Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201427858 nr. 243

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 243 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND

Voorgesteld 12 maart 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft aangedrongen op een verbod op de verkoop van bestrijdingsmiddelen en biociden die neonicotinoïden bevatten (27 858, nr. 151);

constaterende dat de regering deze motie niet uitvoert, omdat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) onvoldoende bewijs zegt te hebben voor de schadelijkheid van dit gebruik om een noodprocedure in te stellen;

overwegende dat de regering de bewijslast middels een reguliere intrekkingsprocedure kan omdraaien, waardoor producenten zelf de veiligheid van de middelen onomstotelijk moeten bewijzen;

verzoekt de regering, de reguliere procedure op te starten om de particuliere toelatingen van alle neonicotinoïden in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand