nr. 83
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2010
In mijn brieven d.d. 17 december 2009 en 25 januari 20101 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen
die ik in Boskoop heb getroffen om de boktor uit te roeien en om de gevraagde
extra garanties voor boomkwekerijproducten uit Boskoop te kunnen geven. Deze
maatregelen waren getroffen na overleg met de Europese Commissie.
In het Permanent Fytosanitair Comité van februari jl. is gebleken
dat een aantal lidstaten niet konden leven met de genomen maatregelen. Gebleken
is dat er ondanks de reeds getroffen maatregelen bij verscheidene lidstaten
toch nog grote zorgen leven over het daadwerkelijk boktorvrij zijn van producten
uit Boskoop. Zij dringen tegen de achtergrond van de communautaire regelgeving
aan op aanvullende maatregelen.
Tegen deze achtergrond en om te voorkomen dat er alsnog een handelsverbod
zou worden opgelegd, heb ik in overleg met de Europese Commissie aanvullende
maatregelen getroffen in de bufferzone in Boskoop om lidstaten en afnemers
te verzekeren dat ze kunnen blijven vertrouwen op de producten afkomstig uit
het boomkwekerijgebied Boskoop. De handel kan op deze wijze doorgang blijven
vinden.
In deze brief informeer ik u over deze aanvullende maatregelen.
Tevens ga ik in deze brief in op de vragen over controles en bedrijfsschade
die de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mij in de
brief d.d. 17 februari jl.2 heeft gesteld.
Aanvullende maatregelen in de bufferzone in Boskoop.
In aanvulling op de uitroeiingsmaatregelen en intensieve inspecties rond
de vondst van de boktor is per 26 januari een bufferzone van 2 km rond
de vondst ingesteld met daaraan gekoppeld een plantenpaspoortplicht voor 17
waardplanten.
Op alle bedrijven in de bufferzone die een of meer van deze waardplanten
telen of verhandelen zijn bedrijfsinspecties uitgevoerd voordat verhandeling
van boomkwekerijproducten kon plaatsvinden. Deze aanpak werd aanvankelijk
gesteund door de Europese Commissie en de lidstaten.
In het Permanent Fytosanitair Comité van medio februari werd echter
duidelijk dat er ondanks de door Nederland getroffen maatregelen bij verscheidene
lidstaten grote zorgen bleven bestaan over de boomkwekerijproducten afkomstig
uit Boskoop en dat aanvullende garanties ten aanzien van het boktorvrij zijn
van de producten noodzakelijk zijn.
Gezien de grote belangen die op het spel staan voor de boomkwekerijsector
in Boskoop en daarbuiten heb ik contact opgenomen met de Europese Commissie.
Ik heb daarbij steun gekregen van de Commissie voor een pakket aan aanvullende
maatregelen, gericht op herstel van het vertrouwen in boomkwekerijproducten
uit Boskoop. Daarmee heb ik kunnen voorkomen dat alsnog een handelsverbod
zou worden opgelegd.
De aanvullende maatregelen omvatten het volgende:
1. Het door bedrijven in de bufferzone aanleveren van gegevens over leveranties
van planten aan andere lidstaten sinds oktober 2008 en tot 1 juni 2010
(dit betreft de leveringen van de laatste twee handelsseizoenen) en het vertrouwelijk
verstrekken van deze gegevens aan de Commissie en de andere lidstaten, zodat
dat zij desgewenst gericht kunnen monitoren. Deze verplichting vloeit deels
voort uit de eisen die aan een plantenpaspoort worden gesteld en worden deels
gebaseerd op de onderzoeksbevoegdheden van de Plantenziektenkundige Dienst
in artikel 10, tweede lid, van de Plantenziektenwet.
2. Het uitvoeren van twee extra inspectierondes dit jaar op alle bedrijven
in de bufferzone. Tijdens de eerstkomende inspectieronde in april/mei zal
daarbij op alle bedrijven aanvullende destructieve bemonstering plaatsvinden,
zodanig dat een bemonsteringspercentage van 1% per soort voor alle
gevoelige planten (zijnde alle loofbomen en struiken alsmede Pinus en Cryptomeria)
wordt gerealiseerd;
3. Een intensieve survey in de bufferzone tijdens de inspectieronde in
april/mei in het publieke en private groen.
Aanscherping importinspecties
Gezien de grote risico’s aan importmateriaal uit China en het feit
dat de Commissie nog geen importverbod heeft afgekondigd zal de instructie
voor importinspecties worden aangepast, in elk geval tot de discussie in de
EU hierover is afgerond. Dit houdt in dat importpartijen, afkomstig uit landen
waar de boktor voorkomt, pas zullen worden vrijgegeven nadat een tweede importinspectie
heeft plaatsgevonden. Tevens zal het percentage destructieve bemonstering
worden verhoogd.
Gevolgen maatregelen
Ik realiseer mij dat deze aanvullende maatregelen wederom grote gevolgen
zullen hebben voor de betrokken bedrijven en de sector raken. Deze maatregelen
zijn echter zonder meer noodzakelijk om de handel vanuit Boskoop ook voor
de toekomst te kunnen veiligstellen. Ik hecht daar zeer groot belang aan.
Ik wil de bedrijven met raad en daad bijstaan om de maatregelen zo goed
en zo snel mogelijk tot uitvoering te brengen met zo min mogelijk nadelige
gevolgen voor de sector. Ik zal daarvoor de nodige extra capaciteit vrijmaken
en ben bereid de sector daarin te faciliteren.
Ik hoop er samen met de sector in te slagen het vertrouwen in de producten
uit Boskoop terug te winnen en zo de toekomst van de boomkwekerijsector in
Nederland veilig te kunnen stellen.
Informatie over controles
Ten aanzien van de door de vaste commissie in de brief van 17 februari
jl. gevraagde informatie over de controles verwijs ik u naar mijn brief d.d.
18 februari 20101, waarin ik uw Kamer geïnformeerd
heb over de inspectiebevindingen in de 200 meter zone rond de vondst van de
boktor en bij de bedrijven in de bufferzone die waardplanten verhandelen.
In aanvulling op het in deze brief vermelde kan ik u berichten dat ook
de intensieve inspecties in het kleine stukje houtwal in de 200 meter zone
rond de vondst inmiddels zijn afgerond en dat daarbij geen tekenen van aanwezigheid
van de boktor zijn gevonden.
Bedrijfsschade
Ten aanzien van de vraag van uw commissie of er bedrijven zijn in Boskoop
die onevenredige schade hebben geleden kan ik u als volgt berichten.
Zoals aangegeven in mijn door u aangehaalde brief d.d. 27 januari
jl. is de basis voor een tegemoetkoming bij maatregelen genomen in verband
met plantenziekten gelegen in artikel 4 van de Plantenziektenwet (Pzw). Artikel
4 beoogt niet een algemene schadevergoedingsplicht in het leven te roepen,
maar geeft mij de discretionaire bevoegdheid om in geval waar maatregelen
overeenkomstig art 3 Pzw zijn opgelegd en de schade als gevolg van die maatregelen
naar mijn oordeel onevenredig zwaar op een of
meerdere personen drukt, een tegemoetkoming te verlenen in de geleden schade.
De overweging die in dat artikel aan de orde is, vraagt om een afweging per
concreet geval.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg