Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 mei 2018
Inleiding
Om grondgebonden eenheden in staat te stellen om realistisch en doelmatig te kunnen
trainen voor gevechtsomstandigheden, gebruikt de krijgsmacht sinds 2003 de geïnstrumenteerde
oefen- en trainingscapaciteit Mobile Combat Training Centre (MCTC). Dit systeem is bijna aan het einde van de levensduur. Met deze A-brief informeer
ik u over het project «Levensduurverlenging geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit
voor grondgebonden eenheden», waarmee Defensie tot 2030 kan blijven beschikken over
deze capaciteit. Het project maakt deel uit van het investeringsprogramma van de «Defensienota
2018 – Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid» (Kamerstuk 34 919, nr. 1).
Behoefte
De geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit MCTC is een waardevol trainingsmiddel.
Het bestaat onder andere uit simulatieapparatuur die kan laten zien of een schot raak
is en biedt een gedetailleerd overzicht waar alle oefenende eenheden zich exact bevinden.
Het laat de gebruikers niet alleen de effecten zien van uiteenlopende wapensystemen,
maar simuleert en waardeert ook gevechtsondersteunende en logistieke activiteiten.
Dat maakt een integrale evaluatie van de oefening mogelijk. Het MCTC is geschikt voor
een volledige bataljonstaakgroep met ondersteunende eenheden.
Het gereedstellingstraject van de grondgebonden eenheden is voor een belangrijk deel
afhankelijk van de beschikbaarheid van een geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit.
Met deze capaciteit worden de doelstellingen van het opleiden en trainen eerder gehaald
en is het mogelijk om bij de evaluatie van een oefening een beter inzicht te krijgen
in het optreden en de effectiviteit van deze eenheden.
Sinds de invoering van het MCTC in 2003 zijn de grondgebonden eenheden anders samengesteld,
uitgerust en bewapend. De samenstelling van de MCTC-simulatoren sluit hierdoor niet
meer goed aan op de samenstelling van de oefenende troepen. Verder neemt door het
intensieve gebruik de inzetbaarheid van het MCTC af en is het systeem vrijwel aan
het einde van de technische levensduur. Ook loopt dit jaar het oorspronkelijke onderhouds-
en ondersteuningscontract af. Inmiddels heeft Defensie een eenmalige beperkte levensduurverlenging
uitgevoerd en is het onderhouds- en ondersteuningscontract met twee jaar verlengd,
waarmee het systeem tot 2020 kan worden gebruikt. Voor een verdere levensduurverlenging
en modernisering van de huidige systemen bestaan meerdere mogelijkheden. Defensie
zal deze in het vervolg van het project onderzoeken en op basis van de resultaten
daarvan een oplossing uitwerken.
Internationale samenwerking
Bij internationale oefeningen brengen landen hun eigen geïnstrumenteerde oefen- en
trainingscapaciteit mee. Elk land heeft deze capaciteit speciaal samengesteld voor
de eigen organisatie van de eenheden en hun bewapening. Wel zijn in NAVO-kader inmiddels
technische standaarden afgesproken waardoor krijgsmachten samen kunnen oefenen terwijl
elk land zijn eigen systeem gebruikt. Het feit dat elk land zijn eigen systeem gebruikt,
beperkt de mogelijkheden voor samenwerking bij aanschaf.
Relatie met andere projecten
Het project «Levensduurverlenging geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit
voor grondgebonden eenheden» heeft relaties met onder andere de projecten «Groot Pantserwielvoertuig
Boxer», »Vervanging 60/81mm mortieren», Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)»,
en de aanschaf van het voertuig 12kN Air Assault dat deel uitmaakt van het project «Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen»
(DVOW).
Kenmerken
Om eenheden goed voor te bereiden op de omstandigheden en de complexiteit van een
missie moeten oefeningen zo realistisch mogelijk zijn. Daarom moet de geïnstrumenteerde
oefen- en trainingscapaciteit in staat zijn oefeningen te ondersteunen in extreem
warme, extreem koude en zeer natte omstandigheden. Ook moet het geschikt zijn voor
oefeningen in uiteenlopende gebieden, zoals een stedelijke omgeving maar ook een bergachtig
gebied, en moet het systeem het mogelijk maken duels te simuleren en oefeningen te
evalueren. Het systeem moet zelfvoorzienend zijn en verplaatsbaar zijn met standaard
vrachtwagens.
De capaciteit moet kunnen worden aangepast aan nieuwe wapensystemen en capaciteiten
om ook in de toekomst trainingen te kunnen blijven ondersteunen. Ook moet het systeem
in staat zijn te communiceren met vergelijkbare oefen- en trainingscapaciteiten van
internationale partners om gezamenlijk te kunnen oefenen.
Financiële aspecten
Met het project «Levensduurverlenging geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit
voor grondgebonden eenheden» is een investering gemoeid tussen de € 25 miljoen en
€ 100 miljoen. Deze investering komt in de periode 2018 tot en met 2021 ten laste
van het investeringsbudget van Defensie.
Vooruitblik
Het project wordt uitgevoerd in de periode van 2018 tot en met 2021. Met deze investering
kan de behoefte aan geïnstrumenteerde oefen- en trainingscapaciteit worden vervuld
tot 2030.
Gezien het investeringsbedrag van minder dan € 100 miljoen ben ik voornemens de Defensie
Materieel Organisatie te mandateren het project uit te voeren. De Kamer zal over de
voortgang van dit project worden geïnformeerd via de begroting, het departementale
jaarverslag en het Materieelprojectenoverzicht.
De Staatssecretaris van Defensie,
B. Visser