27 830
Materieelprojecten

nr. 20
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 februari 2004

Inleiding

De Koninklijke luchtmacht beschikt over vier Patriot-eenheden. Deze eenheden worden gebruikt voor de verdediging tegen een scala aan luchtdreigingen, zoals vliegtuigen, helikopters, tactische ballistische raketten en kruisvluchtwapens. Tijdens de Golfoorlog in 1991 zijn Nederlandse Patriot-eenheden ingezet in Turkije en Israël. Begin 2003 zijn Nederlandse Patriot-eenheden wederom ontplooid in Turkije. Zij hebben toen de bevolking van de Turkse steden Diyarbakir en Batman beschermd, vooral tegen de mogelijke dreiging van Iraakse raketten (zoals verbeterde Scuds).

Door de proliferatie van ballistische raketten en kruisvluchtwapens, al dan niet voorzien van nucleaire, biologische of chemische ladingen, is de behoefte aan deze verdedigingscapaciteit groot. De Nederlandse regering heeft daarom al in de tweede helft van de jaren negentig besloten de zogenaamde actieve verdediging tegen deze dreiging te verbeteren. Behandeling van dit onderwerp in de Navo («Prague Capabilities Commitment») en de EU («European Capabilities Action Plan») heeft de laatste jaren geresulteerd in een reeks aanbevelingen, gericht op de verbetering van de gemeenschappelijke verdediging tegen deze dreiging. Daarbij wordt gestreefd naar een vergroting van het aantal verdedigingssystemen en van de capaciteit van deze systemen. Voorts werkt Nederland nauw samen met de andere Patriot-gebruikers in de Extended Air Defence Task Force (EADTF). Dit verband beoogt de samenwerking te intensiveren op het gebied van planning en coördinatie van gezamenlijke luchtverdedigingsactiviteiten, training en oefeningen.

Nederland participeert in de snelle en kwalitatief hoogwaardige reactiemachten van de NAVO en EU. De aangeboden Nederlandse eenheden kunnen binnen korte tijd worden ingezet tijdens de beginfase van crisisbeheersingsoperaties of bij onverwachte escalatie van een conflict. Juist in dat soort gevallen is het van groot belang dat de eigen eenheden (en die van bondgenoten) maximaal kunnen worden beschermd tegen alle soorten luchtdreiging.

De Prinsjesdagbrief vermeldt een reeks van maatregelen om tot een grondgebonden luchtverdediging nieuwe stijl te komen. Binnen de luchtverdediging nieuwe stijl vormt de Patriot een belangrijk wapensysteem. Om de verdedigingscapaciteit van de Patriot tegen ballistische raketten en kruisvluchtwapens te vergroten, is op basis van operationele ervaringen in de Golfoorlog van 1991 in de Verenigde Staten het «Patriot Advanced Capability Phase-III» (PAC-3) programma ontwikkeld. Dit programma voorziet in een verbetering van de detectiecapaciteit en van de onderscheppingsmiddelen. De Koninklijke luchtmacht voert deze verbetering in twee fasen uit. De eerste fase betrof de verbetering van de detectiecapaciteit van de radar en van de wapensysteemsoftware. Met Kamerstuk 23 900 X, nr. 96 d.d. 4 juli 1995 bent u geïnformeerd over de verwervingsvoorbereiding van deze zogenoemde PDB5/SD51 modificatie. De tweede fase betreft de verbetering van de onderscheppingscapaciteit door de aanschaf van PAC-3 raketten en de modificatie van enige onderdelen van de Patriot-grondapparatuur. Met Kamerstuk 25 000 X, nr. 99 d.d. 3 september 1997 bent u geïnformeerd over de behoeftestelling.

Vanwege de kosten van vooral de PAC-3 raket en de verwachting dat deze kosten na de aanvang van de productie nog zouden dalen, is de verwervingsvoorbereiding voor de tweede fase van het PAC-3 programma tot nu toe niet voltooid. Hierover bent u tussentijds geïnformeerd met de Kamerbrief van 6 december 2002 (Kamerstuk 28 600 X, nr. 38). De stuksprijs van de PAC-3 raket is de afgelopen tijd inderdaad gedaald van ruim $ 5 miljoen naar $ 2,5 miljoen. Een verdere daling is niet aan de orde. Hiermee blijft de stuksprijs steken op een hoger peil dan verwacht.

Inmiddels staat het Amerikaanse leger op het punt het laatste contract te sluiten voor de verwerving van modificatiepakketten voor de Patriot-grondapparatuur. Na deze bestelling wordt de productielijn voor deze modificatiepakketten stopgezet. Om nog gebruik te kunnen maken van schaalvoordelen is het gewenst dat Nederland aansluit bij het laatste Amerikaanse PAC-3 contract voor de Patriot-grondapparatuur.

In het kader van een «nieuw evenwicht» tussen de taken en middelen van de krijgsmacht heeft Defensie weloverwogen keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn verwoord in de Prinsjesdagbrief (Kamerstuk 29 200X, nr. 4 d.d. 16 september 2003). Een goede verdediging tegen tactische ballistische raketten en kruisvluchtwapens maakt deel uit van de noodzakelijk geachte capaciteiten en vormt een belangrijk aandachtspunt in de luchtverdediging nieuwe stijl. Defensie heeft voor de verbetering van de Patriot een bedrag van € 128 miljoen gereserveerd. Uit de laatste prijsopgave is inmiddels gebleken dat in de in 1997 gestelde behoefte weliswaar niet volledig, maar wel in ieder geval voorlopig, op voldoende wijze kan worden voorzien.

Met deze brief informeer ik u over de keuze voor de tweede fase van het PAC-3 project die is gemaakt op grond van de gecombineerde (voor)studie en de verwervingsvoorbereiding: de aanschaf van PAC-3 raketten en de PAC-3 modificatie van de Patriot-grondapparatuur.

Kwalitatieve behoefte

Na de voltooiing van de PDB5/SD5-modificatie van de radar en de wapensysteemsoftware beschikken de Nederlandse Patriot-eenheden over de juiste detectiecapaciteit om grotere aantallen raketten en laagvliegende doelen, zoals kruisraketten, op tijd waar te nemen. Maar voor de onderschepping kent het Patriot-systeem nog beperkingen.

De eerste beperking betreft de capaciteit van de Patriotraketten tegen tactische ballistische raketten. Verschillende landen die in het bezit zijn van raketten streven ernaar het bereik ervan te vergroten. Ballistische raketten met een bereik van 1 000 kilometer zijn nu al geen uitzondering. In het laatste deel van hun vluchtbaan hebben raketten met een dergelijk bereik een zeer hoge snelheid en een steile invalshoek. Om te garanderen dat de lading geen uitwerking heeft op de grond, moet de raket op grote hoogte en precies worden geraakt. De huidige Patriot-raketten van de Koninklijke luchtmacht beschikken hiertoe niet over voldoende snelheid, acceleratievermogen, hoogtebereik en precisie. Een tweede beperking betreft de onderschepping van laagvliegende doelen zoals kruisvluchtwapens. De geringe radarreflectie en de lage vlieghoogte van deze doelen, in samenhang met de kromming van de aarde, bemoeilijken een vroegtijdige waarneming. Hierdoor is de reactietijd voor het luchtverdedigingssysteem zeer kort. Na de radarmodificatie (PDB5/SD5) is de Patriot-eenheid in staat, zelfstandig dan wel met informatie van externe sensoren, doelen met een zeer kleine radarreflectie op te sporen. De huidige raketten van de Koninklijke luchtmacht zijn echter niet geschikt om zeer kleine en laagvliegende doelen direct na die detectie te onderscheppen en uit te schakelen vanwege hun ontoereikende snelheid, acceleratievermogen en precisie.

Een derde beperking betreft de grootte van het te beschermen gebied, de zogenoemde «footprint». In de Navo zijn afspraken gemaakt over de omvang van door geleide wapens te verdedigen gebieden met vitale objecten en gebieden waarin eenheden zijn ontplooid. Om een dergelijk gebied afdoende te kunnen verdedigen tegen tactische ballistische raketten is het noodzakelijk de lanceerinrichtingen op grote afstand van de radar op te stellen. Vanwege technische beperkingen is dit echter niet mogelijk met de huidige lanceerinrichtingen. Om het aan de Koninklijke luchtmacht toegewezen gebied voldoende te kunnen verdedigen zouden zonder technische aanpassingen meer Patriot-eenheden benodigd zijn.

De tweede fase van het PAC-3 programma voorziet in de benodigde verbetering van de onderscheppingscapaciteit van het Patriot-wapensysteem. Daartoe dienen PAC-3 raketten te worden verworven. Voorts voorziet deze fase van het project in lanceerinrichtingen waarmee de PAC-3 raket kan worden afgevuurd. Bestaande lanceerinrichtingen worden hiervoor aangepast met het zogenoemde «Enhanced Launcher Electronics System» (ELES) modificatiepakket. Na deze aanpassing kan een lanceerinrichting zowel PAC-3 raketten als andere (oudere) typen Patriot raketten afvuren, zij het niet tegelijkertijd. Tot slot voorziet de tweede fase van het PAC-3 programma in de verbetering van de communicatiesystemen en in de uitbreiding van de wapensysteemcomputer. Deze verbetering maakt het mogelijk om de PAC-3 lanceerinrichtingen op grotere afstand van de radar op te stellen, waardoor de omvang van het verdedigbare gebied wordt vergroot. Deze modificatie wordt «Remote Launch / Communication Enhancement Upgrade» (RL/CEU) genoemd.

Kwantitatieve behoefte

Lanceerinrichtingen. De Koninklijke luchtmacht beschikt nu over vier Patriot-eenheden, elk met vijf standaard lanceerinrichtingen. Dit zijn in totaal 20 lanceerinrichtingen. De standaard lanceerinrichting is geschikt voor maximaal vier standaard raketten. In de behoeftestellingsbrief van 1997 is gemeld dat elke Patriot-eenheid zal worden uitgerust met twee PAC-3 lanceerinrichtingen en vier standaard lanceerinrichtingen. In totaal zijn er dan 24 lanceerinrichtingen waarvan acht in de PAC-3 uitvoering. Voor de gewenste combinatie van lanceerinrichtingen is de aanschaf voorzien van vier extra standaard lanceerinrichtingen en van acht modificatiepakketten, waarmee acht standaard lanceerinrichtingen kunnen worden omgebouwd naar de PAC-3 uitvoering. Er zijn minimaal 24 lanceerinrichtingen nodig om de vereiste «footprint» te kunnen realiseren.

PAC-3 raketten. In de nieuwe configuratie beschikken de vier Patriot-eenheden over in totaal acht PAC-3 lanceerinrichtingen. De PAC-3 lanceerinrichting is geschikt voor maximaal acht PAC-3 raketten. De PAC-3 raketten zijn samengevoegd in pakketten van vier. Elke PAC-3 lanceerinrichting kan dus worden geladen met één of maximaal twee pakketten.

Om de vereiste «footprint» te realiseren moet elk van de acht PAC-3 lanceerinrichtingen met minimaal één pakket worden geladen. Hiervoor zijn dus acht pakketten met in totaal 32 PAC-3 raketten nodig. Gezien de hoge stuksprijs van de PAC-3 raket en het beschikbare budget wordt de aanschaf van 32 PAC-3 raketten voorlopig voldoende geacht om de vereiste vuurkracht in het te beschermen gebied te kunnen realiseren.

Als ontwikkelingen in de kwaliteit en kwantiteit van de dreiging dat vereisen, zullen aanvullend nog 32 raketten worden aangeschaft om alsnog in de behoefte van een volledige lading van alle PAC-3 lanceerinrichtingen te kunnen voorzien. Een volledige lading is de zogenoemde «basic load» van 64 PAC-3 raketten zoals vermeld in de behoeftestellingsbrief uit 1997, Kamerstuk 25 000 X nr 99. De aanvulling met 32 raketten om tot 64 raketten te komen, is vooralsnog als planalternatief aangemerkt met een hoge prioriteit.

Defensie zal de mogelijkheden onderzoeken van een samenwerkingsverband met Duitsland over een gezamenlijk beheer van de PAC-3 rakettenvoorraad van beide landen, indien en wanneer Duitsland besluit PAC-3 raketten aan te schaffen. In het kader daarvan zouden uitgezonden Patriot-eenheden van Nederland of Duitsland kunnen worden voorzien van extra PAC-3 raketten. Voor een dergelijke samenwerking is al een precedent. Voor de uitzending van drie Nederlandse Patriot-eenheden naar Turkije begin 2003 heeft Duitsland aan Nederland raketten geleverd.

In de oorspronkelijke behoeftestelling heeft Defensie de zogenaamde «reload» van 64 extra PAC-3 raketten beschouwd als planalternatief. De beslissing over deze optie zou omstreeks de eeuwwisseling worden genomen. Vanwege de hieraan verbonden kosten en de verwachting dat deze kosten nog zouden dalen, is echter een besluit over de optie lange tijd uitgebleven. Gelet op de keuze om initieel 32 van de 64 raketten aan te schaffen en op termijn mogelijk nogmaals 32, acht ik verwerving van een «reload» van nog eens 64 PAC-3 raketten niet langer haalbaar. Defensie ziet dus af van deze «reload».

«Fire Solution Computers». De computer van de vuurleidingcentrale wordt uitgebreid met een zogenoemde «Fire Solution Computer» (FSC) om de PAC-3 raket tot aan de onderschepping van het doel van precieze doelinformatie te kunnen voorzien. De Koninklijke luchtmacht beschikt over vier vuurleidingcentrales. Er moeten dan ook vier FSC's worden aangeschaft.

RL/CEU modificatiepakketten. De communicatieapparatuur moet worden gemodificeerd om de PAC-3 lanceerinrichtingen op grote afstand van de vuurleidingcentrale en de radar te kunnen bedienen. Hiertoe moeten tien communicatievoertuigen worden gemodificeerd: zes voertuigen voor de commandovoering en vier om te dienen als relaisstation. Er zijn dan ook tien RL/CEU modificatiepakketten benodigd om de vereiste«footprint» te kunnen realiseren.

Verwervingsstrategie

Voor de verwerving van de PAC-3 capaciteit zijn twee verwervingsstrategieën mogelijk: via de Amerikaanse overheid met de «Foreign Military Sales» (FMS) procedure of via een commercieel verwervingstraject. FMS-verwerving heeft een aantal zwaarwegende voordelen in vergelijking met commerciële verwerving.

– Vanwege schaalvoordelen (en daardoor een gunstige prijsstelling) kan het beste worden aangesloten bij grotere orders van het Amerikaanse leger. Dit is echter alleen mogelijk indien wordt gekozen voor FMS-verwerving.

– FMS-verwerving heeft als voordeel dat het Nederlandse projectmanagement met minder mensen toe kan. Bovendien worden met het projectmanagement minder risico's gelopen.

– Voor de technische en logistieke ondersteuning is de Koninklijke luchtmacht in hoge mate afhankelijk van het Amerikaanse leger. Daarnaast zijn geclassificeerde gegevens voor het gebruik en het onderhoud alleen via het Amerikaanse leger te verkrijgen. De voortzetting van de benodigde ondersteuning, inclusief de verstrekking van geclassificeerde gegevens door het Amerikaanse leger, kan het beste worden gegarandeerd indien de PAC-3 capaciteit via FMS wordt verworven.

Daarom is er voor gekozen om de PAC-3 capaciteit via de Amerikaanse overheid met de FMS-procedure te verwerven.

De vier extra standaard lanceerinrichtingen behoeven niet nieuw te zijn. Defensie ziet mogelijkheden om gebruikte lanceerinrichtingen te verwerven. De aanschaf van deze lanceerinrichtingen maakt derhalve geen deel uit van het onderhandelingspakket met de Amerikaanse overheid. Deze lanceerinrichtingen zullen separaat worden verworven.

Financiën

Uit de besprekingen met de Amerikaanse overheid is gebleken dat 2004 het laatste jaar is dat de Amerikaanse overheid PAC-3 modificatiepakketten voor de eigen Patriot-grondapparatuur bestelt. Na deze bestelling wordt de productielijn voor PAC-3 gerelateerde modificatiepakketten stopgezet. Om gebruik te maken van schaalvoordelen is het van belang om aan te sluiten bij dit laatste Amerikaanse PAC-3 contract.

Patriot-grondapparatuur. De prijs van de PAC-3 modificatiepakketten voor de Patriot-grondapparatuur (modificatiepakketten voor het op PAC-3 standaard brengen van 8 standaard lanceerinrichtingen, uitbreiding met de «Fire Solution Computer» en 10 RL/CEU modificatiepakketten voor het aanpassen van de communicatieapparatuur) en van vier gebruikte standaard lanceerinrichtingen bedraagt € 56 miljoen. Tevens zijn in dit bedrag de reservedelen en de opleidingen inbegrepen. Indien niet wordt aangesloten bij het Amerikaanse contract voor de verwerving van de PAC-3 modificatiepakketten zal in latere jaren een afzonderlijk contract moet worden gesloten, wat naar verwachting ongeveer € 15 miljoen duurder is.

PAC-3 raketten. De prijs per raket bedraagt conform het te ondertekenen contract («Letter of Offer and Acceptance»: LOA) $ 2,5 miljoen. Bij de huidige plankoers (1$ = 1€) is de stuksprijs € 2,5 miljoen. De totaalprijs voor 32 PAC-3 raketten bedraagt (32 x € 2,5 miljoen =) € 80 miljoen.

BTW en invoerrechten. Conform de geldende EU-verordening 150/2003 worden geen invoerrechten berekend over de uitvoering van de wapensysteemmodificatie en over de PAC-3 raketten. De PAC-3 raketten worden opgeslagen in een douane-entrepot. Wel dient over het modificatiepakket € 10 miljoen BTW te worden betaald. Voor de installatie van de modificatiepakketten wordt gebruik gemaakt van beschikbare faciliteiten van de Koninklijke luchtmacht. Voor het gebruik hiervan worden geen kosten gerekend.

De totale kosten voor een PAC-3 capaciteit met 32 PAC-3 raketten bedragen € 146 miljoen. De kosten van deze PAC-3 capaciteit overstijgen dus het door Defensie gereserveerde bedrag van € 128 miljoen. Het verschil van € 18 miljoen tussen het benodigde budget (€ 146 miljoen) en het oorspronkelijke projectbudget (€ 128 miljoen) kan financieel worden afgedekt vanuit een aantal kleine projecten van de Koninklijke luchtmacht. Dit levert geen operationeel risico op.

Voor planningsdoeleinden is uitgegaan van een voorgeschreven koers van 1$ = 1€.. Indien de dollarkoers op het huidige niveau blijft, kan de initiële PAC-3 behoefte naar verwachting binnen het projectbudget van € 128 miljoen worden verworven. In dat geval kunnen ook de voornoemde kleine projecten van de Koninklijke luchtmacht toch doorgang vinden.

Overige aspecten

Exploitatiekosten. De verwerving van de PAC-3 onderscheppingscapaciteit heeft geen invloed op de personele exploitatiekosten. De materiële exploitatiekosten worden vooral veroorzaakt door de radarapparatuur. De invoering van de PAC-3 onderscheppingscapaciteit leidt echter niet tot aanpassingen van de radarapparatuur. De extra exploitatiekosten als gevolg van de toename van het aantal lanceerinrichtingen zijn te verwaarlozen. Wel nemen de onderhoudskosten toe als gevolg van de aanschaf van 32 PAC-3 raketten. Deze toename bedraagt € 0,7 miljoen per jaar.

Opleidingen. De aanvullende opleidingen voor het zittende personeel zullen door de fabrikant worden verzorgd in Nederland bij de Groep Geleide Wapens op luchtmachtbasis De Peel. Het operationele personeel zal worden geschoold volgens het «Teach the Teacher» principe: een aantal Nederlandse instructeurs zal worden opgeleid, waarna dezen het overige operationele personeel zullen opleiden. Voorts verzorgt de fabrikant een klassikale bijscholing voor het technisch personeel. Met de totale bijscholing is een bedrag gemoeid van € 1,1 miljoen. Het lespakket voor nieuw personeel wordt in eigen beheer aangepast aan de PAC-3 standaard.

Compensatie. Het ministerie van Economische Zaken is met de betrokken fabrikanten Lockheed Martin en Raytheon compensatie overeengekomen die voldoet aan de gebruikelijke eisen.

Internationale samenwerking. Om meerkosten te voorkomen, is het van belang dat Nederland aansluit bij het laatste Amerikaanse contract voor de verwerving van de PAC-3 grondapparatuur. Naast Nederland en de Verenigde Staten hebben Duitsland en sinds kort Griekenland besloten de detectiecapaciteit van de radars op PAC-3 standaard te brengen. Deze en andere gebruikende landen hebben echter de besluitvorming nog niet afgerond om de PAC-3 onderscheppingscapaciteit te verwerven. Langs die weg is er dus nog geen uitzicht op schaalvoordeel dat wel valt te behalen indien nu wordt aangesloten bij het Amerikaanse contract.

Voor de instandhouding van het Patriot wapensysteem maken de betrokken landen onder meer gebruik van de diensten van het «NATO Maintenance and Supply Agency» (NAMSA). NAMSA zorgt onder meer voor een gezamenlijke voorraad reservedelen, waaruit de deelnemende landen kunnen putten. Ieder deelnemend land levert voor deze voorraad een aandeel. Zo kan elk land besparen op het aantal te verwerven reservedelen, terwijl toch een volledig pakket reservedelen via NAMSA beschikbaar is. Voor de instandhouding van de PAC-3 onderscheppingscapaciteit is in het verwervingscontract een initieel reservedelenpakket opgenomen. De samenstelling van dit pakket wordt vastgesteld aan de hand van het advies van de fabrikant en na overleg met NAMSA en de andere Patriot-gebruikers.

Indien en wanneer Duitsland zal besluiten PAC-3 raketten aan te schaffen, kan Nederland mogelijk met Duitsland een samenwerkingsverband aangaan over het gezamenlijk beheer van de PAC-3 rakettenvoorraad van beide landen.

Infrastructuur, Arbo en milieu. De introductie van de PAC-3 onderscheppingscapaciteit heeft geen gevolgen op de gebieden van infrastructuur, Arbo of milieu.

Tot slot

Ik ben voornemens om, desgewenst na overleg met u, de Koninklijke luchtmacht toestemming te geven een contract met de Amerikaanse overheid te ondertekenen voor de PAC-3 / «Remote Launch» modificatie van de Patriot grondapparatuur, inclusief reservedelen en opleidingen, en de verwerving van 32 PAC-3 raketten, alsmede separaat vier standaard lanceerinrichtingen te verwerven. De aanvulling van 32 raketten om de «load» van 64 raketten te completeren, beschouwt Defensie als een planalternatief met hoge prioriteit.

De Staatssecretaris van Defensie,

C. van der Knaap


XNoot
1

Patriot Post Deployment Build 5/Sweep Down 5.

Naar boven