Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200227824 nr. 7

27 824
Aanpassing van de wetgeving aan de herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg

nr. 7
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 7 november 2001

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Hoofdstuk 12, artikel 6, komt te luiden als volgt:

Artikel 6

Indien deze wet in werking treedt voor het tijdstip waarop het bij koninklijke boodschap van 21 mei 2001 ingediende voorstel van wet tot uitvoering van de verordening (EG) Nr. 1348/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of handelszaken (PbEG L 160/37) (Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening) (27 748) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt de Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 8 en 9 vervallen.

B

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad stelt Onze Minister van Justitie de nummering en aanhaling van de in artikel 10 van deze wet genoemde artikelen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opnieuw vast.

Toelichting

Bij de nota van wijziging (stuk nr. 5) is aan hoofdstuk 12 een artikel 6 toegevoegd, teneinde rekening te houden met de mogelijkheid dat wetsvoorstel 27 748 (Uitvoeringswet EG-betekeningsverordening) in werking treedt op een tijdstip nadat het herziene procesrecht in werking zal zijn getreden. Voor dat geval werd voorzien in een afzonderlijke bevoegdheid tot hernummering van de in dat wetsvoorstel opgenomen bepalingen die deel zouden gaan uitmaken van het herziene procesrecht. Tevens dient te worden geregeld dat de bepalingen die ingevolge de artikelen 8 en 9 van wetsvoorstel 27 748 zouden worden toegevoegd aan het thans nog geldende procesrecht (de artikelen 4a en 8a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) in dat geval komen te vervallen. Zulks wordt in artikel 6, onderdeel A, bepaald. Voor het overige is artikel 6 niet gewijzigd.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals