27 830 Materieelprojecten

Nr. 173 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juni 2016

Inleiding

Het huidige 81mm mortier bereikt in 2016 het einde van de technische levensduur. Daarnaast voldoet het huidige 81mm mortiersysteem niet meer aan de huidige operationele eisen. Met name op de aspecten bereik, nauwkeurigheid, mobiliteit en de snelheid waarmee het mortier ingezet kan worden, zijn de prestaties van het huidige systeem onvoldoende. Dit project voorziet in de vervanging en modernisering van de huidige 81mm mortieren. Daarnaast vervult het project de langlopende behoefte van het CLAS aan een indirect vurend middel op pelotonsniveau (60mm mortier).

De realisatie van dit project draagt bij aan het beleid om de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht verder te verbeteren en past binnen het streven om op te kunnen treden in het gehele geweldsspectrum.

Behoefte

Het mortier voorziet de lagere niveaus van het CZSK en het CLAS van indirect vuur binnen het gelaagde vuursteunsysteem en levert een essentiële bijdrage aan de slagkracht en bescherming van deze eenheden. Tijdens veelvuldige inzet van mortieren bij missies in voormalig Joegoslavië, Irak, Afghanistan en Mali is de waarde van het wapensysteem telkens opnieuw aangetoond. Verwacht wordt dat ook bij toekomstige inzet dit wapensysteem belangrijk blijft.

In dit project worden de mortiercapaciteiten van CLAS en CZSK (KMarns) in overeenstemming gebracht. CZSK krijgt een uitbreiding van twee mortiergroepen en CLAS krijgt de beschikking over een indirect vurend middel op pelotonsniveau (60mm).

Er is een totale behoefte aan 122 systemen om de 128 huidige 81mm mortieren (inclusief toebehoren en randapparatuur) te vervangen. De daling wordt veroorzaakt door een kleinere behoefte aan logistieke reserve vanwege het vervangen van de twee huidige types mortieren door één nieuw systeem. Voor 39 van de nieuwe systemen worden automatische richtinstallaties aangeschaft.

Voor wat betreft het 60mm commandomortier is er een totale behoefte aan 113 systemen. Om financiële redenen worden hier slechts 80 van aangeschaft. Door deze keuze zullen de verkennings- en antitankpelotons van CLAS niet worden uitgerust met dit systeem. Bij inzet van deze eenheden kan hierdoor de noodzaak ontstaan om de systemen te herverdelen. De behoefte aan een totaal van 113 systemen blijft, ook na realisatie van dit project, ongewijzigd.

Samenwerking

Naar verwachting is de gestelde behoefte military of the shelf (MOTS) aan te schaffen. Wel zal er integratie met specifiek Nederlandse systemen en middelen gerealiseerd moeten worden (bijvoorbeeld software en voertuigen). In hoeverre de Nederlandse industrie hierbij betrokken kan worden zal moeten blijken uit de resultaten van de onderzoeksfase.

Momenteel zijn er geen internationale partners bezig met de vervanging van hun 81mm mortiersystemen. Wel zijn in de voorbereidingen van dit project de recente ervaringen van België meegenomen met betrekking tot de beperkingen van een 60mm mortier voor de ondersteuning van het compagniesniveau.

De interoperabiliteit wordt internationaal geborgd door standaardprocedures in de vuuraanvraag te gebruiken. Met de strategische partners België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is operationele samenwerking geborgd door het gebruik van eenzelfde (software)systeem voor vuurleiding.

Relatie met andere projecten

Het project Vervanging mortieren 60/81mm heeft relaties met de onderstaande (lopende) projecten:

  • Bandbreedte investeringsproject CLAS en CZSK 60mm commandomortier.

  • Mortiersimulator (Morsim). Onderzocht moet worden of en hoe de Morsim aangepast kan worden ten behoeve van de nieuw te verwerven systemen.

  • Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW). Bij de luchtmobiele eenheden van CLAS wordt het mortier vervoerd met de Mercedes-Benz softtop. Dit voertuig wordt vervangen door de 12kN Air Assault (AASLT) binnen het project DVOW. Een low-tech integratie op dit voertuig dient te worden onderzocht in het project Vervanging mortieren 60/81mm.

  • Midlife update (MLU) BV-206. Het updaten van de door de BV-206 getrokken mortarcarriers dient te worden meegenomen in het project MLU BV-206.

  • MLU Fennek AD/MRAT. Het project Vervanging mortieren 60/81mm voorziet in minimale aanpassingen aan de Fennek om een automatische richtinstallatie te kunnen gebruiken. Verdergaande aanpassingen om de toepassing te optimaliseren moeten in het project MLU Fennek AD/MRAT worden meegenomen.

  • Beleidskader Inzetvoorraden (BKI) Munitie. In het DMP-A BKI Munitie zijn reeksen opgenomen om de inzetvoorraden 81mm verder op norm te brengen.

Het uitstellen of niet realiseren van deze behoefte (vervanging en modernisering van de huidige mortiersystemen) heeft als gevolg dat vanaf 2019 de krijgsmacht niet meer beschikt over inzetbare mortiercapaciteit. Er zijn geen levensduurverlengende maatregelen meer mogelijk voor de bestaande systemen. De inzetbaarheid en escalatiedominantie van de gevechtseenheden nemen door het ontbreken van mortiercapaciteit significant af.

Kenmerken

Vanaf 2010 heeft een krijgsmachtbrede werkgroep onderzoek gedaan naar vervanging van de huidige mortiercapaciteit. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek dienen de aan te schaffen systemen de volgende kenmerken te hebben:

  • Het nieuwe mortiersysteem moet bestaan uit een 81mm mortier met een dracht van tenminste 6.000 meter. Het systeem moet door moderne randapparatuur mobiel, snel en nauwkeurig zijn. Het moet ingezet kunnen worden onder alle vereiste licht-, weer-, klimaat- en terrein- omstandigheden. Het mortier moet zowel vanaf een voertuig als in een grondopstelling gebruikt kunnen worden.

  • Voor pantserinfanterie eenheden is een automatische richtinstallatie noodzakelijk. Door gebruik te maken van een automatische richtinstallatie kan het mortier bediend worden door slechts twee bedienaars in plaats van drie. Hierdoor kan een mortiergroep van de pantserinfanterie alle drie mortieren tegelijk inzetten.

  • Het 60mm commandomortier moet snel inzetbaar zijn en een dracht hebben van tenminste 1.800 meter. Het mortier moet door één persoon te vervoeren en te bedienen zijn. Het moet inzetbaar zijn onder alle relevante licht-, weer-, klimaat- en terreinomstandigheden.

Financiële aspecten

Op basis van marktverkenningen wordt het benodigde projectvolume geraamd tussen de 25 en 100 miljoen euro. De investeringen staan in het DIP gepland in de jaren 2017 tot en met 2023. Het uitstellen van de geplande investeringen heeft als gevolg dat de krijgsmacht vanaf 2019 geen beschikking meer heeft over inzetbare 81mm mortiercapaciteit.

Vooruitblik

De uitvoering van het project staat gepland in de periode van 2017 tot en met 2023. Vanwege de beschikbare budgetten en het minimaliseren van risico’s, wordt dit project in twee fasen uitgevoerd (fase 1 van 2017 t/m 2019 en fase 2 in 2023). In de eerste fase worden de nieuwe mortieren en de bijbehorende randapparatuur aangeschaft. In de tweede fase worden de automatische richtinstallaties en aanvullende munitie gekocht. Ook vindt in deze fase de integratie van de mortieren op voertuigen plaats.

De benodigde integratie van de nieuw te verwerven systemen met specifiek Nederlandse systemen en middelen vormt een risico ten aanzien van tijdige beschikbaarheid. Dit mede omdat de systemen waarmee integratie dient plaats te vinden (deels) nog moeten worden opgeleverd vanuit de projecten Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) en Midlife-update Fennek (MLU Fennek). Door de opdeling van het project in 2 fases en het aanhouden van een financiële projectreserve van 5% zijn deze onzekerheden zoveel mogelijk gemitigeerd en wordt het projectrisico in tijd als laag ingeschat.

Mandatering

Gezien de projectsom van minder dan 100 miljoen euro ben ik voornemens de Defensie Materieel Organisatie te mandateren het project uit te voeren. De Kamer zal over de voortgang van dit project geïnformeerd worden in het MPO.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

Naar boven