Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201227858 nr. 103

27 858 Gewasbeschermingsbeleid

Nr. 103 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 maart 2012

Met deze brief informeer ik u over de recente wijzigingen in de

EU-noodmaatregelen voor de Oost-Aziatische boktor en het daaruit voortvloeiende besluit om meerdere van de afgebakende gebieden op te heffen.

Nieuw EU-uitvoeringsbesluit

Recent heeft de Europese Commissie besloten over aanpassing van de EU-noodmaatregelen voor de Oost-Aziatische boktor (vastgelegd in uitvoeringsbesluit nr. 2012/138/EU van de Commissie van 1 maart 2012 tot vaststelling van noodmaatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Anoplophora chinensis (Forster) te voorkomen (PbEU 2012 L 64), dat beschikking 2008/840/EG vervangt). De aanpassing betreft met name de voorschriften voor EU-intern handelsverkeer van waardplanten van de Oost-Aziatische boktor en de maatregelen die genomen moeten worden in geval van een vondst van dit organisme.

Op grond van het nieuwe uitvoeringsbesluit hoeft in specifieke gevallen geen besmette zone en bufferzone te worden afgebakend bij een vondst van de Oost-Aziatische boktor. Het moet dan gaan om een vondst op planten die al besmet waren voordat ze het betreffende gebied werden ingebracht (bv. in geval van een besmette importpartij) of om een geïsoleerde vondst waarvan niet verwacht wordt dat die zal leiden tot vestiging van het organisme. Bovendien moet verzekerd zijn dat de boktor zich niet gevestigd heeft in het gebied en dat verdere vermeerdering en verspreiding van de boktor niet mogelijk is.

Opheffen afgebakende gebieden

Als gevolg van eerdere vondsten van de Oost-Aziatische boktor zijn er sinds 2007 gebieden afgebakend in Westland, Boskoop, Hoofddorp, Maasland, Krimpen en Delft. In Hoofddorp, Maasland, Krimpen en Delft was sprake van een enkele besmette boom afkomstig uit een besmette geïmporteerde partij Acers uit China. In Boskoop en Westland ging het om een uitbraak van beperkte omvang die is uitgeroeid en niet heeft geleid tot vestiging van het organisme.

De afgebakende gebieden in Boskoop, Hoofddorp, Krimpen, Maasland en Delft worden daarom nu opgeheven. Omdat de uitbraak in het Westland iets groter van omvang was in vergelijking met de andere situaties, zal in de loop van 2012 in dit gebied een intensieve monitoring plaatsvinden naar symptomen van de boktor om maximale zekerheid te krijgen dat het organisme ook hier is uitgeroeid. Op grond van de resultaten daarvan zal de status van het afgebakende gebied Westland eind 2012 opnieuw bekeken worden.

De opheffing van de genoemde afgebakende gebieden heeft tot gevolg dat de plantenpaspoortplicht voor 17 waardplanten van de boktor en de daaraan verbonden bedrijfsinspecties op boktorverschijnselen, die tweemaal per jaar moeten plaatsvinden op bedrijven in afgebakende gebieden, komen te vervallen. Dit betekent een lastenverlichting voor de ca. 166 bedrijven in deze gebieden die waardplanten van de boktor verhandelen.

De monitoring op aanwezigheid van de boktor zal in deze gebieden conform de nieuwe EU-regelgeving worden voortgezet, tot minimaal 4 jaar na de vondst van de boktor in het betreffende gebied.

Wijzigingen in de EU-noodmaatregelen voor de Oost-Aziatische boktor

Daar waar op grond van het nieuwe uitvoeringsbesluit gebieden moeten worden afgebakend gelden in deze afgebakende gebieden verscherpte maatregelen, waaronder:

  • Verplichte kaalkap van alle waardplanten van de boktor in een straal van 100 meter rond de vondst.

  • Uitbreiding van het aantal waardplanten waarvoor voorschriften gelden met 3 geslachten (eerder waren 17 waardplanten gespecificeerd).

  • Verbod om nieuwe waardplanten te planten in de open lucht in het gebied waar de verplichte kaalkap heeft plaatsgevonden. Bedrijven die voldoen aan de voorschriften van het uitvoeringsbesluit zijn uitgezonderd van dit verbod.

Voor wat betreft de import en EU-interne handel in waardplanten zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Waardplanten met een diameter kleiner dan 1 cm worden uitgezonderd van de specifieke voorschriften in het uitvoeringsbesluit.

  • In plaats van het toepassen van verplichte preventieve behandelingen op de bedrijven mogen bedrijven in een afgebakend gebied ook waardplanten binnen de Europese Unie in het handelsverkeer brengen nadat een destructieve bemonstering is uitgevoerd en daarbij geen besmettingen met de boktor zijn aangetroffen.

  • Bedrijven in een afgebakend gebied die aan alle voorwaarden voldoen, mogen planten die van buitenaf in het afgebakende gebied worden gebracht verhandelen met een plantenpaspoort, zonder dat deze planten eerst twee jaar op het bedrijf aanwezig zijn geweest.

De nieuwe regels gelden ook voor het afgebakende gebied Westland.

Omdat daar voor zover bekend geen bedrijven zijn gevestigd die waardplanten van de boktor verhandelen heeft de verscherping van de voorschriften in de praktijk nauwelijks gevolgen. In het geval van een eventuele nieuwe uitbraak van de boktor waarbij een gebied moet worden afgebakend, zullen wel verscherpte uitroeiingsmaatregelen moeten worden uitgevoerd.

Importverbod Acers uit China

Op grond van de EU-noodmaatregelen voor de Oost-Aziatische boktor geldt tot en met 30 april 2012 een importverbod van Acers uit China. Diverse lidstaten hebben in het Permanent Fytosanitair Comité (PFC) hun zorgen geuit over het eventueel aflopen van het importverbod. De Europese Commissie heeft daarop aangegeven dat in februari 2012 een missie van de Food and Veterinary Office (FVO) naar China gaat om de situatie rond de Oost-Aziatische boktor ter plekke te beoordelen. Aan de hand van de bevindingen van de FVO zal in het PFC besproken worden of de situatie in China zodanig is verbeterd dat het importverbod kan worden opgeheven.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker