nr. 66
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 maart 2009
In het Algemeen Overleg over Externe Veiligheid d.d. 11 juni 2008
(kamerstuk 27 801, nr. 61) heb ik met uw Kamer gesproken over de
vraag of het nodig is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) uit te
breiden voor andere gassen, met name voor waterstof. In deze brief ga ik in
op waterstof als autobrandstof.1
De toepassing van waterstof als brandstof in voertuigen bevindt zich nog
in een vroeg stadium van ontwikkeling. Het aantal praktijktesten van waterstoftoepassingen
in voertuigen breidt zich wel gestaag uit, zowel in Nederland als in het buitenland.
Grote autoproducenten zijn het stadium van prototypes gepasseerd en starten
met de productie van kleine series auto’s. De ontwikkeling van bussen
bevindt zich in een vergelijkbaar stadium.
Er is echter nog relatief weinig ervaring opgedaan met waterstoftankstations,
zowel bij openbare als niet-openbare vulstations. Een zekere stand-der-techniek
en casuïstiek ontbreken nog, waardoor het moeilijk is iets te zeggen
over de faalfrequentie en de precieze omvang van mogelijke effecten bij falende
installaties. Over de wijze van risicomodellering van waterstoftoepassingen
bestaat internationaal nog geen overeenstemming. Er vindt wel veel onderzoek
plaats, zowel in Europees als mondiaal verband. Nederlandse onderzoeksinstituten
en het bedrijfsleven zijn hierbij nauw betrokken. Bij de huidige praktijktesten
(in Nederland) gebeurt het tanken op het eigen terrein van het bedrijf dat
de praktijktest uitvoert. Er is op dit moment in Nederland nog geen sprake
van tanken door particulieren. Wel vinden praktijktesten plaats of hebben
deze plaatsgevonden, onder andere in Amsterdam, met waterstofbussen. In vele
andere landen, zoals de Verenigde Staten, Japan, Europese landen vinden praktijktesten
plaats met zowel openbare als niet-openbare tankstations.
Zoals bekend stimuleer ik de verdere ontwikkeling van waterstoftoepassingen,
omdat waterstof vanuit het klimaat-, lucht- en energiebeleid een veelbelovende
energiedrager is. Het is een schone «brandstof»: bij de toepassing
in brandstofcellen komen geen CO2, NOx of kleine deeltjes
vrij. Uiteraard hangt de duurzaamheid ook af van de vraag hoe waterstof zal
worden geproduceerd, met duurzame energie (bijvoorbeeld zonne- of windenergie),
of minder duurzame energie (bijvoorbeeld olie, gas of kolen). Naast het duurzaamheidsaspect
moet aandacht worden besteed aan de veiligheid. Ik deel daarmee de conclusie
van de Gezondheidsraad in zijn advies Waterstof in het
wegverkeer1 van 29 september 2008:
de Raad adviseert om naast de voordelen die nieuwe technieken en brandstoffen
kunnen hebben voor het milieu, ook de nadelen, waaronder mogelijke veiligheidsrisico’s
niet uit het oog te verliezen.
Gezien het explosieve karakter van de stof waterstof, en het feit dat
deze stof kleur- en geurloos is, bestaat er in principe een potentieel gevaar.
Uiteraard hangt de mate van gevaar af van de manier waarop met de stof wordt
omgegaan en op welke locatie het waterstoftankstation staat.
In de industrie is met het veilig omgaan met waterstof al veel ervaring
opgedaan. Voor met name openbare waterstoftankstations geldt dat die ervaring
tot op heden veel geringer is. In Nederland bestaan nog geen regels of richtlijnen
waaraan deze moeten voldoen. In de Verenigde Staten zijn wel veiligheidsrichtlijnen
gepubliceerd en er worden Europese veiligheidsrichtlijnen ontwikkeld.
Deskundigen schatten in dat waterstoftankstations waarschijnlijk gemakkelijk
zullen kunnen voldoen aan de Nederlandse wettelijke eisen die op dit moment
voor LPG-stations gelden. Veiligheid is echter geen vanzelfsprekende zaak
en ik wil bevorderen dat er regels zullen worden opgesteld specifiek voor
waterstoftankstations. Hierbij dient ook het ALARA-beginsel in acht te worden
genomen. De aanbevelingen van de Gezondheidsraad worden wat mij betreft meegenomen
bij het opstellen van richtlijnen, zoals de mogelijkheid van het toevoegen
van sporengassen2, een veilig ontwerp van tankstations
en een goede voorlichting aan personeel en automobilisten over het veilig
omgaan met het tanken. Ook de opleiding van tankautochauffeurs die de waterstof
afleveren moet worden uitgebreid in verband met de bijzondere eigenschappen
van waterstof.
Omdat nog niet alles bekend is over de mogelijke risico’s, wil ik
een stapsgewijze benadering kiezen bij het ontwikkelen van richtlijnen. Naarmate
er meer bekend is over waterstoftankstations, worden de richtlijnen uitgebreider
en/of bindender. Hierbij speelt monitoring een belangrijke rol. Ook kan gebruik
worden gemaakt van reeds ontwikkelde richtlijnen uit het buitenland.
Ik ben blij te vernemen dat SenterNovem aan de NEN opdracht heeft gegeven
om een Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) voor waterstoftankstations op te
stellen. In deze richtlijn zal veiligheidsinformatie worden opgenomen die
gebaseerd is op ervaringen die tot op heden wereldwijd zijn opgedaan met waterstoftankstations
en op met waterstof vergelijkbare toepassingen, zoals aardgasen LPG-tankstations.
Bevoegde gezagen kunnen hiervan gebruik van maken bij het opstellen van
vergunningen en ook initiatiefnemers kunnen er baat bij hebben bij het ontwikkelen
van ontwerpen voor waterstoftankstations. Op deze wijze wordt meer eenheid
gebracht in vergunningvoorschriften. Een NEN-richtlijn, in dit geval een NPR,
bevat adviezen en richtlijnen over hoe een installatie het beste kan worden
gebouwd en beheerd vanuit bouwkundig en veiligheidsoogpunt. Het verschil met
de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) is dat PGS-publicaties naast
technische en/of doelvoorschriften ook normen bevatten, bijvoorbeeld risicoafstanden.
Omdat er nog weinig casuïstiek is en de stand-der-techniek van waterstoftankstations
zich nog aan het ontwikkelen is, acht ik de tijd voor een volwaardige
PGS-publicatie nog niet rijp. Het streven is om een NPR voor waterstoftankstations
voor eind 2009 gereed te hebben. Op dit moment is nog niet aan te geven wanneer
een PGS-publicatie wel kan worden opgesteld.
Dit hangt onder meer af van de snelheid waarmee waterstof als brandstof
voor auto’s in Nederland en andere landen op grotere schaal zal worden
geïntroduceerd. Ik zal u nader informeren zodra er over het opstellen
van richtlijnen voor het veilig omgaan met waterstoftankstations nieuwe ontwikkelingen
zijn te melden.
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. M. Cramer