programma’s van het Nationaal Urgentie Programma genoemd. De commissie constateert dat voor de afronding daarvan aanvullend budget nodig is. Ik onderzoek momenteel samen met VNG en NVVB wat de realisatie inhoudelijk zou moeten bevatten en onder welke condities deze haalbaar is. Als dit onderzoek is afgerond kan ik u informeren in hoeverre extra budget benodigd is.

8

In hoeverre onderschrijft de staatssecretaris de conclusie van de DAD dat «de programmagovernance van mGBA niet aansluit op het resultaatgerichte karakter van het omvangrijke, complexe en risicovolle traject en dat daardoor onvoldoende regie is geweest op functionaliteit, geld, tijd en risico’s, alsmede de verantwoording daarover»?

Ik onderschrijf de conclusies van de Departementale Audit Dienst (DAD). Ik verwijs verder naar mijn brief van 10 januari 2008.

9

Deelt de staatssecretaris het oordeel van de DAD dat het project mGBA een duidelijke integrale planning mist, wat ten koste is gegaan van de doelmatigheid en resultaatgerichtheid van de uitvoering?

Ik onderschrijf de conclusies van de DAD met de kanttekening dat er in het begin van 2007 een redelijk gedetailleerde integrale planning van het programma tot stand is gekomen waardoor juist de uitloop van het programma en de kwetsbaarheden zichtbaar werden.

10

Hoe is verantwoording over het project afgelegd aan de staatssecretaris? Welke sturingsmogelijkheden heeft de staatssecretaris binnen het project mGBA?

Ik voer regelmatig overleg met de directeur-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK) en met de directeur BPR (dBPR) over het programma mGBA. De DGBK is voorzitter van de stuurgroep. De programmamanager, die ressorteert onder de dBPR, functioneert binnen de structuur en rapporteert frequent aan de stuurgroep. De afgelopen vier jaar heeft de stuurgroep gemiddeld zes keer per jaar vergaderd.

11

Overweegt de staatssecretaris veranderingen aan te brengen in de organisatiestructuur bij de mGBA? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om te komen een duidelijke organisatiestructuur waarin de verschillende rollen helder zijn omschrijven met een duidelijke opdracht en daarbij behorende verantwoordelijkheden?

Voor het nu lopende deel van het programma t.w. de ontwikkeling van GBA-V Fullservice heb ik conform mijn brief aan de Kamer van 10 januari 2008 gehandeld.

In samenhang met een besluit over een eventuele herstart, maar ook in het kader van de herschikking van taken binnen BZK in het kader van de vernieuwing rijksdienst, neem ik maatregelen die leiden tot aanpassingen in de organisatiestructuur, de verantwoordelijkheidsverdeling en de aansturing.

Inmiddels heb ik besloten voor de verdere uitvoering van het programma mGBA het programmabureau mGBA te brengen onder verantwoordelijkheid van DGBK. Met deze voorziene ontvlechting wordt voor BPR bereikt dat zij zich geheel op de taak van het beheer kan concentreren.

12

In hoeverre worden de te laag ingeschatte kosten en de daaraan verbonden bijstelling in 2007 veroorzaakt door een tekort aan kennis bij het ministerie van BZK inzake ICT-projecten?

Deze vinden hun oorzaak niet in een tekort aan kennis bij BZK inzake ICT-projecten. BZK beschikt over de nodige kennis van ICT-projecten, binnen het kerndepartement, maar ook bij BPR en bij ICTU.

13

Waarom is er, gezien de financiële overschrijding van € 1,1 mln in 2006, niet eerder in het hele programma ingegrepen?

De constatering dat er in 2006 een financiële overschrijding was van € 1,1 miljoen is niet juist. In de oplegnotitie van M&I/Partners bij het M&I rapport wordt dat ook onderkend. In september 2006 is in de stuurgroep een nieuwe meerjarige kostenraming overeengekomen met een sluitende financiering. Er was daarom op dat moment geen reden om in te grijpen in het programma.

14

Welke financiële risico’s bestaan momenteel binnen het project mGBA en in hoeverre zijn deze risico’s ingecalculeerd in de geraamde kosten?

De financiële risico’s binnen het programma mGBA beperken zich op dit moment tot de aangegane verplichtingen die betrekking hebben op de afgesloten inceptiefase van GBA-V Fullservice. Deze is afgerond binnen de begroting en afgedekt in het lopende budget. Dat neemt niet weg dat het resultaat van de inceptiefase mij heeft teleurgesteld omdat de verdere ontwikkeling toch niet binnen het beschikbare budget kan worden afgerond.

Voor deze verdere ontwikkelingen waren echter nog geen financiële verplichtingen aangegaan. Het spreekt voor zich dat ik bij mijn beslissing over het verdere verloop van het onderdeel GBA-V Fullservice volledig zicht wil hebben op het totaal van de financiële risico’s.

15

Wie is verantwoordelijk voor het financieel aansturen van het project mGBA?

In de huidige situatie is de DGBK van het ministerie van BZK opdrachtgever voor het programma en daarmee uiteindelijk ambtelijk verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen van het programma binnen het vastgestelde budget en de planning. De DGBK heeft de uitvoering van het programma neergelegd bij BPR. De dBPR is opdrachtnemer voor het project. De dagelijkse financiële en inhoudelijke aansturing van het programma als geheel en de projecten daarbinnen ligt bij de programmamanager, die valt onder de verantwoordelijkheid van de dBPR.

16

Wie bepaalt de functionele eisen die gesteld worden aan de GBA?

Over de functionele eisen die gesteld worden aan de GBA heeft BZK steeds overleg gevoerd met VNG, NVVB, gemeenten, afnemers en leveranciers. Op hoofdlijnen zijn deze eisen vastgelegd in de definitiestudie, die door de stuurgroep is goedgekeurd. De definitiestudie is de basis voor het functioneel ontwerp, in GBA-termen het Logisch Ontwerp genoemd. Zoals ik bij vraag 4 heb aangegeven, heb ik, in het licht van de ontwikkelingen, opdracht gegeven de definitiestudie te actualiseren.

Bij de uitwerking van de volgende programmaonderdelen zal deze werkwijze worden voortgezet.

17

Kan de Tweede Kamer een actueel meerjarig overzicht krijgen dat inzicht geeft in de uitgaven voor het project mGBA tot nu toe, het thans nog beschikbare budget voor de komende jaren en het budget dat benodigd zou zijn voor onverkorte uitvoering van het totale project?

In onderstaande tabel is een meerjarig overzicht gegeven van de uitgaven voor het programma mGBA tot nu toe.

 200220032004200520062007Totaal
Programmabureau0,70,40,70,81,40,84,8
Architectuurstudie0,2     0,2
Migratie datatransport1,00,50,1   1,6
Bouw LRD0,41,01,9   3,3
Startpakket (GBA-V en BZS-K) 0,61,35,76,04,818,4
Totaal uitgaven (mln. euro)2,32,54,06,57,45,628,3

Er is voor de periode 2008 en daarna in totaal nog € 6,2 miljoen beschikbaar voor het project.

Zoals ik heb aangegeven bij de vragen 2 en 4 wil ik de reikwijdte van het resterende programma en het daarvoor benodigde budget op basis van de resultaten van de lopende onderzoeken bepalen.

18

In de brief van de staatssecretaris wordt, onder verwijzing naar het kostenonderzoek, het begrotingsverschil verklaard. Een van de verklaringen betreft «de nadere invulling van de pro memorieposten». Stond hier geen post onvoorzien tegenover? Hoe groot was deze post onvoorzien, absoluut en in percentage van de totale begrote kosten? Hoe groot is de post onvoorzien thans in de laatst gewijzigde begroting in absolute bedragen en in percentage van de resterende kosten?

In de begroting van september 2006 was geen post onvoorzien opgenomen. De genoemde pro memorieposten betroffen kosten die gemaakt zouden worden nadat BZS-K gereed zou zijn, namelijk de conversie- en implementatiekosten. Bij het vaststellen van het budget in 2006 werden deze kosten niet tot de scope van het project gerekend. De implementatie en de kosten daarvan zouden pas in beeld komen op het moment dat Rijk en gemeenten een implementatiestrategie hadden vastgesteld.

In de inceptiefase ten behoeve van de besluitvorming over GBA-V Fullservice is in de begroting van deze fase ad. € 1 miljoen een post onvoorzien opgenomen van € 0,1 miljoen.

Bij hervatting van het programma zal ik rekening houden met een adequate post onvoorzien mede gelet op de bevindingen van het op 1 juli jl. aan de Tweede Kamer aangeboden definitieve rapport van de Algemene Rekenkamer «Lessen uit ICT-projecten bij de overheid; deel B».

19

Wat zijn de geraamde kosten om het hele traject, dus t/m ingebruikname door gemeenten, af te ronden?

Bij het nadere onderzoek (zie vragen 2, 4 en 17) wil ik mede de kosten, incl. een post onvoorzien, voor het hele traject ramen, dus tot en met de ingebruikname door gemeenten.

20

Hoeveel geld heeft de opgelopen vertraging het Rijk gekost?

Tot nu toe heeft de opgelopen vertraging geen directe kosten voor het Rijk tot gevolg gehad.

21

Hoeveel geld heeft de opgelopen vertraging de gemeenten gekost?

Gemeenten hebben nog geen directe kosten door deze vertraging gemaakt.

22

Wat gaat een oplossing voor de Moderne Interfaces kosten?

De kosten voor de ontwikkeling GBA-V Moderne Interfaces worden meegenomen in het onderzoek naar de kaders voor de eventuele herstart van het programma.

23

Kan de staatssecretaris aangeven in welke fase BZS-K zich bevindt?

Er is in 2005 voor de BZS-K een Proof of Concept opgesteld. In deze Proof of Concept werd met behulp van een «prototype» van de voorgestelde oplossing onderzocht of realisatie van BZS-K mogelijk zou zijn. Deze vraag is positief beantwoord. Vervolgens is in 2007 een start gemaakt met het inventariseren van alle aan het systeem te stellen eisen. Door het stopzetten van dit deel van het programma mGBA liggen deze werkzaamheden stil.

Thans voer ik overleg met de VNG over de inhoud. De afspraken die ik in het bestuurlijk overleg van 19 maart jl. op hoofdlijnen heb gemaakt, worden in het bij vraag 2 genoemde onderzoek getoetst.

24

Heeft de staatssecretaris mogelijkheden tot het aansturen van de uitvoerende organisaties bij de uitvoering van BZS-K?

Ja. Zie ook vragen 10 en 15. De activiteiten (zie vragen 2 en 4) richten zich mede op dit aspect. Over de resultaten zal nadere besluitvorming plaatsvinden, waarbij ik de afspraken met de gemeenten wil vastleggen in een bestuurlijke overeenkomst met de VNG.

25

Welke gevolgen heeft de beslissing tot het opschorten van de uitvoering van BZS-K voor de functionaliteit van GBA-systemen voor gemeenten en andere afnemers? Kan nader inzicht geboden worden in de technische, bestuurlijke en financiële gevolgen als definitief besloten zou worden dat er geen herstart plaatsvindt van BZS-K?

Op dit moment heeft het opschorten van de uitvoering van BZS-K voor gemeenten en afnemers geen gevolgen. Indien geheel zou worden afgezien van ontwikkeling en bouw van een BZS-K blijft de huidige methodiek van kracht. Wanneer dan, bijvoorbeeld door een wetswijziging, gemeenten hun systemen moeten aanpassen zullen kostbare wijzigingen van de centraal voorgeschreven functionele eisen (het Logisch Ontwerp) nodig zijn. Technisch betekent dit een suboptimale oplossing waardoor kwaliteit en standaardisatie niet bereikt worden. Bestuurlijke gevolgen zijn dat bij wetswijzigingen geen snelle en flexibele aanpassingen gemaakt kunnen worden.

26

Wanneer is voor de staatssecretaris duidelijk geworden dat de samenwerking tussen ICTU en BPR niet goed was? Welke acties heeft de staatssecretaris genomen teneinde de samenwerking tussen ICTU en BPR te verbeteren? Is de samenwerkingsrelatie tussen ICTU en BPR aanleiding voor de staatssecretaris om nog actie te ondernemen op dit punt? Welke gevolgen heeft de verslechterde samenwerking tussen ICTU en BPR gehad voor het project?

Begin 2007 is mij dit gerapporteerd. Medio 2007 heb ik het programma stopgezet m.u.v. de ontwikkeling van GBA-V Fullservice. In de tweede helft van 2007 zijn met ICTU nieuwe afspraken gemaakt die er voor zorgden dat de onderlinge samenwerking werd verbeterd en dat het vertrouwen werd hersteld. Dit heeft geleid tot verbeterde communicatie en samenwerking. Tevens is een nieuwe projectaanpak voor GBA-V Fullservice gestart.

27

Welke alternatieven zijn in de oorspronkelijke business case uitgewerkt en voorgelegd aan de gemeenten en andere afnemers? Waarom is de business case niet verder gebruikt en geactualiseerd gedurende het traject van de mGBA? Op welke wijze gaat de staatssecretaris bij toekomstige risicovolle projecten toezien dat een kwalitatief goede business case wordt gemaakt?

In de oorspronkelijke business case van 2003 zijn alternatieven uitgewerkt en voorgelegd aan gemeenten en afnemers. De alternatieven betroffen centraal of decentraal SpG (nu GBA-V) gecombineerd met centraal of decentraal SpA (nu BZS-K). De business case is geactualiseerd in september 2005 en door de stuurgroep opnieuw vastgesteld.

Ik deel de conclusie van de DAD dat de business case van onvoldoende kwaliteit was. De vastgestelde business case was wel uitgangspunt voor het bestuurlijk overleg in 2005 voor invulling van de benodigde randvoorwaarden. Zoals de DAD constateert was de business case te veel op hoofdlijnen maar voldeed deze wel aan het primair doel, t.w. het overtuigen van de gemeenten dat de voordelen de nadelen voor (de gemiddelde) gemeente ruimschoots zouden overtreffen. Dit laat onverlet dat alternatieve investeringsopties en de risico’s en raakvlakken met andere projecten onvoldoende beschreven waren en een heldere afweging om wel of niet te investeren in het Startpakket ontbrak.

De DAD heeft in zijn bevindingen gewezen op het grote belang van een goede business case voor de beheersing van een project. Mede hieruit heb ik lering getrokken en ik zal erop toezien dat kwalitatief goede business cases worden opgesteld en onderhouden bij het vervolg van het programma.

28

Hoe kan het programma met een business case van onvoldoende kwaliteit toch van start zijn gegaan?

De stuurgroep heeft destijds uiteindelijk de opgestelde en geactualiseerde business case vastgesteld. Deze business case, zoals bij vraag 27 weergegeven, was in november 2005 basis voor het afgesloten Bestuurlijk Akkoord tussen de minister voor BVK en de VNG. Zoals de DAD constateert resteert er in dit akkoord inzake de (financiële) ondersteuning van de gemeenten bij de implementatie van de mGBA een open einde. Bij nader inzien was dit inderdaad onvoldoende en had de business case tussentijds moeten worden aangepast.

29

Kan de staatssecretaris inzicht geven in de mate waarin momenteel een open einde bestaat in de financiering van gemeenten bij de implementatie van de mGBA?

Er is geen open eind in de financiering van gemeenten bij de implementatie van de mGBA.

30

In hoeverre kan de staatssecretaris zich vinden in de conclusie van M&I/Partners dat het dat de feitelijke financiële risico’s bij de uitvoering van het programma mGBA liggen bij BPR, en niet bij de ICTU? Gaat de staatssecretaris actie ondernemen om de financiële verantwoordelijkheidsdeling evenwichtiger te maken?

Ik deel de conclusie. Daarom heb ik bekeken of de verantwoordelijkheidsstelling evenwichtiger gemaakt kan worden. Ik heb echter moeten concluderen dat het bestaande contract met ICTU geen mogelijkheden biedt tot aanpassing. In algemene zin onderschrijf ik de wens om tot een evenwichtiger risicoverdeling te komen.

Momenteel zijn er geen verdere ontwikkelingen bij ICTU. Bij een hervatting van het programma zal ik maatregelen nemen om te bereiken dat, bij ICTU of een externe partij, de kosten niet de overeengekomen begroting zullen overtreffen.

31

In hoeverre is het mogelijk het huidige contract tussen ICTU en BPR dusdanig aan te passen dat een resultaatverplichting ontstaat bij de ICTU, en waarbij de financiële risico’s liggen bij de uitvoerder?

ICTU heeft de status van inbestedende organisatie. Dat leidt tot andere contractvormen en risicoverdeling dan bij aanbesteding aan marktpartijen. Met inachtneming van deze notie heb ik, naar aanleiding van de rapporten van M&I en de Auditdienst, met name op het terrein van de besluitvorming en de aansturing maatregelen genomen om de risico’s die bij inbesteding kunnen optreden te ondervangen. In de afgelopen periode heb ik daarom met een inceptiefase van GBA-V Fullservice het project in beheersbare onderdelen opgesplitst en met ICTU afspraken gemaakt over de project assurance. Zoals bij vraag 6 vermeld heeft dit goed gefunctioneerd.

32

Overweegt de staatssecretaris, naar aanleiding van haar mededeling in april 2008 een besluit te zullen nemen of de vervolgopdracht voor de bouw aan de stichting ICTU zal worden verleend, een andere opdrachtnemer? Vergt dit een aanbestedingsprocedure? Tot welke vertraging gaat dit leiden? Wat zijn de kosten als afscheid wordt genomen van ICTU als opdrachtnemer?

In mijn nog te nemen besluit over het vervolg van GBA-V Fullservice zal ik bepalen of de vervolgopdracht voor de bouw aan ICTU zal worden verleend.

De voor- en nadelen van de samenwerking met ICTU zal ik daarbij mede in beschouwing nemen. Wanneer deze samenwerking niet wordt voortgezet en een andere opdrachtnemer de vervolgopdracht zou krijgen, vergt dit een aanbestedingsprocedure die leidt tot een vertraging van minimaal drie tot zes maanden. Aan het eventueel afscheid nemen van ICTU zijn geen kosten verbonden.

33

Hoe zien de nieuwe afspraken over aansturing, onderling overleg en communicatie eruit?

Voor de korte termijn heb ik zoals in mijn brief van 10 januari 2008 genoemd de lopende ontwikkeling van GBA-V Fullservice systematisch bewaakt. Voor de lange termijn verwijs ik naar bij de vragen 2 en 4 genoemde acties. Bij hervatting van het programma zal ik de ingezette lijn met betrekking tot besluitvorming, aansturing, overleg en communicatie voortzetten. Een besluit hierover zal ik nemen na het bestuurlijk overleg met de VNG.

34

Wie gaat de hoofdregie nemen van GBA-V Fullservice?

Vooralsnog voert de DG-BK namens mij de regie over het programma mGBA. Bij hervatting van het programma zal zoals aangekondigd de gehele aansturing van het programma opnieuw bepaald worden.

35

Hoe worden de verschillende functies ontvlecht en hoe worden de taken opnieuw verdeeld? Welke rolverdeling gaat er toegepast worden?

Bij de hervatting van het programma zal, zoals ik bij de vragen 2 en 4 heb aangegeven, de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden worden vastgelegd.

36

Hoe gaat bewaakt worden dat de rollen vanaf nu wel helder zijn voor alle betrokkenen?

Bij de hervatting van het programma zal ik, zoals ik bij de vragen 2 en 4 heb aangegeven, duidelijkheid geven over de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden.

37

Wat is de oorzaak van het grote verloop van sleutelfiguren in het hele programma?

Langlopende projecten kennen een natuurlijk verloop onder de medewerkers. Zo ook het programma mGBA. Ik deel niet de visie dat sprake zou zijn van groot verloop onder sleutelfiguren. Mogelijk is dit beeld ontstaan doordat, naast het natuurlijk verloop, ook sprake is geweest van herschikking van taken.

38

Is er sprake geweest van belangenverstrengeling? Zo ja, hoe gaat dit in de rest van het programma voorkomen worden?

Nee, er is geen sprake geweest van belangenverstrengeling.

39

Gaat de minister sleutelfiguren die een rol hebben gespeeld in het mislukken van dit programma vervangen?

Dat is voor mij voorlopig nog niet aan de orde.

40

Hoe gaan risico’s in het verdere traject van mGBA voorkomen worden? Waaruit bestaan de risico’s?

Op basis van de aanbeveling van de DAD wil ik dat de risicodrager passende bevoegdheden krijgt om de risico’s te kunnen beheersen. Zoals ik bij de beantwoording van de vragen 2 en 4 heb aangegeven, zal ik u nader informeren over de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden. Daarin zullen de aanbevelingen van de AD een plaats hebben gekregen.

41

Hoe gaat de geaccordeerde planning en begroting van GBA-V Fullservice systematisch bewaakt worden? En de rest van het programma?

Ik heb maatregelen genomen om in de huidige fase een stevige regie op functionaliteit, geld, tijd en risico’s mogelijk te maken. Hierbij wordt de planning vergeleken met de realisatie en wordt een oordeel gegeven over de uitputting van het beschikbaar gestelde budget. Deze vorm van project assurance heeft zijn waarde bewezen en zal in het onderzoek, als genoemd bij de antwoorden op de vragen 2 en 4 worden meegenomen.

42

Hoeveel geld zit er nog in het resterende budget voor GBA-V Online en GBA-V Fullservice?

Zoals in vraag 17 vermeld, is er voor de periode 2008 en daarna in totaal nog € 6,2 miljoen beschikbaar voor het programma.

43

Hoe is het mogelijk om enerzijds te spreken over een complex en risicovol project en een inceptiefase in te lassen waarin scope, inhoud, begroting en planning opnieuw worden vastgesteld en anderzijds te stellen dat de realisatie van GBA-V online en GBA-V Fullservice zal plaatsvinden binnen het nog resterende budget?

Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken en rapportages heb ik in mijn brief van 10 januari 2008 aangegeven dat de verwachting was dat GBA-V Fullservice binnen het resterende budget zou kunnen worden afgerond. Gelet echter op de onzekerheden waar de rapporten ook op wijzen heb ik, zoals ik bij vraag 4 aangeef, scope en kosten laten onderzoeken. De voorlopige uitkomsten wijzen er op dat het resterende budget ontoereikend is. De geïntensiveerde samenwerking tussen BPR en ICTU leidt tot een beter inzicht in het toekomstig beheer van GBA-V Fullservice. Uitgebreidere specificatie om het toekomstig beheer door BPR verantwoord te kunnen laten uitvoeren zijn daarvan het gevolg. Voor de uitvoering van deze taak wordt ook de (extra) ontwikkeling voor een zgn. beheertooling noodzakelijk geacht. Nadat definitieve resultaten van de activiteiten die ik bij vraag 4 vermeld, bekend zijn en daarmee ook het benodigde budget zal ik een besluit nemen over de verdere ontwikkeling van GBA-V Fullservice. Belangrijk is om een verantwoorde inschatting te maken over de (financiële) risico’s die in de volgende fases van het project zich kunnen voordoen. GBA-V Online is eind 2007 opgeleverd en door BPR in beheer genomen.

44

Welke rol voorziet de staatssecretaris met de stuurgroep mGBA in relatie tot de ICTU en BPR inzake de keuzes binnen het project en de daarbij behorende financiële consequenties?

Ik verwijs hier naar de antwoorden op de vragen 2 en 4 inzake het nadere onderzoek naar onder meer de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden.

45

In hoeverre is het risicomanagementproces bij de mGBA momenteel op orde?

Voor de korte termijn is het risicomanagementproces op orde. Voor de lange termijn verwijs ik naar de antwoorden op de vragen 2 en 4 inzake het nader onderzoek naar onder meer de aansturing en verdeling van verantwoordelijkheden.

46

Is de staatssecretaris van plan aanpassingen te verrichten in de informatiestromen tussen uitvoerder van het programma en controleur teneinde de onafhankelijkheid van de controle te waarborgen?

In het nadere onderzoek als vermeld bij de antwoorden op de vragen 2 en 4, neem ik deze punten mee.

47

In hoeverre leidt de vertraging van de modernisering van het GBA tot het niet halen van de afgesproken doelstelling om in deze kabinetsperiode de foutenmarge van het GBA terug te dringen tot minder dan 1%?

Naar aanleiding van de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 2008 heb ik de Tweede Kamer een actieplan toegestuurd (TK 2007–2008, 27 859, nr. 12). Uitvoering van dit plan leidt tot het gewenste niveau van de betrouwbaarheid van de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Het actieplan ziet op een samenstel van maatregelen voor alle betrokkenen bij de kwaliteit van de GBA. De realisatie van ICT-voorzieningen is hier een onderdeel van.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GL), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Van Gent (GL), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (CU).