27 831
Kaderstellende visie op toezicht

nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 oktober 2003

Zoals toegezegd tijdens een algemeen overleg over het kabinetsstandpunt de kaderstellende visie op toezicht op 30 oktober 2001, wordt de Tweede Kamer elk jaar ingelicht over de voortgang van de ontwikkelingen inzake het toezicht. In oktober 2002 ontving u een brief met de toenmalige stand van zaken (TK 2002–2003, 27 831, nr. 4). Met deze brief informeer ik u over de actuele ontwikkelingen.

Allereerst wordt ingegaan op de rijksbrede ontwikkelingen inzake het toezicht op rijksniveau. Vervolgens komen de ontwikkelingen per ministerie aan bod.

Over het dwarsverband en de samenhang met het Programma Modernisering Overheid (PMO) wordt de Kamer nader ingelicht in het kader van het Programma Modernisering Overheid.

1. Rijksbrede ontwikkelingen inzake toezicht

Met betrekking tot de ontwikkelingen op rijksniveau komt allereerst het traject van zelfevaluaties van toezichtarrangementen aan bod. Vervolgens wordt kort ingegaan op de intensivering van de samenwerking tussen rijksinspecties.

Tot slot wordt aandacht besteed aan de Samenwerkende Inspectie Academies en aan toezicht en ICT.

Evaluatietraject toezichtarrangementen

Zoals is aangekondigd in de kaderstellende visie op toezicht, is het kabinet op aanbeveling van de Commissie Borghouts (ACT I) een nieuw traject gestart waarbij de verantwoordelijke ministers toezichtarrangementen evalueren. De zelfevaluaties worden door een interdepartementale werkgroep getoetst aan de principes van de kaderstellende visie op toezicht. Deze werkgroep brengt de verantwoordelijke ministers advies uit over ter toetsing voorgelegde zelfevaluaties. De verantwoordelijke minister zal de resultaten van de toetsing aan de Kamer bekend maken.

De minister van BZK heeft in samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de betrokken ministers het programma van deze toetsing van toezichtarrangementen opgesteld. De toetsing van de zelfevaluaties vindt plaats in twee tranches, een startend in 2003, en een startend in 2004.

Bij de vormgeving van de interdepartementale werkgroep heeft als uitgangspunt gediend dat de werkgroep garant staat voor een onafhankelijke, deskundige, intercollegiale toetsing van de zelfevaluaties.

In de zomer van 2002 heeft BZK de ministeries verzocht personen voor te dragen van hoog ambtelijk niveau met kennis van en affiniteit met het toezichtveld, die zitting kunnen nemen in de interdepartementale toetsingscommissie. Op basis van deze voordrachten is een pool van potentiële leden gevormd.

Ten behoeve van het toetsen van de eerste tranche van zelfevaluaties van toezichtarrangementen is in maart 2003 de Ambtelijke Commissie Toezicht II (ACT II) gevormd en van start gegaan. Daarbij was het uitgangspunt dat de commissie zoveel als mogelijk bestaat uit personen afkomstig van andere ministeries dan de ministeries die verantwoordelijk zijn voor de toezichtarrangementen waarover de zelfevaluaties zijn geschreven. Het instellingsbesluit van de ACT II, onder voorzitterschap van de secretaris-generaal van het ministerie van VROM, mevrouw Sint, is op 31 maart 2003 in de Staatscourant gepubliceerd. De door de ministeries voor de eerste tranche ter toetsing voorgelegde zelfevaluaties zijn de volgende;

Zelfevaluaties 1e tranche

#Te toetsen zelfevaluaties door de ACT IIMinisterie
1.Keuringsdienst van WarenVWS
2.Inspectie van het OnderwijsOC&W
3.RijksarchiefinspectieOC&W
4.Inspectie CultuurbezitOC&W
5.Rijksinspectie voor de ArcheologieOC&W
6.Toezicht op de arbeidsomstandighedenSZW
7.Toezicht op de spoorveiligheidV&W
8.Stichting Nederlandse Algemene Keuringsinstelling voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK)LNV
9.Toezicht op de Kamers van KoophandelEZ
10.College Bescherming PersoonsgegevensJustitie

Begin 2004 zullen de adviezen van de ACT II ten aanzien van de voor de eerste tranche aangedragen zelfevaluaties aan de verantwoordelijke ministers worden gezonden. Vervolgens zullen de verantwoordelijke ministers de resultaten van de toetsing aan de Kamer bekend zal maken.

Voor de 2e tranche zijn zelfevaluaties van de hieronder vermelde toezichtarrangementen voorgedragen. Voor het toetsen van deze zelfevaluaties zal met het oog op de onafhankelijkheid van de leden opnieuw naar de samenstelling van de commissie worden gekeken.

Zelfevaluaties 2e tranche

#Te evalueren toezichtarrangementMinisterie
1.Inspectie Openbare Orde en VeiligheidBZK
2.Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB)BZ
3.Stichting Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO)BZ
4.Agentschap TelecomEZ
5.Plantenziektekundige DienstLNV
6.BloembollenkeuringsdienstLNV
7.Toezicht door IWISZW
8.Taxivervoer (WP 2000)V&W
9.Toezicht op de zelfstandige bestuursorganenVWS
10.Toezicht op de sociale ziektekostenverzekeringenVWS
11.Inspectie GezondheidszorgVWS
12.«eerste lijns toezicht»VROM
13.«overige toezichtarrangementen»VROM

Samenwerking tussen rijksinspecties; IG-beraad

Zowel het beraad van SG's als de rijksinspecties onderling hebben in 2002 besloten de samenwerking tussen rijksinspecties te intensiveren. BZK heeft in samenwerking met Justitie en elf grote rijksinspecties een Kwaliteitsagenda Toezicht ontwikkeld op basis waarvan zes hoofdthema's gezamenlijk worden aangepakt. De organisatorische inbedding van de Kwaliteitsagenda Toezicht is belegd in een IG-beraad, het voormalige Gemeenschappelijk Overleg Inspecties (GOI). Het voorzitterschap van het IG-beraad rouleert jaarlijks. De voorzitter in 2003 is de heer Kokhuis, inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen.

De zes hoofdthema's met bijbehorende trekkers zijn;

1) de structurele afstemming van het beleid inzake toezicht, Inspectie Verkeer en Waterstaat;

2) de versterking van de thematische samenwerking, VROM Inspectie;

3) de ontwikkeling van onderlinge kwaliteitsbewaking, Inspectie Werk en Inkomen;

4) de gezamenlijke ontwikkeling van een toezichtinstrumentarium, Expertisecentrum Rechtshandhaving, Justitie;

5) het ontwikkelen van personeels- en opleidingsbeleid voor toezichthouders, Arbeidsinspectie;

6) de Europese dimensie van toezicht, Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Samenwerkende Inspectie Academies

De opstartfase van het project Samenwerkende Inspectie Academies is inmiddels achter de rug. Het programma 2002/2003 is uitgevoerd en uit de evaluaties blijkt dat de inhoud en opzet voldoet aan de wensen van de deelnemers. Het programma trekt opvallend genoeg ook steeds meer deelnemers aan uit andere rijksinspectiediensten dan de drie organiserende inspecties. Er blijkt een brede belangstelling voor het programma te bestaan. Het programma 2003/2004 is inmiddels gereed en bestaat uit dezelfde modules als het vorige programma. Binnen de modules zijn enkele onderdelen gewijzigd of vervangen door nieuwe onderdelen. Dat is onder meer naar aanleiding van de evaluaties en de trends en ontwikkelingen die in het toezicht waar te nemen zijn. Een voorbeeld daarvan is het vraagstuk van de risicogerichte benadering dat nu deel uitmaakt van het nieuwe programma. Dit jaar werd bekend dat door de taakstelling de bijdrage vanuit het BZK programma Expertprojecten voor 2004 komt te vervallen. De verantwoordelijkheid van de financiering van het project komt daardoor een jaar eerder dan gepland bij het toezichtveld zelf te liggen.

Toezicht en ICT

In 2002 is onder facilitering door het ministerie van BZK een zogenaamde ICT-kanskaart Toezicht en Handhaving uitgevoerd. Doel van deze ICT-kanskaarten is om in kaart te brengen hoe beter gebruik van ICT kan worden gemaakt bij het oplossen van actuele beleidsopgaven, zoals – in dit geval – de versterking van het toezicht. Aan de ICT-kanskaart Toezicht en Handhaving namen 8 grote inspecties (alsmede VNG en Justitie/Handhaven op Niveau) deel, met als voortrekkers de VROM-inspectie en de Voedsel- en Warenautoriteit. De ICT-kanskaart heeft 8 terreinen geïdentificeerd waarop ICT wezenlijk kan bijdragen aan de inspectiefunctie. Een aantal hiervan kan door elke inspectie afzonderlijk worden opgepakt, een aantal andere kansen heeft juist betrekking op gewenste of noodzakelijke samenwerking tussen inspecties. Door het IG-beraad is besloten 3 van de geïdentificeerde kansen nader uit te diepen in de vorm van onderzoek en/of implementatie, te weten:

a) horizontalisering van het toezicht door vergunning- en inspectiegegevens te publiceren op het internet en zo burgers en bedrijven in staat te stellen het toezicht te versterken;

b) een beter gegevensuitwisseling, zowel wat betreft het aansluiten bij overheidsbrede ontwikkelingen (m.n. ontwikkeling Basisbedrijvenregister en Gebouwenregister) als de onderlinge uitwisseling van specifieke inspectiegegevens;

c) de realisatie van een centrale verwijsfunctie op internet die aangeeft voor welke zaken bedrijven en burgers bij welke inspectie terecht kunnen.

2. Ontwikkelingen rond toezicht per ministerie

Bijgaand overzicht betreft de ontwikkelingen rond toezicht per ministerie met toezichthoudende taken zoals gesteld in de kaderstellende visie op toezicht. Dit overzicht is in overleg met en onder verantwoordelijkheid van de eerstverantwoordelijke ministeries totstandgekomen.

Toelichting op het overzicht

Ter informatie worden in rij 1 de rijksinspectiediensten genoemd, als belangrijk onderdeel van de toezichtarrangementen die onder de verantwoordelijkheid van het ministerie vallen. Speciaal vermeld worden eventuele veranderingen die hebben plaatsgevonden sinds het overzicht van oktober 2002.

In rij 2 worden de ontwikkelingen m.b.t. de toezichtarrangementen genoemd die vallen onder het bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen. In rij 3 wordt de planning en stand van zaken weergegeven van het traject waarbij de verantwoordelijke ministers toezichtarrangementen evalueren waarna toetsing van de zelfevaluatie door een interdepartementale commissie plaats vindt. Voor zover bekend wordt aangegeven wanneer de ministeries welke toezichtarrangementen evalueren in de periode tot 31 juli 2005. Uiterlijk op die datum zal het kabinet een evaluatie gereed hebben van deze kabinetsvisie en de checklist en de mate waarin de toezichthouders op rijksniveau aan de vernieuwde checklist voldoen (actiepunt 2 en 4 uit de kaderstellende visie op toezicht, TK 2000–2001, 27 831, nr. 1).

In rij 4 wordt aangegeven wat de eventuele voorziene acties bij het betreffende ministerie zijn inzake toezicht in de nabije toekomst.

In hoeverre samenwerking en afstemming inzake toezicht (in het bijzonder tussen de verschillende toezichthouders) concreet vorm wordt gegeven, wordt vermeld in rij 5.

IMinisterieBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
1.Inspectiedienst(en)– Inspectie Financiën Lokale en Provinciale overheden (IFLO)
  – Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenIn de Bestuursraad is besloten om voor de volgende gebieden (ZBO's/RWT's, provincies (en gemeenten) en overige publiekrechtelijke organisaties) toezichtarrangementen conform de Kaderstellende Visie op Toezicht (KvT) samen te stellen: Kiesraad, Financieel toezicht op provincies, Paspoortwet, Wet GBA, Stichting ICTU, SAIP, Stichting Vutfonds, Politieregio's, Raad voor KLPD, Commissie beheer DGVP, LSOP, NBBE en NIBRA.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche:b. Stand van zaken:
  c. Opgave tweede tranche:
  – Inspectie Openbare Orde en Veiligheid
  IFLO
  De vastlegging van de uitvoering van het financieel toezicht op de provincies in een toezichtarrangement conform de checklist van de kader-stellende visie op toezicht, is in augustus 2003 afgerond. Daarin zijn de resultaten van het vernieuwingsproces ten aanzien van de toezichthoudende taak van IFLO meegenomen. Belangrijke input voor deze vernieuwing is gebaseerd op bevindingen van in 2002 door de Accountantsdienst van BZK uitgevoerde operational audits: Onderzoek naar de kwaliteit van het beleidskader financieel toezicht op provincies en Rapportage in het kader van het onderzoek naar de bedrijfsvoering van het financieel toezicht op provincies. In onder meer het Beleidskader financieel toezicht inclusief Wet fido (met nadere uitwerking van het door BZK uitgevoerde financieel toezicht op de provincies) is reeds het kader voor deze vernieuwing aangegeven.
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtIFLO: actuele ontwikkelingen, onder meer: * dualisering provinciebestuur vanaf maart 2003;
  * inwerkingtreding Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten per 1 februari 2003 (geldend voor begroting en jaarrekening vanaf begrotingsjaar 2004);
  * in overleg met provinciale toezichthouders (inzake financieel toezicht op gemeenten) tot stand gekomen Gemeenschappelijk minimum beleidskader Toezicht (vastgesteld 5 juni 2003);
  * afspraak van 5 juni 2003 tussen de minister van BZK en de provincies om een brede discussie over financieel toezicht te gaan houden (modernisering financieel toezicht en verbreding toezicht van financiële naar niet-financiële aspecten) geven aanleiding tot aanpassing van het Beleidskader financieel toezicht inclusief Wet fido (met nadere uitwerking van het door BZK uitgevoerde financieel toezicht op provincies) in het begin van 2004 (N.B. Het huidige beleidskader financieel toezicht dateert van 27 juni 2001 en is geldig tot uiterlijk 1 juli 2005).
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtIFLO: De ontwikkelingen met betrekking tot het financieel toezicht worden jaarlijks (laatstelijk op 5 juni 2003) met de provincies (als toezichthouders op de gemeenten) besproken op bestuurlijk niveau (Bestuurlijk Overleg financieel Toezicht). • IOOV: Toezicht op het terrein van de rampenbestrijding leidt tot integrale rapportages waarin de bevindingen van de andere betrokken rijksinspecties (IVROM, IGZ, IVW en de AI) worden opgenomen. Met de inwerkingtreding (2004) van de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding zal dit worden geformaliseerd. Daarnaast vindt in het kader van een onderzoek naar de kwaliteit van de samenwerking in de keten van jeugdvoorzieningen (Synergie in Toezicht), samenwerking plaats met de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming en de Inspectie van het Onderwijs. Met deze laatste inspectie vindt ten slotte ook samenwerking plaats in het kader van toezicht op het politieonderwijs. De IOOV is, voor wat betreft het toezicht op de rampenbestrijding, in overleg met de provincies om mogelijke overlap met betrekking tot het toezicht te voorkomen. Dit dient in 2004 tot een protocol te leiden waarin afspraken over afstemming en samenwerking worden opgenomen.
IIMinisterieBuitenlandse Zaken (BZ)
1.Inspectiedienst(en) Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenBZ is voornemens het bestuurlijk toezicht op alle gelieerde zelfstandige bestuursorganen in het voorjaar 2004 door te lichten. Dit betekent dat in ieder geval het toezicht op de Stichting Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) voorjaar 2004 geëvalueerd zal worden (zie ook punt 4).
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche: – b. Stand van zaken: – c. Opgave tweede tranche: – IOB: eerste helft 2004 – NCDO: voorjaar 2004 – Eventuele overige ZBO's: voorjaar 2004 (toelichting bij punt 4)
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtBij BZ loopt een project dat moet leiden tot een overzicht van zelfstandige bestuursorganen op het terrein van BZ, en passende sturings- en toezichtarrangementen op deze bestuursorganen. Hiertoe loopt bij BZ een inventarisatie naar eventuele «quasi» ZBO's, welke naar verwachting eind 2003 gereed zal zijn. In het voorjaar 2004 zal BZ vervolgens de relatie met de geïnventariseerde organisaties doorlichten om inzicht te krijgen in de wijze waarop sturing en toezicht is vormgegeven. Dit moment zal BZ tevens aangrijpen om de voor de rijksbrede ZBO-trajecten benodigde informatie – waaronder de zelfevaluaties van toezicht – op tafel te krijgen. De uitkomsten van het project zal BZ gebruiken om de concept beleidslijn «BZ-bestuurstaken op afstand» waar mogelijk en nodig verder op de BZ-organisatie toe te spitsen.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtBinnen BZ is een projectgroep samengesteld waarin de interne activiteiten en externe verplichtingen op ZBO-gebied bijeen komen.
IIIMinisterieEconomische Zaken (EZ)
1.Inspectiedienst(en)Staatstoezicht op de Mijnen
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen 
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementen a. Opgave eerste tranche: – Toezicht op de Kamers van Koophandel b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van het Toezicht op de Kamers van Koophandel wordt vóór eind oktober 2003 afgerond en ter toetsing aan de ACT II aangeboden. c. Opgave tweede tranche: – Agentschap Telecom
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezicht 
5.Afstemming en samenwerking inzake toezicht 
IVMinisterieFinanciën
1.Inspectiedienst(en)geen
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenAutoriteit Financiële Markten (AFM), De Nederlandsche Bank N.V. (DNB), Pensioen-& Verzekeringskamer (PVK), Stichting Waarborgfonds, Stichting Joods Humanitair Fonds, Stichting Marorgelden Overheid.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche:b. Stand van zaken:c. Opgave tweede tranche: – De evaluatie van de toezichtvisie/het toezichtarrangement van Financiën vindt plaats in het kader van de volgende stappen. Deze stappen leiden tot een aanpassing van het toezichtsarrangement: – Herziening toezichtwetgeving: de relatie minister toezichthouders wordt wettelijk aangepast aan de huidige inzichten op zbo-terrein. Planning: het wetsvoorstel wordt dit halfjaar aangeboden aan de MR. In de eerste helft van volgende jaar ontvangt de TK het voorstel. In werkingtreding in 2005. – Herziening financiering toezicht: Uitwerking aanbevelingen rapport herziening financiering toezicht: • Versterking procedure van begroting- en verantwoording: vooraf goedkeuring begroting; tussentijdse en tijdige melding aan Financiën van verschillen tussen begroting en realisatie; achteraf goedkeuring verantwoording. Planning: invoering per 1 januari 2004 in het kader van nieuwe financieringssystematiek • Vergroting van de rol van marktpartijen door formeel een adviserend panel op te richten bij elke toezichthouder met marktpartijen en als toehoorder Financiën. Het panel zal zich bezighouden met directe toezichtskosten gemaakt door de toezichtshouders alsmede indirecte toezichtkosten (overige nalevingskosten) gemaakt door onder toezicht gestelden. Planning: invoering tijdelijk panel eind 2003; vanaf 1 januari 2004 structureel formaliseren. versterking verantwoording door invoering van het VBTB-model bij de toezichthouders. Daartoe wordt in samenspraak met toezichtshouders een VBTB-kader ontwikkeld. Planning is om aan de hand van een eind 2003 op te stellen VBTB-kader VBTB-model in te voeren. Hiervoor zal een ingroeitraject gelden.
  • De efficiëntie van het toezicht zal jaarlijks worden gemonitord aan de hand van de toezichtskosten in de begrotingen en verantwoordingen van de toezichtshouders. Gestreefd wordt naar stabilisatie van de reele kosten van bestaande toezichtstaken. Planning: in het kader van departementale begrotingscyclus vindt monitoring plaats. – Evaluatie toezichtshouders: begin 2004 aan de hand van de resultaten van het IMF-assesment: vervolgens opzetten structurele vijfjaarlijkse externe evaluaties. – Opstellen integraal toezichtsarrangement waarin bovengenoemde een plaats krijgt in 2004.
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezicht 
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtDe Pensioen- & Verzekeringskamer staat ook onder toezicht van SZW, namelijk voor wat betreft het pensioentoezicht. In dat kader vindt samenwerking plaats tussen Financiën en SZW.
VMinisterieJustitie
1.Inspectiedienst(en)In 2003 is de Inspectie Beveiliging Burgerluchtvaart opgericht; het betreft hier tweedelijns toezicht.
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen 
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementen a. Opgave eerste tranche: – College Bescherming Persoonsgegevens b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van het Toezicht op de College Bescherming Persoonsgegevens wordt naar verwachting in 2003 afgerond. c. Opgave tweede tranche: -
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezicht1. Er is in 2003 een audit uitgevoerd naar de stand van zaken rond toezicht bij Justitie. De uitkomsten, welke ook verbeterpunten omvatten, worden betrokken bij een bredere discussie over de interne sturing van Justitie. Nog in 2003 wordt besluitvorming over het onderdeel toezicht verwacht. 2. De vorming van een Inspectie voor de Sanctietoepassing wordt voorbereid. Daarbij wordt gedacht aan toezicht op de Dienst Justitiële Inrichtingen en op de reclasseringsinstellingen. 3. Op basis van de resultaten van een verkennend onderzoek naar een nieuw toezichthoudend orgaan op het terrein van de kansspelen, wordt thans gewerkt aan de inrichting van dit orgaan.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtEen belangrijk onderdeel van de voorbereiding van de Inspectie voor de Sanctieptoepassing is het overleg met andere inspectiediensten, teneinde tot integrale rapportages te komen.
VIMinisterieLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
1.Inspectiedienst(en)– Algemene Inspectiedienst (AID), – Plantenziektenkundige Dienst (PD), – Inspectie landbouwonderwijs en kennisprogramma's – Voedsel en Waren Autoriteit (VWA)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenHet bestuurlijk toezicht op zelfstandige bestuursorganen (ZBO's en RWT's) en op medeoverheden wordt ultimo 2003 onafhankelijk gepositioneerd bij het Bureau Bestuursraad, door de instelling van een organisatie onderdeel «Rijkstoezicht». De onafhankelijkheid wordt geborgd door het Audit Committee van LNV en de afzonderlijke rapportage lijn naar departements leiding en Tweede Kamer.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementen a. Opgave eerste tranche: – Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdiensten (NAK) – Faunafonds b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van de stichting NAK is afgerond. Het verslag is ter toetsing aan de ACT II aangeboden. De zelfevaluatie van het Faunafonds wordt niet uitgevoerd i.v.m. mogelijke opheffing van de dienst. c. Opgave tweede tranche: – Plantenziektekundige Dienst – Bloembollenkeuringsdienst De evaluatie van de BKD is reeds gestart. De evaluatie van de PD zal in het 4e kwartaal 2003 opgepakt worden. De PD heeft in juli 2003 een project afgesloten waarbij de toezichtrelaties onderzocht zijn, de gewenste situatie in kaart is gebracht en de inbedding van het toezichtfunctie is uitgewerkt. De evaluatie kan hierop aansluiten. d. 2004 – afronding verbeteringstraject aansturings- en toezichtarrangementen overige ZBO's en RWT's – RVV als onderdeel van VWA Inspectiediensten De Algemene Inspectiedienst bevindt zich op dit moment in een traject van agentschapvorming per 1 januari 2005. Daarom is op dit moment nog geen evaluatie van het toezichtarrangement gepland. De inspectie landbouwonderwijs en kennisprogramma, is ondergebracht bij de onderwijsinspectie. Daarom is er geen evaluatie gepland. Voedsel en Warenautoriteit, in 2003 overgekomen van VWS.
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtEind 2002 is de «LNV-visie op toezicht» vastgesteld. Implementatie vindt in 2003 plaats. Het intern verbeteringstraject van sturings- en toezichtarrangement zal voor een deel in 2003 afgerond kunnen worden met een uitloop naar 2004. Met de afronding van dit project is tevens bereikt dat op een structurele wijze de aansturing van, het toezicht op de markt door en het bestuurlijk toezicht op de onder LNV ressorterende ZBO's en RWT's geëvalueerd is en tot verbetering heeft geleid.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtMet VWS i.v.m. de overgang van de VWA naar LNV. Met VROM heeft overleg plaats gevonden over de positionering en feitelijke invulling van de toezichtfunctie op zelfstandige externe organisaties.
VIIMinisterieOnderwijs Cultuur en Wetenschappen
1.Inspectiedienst(en)– Inspectie van het Onderwijs (IvhO) – Inspectie Cultuurbezit (IC) – Rijksarchiefinspectie (RAI) – Rijksinspectie voor de Archeologie (RIA)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen 
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementen a. Opgave eerste tranche: – Inspectie van het Onderwijs (IvhO) – Rijksarchiefinspectie (RAI) – Inspectie Cultuurbezit (IC) – Rijksinspectie voor de Archeologie (RIA) b. Stand van zaken: De bovengenoemde zelfevaluaties zijn allen afgerond en ter toetsing aan de ACT II aangeboden. Inmiddels voert de ACT II gesprekken met diverse betrokkenen rondom deze vier toezichtarrangementen. c. Opgave tweede tranche: Geen.
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezicht 
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtSamenwerking door Inspectie van het Onderwijs in het kader van het politieonderwijs (BZK) en het landbouwkundig onderwijs (LNV)
VIIIMinisterieSociale Zaken en Werkgelegenheid
1.Inspectiedienst(en)– Inspectie Werk en Inkomen (IWI) – Arbeidsinspectie (AI)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganen
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementen a. Opgave eerste tranche: – Toezicht op de arbeidsomstandigheden b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van het toezicht op de arbeidsomstandigheden is afgerond en ter toetsing aan de ACT II aangeboden. c. Opgave tweede tranche: – Toezicht door IWI  
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtDe AI zal per 1-1-2004 als een divisie onder de IG (IWI) gaan vallen. De niet toezichthoudende taken worden afgestoten en op het terrein van de illegale tewerkstelling en ATW zal bestuurlijk gehandhaafd worden.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtHet aantal samenwerkingsovereenkomsten met andere inspectiediensten zal uitgebreid worden.
IXMinisterie Verkeer en Waterstaat
1.Inspectiedienst(en)Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenHet afgelopen jaar is het beleidskader voor het toezicht op ZBO's binnen V&W geactualiseerd. De toezichtarrangementen voor individuele ZBO's zijn/worden daarop afgestemd. In 2002 en 2003 zijn de toezichtvisies voor Innovam, RIB, LVNL, NIWO, SEB en het Loodswezen afgerond.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche: – Toezicht op de spoorveiligheid b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van het toezicht op de spoorwegveiligheid is afgerond en ter toetsing aan de ACT II aangeboden. Eind 2003 zal deze toetsing plaats vinden. c. Opgave tweede tranche: – Taxivervoer (WP 2000)
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtDe IVW deelt het toezicht in domeinen in. Een domein is een voor de buitenwereld herkenbaar toezichtveld. Voorbeelden hiervan zijn koopvaardij en taxivervoer. De domeinindeling vormt een belangrijke basis voor de verdere ontwikkeling van het toezicht voor de IVW. Per domein worden vanuit vooraf vastgestelde uitgangspunten toezichtarrangementen herzien (maatwerk) in de periode 2003–2005. Op deze wijze werkt IVW tevens actief mee aan de doorlichting van bestaande wet- en regelgeving en aan de uitwerking van mogelijkheden tot reductie van administratieve lasten. Waar mogelijk wordt als onderdeel van het toezichtarrangement de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven ge(re)activeerd. Een systematiek gebaseerd op inzicht in de naleving en een afweging van effecten gebaseerd op een risicobenadering vormen de bouwstenen voor het te hanteren toezicht.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtIVW intensiveert de afstemming en samenwerking met andere toezichthouders. Optimale samenwerking en arbeidsverdeling zijn de beoogde doelen. Hiertoe worden regulier besprekingen gevoerd met onder andere VROM-inspectie en Arbeidsinspectie en wordt actief deelgenomen aan samenwerkingsverbanden zoals bijv. in de Rotterdamse haven. Voor Schiphol is een verkenning geïntegreerd toezicht gestart. Tevens vinden gesprekken plaats met het KLPD. Bij de doorlichting van de toezichtarrangementen (zie onder 4) worden eventuele overlappingen en witte vlekken in beeld gebracht opdat hierover nadere afspraken gemaakt kunnen worden met betrokken toezichthouders.
XMinisterieVolksgezondheid, Welzijn en Sport
1.Inspectiedienst(en) – Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming (VWS en Justitie). Na inwerkingtreding van de Wet op de jeugdzorg: Inspectie jeugdzorg. – Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenZie voor toezicht op zelfstandige bestuursorganen onder punt 3 en punt 4.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche: – Keuringsdienst van Waren b. Stand van zaken: De zelfevaluatie van de Keuringsdienst van Waren is afgerond en ter toetsing aan de ACT II aangeboden. c. Opgave tweede tranche – Toezicht op de zelfstandige bestuursorganen In 2004: – Toezicht op de sociale ziektekostenverzekeringen – Inspectie Gezondheidszorg
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtInspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming – De Inspectie jeugdhulpverlening en jeugdbescherming (IJHV/JB) werkt aan een samenhangend toezicht- en handhavingsbeleid, als onderdeel van het Implementatietraject Wet op de jeugdzorg. Voor alle domeinen van toezicht streeft de inspectie naar de totstandkoming van een toezichtarrangement, gereed in 2004. Toezicht zorgstelsel – VWS bestudeert in de aanloop naar een nieuw zorgstelsel de invulling van de toezichtfunctie in de zorg. Daarbij gaat het om drie domeinen van toezicht: mededingingstoezicht, toezicht op de kwaliteit van de zorg en toezicht op de uitvoering van de verzekering. Voedsel en Waren Autoriteit – Ingevolge afspraken tijdens de formatie van het huidige kabinet is de Minister van LNV belast met de zorg voor het beheer van de Voedsel en Waren Autoriteit welke was opgedragen aan de Minister van VWS (KB 2 juni 2003, Staatsblad 2003, 240).
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtEen gezamenlijk toezichttraject van de IJHV/JB, de IGZ en de Inspectie Onderwijs naar ketenverantwoordelijkheid bij instellingen op het terrein van jeugd wordt dit najaar afgerond. Met het oog op de nieuwe Wet op de jeugdzorg streven de IJHV/JB en de IGZ op die wet gerichte samenwerkingsafspraken na. De IJHV/JB en de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming gaan de bestaande samenwerkingsafspraken aanpassen en verbeteren, na afstemming met Justitie.
XIMinisterieVolkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
1.Inspectiedienst(en)VROM Inspectie
2.Bestuurlijk toezicht op mede-overheden en zelfstandige bestuursorganenHet Ministerie van VROM heeft met ingang van 1 oktober 2003 alle toezichtstaken op zelfstandige organen (ZBO's en RWT's) ondergebracht bij de centrale afdeling «Toezichthouder op Zelfstandige Organen» (TopZO). Hiermee wordt een expliciete scheiding tussen beleidsontwikkeling en toezicht bij het ministerie van VROM bereikt. De toezichthouder op zelfstandige organen werkt vanuit een algemene toezichtsvisie. In de eerste helft van 2003 heeft VROM de «Toezichtvisie op zelfstandige organen» ontwikkeld en door de bewindslieden vastgesteld. Als uitgangspunt voor deze visie hebben gediend de kaderstellende visie op toezicht, de (ontwerp) Kaderwet ZBO, de Comptabiliteitswet 2001 en de handreikingen van de AR inzake verantwoording van en toezicht op RWT's.
3.Planning en stand van zaken evaluatie toezichtarrangementena. Opgave eerste tranche: - b. Stand van zaken: - c. Opgave tweede tranche: – zelfevaluatie «eerste lijns toezicht» (in 2003) – 2004 zelfevaluatie «overige toezicht-arrangementen»: 1. tweede lijnstoezicht 2. defensietaken 3. beleidsuitspraken 4. convenanten 5. subsidies 6. internationale verplichtingen 7. monitoringverplichtingen Evaluatie toezichtsarrangementen ZBO's, RWT's • In 2004 zullen op basis van de VROM toezichtsvisie de toezichtarrangementen van de belangrijkste zelfstandige organen van VROM worden geëvalueerd en geactualiseerd waarbij tevens per zelfstandig orgaan een risico-analyse uitgevoerd wordt en een informatie en controleprofiel opgesteld. • Eind 2003 zal een aanvang worden gemaakt met uitvoering van de 2e evaluatie van het ZBO Kadaster. Dit is de wettelijke verplichte evaluatie zoals vastgelegd in de organisatiewet Kadaster.
4.Overige acties t.a.v. positionering en inrichting van toezichtDe Toezichthouder zelfstandige organen zal in 2004 de gemaakte scheiding beleid en toezicht verder uitbouwen. Aandachtspunten hierbij zijn de relaties met de verantwoordelijke beleidsdirecties en het relatiebeheer met de zelfstandige organen. In 2004 zal het toezichtsinstrumentarium verder worden vormgegeven. In januari 2003 is een VROM-nalevingstrategie vastgesteld in de Bestuursraad van VROM. De nalevingstrategie biedt een kader om binnen het ministerie de naleving te optimaliseren door middel van interventies van zowel beleid als toezichthouders. In de nalevingstrategie zijn alle toezichttaken van VROM geïnventariseerd. Per taak is een risico-inschatting en schatting van naleeftekort gemaakt en er is zo een instrument beschikbaar om een keuze te maken van inzet menskracht op toezichttaken (de goede dingen doen). Ook biedt de nalevingstrategie mogelijkheden om op een slimme manier interventies te plegen (de dingen goed doen). Tot slot is de nalevingstrategie een instrument om verantwoording te kunnen afleggen. De verdere implementatie van de VROM-nalevingstrategie vindt plaats in 2003 en 2004.
5.Afstemming en samenwerking inzake toezichtBinnen het IG-beraad vindt afstemming en informatieuitwisseling plaats over de werkzaamheden. De VROM-Inspectie participeert in een aantal werkgroepen, zoals die over risico-inschatting en beheersing en is trekker voor het thema samenwerking.

Ik hoop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd over de voortgang van de ontwikkelingen inzake het toezicht.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Th. C. de Graaf

Naar boven