Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201327838 nr. 9

27 838 Detailhandel

Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2013

Hierbij stuur ik u de reactie op uw verzoek om een reactie over het NOS-bericht «Crisis raakt winkels NL harder» van 5 juni 2013.

Het CBS meldt dat Nederlandse winkeliers harder getroffen worden door de economische malaise dan hun collega's in de meeste andere Europese landen. Deze terugval van verkopen is geheel toe te schrijven aan winkels in de non-foodsector, met name woonwinkels en doe-het-zelfzaken. De winkels in voeding (met name supermarkten) deden het juist beter dan het EU-gemiddelde.

Ik herken dat beeld. De situatie voor de Nederlandse detailhandel is zorgelijk. De zwakke economische ontwikkeling in Nederland is vooral terug te voeren op de zwakke consumptieontwikkeling, die wat achterblijft bij de ontwikkeling in de EU. De consumptie van huishoudens daalde in het eerste kwartaal van 2013 met 2,1% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Dit hangt samen met hoge inflatie, (dreiging van) lagere pensioenuitkeringen, (dreiging van) hogere pensioenpremies, stijgende werkloosheid, zwakke loonontwikkeling en het verlies van huizenvermogen.

De non-foodsector kenmerkt zich door verkoop van duurzame goederen en is daarmee erg conjunctuurgevoelig. Consumenten schroeven uitgaven die gemakkelijk te beïnvloeden zijn als eerste terug (zoals woondecoratie). Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld uitgaven zoals huur en hypotheeklasten, die zij zonder verhuizen niet gemakkelijk zelf kunnen verlagen. Dit treft de detailhandel en vooral de non-foodsector in het bijzonder.

De huidige situatie op de woningmarkt heeft ook een tweede effect op de detailhandel. De lage mobiliteit op de woningmarkt (weinig verhuizingen) en de productiedaling in de bouwsector heeft directe vraageffecten op de woninggerelateerde non-foodsector, zoals de genoemde woonwinkels en doe-het-zelf-zaken.

Conclusie is dat de detailhandel bovengemiddeld zwaar wordt getroffen door de economische situatie. Daarnaast ondergaat de sector naast de conjuncturele effecten ook structurele veranderingen door de toename van verkoop via internet en de groei van grote ketens ten koste van speciaalzaken.

Het zijn economisch moeilijke tijden, maar we zullen door dit dal heen moeten. Het kabinet neemt maatregelen om ook in de toekomst competitief te blijven en onze collectieve voorzieningen betaalbaar te houden. We werken aan financieel herstel door het terugbrengen van hypotheekschulden en overheidsschulden. En we hervormen de woningmarkt, zorg en arbeidsmarkt om de wendbaarheid van de economie te vergroten.

Daarbij sluit het kabinet zijn ogen niet voor de huidige economische situatie waarin veel mensen zich bevinden. Zo bouwen we de hypotheekrenteaftrek in een geleidelijk tempo af, zodat huiseigenaren niet met grote schokken worden geconfronteerd. We verkorten de WW-duur, maar doen dat niet op het moment dat de werkloosheid zoals nu sterk oploopt. Daarnaast zet het kabinet in op een goed ondernemersklimaat, zoals voldoende financieringsmogelijkheden voor het mkb, regeldrukaanpak en de aanpak Veiligheid Kleine Bedrijven.

Vanzelfsprekend ontvang ik ook de signalen van zorg vanuit de sector. Ik neem deze serieus en ga op 11 juli a.s. met de sector om de tafel. De inzet hierbij is dat de structurele groeikansen voor de sector benut kunnen worden. Zo zie ik mogelijkheden voor de overheid als maatschappelijke partner rond de transitie naar e-commerce en bij de inrichting van bestemmingsplannen voor onder andere winkelgebieden, waar lokale overheden en beleid bepalend zijn. Ik zal uw Kamer over de uitkomsten van mijn gesprek informeren.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp