Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201427858 nr. 265

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 265 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 2014

In uw brief van 27 maart 2014 vraagt u om een kabinetsreactie op de nieuwe opinie van de European Food Safety Authority (EFSA) over risicobeoordelingen voor bijen en andere bestuivers bij de toelatingsprocedures van bestrijdingsmiddelen. U verzoekt daarbij tevens in te gaan op de vraag hoe de aanbevelingen van de EFSA vertaald kunnen worden in toelatingsprocedures van het Ctgb, en in het Actieprogramma Bijengezondheid. Tevens maak ik van de gelegenheid gebruik om u te informeren over de bijenwintersterfte van 2012–2013.

EFSA-richtsnoer

Het EFSA-richtsnoer voor de beoordeling van risico’s voor bijen («EFSA Guidance Document on the Risk Assessment of Plant Protection Products on Bees») is op 4 juli 2013 gepubliceerd door de EFSA met de bedoeling een richtsnoer te geven voor zowel de Europese nationale toelatingsautoriteiten, waaronder het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), als ook de industrie, in het beoordelingsproces en toelatingskader voor werkzame stoffen en middelen in de gewasbescherming1.

Ik vind het van groot belang dat een dergelijk richtsnoer wordt opgesteld door de EFSA en vervolgens in de gehele EU wordt gebruikt bij de beoordeling van de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor bijen. Bestuivers zijn immers een cruciaal onderdeel van ons ecosysteem en voor onze voedselproductie door de bestuiving van veel gewassen. Een goede bescherming van bijen verdient daarom onze aandacht.

Een dergelijk EFSA-richtsnoer wordt door de Europese Commissie (EC) voorgelegd aan, en bediscussieerd met de lidstaten. Ook stakeholders, van industrie tot NGO’s, kunnen hun commentaar geven in aanloop tot publicatie van het richtsnoer. Er is zeer uiteenlopend commentaar ingebracht, en veel praktische bezwaren hoe het richtsnoer uit te voeren. Het richtsnoer zal naar verwachting een grote impact hebben op de werkprocessen tijdens beoordelingen door alle toelatingsautoriteiten in Europa. Daarop is, op initiatief van en mede georganiseerd door Nederland, door de EC besloten tot een workshop met uitsluitend lidstaten en de EFSA. Het doel was een «Roadmap to implementation» te ontwikkelen, waarmee alle lidstaten het richtsnoer stapsgewijs en parallel in kunnen voeren.

Op dit moment verwerkt de EFSA de laatste aanpassingen aan het richtsnoer en zal besluitvorming in de Standing Committee on the Food Chain and Animal Health (SCoFCAH) over dit document en de erbij behorende «Roadmap to implementation» ten behoeve van een geharmoniseerd toetsingskader naar verwachting deze zomer plaatsvinden. Conform regelgeving kunnen beide documenten dan in werking treden per 1 januari 2015.

Implicaties voor het Actieprogramma Bijengezondheid

Het EFSA-richtsnoer en de bijbehorende «Roadmap to implementation» zullen de beoordeling van risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor bijen en bestuivers nauwkeurig invullen. Dit draagt bij tot een zorgvuldig en geharmoniseerd proces van toelating van gewasbeschermingsmiddelen in alle Europese lidstaten, en dit zal daarmee ook de gezondheid van bijen verder waarborgen.

Het Actieprogramma richt zich overigens op alle aspecten die de gezondheid van bijen kunnen bevorderen. Daar blijf ik mij voor inzetten.

Bijenwintersterfte 2012–2013

Tot slot laat ik u weten dat de monitor over de bijensterfte in Nederland over de winter van 2012–2013 is vastgesteld en gepubliceerd. U kunt de Monitor Bijensterfte Nederland 2013 van het Nederlands Centrum Bijenonderzoek (NCB) vinden op http://www.beemonitoring.org/Downloads.aspx.

De sterfte van honingbijen voor de winterperiode van 2012–2013 bedroeg gemiddeld 13,7%, kleine en grote imkers tezamen. De kleine groep imkers (1,1%, veelal bestuivingsimkers) met meer dan 50 volken ondervond een bijensterfte van gemiddeld 10,8%, voor de imkers met maximaal 50 volken was dat gemiddeld 14,3%. De bijensterfte 2012–2013 wijkt sterk af van de trend van de vijf voorgaande jaren, waarin de sterfte voor imkers met maximaal 50 volken varieerde tussen de 22 en 23%. De lagere bijensterfte van 2012–2013 is zeer positief. Het is echter nog onduidelijk of er sprake is van een trend van lagere wintersterfte voor Nederland. De monitorgegevens over de mate van bijensterfte van de afgelopen winter (2013–2014) zijn nog niet bekend. Ik zal u informeren zodra deze vastgesteld zijn.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.